direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Herontwikkeling centrum Rucphen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel bestemmingsplan

De gemeente Rucphen heeft in 2011 een vlekkenplan opgesteld voor het centrumgebied van de kern Rucphen. Dit vlekkenplan is de basis voor het gewenste ruimtelijke en functionele beeld van het centrumgebied. In 2013 is dit plan gedeeltelijk bijgesteld. De bijstelling betreft de locatie van de Multifunctionele Accommodatie (hierna: MFA). Deze is niet langer voorzien bij de kerk, maar op de locatie van het oude gemeentehuis.

Om de beoogde doelstellingen uit het vlekkenplan en uit de bijstelling vlekkenplan mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. De beoogde functies en ruimtelijke aanpassingen passen niet in het geldende bestemmingsplan Centrum Rucphen uit 1995. Het voorliggende plan betreft dit nieuwe bestemmingsplan.

1.2 Achtergronden

Het vlekkenplan markeert de nieuwe start voor de ontwikkeling van het centrum. Het centrum van Rucphen was voor het opstellen van het vlekkenplan al enige tijd onderwerp van gesprek. Een eerder plan heeft de besluitvorming in 2010 niet gehaald, onder andere vanwege het ontbreken van voldoende maatschappelijk draagvlak. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft daarom besloten de herstart van de planontwikkeling voor het centrum van Rucphen op een andere wijze aan te pakken. Belangrijk is dat belanghebbenden vanaf het begin een directe en actieve rol bij de planontwikkeling bezitten.

Als eerste is in overleg met de belanghebbenden bepaald wat de uitgangspunten, voorwaarden en kaders zijn voor de ontwikkeling van het centrum. De basis hiervoor is geput uit onderzoeken en gemeentelijk beleid zoals de woonvisie, de sociale structuurvisie, de structuurvisie detailhandel en horeca en de economische visie, aangevuld met wensen vanuit de bevolking.

Het college heeft een Ontwikkelingsgroep ingesteld en de opdracht gegeven om voor Rucphen een centrumplan op te stellen. De Ontwikkelingsgroep heeft vervolgens uit zijn midden een werkgroep samengesteld om de voorbereidende werkzaamheden ter hand te nemen. De werkgroep is daarmee actief betrokken bij de planontwikkeling. De breder samengestelde Ontwikkelingsgroep is door de werkgroep op de hoogte gesteld van de voortgang. De Ontwikkelingsgroep gaf haar reacties, die in het proces zijn meegenomen en heeft daarna het vlekkenplan opgesteld. Het vlekkenplan is op 3 november 2011 door de raad vastgesteld.

In 2013 is door gewijzigde omstandigheden besloten om het vlekkenplan op onderdelen aan te passen. De aanleiding daarvoor is als volgt.

  • De woonvisie is geactualiseerd. In deze visie is de geconstateerd dat de behoefte aan woningen in Rucphen is afgenomen.
  • Thuisvester is niet langer vanzelfsprekend ontwikkelaar van het vlekkenplan.
  • De accommodatie van de Vaart is niet meer toereikend. Eerder is ingezet op een combinatie met de kerk. Dit bleek niet haalbaar. Daarom is een combinatie met het voormalig gemeentehuis onderzocht.
  • De financiële positie van de gemeente is niet verbeterd. Dit zorgt ervoor dat er optimalisatie noodzakelijk is waarbij meer opbrengsten en minder kosten worden gegenereerd.

1.3 Ligging plangebied

Het plangebied wordt globaal begrensd door:

  • de Sint Martinusstraat aan de westzijde;
  • de Raadhuisstraat aan de zuidzijde;
  • de Rucphense Vaartkant en een klein deel van de Van Glymesstraat aan de noordzijde. Het plangebied wordt begrensd door de Glymesstraat tot nummer 12 (voormalige politiebureau) aan de noordzijde van de straat en nummer 5 aan de zuidzijde van de straat;
  • het buitenterrein van het voormalige gemeentehuis aan de oostzijde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0001.jpg"

In figuur 1.1. is de ligging van het plangebied weergegeven.

1.4 Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het overgrote deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan Centrum Rucphen uit 1995. In dit bestemmingsplan is per perceel een bestemming toegekend. De beoogde ontwikkelingen in het centrum passen niet in dit geldende bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0002.jpg"

Figuur 1.2. Uitsnede bestemmingsplan Centrum Rucphen

Ter plaatse van het voormalig politiebureau geldt het bestemmingsplan "Bebouwde kom Rucphen" vastgesteld in 1996.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0003.jpg"

Figuur 1.3. Uitsnede bestemmingsplan Bebouwde kom Rucphen

1.5 Leeswijzer

De opzet van de toelichting is als volgt.

  • In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie en het project beschreven.
  • In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader.
  • In hoofdstuk 4 zijn de resultaten vermeld van de toetsing van het centrumplan aan ruimtelijke aspecten en milieuaspecten.
  • Hoofdstuk 5 bevat de vertaling van hoofdstuk 2, 3 en 4 in de planbeschrijving.
  • In hoofdstuk 6 is de toelichting op de juridische regeling opgenomen.
  • Hoofdstuk 7 bevat een toelichting op de economische uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2 Beschrijving huidige en beoogde situatie

2.1 Huidige situatie

Ruimtelijk

Het historisch gegroeide wegenpatroon is een kenmerkend element voor het centrum van de kern Rucphen. Er is sprake van een gesloten straatbeeld. Langs enkele delen van de Raadhuisstraat loopt de verharding van gevel tot gevel. Slechts enkele panden hebben een voortuin. Kenmerkend voor de Rucphense Vaartkant is de afwisseling in oriëntatie. Voor een deel wordt het beeld bepaald door de voorzijde van woningen en een bedrijfsgebouw, voor een deel bestaat het beeld uit achtererven van woningen en winkels aan de Raadhuisstraat. De bebouwing is over het algemeen eenvoudig, sober en kleinschalig. Hierop zijn enkele uitzonderingen:

  • de kerk met pastorie aan de Raadhuisstraat;
  • de basisschool aan de St. Martinusstraat (buiten het plangebied);
  • het gemeenschapshuis aan de Rucphense Vaartkant;
  • het voormalige gemeentehuis aan de Raadhuisstraat;
  • de supermarkt en appartementen aan de Schijfse Vaartkant.

In de openbare ruimte is er weinig groen aanwezig. Het belangrijkste groenelement in het centrum van Rucphen ligt achter de kerk en de pastorie. Rondom het oude raadhuis wordt het beeld bepaald door de parkeerplaats aan de Schijfse Vaartkant en door de inrichting van de Rucphense Vaartkant / Raadhuisstraat. De overgang van de Rucphense Vaartkant met de Raadhuisstraat wordt gekenmerkt door een doorlopende boomstructuur. Ook het Raadhuisplein is omzoomd met een boomstructuur.

Functioneel

In het centrum van Rucphen bevindt zich een grote verscheidenheid aan functies, met een grote menging. De navolgende functies komen in het centrum voor:

  • wonen;
  • detailhandel;
  • horeca;
  • zakelijke en maatschappelijke dienstverlening;
  • bedrijven.

De ligging van deze functies is deels verspreid. Wel bevindt het zwaartepunt van de winkel- en commerciële voorzieningen zich in het westelijk deel van de Raadhuisstraat. Met name rondom het oude gemeentehuis ligt in de openbare ruimte de nadruk op de verkeersfunctie. De Rucphense Vaartkant en het oostelijk deel van de Raadhuisstraat vervullen in de huidige situatie nog een belangrijke rol voor doorgaand verkeer. De parkeerplaats aan de Schijfse Vaartkant is een belangrijke voorziening voor het winkelend publiek en wordt tevens benut voor verkoopstandplaatsen en een deel van de jaarlijkse kermis.

In de afgelopen periode is er al een aantal aanpassingen in het centrum doorgevoerd. Zo is de supermarkt verplaatst (waarbij het oude pand is gesloopt). Ook is een aantal andere panden in het centrum gesloopt, zoals bijvoorbeeld ten oosten van het oude raadhuis.

2.2 Toekomstige situatie

Het vlekkenplan en de verschuiving van het vlekkenplan vormen het kader voor de beoogde ontwikkelingen in het centrum van de kern Rucphen. De voorgenomen ontwikkelingen in het centrumgebied worden hierna per locatie beschreven. Ontwikkelingen voor de overige locaties zijn in het vlekkenplan niet concreet uitgewerkt en de gemeente heeft ter plaatse ook geen grondbezit. Bij deze locaties is er dan ook voor gekozen om de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan te behouden.

Wegenpatroon

In de vorige paragraaf is geconstateerd dat het wegenpatroon een kenmerkend element is van het centrum van Rucphen. Aangezien dit gekenmerkt wordt door historische groei, heeft dit geen optimale functionaliteit voor het huidige verkeersaanbod. Ook is van belang dat een nieuwe ontsluitingsstructuur voor Rucphen wordt voorbereid. Het centrum van Rucphen wordt daardoor ontlast van doorgaand verkeer. Om de functionaliteit te verbeteren is een aanpassing van het wegenpatroon voor de kern uitgewerkt.

Ook beperkt het huidige wegenpatroon de mogelijkheid voor een goede pleinruimte en voor een gunstige verkaveling voor de gewenste nieuwe functies. De Rucphense Vaartkant vormt weliswaar de verbinding tussen west en oost, maar is tegelijk een barrière in het centrum. Aanpassing van het wegenpatroon is nodig om de structuur te verbeteren waardoor de ruimtelijke kwaliteit toeneemt.

In het document verschuiving vlekkenplan (2013) is een viertal varianten onderzocht voor de verlegging van het wegenpatroon (zie figuur 2.1.)

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0004.jpg"

Figuur 2.1. Varianten tracé (bron: vlekkenplan, 2011)

Bij de analyse van de varianten is gebleken dat variant C de voorkeur heeft. Deze variant beschikt namelijk over goede herontwikkelingsmogelijkheden aan de oostzijde van de omgelegde weg en aan de noordzijde van het voormalige gemeentehuis.

Dorpsplein

Door de keuze voor wegvariant C ontstaat de mogelijkheid om een goed dorpsplein te creëren. Een dorpsplein met een aangename beslotenheid die ontstaat door het toevoegen van nieuwe bebouwingswanden. Op het plein wordt het verloop van de Vaart zichtbaar gemaakt. Groen versterkt de ruimtelijke structuur en het verblijfsklimaat op het plein. Dit dorpsplein kan beperkt blijven van omvang. Deze beperkte omvang komt de sfeer van het plein ten goede. Het plein biedt wel voldoende ruimte voor de weekmarkt en de jaarlijkse kermis.

MFA

Ter begrenzing van het dorpsplein zal de nieuwe MFA op de locatie van delen het voormalige gemeentehuis worden gebouwd. De nieuwe MFA vervangt de huidige voorzieningen in De Vaart. In het programma voor de MFA is ruimte gereserveerd voor onder andere een sportzaal, toneelruimte en vergaderaccommodaties. De totale oppervlakte van de benodigde functies is 2.200 m².

Het gebouw zal een maximale goothoogte krijgen van 9 meter en een maximale bouwhoogte van 13 meter.

Westzijde plein

Ter begrenzing van de westzijde van het plein wordt een nieuw gebouw gerealiseerd. In de plint zijn commerciële voorzieningen beoogd met een oppervlakte van circa 685 m². Op de tweede en derde bouwlaag bevinden zich in totaal maximaal 14 appartementen.

Oude Raadhuis

Het oude raadhuis blijft behouden. Het krijgt een nieuwe invulling die bijdraagt aan de verblijfskwaliteit van het plein. Het is ter plaatse mogelijk om lichte horeca, kantoor, detailhandel en dienstverlening te vestigen. Daarnaast worden twee woningen mogelijk gemaakt.

Woningen

Direct ten oosten van de nieuwe verbindingsweg tussen de Van Glymesstraat en de Raadhuisstraat wordt de bouw van 11 grondgebonden woningen voorzien. Dit betreft een rij van 7 woningen aan de nieuwe verbindingsweg en een rij van 4 woningen aan de Raadhuisstraat. In het beeldkwaliteitplan zijn voor nieuwe woningen rondom het raadhuis onder andere de volgende randvoorwaarden meegegeven.

  • Vaste rooilijn.
  • Gesloten bebouwingsbeeld.
  • Alzijdige oriëntatie van de woningen richting de openbare ruimte = zijgevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg dienen als voorgevel te worden behandeld.
  • De goothoogte varieert tussen circa 6 en 9 meter.
  • De nokhoogte varieert tussen 9 en 14 meter.
  • Kapvorm zadeldak of afgeplat zadeldak.
  • Kaphelling groter of gelijk aan 45 graden.
  • De nokrichting dient overwegend parallel aan de straat te lopen.

Deze randvoorwaarden zijn naar het bestemmingsplan vertaald door het opnemen van aaneengesloten bouwvlakken. In het bouwvlak is met een gevellijn de oriëntatie van de woningen aangegeven. Als goothoogte is 6 meter gekozen. Deze sluit het best aan bij de specifieke plek en het woningtype.

Locatie Waaggebouw

Ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan is gebleken dat het is financieel niet haalbaar is om op de locatie van het Waaggebouw ook daadwerkelijk een commerciële functie te realiseren. Dit gebouw had mede als doel om een besloten pleinruimte te creëren. Deze besloten pleinruimte gaat alsnog worden gecreëerd door het terugplaatsen van bomen. Dit conform het Groenstructuurplan.

Pastoriewoning

De pastoriewoning wordt gesplitst van het kerkgebouw. In deze woning mogen verschillende functies zich vestigen. Het betreft onder meer: wonen, lichte horeca, kantoor, detailhandel en dienstverlening.

Oude Vaart

Voor de locatie van de Oude Vaart wordt een nieuw te bouwen appartementengebouw beoogd. In dit appartementengebouw zijn ten hoogste 18 appartementen toegestaan. De maximale bouwhoogte bedraagt ten hoogste 15 meter en het parkeren dient op eigen perceel te worden opgelost. Het beoogde bouwplan dient te voldoen aan de eisen die gesteld worden in het nieuwe beeldkwaliteitsplan.

Park

Door het samenvoegen van het voormalige kerkhof, pastorietuin, plantsoen en de nieuwe weg wordt een park gecreëerd. Een aantal van de bestaande grafmonumenten en de padenstructuur van de begraafplaats worden geïntegreerd in dit nieuwe dorpspark.

Openbare ruimte algemeen

Naast structurele aanpassingen zoals de nieuwe weg in het oostelijk deel en de aanleg van het park, wordt ook de inrichting van de openbare ruimte aangepakt. Voor de openbare ruimte is in het beeldkwaliteitplan gesteld dat deze in samenhang dient te worden ontworpen. Uitgangspunt is een herkenbare typologie van ruimten te maken waarbij de hiërarchie van de verschillende ruimten benadrukt wordt. De dorpse sfeer staat centraal. Van belang hierbij zijn de bruikbaarheid en de veiligheid van de gebruikers of verkeersdeelnemers. Bij de uitwerking hiervan gaat het met name om materiaal- en kleurgebruik. In het bestemmingsplan zijn hiervoor geen specifieke bepalingen opgenomen. De bestemming Verkeer biedt voldoende ruimte.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

In de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren wil investeren. En op welke manier de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeentes krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening.

Het kabinet heeft het definitieve beleid vastgesteld op 13 maart 2012.

De beoogde ontwikkeling betreft geen nationaal ruimtelijk belang zoals genoemd in de SVIR. Wel past het binnen de algemene doelstellingen met betrekking tot concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De SVIR vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Ladder duurzame verstedelijking

De SVIR beschrijft de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een verantwoording dient te bevatten dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Om het proces van stedelijke ontwikkelingen op een gewenste wijze te laten plaatsvinden worden stappen voorgeschreven ('de treden van de ladder'). De ladder voor duurzame verstedelijking werkt met de volgende opeenvolgende stappen ('de treden van de ladder'):

  • 1. beoordeling door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen. Naast de kwantitatieve beoordeling (aantal hectaren of aantal woningen) gaat het ook om kwalitatieve vraag (bijvoorbeeld een bedrijventerrein waar zware milieuhinder mogelijk is of een specifiek woonmilieu) op regionale schaal;
  • 2. indien de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag, beoordelen betrokken overheden of deze binnen bestaand bebouwd gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten;
  • 3. indien herstructurering of transformatie van bestaand bebouwd gebied onvoldoende mogelijkheden biedt om aan de regionale, intergemeentelijke vraag te voldoen, beoordelen betrokken overheden of deze vraag op locaties kan worden ontwikkeld die passend multimodaal ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

Toetsing

De beoogde nieuwe woningen en detailhandelsvoorzieningen bevinden zich in het centrum oftewel bestaand stedelijk gebied van Rucphen. De woningen zijn bovendien opgenomen op de planningslijst woningbouw die is afgestemd met de regio. De uitbreiding van de detailhandelsvoorzieningen, is beperkt en is eveneens voorgelegd aan de regio. Vanuit de regio zijn geen opmerkingen omtrent deze onderwerpen.

3.2 Provinciaal beleid

Structuurvisie ruimtelijke ordening

In de structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant zijn de provinciale doelstellingen benoemd. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied.

Het plangebied is gelegen in de stedelijke structuur, nader aangeduid als stedelijk concentratiegebied. Een belangrijk thema van het stedelijk concentratiegebied is het afremmen van de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag. Het is van belang dat nieuwe ontwikkelingen op een geconcentreerde wijze vorm krijgen. Dit betekent dat, bij het zoeken naar ruimte om te voorzien in de behoeften op het vlak van wonen, werken en voorzieningen de mogelijkheden binnen de bestaande bebouwde ruimte beter benut moeten worden. Ook wordt belang gehecht aan de intensivering van het ruimtegebruik, onder meer door op compactere wijze – in de hoogte en diepte – te bouwen.

Toetsing

Het centrum van Rucphen is in ruimtelijke zin aan een kwaliteitsimpuls toe. Door het aanpassen van de wegenstructuur en het vervangen van een aantal functies wordt deze kwaliteitsimpuls bewerkstelligd. Aangezien de ontwikkelingen plaatsvinden op een grondgebied in het centrum van de kern is sprake van intensief ruimtegebruik.

Verordening Ruimte 2014

In 2014 is de Verordening Ruimte aangevuld en aangepast. Voor het bestemmingsplan Herontwikkeling Centrum Rucphen zijn de volgende artikelen uit de verordening van belang.

Artikel 4.3 Nieuwbouw van woningen

Nieuwe woningen zijn toegestaan, mits een verantwoording is opgenomen over de wijze waarop plannen passen binnen de afspraken die daaromtrent in het regionaal overleg zijn gemaakt en hoe nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw.

Artikel 4.8 Detailhandelsvoorzieningen

Nieuwe detailhandelsvoorzieningen betreffende winkelconcentratiegebieden zijn toegestaan, mits geen sprake is van een ontwikkeling of uitbreiding van een bovenregionaal winkelconcentratiegebied. De ontwikkeling of uitbreiding van elk winkelconcentratiegebied dient overigens onderwerp te zijn van regionaal ruimtelijk overleg als bedoeld in artikel 35.4 onder b.

Toetsing

De beoogde nieuwe woningen zijn opgenomen in de planningsafspraken met de regio. De ontwikkeling van detailhandel is gericht op het lokale karakter en bevindt zich in het centrumgebied. Hierbij zijn nieuwe supermarkten uitgesloten.

3.3 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Rucphen 2030

Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0005.jpg"

Figuur 3.1. Uitsnede structuurvisie Rucphen 2030

Toetsing

Algemeen uitgangspunt voor de kern Rucphen is het creëren van meer kwaliteit en levendigheid door ruimte voor maatschappelijke voorzieningen zoals multifunctionele centra, horeca met terrassen en ruimte voor wonen. Het centrumplan is tevens opgenomen in het projectenprogramma in de structuurvisie.

Economische visie Rucphen 2008-2020

In 2008 is een economische visie voor de gemeente ontwikkeld. In de visie zijn 5 centrale thema's benoemd.

Één van deze thema's betreft ruimte voor ondernemen en de bereikbaarheid. Hierbij wordt in de visie specifiek aandacht besteed aan het creëren van de rondweg en zorgen voor een geluidluw centrum. Daarnaast is het van belang om detailhandel- en horeca-activiteiten en voorzieningen zo veel mogelijk te clusteren en dat gewerkt wordt aan een gevarieerd en zo compleet mogelijk aanbod. Verder is voor zowel de inwoners als toeristen en recreanten van groot belang dat het verblijfsgebied waarin de voorzieningen zich bevinden niet alleen netjes, autovrij en schoon is, maar ook prettig aanvoelt.

Toetsing

Door het aanpassen van de verkeersstructuur worden de detailhandels- en horecavoorzieningen nadrukkelijker geclusterd rondom het nieuwe plein. Tevens biedt dit plein ook de mogelijkheid om te verblijven in de openbare ruimte.

Structuurvisie detailhandel en horeca

Tegelijk met de Economische visie heeft de gemeenteraad in april 2009 de structuurvisie ‘Detailhandel en Horeca te Rucphen’ vastgesteld. In de structuurvisie is het huidige winkelaanbod per kern geanalyseerd en vertaald naar een toekomstgerichte visie.

In het onderzoeksverslag (deel 1 van de visie) worden enkele conclusies voor de kern op het gebied van detailhandel en horeca getrokken:

  • in dagelijkse goederen is de kern Rucphen gegroeid;
  • de kern Rucphen heeft zich voor een dorp van deze omvang sterk doorontwikkeld en gemoderniseerd. Niet alleen de oppervlakte is toegenomen ook de winkels zijn groter geworden;
  • het vestigingsklimaat voor de horeca is in de kern Rucphen een stuk gunstiger dan in St. Willebrord en Sprundel.

In deel 2 zijn de navolgende aanbevelingen gedaan:

  • Geleidelijk aan concentreren van het winkelapparaat rondom het Raadhuisplein.
  • Investeren in panden en openbaar gebied.
  • Ontwikkelen van een autovrij verblijfsgebied tussen gemeentehuis, oude PLUS supermarkt en Rabobank.

Toetsing

Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan deel 2 van de structuurvisie detailhandel en horeca. Met het bestemmingsplan wordt een nieuw plein gecreëerd waar de detailhandel voornamelijk rond ligt.

Woonvisie gemeente Rucphen 2013 – 2018

De Woonvisie gemeente Rucphen 2013 – 2018 is door de gemeenteraad vastgesteld op 11 december 2013. Hierin zijn de woningbouwopgaven samengebracht. Verder is beschreven welke aanpassingen van de bestaande voorraad en van het nieuwbouwprogramma nodig zijn in de periode 2013 - 2023 om in de woonbehoefte van inwoners van Rucphen te voorzien.

In het nieuwbouwprogramma moeten accenten liggen bij:

  • sociale huurwoningen voor de primaire doelgroep en dure huurwoningen en goedkope koopwoningen voor de groep middeninkomens;
  • differentiatie van het aanbod voor senioren geschikte woningen.

Toetsing

Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van 11 grondgebonden koopwoningen in het goedkope segment alsmede de toevoeging van 14 appartementen aan het nieuwe dorpsplein en 18 appartementen op de locatie waar momenteel het gemeenschapshuis “de Vaart” staat. Het betreft in deze gevallen woningen die specifiek geschikt zijn voor de huisvesting van starters en senioren, beide doelgroepen in de Woonvisie. De toevoeging van deze nieuwe woningen is opgenomen in de woningbouwprogrammering van de gemeente Rucphen voor de komende periode.

Vlekkenplan (2011)

In dit vlekkenplan zijn drie deelgebieden geformuleerd (west, midden en oost). Aan de hand van deze gebieden zijn uitgangspunten geformuleerd. Vervolgens is in het vlekkenplan een eindbeeld voor het centrum van de kern Rucphen geschetst. Bij dit eindbeeld is tevens een financiële berekening opgesteld. In figuur 3.2. is het eindbeeld weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0006.jpg"

Figuur 3.2. ontwerp voor financiële onderbouwing

Verschuiving Vlekkenplan (2013)

In de verschuiving van het vlekkenplan is het MFA vanuit het westelijk deel verhuisd naar het oostelijk deel bij het oude gemeentehuis. Hierbij zijn tevens varianten onderzocht voor het aanpassen van de verkeersstructuur. In figuur 3.3. is de beoogde nieuwe situatie van het oostelijk deel weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0007.jpg"

Figuur 3.3. ontwerp verschuivingen vlekkenplan

Beeldkwaliteitplan centrum Kern Rucphen 2008

In 2008 is een beeldkwaliteitplan opgesteld voor het centrum van Rucphen. Bij het vaststellen van het vlekkenplan heeft de raad uitgesproken dat dit beeldkwaliteitplan van toepassing blijft op de ontwikkelingen in het centrum. Het uitgangspunt voor het beeldkwaliteitplan is dat de historische structuur van Rucphen dient te worden hersteld en benadrukt. Hierdoor wordt de structuur beter afleesbaar en bevordert de oriëntatie binnen het plangebied. In plaats van het zo snel mogelijk passeren van de kern van Rucphen wordt in deze visie gekozen voor het ontmoeten van de kern van Rucphen. Het verblijven en ervaren staat voorop, het doorgaande verkeer is te gast. De openbare ruimte dient in samenhang ontworpen te worden. Uitgangspunt is, een herkenbare typologie van ruimte te maken waarbij de hiërarchie van de verschillende ruimten benadrukt wordt.

Toetsing

De ruimtelijk relevante randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitplan zijn toegepast in het bestemmingsplan. Het gaat dan om de locatie, oriëntatie en maatvoering van de nieuwe gebouwen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de visie zoals die in het beeldkwaliteitplan is verwoord.

Herijking Beeldkwaliteitsplan centrum Rucphen 2015

In 2015 is het beeldkwaliteitsplan voor het centrum van Rucphen herijkt. Dit beeldkwaliteitsplan betreft een herijking van het beeldkwaliteitsplan van 2008, waarbij ook de uitgangspunten van het vlekkenplan en de verschuiving vlekkenplan zijn verwerkt. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsings- en inspiratiekader voor ontwikkelingen in het centrumgebied. In bijlage 5 is het beeldkwaliteitsplan opgenomen.

Groenbeleid

Het gemeentelijke groenbeleid bestaat uit het Visiedocument Groenbeleid Rucphen (2008), het Groenstructuurplan (2010) en de Groene kaart (2011). In deze beleidsstukken worden uitgangspunten voor omgang met groenelementen beschreven en zijn tevens een aantal houtopstanden specifiek als waardevol aangemerkt.

Voor het plangebied geldt dat een deel van de Raadhuisstraat en de Rucphense Vaartkant onderdeel uitmaken van de aangewezen route voor het creëren van een 'landelijke dooradering' door de kern. Ook zijn er drie locaties waar het Groenstructuurplan voorziet in de ontwikkeling van 'groene parels'. Dit zijn het Raadhuisplein, het veldje bij het herdenkingsmonument en de Schijfse Vaartkant. De turfvaart, die als lijnelement door de kern loopt, biedt kansen om een voorname cultuurhistorische groenstructuur aan te leggen waaraan het dorp zijn identiteit weer kan herkennen. Daarnaast zijn binnen het plangebied enkele particuliere en gemeentelijke houtopstanden als waardevol aangemerkt. Dit blijkt eveneens uit figuur 3.4.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0008.jpg"

Figuur 3.4 Uitsnede Groene kaart Rucphen

Toetsing

Bij de herinrichting van de openbare ruimte zullen de uitgangspunten en randvoorwaarden uit de Groene Kaart en het Beeldkwaliteitsplan 2015 worden toegepast. Het voorliggende bestemmingsplan levert geen beperkingen op voor het gemeentelijk groenbeleid.

Hoofdstuk 4 Randvoorwaarden, onderzoek en verantwoording

4.1 Mobiliteitstoets

4.1.1 Parkeren

Algemeen

In het centrumplan Rucphen worden verschillende ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waaronder de realisatie van een nieuw multifunctioneel centrum en een aantal extra m2 aan detailhandel. Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie. Om te kunnen achterhalen in hoeverre deze parkeerbehoefte kan worden opgevangen binnen het bestaande parkeerareaal is een goed beeld nodig van de huidige parkeersituatie. Om inzicht te krijgen in de parkeerdruk in het centrumgebied van Rucphen, en daarmee de restcapaciteit aan openbare parkeerplaatsen, heeft daarom een parkeerdrukmeting plaatsgevonden. Deze parkeerdrukmeting dient als basis voor de op te stellen parkeerbalans in de toekomstige situatie. De parkeerbalans is opgenomen in bijlage 7.

Conclusies parkeeronderzoek

Uit het parkeeronderzoek blijkt dat binnen het gehele onderzoeksgebied ruim voldoende restcapaciteit aanwezig is. Echter zal, ten aanzien van de ontwikkelingen, in werkelijkheid slechts beperkt sprake zijn van benutting van de parkeercapaciteit in het westelijk deel van het onderzoeksgebied en in de woonstraten direct ten noorden van de te realiseren multifunctionele accommodatie. Als alleen het parkeren in het oostelijk deel van het plangebied beoordeeld wordt, is sprake van een tekort van 10 parkeerplaatsen en 14 parkeerplaatsen tijdens respectievelijk de drukke werkdag avond en de zaterdagmiddag. De parkeerdruk binnen het oostelijk deel van het plangebied zou zodoende in deze perioden 105% en 107% bedragen.

In de praktijk blijkt een parkeerdruk boven de 85% ertoe te leiden dat de parkeerdruk als hoog ervaren wordt. Dit leidt tot zoekverkeer en een verhoogde kans op fout parkeren. Het binnen het plan realiseren van alleen het berekende tekort aan parkeerplaatsen zou zodoende alsnog tot parkeerproblemen kunnen leiden.

Na afronding van het parkeeronderzoek is gebleken dat het Waaggebouw niet wordt gerealiseerd. Dit betekent dat het benodigde aantal parkeerplaatsen lager wordt en op de locatie van het Waaggebouw ontstaat de kans om extra parkeerplaatsen te realiseren. Hiermee wordt de potentiële parkeerdruk verlaagd tot een acceptabel aantal.

4.1.2 Verkeer

Verkeersontsluiting gemotoriseerd verkeer

Belangrijkste ontsluitingswegen voor het centrumgebied zijn de Rucphense Vaartkant en de Raadhuisstraat (vanaf de aansluiting op de Rucphense Vaartkant in oostelijke richting). Beide wegen zijn in de huidige situatie gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur. Vanaf de Rucphense Vaartkant wordt via de route Sint Martinusstraat - Rucphenseweg verder ontsloten naar de op- en afritten van de Rijksweg 58. Tevens vindt vanaf de Rucphense Vaartkant in westelijke richting via de Gebrande Hoefstraat ontsluiting plaats richting Roosendaal en bedrijventerrein Majoppeveld. Vanaf de Raadhuisstraat vindt in oostelijke richting ontsluiting plaats naar de Sprundelseweg en Zundertseweg (N638). Deze wegen voorzien in de ontsluiting naar respectievelijk Sprundel en Zundert.

Het centrumplan voorziet in de realisatie van een aantal nieuwe functies, zoals een multifunctionele accommodatie (op de locatie van het oude gemeentehuis), extra vloeroppervlak ten behoeve van commerciële doeleinden en nieuwe woningen. Daarnaast maakt een verkeersluw plein onderdeel uit van het centrumplan. Deze pleinfunctie is voorzien ter hoogte van de aansluiting van de Rucphense Vaartkant op de Raadhuisstraat. Deze aansluiting komt daarmee te vervallen. Er is een alternatieve route beoogd, die vanaf de Rucphense Vaartkant achter de te realiseren multifunctionele accommodatie om loopt. Deze route sluit vervolgens ter hoogte van de Schijfse Vaartkant weer aan op de Raadhuisstraat (zie figuur 4.1.).

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0009.png"

Figuur 4.1. Toekomstige route tussen Rucphense Vaartkant en Raadhuisstraat

Op basis van het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in het Vlekkenplan 2011 en het Beeldkwaliteitsplan 2008 wordt binnen het gehele plangebied een maximum snelheid ingevoerd van 30 km/uur. Zo zullen ook de Rucphense Vaartkant en de Raadhuisstraat, binnen de grenzen van het plangebied, gecategoriseerd worden als erftoegangswegen binnen de bebouwde kom. De route Rucphense Vaartkant - Raadhuisstraat verliest hiermee zijn doorgaande functie. Dit is mogelijk door de realisatie van een omwegenstructuur zoals vastgelegd in de bestemmingsplannen ten behoeve van de realisatie van de Verlengde Vosdonkseweg en de Verlengde Helakkerstraat.

Verkeersontsluiting langzaam verkeer

Ook voor fietsers vormen de Rucphense Vaartkant en Raadhuisstraat de belangrijkste toegangswegen tot het centrumgebied van Rucphen. Zoals gezegd zijn beide wegen in de huidige situatie gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur. Op het deel van de route tussen de Sint Martinusstraat en de Schijfse Vaartkant maken het gemotoriseerd verkeer en het fietsverkeer gebruik van dezelfde verkeersruimte. Er zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig. Op basis van de wegfunctie sluit dit niet aan bij de eisen uit Duurzaam Veilig. Ook gezien de huidige verkeersintensiteit (gebaseerd op verkeersmodelgegevens) van circa 9.500 op de Rucphense Vaartkant (tussen de Sint Martinusstraat en de Raadhuisstraat) zouden fietsvoorzieningen hier ook uit verkeersveiligheidsoverwegingen gewenst zijn.

In de toekomstige situatie zullen de Rucphense Vaartkant en Raadhuisstraat binnen het plangebied worden afgewaardeerd tot erftoegangswegen binnen de bebouwde kom met een maximum snelheid van 30 km/uur. Op erftoegangswegen binnen de bebouwde kom maken gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer doorgaans gebruik van dezelfde verkeersruimte. Ook de intensiteiten zullen, na aanleg van de Verlengde Vosdonkseweg en de Verlengde Helakkerstraat afnemen. Zodoende vindt in de toekomstige situatie een betere afstemming plaats tussen de wegfunctie en de inrichting van de weg. Voor voetgangers zijn waar nodig trottoirs aanwezig.

Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling

De verkeersgeneratie als gevolg van de verschillende ontwikkelingen die binnen het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, is berekend op basis van kencijfers van het CROW (publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'). Voor een multifunctionele accommodatie en een eetcafé zijn geen kencijfers beschikbaar. Hierbij is uitgegaan van een turnover per parkeerplaats (zoals opgenomen in parkeerbalans). De berekening van de verkeersgeneratie is opgenomen in de volgende tabel 4.1.

Tabel 4.1. Berekening verkeersgeneratie

ontwikkeling   omvang   kencijfer   verkeersgeneratie  
MFA   2.200 m2 bvo   Turnover 2,5 per pp
 
330 mvt/etmaal  
Commerciële ruimten   935 m2 bvo   11,7 mvt per 100 m2 bvo   109 mvt/etmaal  
Bovenwoningen / appartementen   34 woningen   5,8 mvt per woning
 
197 mvt/etmaal  
Grondgebonden woningen   11 woningen   7,2 mvt per woning
 
79 mvt/etmaal  
Galerie   350 m2 bvo   4,6 per 100 m2 bvo
 
16 mvt/etmaal  
Eetcafé   122 m2 bvo   Turnover 3,0 per pp
 
44 mvt/etmaal  
Totaal       775 mvt/etmaal  

In het kader van de bestemmingsplannen ten behoeve van de omleidingswegen Verlengde Vosdonkseweg en de Verlengde Helakkerstraat heeft een update plaatsgevonden van het regionaal verkeersmodel. Hierin zijn de centrumontwikkelingen reeds verwerkt. In de volgende tabel zijn voor de Rucphense Vaartkant en de Raadhuisstraat de intensiteitgegevens in de toekomstige situatie opgenomen.

Tabel 4.2. Wegvakintensiteiten Rucphense Vaartkant en Raadhuisstraat

wegvak   intensiteit 2020  
Rucphense Vaartkant - tussen Sint Martinusstraat en Julianastraat   7.020 mvt/etmaal  
Rucphense Vaartkant - tussen Julianastraat en Raadhuisstraat   7.124 mvt/etmaal  
Raadhuisstraat - tussen Rucphense Vaartkant en Schijfse Vaartkant   8.590 mvt/etmaal  
Schijfse Vaartkant - tussen Raadhuisstraat en Vlettevaart   2.694 mvt/etmaal  
Raadhuisstraat - tussen Schijfse Vaartkant en Achterhoeksestraat   8.083 mvt/etmaal  

In de toekomstige situatie komt het wegvak Rucphense Vaartkant tussen de Julianastraat en Raadhuisstraat te vervallen. Het verkeer dat in de bestaande wegenstructuur gebruik maakt van dit wegvak, zal in de toekomstige situatie de nieuw te realiseren verbinding om het voorziene MFA volgen. Deze intensiteit kan dus overgenomen worden voor het nieuwe wegvak. Op basis van deze verkeersintensiteiten is, uitgaande van een ongeregeld kruispunt, een capaciteitsberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt een maximale verzadigingsgraad op het kruispunt van 0,61. Deze waarde treedt op bij de nieuwe verbindingsweg. Bij een I/C verhouding van boven de 0,8 zijn verkeersafwikkelingsproblemen te verwachten. In dit geval wordt deze grens niet overschreden. Ook de wachtrijen en de maximale gemiddelde wachttijd zijn acceptabel. Een gemiddelde wachttijd van 15 seconden wordt beoordeeld als 'klein'. Een dergelijke wachttijd wordt door de weggebruikers acceptabel geacht. Met betrekking tot de verkeersafwikkeling op dit kruispunt kan worden geconcludeerd dat het ontwerp voldoet.

4.2 Detailhandel

In artikel 3.1.6 lid 2 Bro is de ladder duurzame verstedelijking opgenomen. Een voorgenomen stedelijke ontwikkeling, waaronder detailhandel, moet aan deze ladder worden getoetst. Deze ladder bestaat uit 3 tredes die gemotiveerd moeten worden in het bestemmingsplan.

  • 1. Is er sprake van een regionale behoefte?
  • 2. Vindt de ontwikkeling plaats in bestaand stedelijk gebied?
  • 3. Indien de ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, wordt beschreven hoe deze locatie bereikbaar is en ontsloten wordt.

Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt in het centrumgebied wordt voldaan aan trede 2 en trede 3. Hierna wordt ingegaan op de toetsing aan trede 1.

Actuele regionale behoefte aan winkelaanbod

Het aanbod in detailhandel blijft in de kern Rucphen achter ten opzichte van kernen van een vergelijkbare omvang elders in Nederland (zie figuur 4.1). Door het creëren van extra ruimte voor detailhandel in het centrum van de kern wordt het centrum verder versterkt. Hierdoor zal de koopkrachtbinding toenemen (aantal bezoekers aan het centrum vanuit de kern). Afhankelijk van het soort detailhandel zal wellicht zelfs de koopkrachttoevloeïing toenemen (bezoekers van buiten de kern).

Daarnaast wordt de structuur in de kern verbeterd waardoor winkels op korte afstand van elkaar komen te liggen.

Feitelijk neemt de oppervlakte aan detailhandel toe in de kern Rucphen. Echter planologisch is dit niet het geval. De voormalige supermarkt in de kern, is nog een bestaand planologisch recht. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt deze oppervlakte aan detailhandel wegbestemd. Dit compenseert dan ook de detailhandel die wordt toegevoegd met het bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0010.png"

Figuur 4.2. Detailhandel in Rucphen

Effect van de beoogde realisatie van de detailhandel op het woon-, leef- en ondernemersklimaat

Door de komst van extra detailhandel wordt het ondernemersklimaat en het woon- en leefklimaat versterkt. De koopkrachtbinding wordt versterkt waarmee kansen voor ondernemers ontstaan.

Effect van de vestiging van de detailhandel op de leegstand

In de kern Rucphen is sprake van zeer beperkte leegstand van detailhandel (100 m² wvo). Door de komst van extra detailhandel bestaat de kans dat er extra leegstand in het centrumgebied gaat optreden. Deze leegstand zal beperkt blijven omdat het aanbod achter blijft bij kernen van een vergelijkbare omvang.

4.3 Watertoets

Waterbeheer en watertoets

Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf.

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij nader wordt behandeld.

Europa:

  • Kaderrichtlijn Water (KRW)

Nationaal:

  • Nationaal Waterplan (NW)
  • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
  • Waterwet

Provinciaal:

  • Provinciaal Waterplan 2010-2015

Waterschapsbeleid

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en -kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer.

Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2010-2015, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO “De ruimte blauw geordend” aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Waterschap Brabantse Delta beschikt tevens over een waterbeheersplan voor de periode 2016 - 2021. Dit waterbeheerplan is echter nog in ontwerp.

Om deze taak goed uit te voeren, zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. De 'Keur Waterschap Brabantse Delta 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap Brabantse Delta. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen keurbeschermingsgebieden, attentiegebieden en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning- en ontheffing verlening.

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel voor waterkeringen, waterkwaliteit en grondwater'.

Gemeentebeleid

Door de gemeente Rucphen is in samenwerking met het waterschap Brabantse Delta het visiedocument “Waterplan Rucphen” opgesteld. Dit waterplan beschrijft de wateropgave en geeft tevens aan op welke wijze de waterpartners de wateropgave willen oppakken. Het waterplan Rucphen geeft met de watervisie voor 2050 aan hoe dat eruit gaat zien. Daarnaast geeft het waterplan inzicht in de verschillende waterthema's die spelen en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de wateropgave.

Huidige situatie

Algemeen

Het plangebied bestaat uit de dorpskern Rucphen, en bestaat in de huidige situatie onder andere uit een kerk, school, gemeenschapshuis en verkeersbestemmingen. Het plangebied is nagenoeg volledig verhard (geweest).

Bodem en grondwater

Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit zandgronden. Er is sprake van grondwater trap VI. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand varieert van 0,4 tot 0,8 meter onder maaiveld, en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 1,2 meter onder maaiveld bedraagt.

Waterkwantiteit

In (de directe omgeving van) het plangebied is er geen open oppervlaktewater aanwezig. Wel is parallel aan de Rucphense Vaartkant en het Raadhuisplein een A-watergang gelegen die geheel overkluisd is (duiker).

Op alle watergangen en sloten binnen het plangebied is de keur van het waterschap van toepassing. Dit betekent voor de verschillende watergangen het volgende:

  • waterlopen categorie A: voor deze watergangen geldt dat het waterschap tot 5 m vanaf beide insteken van de watergang, randvoorwaarden stelt aan de inrichting. Binnen 4 m mogen geen obstakels aangebracht worden en binnen 5 m geen gebouwen en/of opgaande beplanting hoger dan 1,2 m. De inrichting is gericht op het onderhoud van de watergang.

Veiligheid en waterkeringen

Kern-/beschermingszones

In (de directe omgeving van) het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering.

Afvalwaterketen en riolering

Het plangebied is in de huidige situatie aangesloten op de gemeentelijke riolering.

Toekomstige situatie

Algemeen

Het plan voorziet in de ontwikkeling van 11 grondgebonden woningen, een aantal appartementen, een dorpsplein, verlegging van een weg, splitsing van een pastoriewoning, de realisatie van een MFA en een park, en commerciële ruimte. Ten gevolge van deze ontwikkelingen zal het verhard oppervlak echter niet toenemen, omdat het plangebied in de huidige situatie al nagenoeg volledig verhard is.

Door het waterschap is aangegeven dat bekeken dient te worden hoe de infiltratiemogelijkheden in het gebied zijn. Dit omdat ten zuiden van de kern Rucphen reeds sprake is van wateroverlast. Door Lankelma zijn 2 geohydrologische onderzoeken opgesteld voor het plangebied, deze zijn opgenomen in bijlage 1 en 2.

Hieruit blijkt dat de ondergrond goed infiltreert. De infiltratiesnelheid bedraagt circa 5 meter per dag. De gemeente is voornemens om het hemelwater te laten infiltreren middels infiltratieriolering en infiltratievoorzieningen.

Waterkwantiteit

De ontwikkeling voorziet niet in bebouwing ter plaatse van de aanwezige duiker. In de huidige situatie is er reeds sprake van wegen en een dorpsplein. Dit wijzigt niet ten opzichte van de nieuwe situatie maar de weg wordt wel gewijzigd, evenals het dorpsplein. Hiervoor is het mogelijk noodzakelijk om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden aan te vragen.

Watersysteemkwaliteit en ecologie

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Afvalwaterketen en riolering

Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:

  • hemelwater vasthouden voor benutting;
  • (in-) filtratie van afstromend hemelwater;
  • afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;
  • afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.

Waterbeheer

Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.

Conclusie

De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.4 Bodem

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

Onderzoek

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in functiewijzigingen. Gelet op deze functiewijziging moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de beoogde functie en moet worden nagegaan of er sprake is van gevallen van ernstige verontreiniging waarvoor saneringsmaatregelen moeten worden getroffen. Vanuit dat oogpunt is voor het plangebied een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit historisch bodemonderzoek is gebleken dat voor enkele locaties, indien ter plaatse ontwikkelingen plaatsvinden, verkennend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Uitsluitend ter plaatse van de nieuwe woningen aan de oostzijde van het plangebied is sprake van een nieuwe ontwikkeling en dus verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.

Verkennend bodemonderzoek

Voor de locatie van de beoogde nieuwe woningen is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. In bijlage 3 is het verkennend bodemonderzoek opgenomen. Het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie, alsmede een bestemmingsplanwijziging (naar de functie wonen).

De resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt. De bovengrond is licht verontreinigd met lood, minerale olie, kwik, PCB, PAK en met enkele componenten van chloorbestrijdingsmiddelen. Mogelijk zijn de lichte verontreinigingen met enkele componenten van chloorbestrijdingsmiddelen in de bovengrond veroorzaakt door de voormalige aanwezigheid van glastuinbouw. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater is een lichte verontreiniging met molybdeen geconstateerd.

Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw, alsmede de bestemmingswijziging naar de bestemming wonen op de onderzoekslocatie.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de bodem in het plangebied geschikt is voor de beoogde nieuwe functie.

4.5 Ecologie

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) de uitvoering van het plan niet in de weg staan.

Quickscan

Ten behoeve van het bestemmingsplan is een quickscan uitgevoerd, zie bijlage 8. De conclusies van deze quickscan zijn in deze paragraaf opgenomen.

Gebiedsbescherming

Natuurbeschermingswet

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of een Beschermd Natuurmonument. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 13 km) tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (Brabantse Wal) en de aard van de plannen in vergelijking met de huidige situatie, niet aan de orde. Vervolgonderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet wordt niet noodzakelijk geacht.

Nationaal Natuurnetwerk/ Ecologische Hoofdstructuur

De onderzoekslocatie is op circa 650 meter afstand van een onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur gelegen. Doordat de omgevingscondities ten aanzien van de EHS in de toekomstige situatie vergelijkbaar zijn met die van de huidige, zullen door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie de wezenlijke kenmerken en waarden van dit EHS-onderdeel derhalve niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de EHS wordt niet noodzakelijk geacht.

Groenblauwe mantel

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de Groenblauwe mantel van de provincie Noord-Brabant. Aantasting van de Groenblauwe mantel is dan ook niet aan de orde.

Soortenbescherming

In de quickscan is het volgende geconcludeerd ten aanzien van de beschermde soorten:

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0011.png"

Dit betekent dat op de locaties Park en De Vaart nader onderzoek naar vleermuizen moet worden uitgevoerd. Voor het MFA, westzijde plein, dorpsplein en woningen geldt dat er geen sloopwerkzaamheden meer nodig zijn en dat nader onderzoek niet nodig is. Voor de functiewijzigingen in de bestaande bebouwing van de pastoriewoning en het oude raadhuis is geen nader onderzoek nodig, er vinden geen verstorende ingrepen plaats.

Conclusie quickscan

De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.

Voor de locaties Park en De Vaart wordt nader onderzoek uitgevoerd. Indien vleermuizen worden aangetroffen, zijn naar verwachting maatregelen mogelijk (onder andere ophangen vleermuiskasten) om overtreding van de Flora- en faunawet te voorkomen. De wet staat de uitvoering van het bestemmingsplan naar verwachting dan ook niet in de weg.

Aanvullend onderzoek

Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat bij sloop/verbouwing van de woning (Rucphense Vaartkant 13) en kap van bomen geen verstoring plaatsvindt van een vaste rust- en/of verblijfplaats van vleermuizen en geen overtreding plaatsvindt van de Flora- en faunawet. Overigens is tussentijds besloten dat van de sloop van de woning zal worden afgezien.

Daarnaast blijkt dat bij sloop/verbouwing van De Vaart wel sprake zal zijn van verstoring van een paarverblijfplaats en mogelijk winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. In het geval van sloop/verbouwing van De Vaart zal daarom een ontheffing moeten worden aangevraagd voor het verstoren/vernietigen van een vaste rust- en verblijfplaats. Daarnaast zal in dat geval door het treffen van maatregelen de functionaliteit van de verblijfplaatsen behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen.

Conclusie

De Flora- en faunawet zal de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staan, mits er maatregelen worden getroffen ter compensatie van de verstoring van een vaste rust- en/of verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis bij het slopen of verbouwen van het gemeenschapshuis. In het geval van sloop/verbouwing van De Vaart zal daarom een ontheffing moeten worden aangevraagd voor het verstoren/vernietigen van een vaste rust- en verblijfplaats.

4.6 Archeologie en cultuurhistorie

Door Econsultancy is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6 bij het bestemmingsplan.

Algemeen

Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Rucphen ligt het plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting, waar in het verleden veen is afgegraven. Bovendien liggen delen van het plangebied binnen de historische dorpskern van Rucphen.

Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen.

Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek noodzakelijk is.

Bureauonderzoek

Uit het archeologische bureauonderzoek is gebleken dat de kans op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum - Mesolithicum middelhoog. De landschappelijke situatie in het plangebied is zodanig dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van resten van jagers - verzamelaars.

In de periode Neolithicum tot en met de Middeleeuwen (tot 1357) zal door vochtige bodemcondities en mogelijke afdekkingen door veen, de aanwezigheid van bewoning beperkt zijn geweest.

Vanaf 1357 vinden er ontginningen in het gebied plaats waardoor de kans op het aantreffen van archeologische resten (zowel nederzettingsresten als overige resten) vanaf deze periode tot heden hoog is. Dit is ook terug te zien op historisch kaartmateriaal door middel van een oud bewoningslint. Het bureauonderzoek is een verfijning van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals is weergegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. De gespecificeerde verwachtingskaart is weergegeven in figuur 4.6.

Het betreft een hoge verwachting en een hoge tot middelhoge verwachting. Deze twee zones kunnen in het bestemmingsplan aansluiting vinden met het gemeentelijk beleid namelijk;

1) 'Historische kern' met vrijstellingsgrenzen 50 m2 en niet dieper dan 30 cm.

2) 'Hoge archeologische verwachting' met vrijstellingsgrenzen 100 m2 en niet dieper dan 50 cm.

Om de archeologische resten veilig te stellen, zullen in de regels de dubbelbestemmingen 'waarde archeologie' op bovenstaande wijze worden opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0012.png"

Figuur 4.6: archeologische verwachtingswaarde plangebied

Conclusie

De potentiële archeologische waarden zijn middels archeologische dubbelbestemmingen veiliggesteld.

4.7 Wegverkeerslawaai

Onderzoek

Op de planlocatie, het centrum van Rucphen, worden op drie locaties nieuwe woningen/appartementen voorzien, daarnaast is men voornemens de Rucphense Vaartkant/Raadhuisstraat opnieuw in te richten en een nieuwe weg aan te leggen. In het kader van de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige functies, de aanleg van een nieuwe weg en reconstructie van bestaande wegen dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Deze toetsing is vastgelegd in de rapportage 'Herontwikkeling centrum Rucphen - akoestisch onderzoek' (Rho adviseurs voor leefruimte, 2016). Deze rapportage is opgenomen in bijlage 4.

Resultaat en conclusie

Nieuwe woningen en bestaande wegen

In de volgende tabel is samenvattend de geluidbelasting op de nieuwe woningen ten opzichte van de bestaande wegen opgenomen.

Locatie   Bron  
  Raadhuisstraat   Schijfse Vaartkant   Rucphense Vaartkant   Sint Martinusstraat  
Locatie 1
Bouwblok zuid  
60 dB   48 dB   -   -  
Locatie 1
Bouwblok noord  
46 dB   42 dB   -   -  
Locatie 2
 
59 dB   41 dB   58 dB   -  
Locatie 3
 
-     61 dB   52 dB  

Ten aanzien van locatie 1 is voor het zuidelijke bouwblok een overschrijding van de streefwaarde van 48 dB waarneembaar als gevolg van het wegverkeer op de Raadhuisstraat. Voor locatie 2 is sprake van een overschrijding als gevolg van het wegverkeer op de Raadhuisstraat en de Rucphense Vaartkant. Voor locatie 3 is sprake van een overschrijding ten gevolg van het wegverkeer op de Rucphense Vaartkant en de Sint Martinusstraat. De maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB wordt niet overschreden.

Nieuwe woningen en nieuwe wegen

In de volgende tabel is samenvattend de geluidbelasting op de nieuwe woningen ten opzichte van de nieuwe weg opgenomen.

Locatie   Bron  
  Nieuwe weg   Cumulatief (excl. aftrek ex art. 110 g Wgh)  
Locatie 1
Bouwblok zuid  
60 dB   66 dB  
Locatie 1
Bouwblok noord  
61 dB   66 dB  
Locatie 2
 
-   64 dB  
Locatie 3
 
-   66 dB  

Voor beide bouwblokken op locatie 1 wordt de streefwaarde van 48 dB overschreden. Tevens is op beide bouwblokken de geluidbelasting hoger dan de maximaal aanvaardbare waarde van 58 dB.

Bestaande woningen en nieuwe wegen

In de volgende tabel is samenvattend de geluidbelasting op de bestaande woningen ten opzichte van de nieuwe weg opgenomen.

Locatie   Bron  
  Nieuwe weg   Cumulatief (excl. aftrek ex art. 110 g Wgh)  
Van Glymesstraat 9   60 dB   66 dB  
Van Glymesstraat 14   52 dB   63 dB  
Oranje Nassaustraat 2   45 dB   55 dB  
Raadhuisstraat 44a en 46   53 dB   67 dB  
Raadhuisstraat 48 en 50   45 dB   66 dB  
Raadhuisplein 14 - 50   47 dB   61 dB  

De tabel laat zien dat voor verschillende bestaande woningen sprake is van een overschrijding van de streefwaarde van 48 dB als gevolg van het wegverkeer op de nieuwe weg. De maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB wordt niet overschreden.

Reconstructie

In de volgende tabel is samenvattend de toename van de geluidbelasting op de bestaande woningen opgenomen als gevolg van de reconstructie van bestaande wegen. De tabel toont enkel de woningen waar sprake is van een significante toename (2 dB of meer) van de geluidbelasting.

Locatie   Huidige geluidbelasting   Toekomstige geluidbelasting   Toename geluidbelasting boven 48 dB  
Van Glymesstraat 9   43,43 dB   57,03 dB   9,03 dB  
Van Glymesstraat 14   51,67 dB   61,30 dB   9,63 dB  
Van Glymesstraat 7   50,10 dB   53,94 dB   3,83 dB  
Oranje Nassaustraat 2   45,73 dB   51,59 dB   3,59 dB  
Julianastraat 4 zuid   58,80 dB   67,18 dB   8,38 dB  
Julianastraat 4 oost   44,03 dB   53,09 dB   5,09 dB  
Julianastraat 6 oost   43,01 dB   54,52 dB   6,52 dB  

Te zien is dat de toename van de geluidbelasting op de woningen aan de Van Glymesstraat 9 en 14, en aan de Julianastraat 4 en 6 boven de maximaal wenselijke toename van 5 dB ligt. Voor de woningen aan de Van Glymesstraat 7 en Oranje Nassaustraat 2 is ook sprake van een significante geluidtoename. Deze is echter lager dan 5 dB.

Maatregelen

Het maatregelonderzoek toont aan dat het toepassen van maatregelen aan de bron mogelijk is in de vorm van het toepassen van een asfaltverharding of stille klinkerverharding. Hiermee daalt de geluidbelasting met 2 à 3 dB ten opzichte van een wegdekverharding met klinkers in keperverband. Echter wordt dan nog niet voldaan aan de streefwaarden, waardoor een dergelijke maatregel als niet doelmatig wordt beoordeeld. Tevens acht de gemeente Rucphen het toepassen van klinkerverharding niet wenselijk. Redenen hiervoor zijn:

  • klinkerverharding draagt bij aan het verblijfskarakter van het centrumgebied;
  • klinkerverharding heeft een snelheidsremmend effect op het gemotoriseerd verkeer. Daarnaast vormt dit type verharding een onderdeel van de inrichting van het centrum deze inrichting is een van de azijnmaatregelen zoals de gemeente Rucphen voor ogen heeft om doorgaand verkeer door de kern te ontmoedigen.

Wel zijn maatregelen bij de ontvanger denkbaar in de vorm van gevelmaatregelen. Om een goed woon- en leefklimaat in de appartementen en woningen te waarborgen, dient de karakteristieke geluidwering gedimensioneerd te worden op het verschil tussen de werkelijk optredende geluidbelasting en 33 dB in geluidgevoelige ruimtes oftewel om het geluidniveau in de geluidgevoelige ruimtes van de woningen niet hoger te laten zijn dan 33 dB. Ten behoeve van het bepalen van de te treffen maatregelen aan de gevel is zijn in bijlage 4 de gecumuleerde geluidbelastingen van alle bronnen samen opgenomen. Omdat maatregelen aan de bron en in het overdrachtsgebied niet toepasbaar zijn, zijn maatregelen bij de ontvanger beoogd. Nader onderzoek naar de karakteristieke gevelwering zal uitwijzen welke maatregelen noodzakelijk zijn. De gemeente Rucphen heeft gelden vrijgemaakt om deze maatregelen kostentechnisch mogelijk te maken.

Conclusie

Door de toename van het wegverkeer op de Van Glymesstraat wordt op een aantal bestaande woningen de uiterste grenswaarde overschreden. Maatregelen aan de gevel zijn noodzakelijk voor een goed woon- en leefklimaat. De uitvoering van deze maatregelen is geborgd in de bestemming Verkeer. Ook voor de nieuwe woningen zijn gevelmaatregelen noodzakelijk. De borging van de maatregelen voor de nieuwe woningen is opgenomen in de bestemmingen Centrum en Wonen.

4.8 Luchtkwaliteit

Beleid en Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.3 weergegeven.

Tabel 4.3. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm

stof   toetsing van   grenswaarde   geldig  
stikstofdioxide (NO2) 1)   jaargemiddelde concentratie   40 µg/m³   vanaf 2015  
Fijn stof (PM2.5)   jaargemiddelde concentratie   25 µg/m³   Vanaf 2015  
fijn stof (PM10) 2)   jaargemiddelde concentratie   40 µg/m³   vanaf 11 juni 2011  
  24-uurgemiddelde concentratie   max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³   vanaf 11 juni 2011  
  • De toetsing van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 is niet relevant aangezien er pas meer overschrijdingsuren dan het toegestane aantal van 18 per jaar zullen optreden als de jaargemiddelde concentratie NO2 de waarde van 82 µg/m³ overschrijdt. Dit is nergens in Nederland het geval.
  • Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007).

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien:

  • de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a);
  • de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1);
  • bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2);
  • de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c);
  • het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

NIBM

In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:

  • een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);
  • een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg.

Onderzoek

Wet milieubeheer

Uit de mobiliteitstoets in paragraaf 4.1 blijkt dat de verkeersgeneratie 775 mvt/etmaal bedraagt. Hierbij is rekening gehouden met een vrachtwagenpercentage van 2,0 %. Met behulp van de NIBM-tool is onderzoek gedaan of de verkeersgeneratie mogelijk een in betekende mate bijdrage levert aan de luchtkwaliteit. Uit dit onderzoek blijkt dat het extra verkeer niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Derhalve is nader onderzoek niet noodzakelijk. In figuur 4.3 is de NIBM-tool weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0013.png"

Figuur 4.3: NIBM-tool

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat zowel in 2015 als in 2020 voldaan worden aan de voor dit jaar geldende normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel 4.1 Met behulp van deze monitoringstool kunnen de rekenpunten per weg worden geselecteerd voor de exacte rekenresultaten.

Het maximale gehalte stikstofdioxide in het jaar 2015 bedraagt 24,6 µg/m³, voor fijnstof PM10 bedraagt dit maximaal 23,0 µg/m³, voor fijnstof PM2,5 bedraagt dit maximaal 14,5 µg/m³, en het maximaal aantal overschrijdingsdagen van het 24-uurs gemiddelde voor fijnstof bedraagt maximaal 13 dagen. Daarmee wordt aan de grenswaarden zoals in tabel 4.1 genoemd voldaan. In afbeelding 4.4 zijn de rekenpunten voor het plangebied in 2015 weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0840.2581M0002-DEF1_0014.png" Figuur 4.4: Luchtkwaliteit 2015 o.b.v. NSL-monitoringstool.

Direct langs deze wegen wordt aan de grenswaarden voldaan, dit zal ook ter plaatse van de ontwikkeling het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.9 Relatie tot omliggende functies

Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de realisatie van woningen nabij bedrijven of vice versa:

  • een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd ter plaatse van de woningen;
  • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de eventueel in de omgeving aanwezige bedrijven/inrichtingen.

Om in dit bestemmingsplan de belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat en de bedrijfsvoering goed mee te nemen wordt voor dit plan gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden die gehanteerd worden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Naarmate de milieubelasting van de activiteiten groter is, wordt uitgegaan van een grotere richtafstand. In geval van een omgevingstype 'gemengd gebied' mag worden uitgegaan van een kleinere richtafstand. De richtafstanden vormen een eerste indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende activiteiten worden gesitueerd. Bouwen binnen de richtafstanden is eveneens aanvaardbaar, indien uit onderzoek blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij milieuhinder voorkomen wordt.

Onderzoek

In een nieuw bestemmingsplan dient onderzocht te worden of de ontwikkeling gevolgen heeft voor omliggende bedrijven/inrichtingen en/of woningen.

Het plangebied, en de directe omgeving rondom het plangebied betreft het centrum van Rucphen met de daarbij behorende diversiteit aan functies. Daarom kan gesteld worden dat functies als commerciële ruimten, lichte horeca, kantoren, maatschappelijke functies en detailhandel gewenst zijn binnen het plangebied. Deze functies komen qua milieuhinder overeen met activiteiten die behoren tot milieucategorie 1. Voor een gymzaal geldt dat deze niet specifiek is opgenomen in de VNG-brochure, echter gezien het feit dat dit onderdeel uitmaakt van het MFA en enkel is bedoeld voor schoolkinderen en senioren, kan gesteld worden dat deze activiteit vergelijkbaar is met milieucategorie 1. De gymzaal wordt bouwkundig gescheiden van gevoelige bebouwing, daarom is (geluid)overlast niet te verwachten.

Activiteiten tot en met milieucategorie 1 (of vergelijkbaar) beschikken in een gemengd gebied over een richtafstand van 0 meter. Aan een dergelijke richtafstand wordt vanzelfsprekend altijd voldaan.

Voor de lichte horeca-activiteiten geldt dat dit maximaal horeca-activiteiten zoals opgenomen in categorie 1a betreft zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels. Voor deze specifieke horeca kan gesteld worden dat dit aanvaardbaar is binnen het centrum van Rucphen direct naast woningen.

Voor zowel de te realiseren woningen, als de bestaande woningen geldt dat deze aanwezig zijn, of gerealiseerd worden op voldoende afstand van omliggende bedrijvigheid, zodat aan de richtafstand voldaan wordt.

Ter plaatse van de (te realiseren) woningen is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De omliggende functies, en de te realiseren functies worden niet in hun (toekomstig) functioneren belemmerd.

Conclusie

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de (te realiseren) woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Tevens wordt geconcludeerd dat het aspect bedrijven en omliggende functies geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.10 Veiligheid

Toetsingskader

Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:

  • bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Risicorelevante inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.

Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.

Vervoer van gevaarlijke stoffen

In de circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen is het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, wegen en spoorwegen opgenomen. Op basis van de circulaire geldt voor bestaande situaties de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 10-5 per jaar en de streefwaarde 10-6 per jaar. In nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Op basis van de circulaire geldt bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR, een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Vooruitlopend op de vaststelling van het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes is de circulaire RVGS per 31 juli 2012 gewijzigd. Met deze wijziging zijn de veiligheidsafstanden uit het Basisnet Weg en het Basisnet Water opgenomen in de circulaire. In het BEVT worden tevens plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Vooruitlopend op de vaststelling van het BEVT wordt, aan de hand van de Basisnetten, al geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden.

Buisleidingen

Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.

Onderzoek

In (de directe omgeving van) het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig en vindt eveneens geen vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen plaats. Zowel het plaatsgebonden risico, als het groepsrisico vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.11 Kabels en leidingen

Toetsingskader

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:

  • 1. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;
  • 2. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch;
  • 3. defensiebrandstoffen;
  • 4. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Onderzoek en Conclusie

In de waterparagraaf is reeds ingegaan op de in de omgeving aanwezige duiker onder het plangebied. In het plangebied zijn naast deze duiker geen andere planologisch relevante leidingen en/of kabels gelegen. Er wordt geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving

In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn vertaald naar de inhoud van het bestemmingsplan en zijn verwerkt in de planregels. Aangegeven wordt welke aspecten in het bestemmingsplan geregeld worden.

5.1 Beleid

Op basis van het gestelde in Hoofdstuk 3 Beleidskader worden de volgende conclusies getrokken.

  • De verbetering van het centrum van de kern Rucphen is reeds vastgelegd in diverse beleidsvelden (detailhandel en horecabeleid, woonvisie en vlekkenplan).
  • Algemeen geldt het uitgangspunt dat verkeersveilige en goede ontsluiting van het stedelijk gebied wordt voorgestaan, zowel op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.
  • Thans vindt, na afgewogen studie en politieke besluitvorming, vertaling plaats van het beleidsvoornemen te komen tot een verbeterde ontsluitingsstructuur van het centrum van de kern Rucphen in een concreet bestemmingsplan (Herontwikkeling centrum Rucphen).
  • De gefaseerde ontwikkeling van het project vindt plaats binnen de gestelde randvoorwaarden in het vlekkenplan en de overige geformuleerde beleidskaders.

5.2 Verbeelding en regels

Het initiatief is op de volgende wijze vertaald in het bestemmingsplan. De bestemmingen zijn op de verbeelding aangegeven in overeenstemming met de beoogde functie(s).

  • Hierbij is voor delen gekozen om de bestemming over te nemen uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan (Centrum Rucphen 1995).
  • De nieuwe verkeersstructuur is bestemd met de bestemming Verkeer.
  • Het nieuwe MFA krijgt de bestemming Gemengd.
  • De locatie van de Oude Vaart krijgt de bestemming Wonen.
  • De nieuwe voorzieningen rondom het nieuwe plein krijgen een bestemming Centrum.
  • De woningen op de locatie van het voormalige gemeentehuis krijgen de bestemming Wonen.

Door de gekozen methodiek is het gewenst ruimtelijk eindbeeld zo goed mogelijk op de verbeelding weergegeven.

5.3 Milieu en overige sectorale aspecten

Een van de uitgangspunten die ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan Herontwikkeling centrum Rucphen is de planologische haalbaarheid. Deze dient te worden aangetoond met de toets aan de verschillende sectorale wettelijke vereisten. Het betreft met name de verschillende milieuaspecten.

De ontwikkeling is vanuit de milieutechnische kant onderzocht en onderbouwd. In Hoofdstuk 4 Randvoorwaarden, onderzoek en verantwoording zijn de conclusies van deze onderzoeken verwoord. In dit hoofdstuk zijn de navolgende beperkingen geconstateerd, die vertaald worden in de juridische regeling.

  • Onder de Rucphense Vaartkant ligt een overkluisde watergang. Deze watergang is planologisch relevant en middels een dubbelbestemming vertaald in dit bestemmingsplan.
  • Uit het archeologisch bureauonderzoek is gebleken dat het centrum van Rucphen een middelhoge- tot hoge verwachtingswaarde heeft op archeologische vondsten. Om aantasting van eventuele archeologische waarden te voorkomen zijn twee verschillende archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Deze dubbelbestemmingen zijn afgestemd op de verwachtingswaarde.
  • Uit het akoestisch onderzoek volgt dat door de realisatie van het nieuwe wegvak tussen de Van Glymesstraat en de Raadhuisstraat bij enkele woningen te hoge gevelbelastingen zullen optreden. Bij deze woningen moeten dan ook gevelmaatregelen worden getroffen om in deze woningen een binnenwaarde van 33 dB te kunnen garanderen. Dit betreft de woningen Julianastraat 4, Julianastraat 6, Van Glymesstraat 9 en Van Glymesstraat 14. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsregeling opgenomen.

5.4 Conclusie

Op basis van de voorgaande hoofdstukken en de korte concluderende samenvatting in de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3, wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor het verbeteren van het centrumgebied.

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten

In hoofdstuk 6 wordt aangegeven welke bestemmingen in het plan zijn opgenomen en hoe dit de inhoud van het bestemmingsplan regelt.

  • In paragraaf 6.1 wordt de verhouding met wet- en regelgeving naast het bestemmingsplan aangegeven.
  • In paragraaf 6.2 wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
  • Ten slotte wordt in paragraaf 6.3 aangetoond dat het bestemmingsplan handhaafbaar is.

6.1 Bestemmingsmethodiek

6.1.1 Digitale uitwisselbaarheid Ruimtelijke Plannen

Het bestemmingsplan voldoet aan de laatste richtlijn ten aanzien van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Hiermee worden alle plannen in Nederland standaard ten aanzien van de vorm. Met het opstellen van het plan onder de nieuwe Wro en Bro wordt het bestemmingsplan ook digitaal toegankelijk.

6.1.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Het doel van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is om te komen tot een samenhangende beoordeling in één procedure van verschillende activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De Wabo heeft tot gevolg dat verschillende vergunningen worden verleend in één besluit, de omgevingsvergunning. De terminologie in dit bestemmingsplan is conform de Wabo.

6.1.3 Opbouw van het plan

Het bestemmingsplan omvat een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen kunnen niet los van elkaar worden gezien en dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden toegepast. De toelichting heeft op zichzelf geen rechtskracht, maar heeft een belangrijke functie omdat hierin de nagestreefde beleidsdoelen zijn verwoord en waarin een interpretatie van de regels en verbeelding is opgenomen.

Digitale raadpleging

Op de gemeentelijke website of www.ruimtelijkeplannen.nl kan het digitale bestemmingsplan worden bekeken. Bij raadpleging van het digitale bestemmingsplan wordt de gebruiker bij het aanklikken van de percelen op een beeldscherm vanzelf naar de relevante delen van het bestemmingsplan 'doorverwezen'.

Analoge raadpleging

Ondergrond

Op de verbeelding is in de ondergrond de bestaande situatie (bebouwing en kadastrale eigendomsgrenzen) weergegeven. Daarbij is gebruikgemaakt van een zo actueel mogelijk digitaal bestand. Op deze ondergrond zijn vlakken getekend waarin door middel van hoofdletters (bijvoorbeeld V van Verkeer) is aangegeven welke bestemming ter plaatse zal gaan gelden.

Bestemmingen

De bestemmingen zijn in dit bestemmingsplan met een hoofdletter (bijvoorbeeld V voor Verkeer) aangeduid. De 'bestemmingen' corresponderen met afzonderlijke artikelen in hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels). In het renvooi is daarbij dezelfde volgorde aangehouden als in het betreffende hoofdstuk.

Aanduidingen en renvooi (analoog plan)

De betekenis van alle aanduidingen (cijfers en letters) wordt verklaard in het renvooi, een overzicht met verklaring van de aanduidingen op de verbeelding. Dit renvooi is voor zover nodig en wat betreft de aanduidingen opgesplitst in:

  • gebiedsaanduidingen;
  • functieaanduidingen;
  • bouwvlak;
  • bouwaanduidingen;
  • maatvoeringaanduidingen.

Leeswijzer

Voor een beoordeling van alle bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van een perceel dient derhalve de op de verbeelding aangebrachte aanduiding te worden bekeken, het renvooi te worden geraadpleegd voor het kiezen van het juiste bestemmingsartikel in de regels, waarna het bijbehorende artikel dient te worden gelezen. Deze volgorde is de meest doelmatige om inzicht te krijgen in de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor het gebruik van en bebouwing op een perceel.

6.1.4 Wijze van bestemmen

De wijze van bestemmen is conform het handboek vergelijkbare bestemmingsplannen van de gemeente Rucphen. Hierbij zijn bestemmingen zoveel mogelijk op perceelsniveau toegekend, waarbij zich in het plangebied een diversiteit aan bestemmingen bevindt. In de bestemming is door middel van bouwvlakken de locatie van gebouwen weergegeven. Door gevellijnen is aangegeven in welke lijnen de gebouwen in elk geval moet worden gebouwd.

In de gebruiksregels is daarna het gewenste of juist ongewenst gebruik opgenomen.

Flexibiliteitsregels

In de regels zijn verschillende afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het bevoegd gezag dan wel het college van burgemeester en wethouders. In alle gevallen gaat het om afwijkingsmogelijkheden van in de bestemmingsregels opgenomen regels. Indien een van deze bevoegdheden wordt gebruikt, zal een (belangen)afweging moeten plaatsvinden. Het gaat immers om de toepassing van bevoegdheden voor het gemeentebestuur. Dat wil zeggen, dat de geboden afwijkingsmogelijkheden mogen worden gebruikt, maar dat er ook voor kan worden gekozen geen gebruik te maken van de bevoegdheid. Dit laatste houdt in dat een eventueel verzoek om toepassing te geven aan een bevoegdheid wordt afgewezen. Teneinde richting te geven aan de (belangen)afweging, zijn bij elke afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid één of meerdere afwegingscriteria (voorwaarden) opgenomen.

De individuele belangen van de betrokkenen en de betrokken waarden en het algemene belang zullen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Een enkele keer is bepaald dat door de verzoeker of door het bevoegd gezag dan wel het college van burgemeester en wethouders het een en ander moet worden aangetoond. Wanneer iets voldoende is aangetoond, is het aan het bevoegd gezag dan wel het college burgemeester en wethouders om dit te beoordelen. In enkele gevallen wordt het advies van een onafhankelijke deskundige verlangd.

Het is overigens niet ongebruikelijk dat ten behoeve van de uitoefening van een bevoegdheid, afzonderlijk beleid wordt ontwikkeld omtrent de uitoefening van die bevoegdheid.

De bevoegdheden zijn concreet begrensd, om duidelijk te maken waar de scheiding ligt tussen de bevoegdheid van het bevoegd gezag dan wel het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Deze begrenzing is uitgedrukt in bijvoorbeeld een maximale oppervlakte, inhoud, of aantal.

Bij de toepassing van de bevoegdheid wordt niet standaard de maximale ruimte geboden, maar wordt maatwerk toegepast waarbij de feitelijke situatie ter plaatse bepalend is.

6.2 Bestemmingsregeling

De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken.

Hierna worden alle planregels kort nader toegelicht.

6.2.1 Inleidende regels (Hoofdstuk 1)

Artikel 1 Begrippen

Voor de begrippen is gebruik gemaakt van de standaardregels uit de SVBP2012. In dit artikel worden uitsluitend de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. De begrippen zijn alfabetisch geordend.

Artikel 2 Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogtematen en andere maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen en op welke wijze deze moeten worden gemeten.

6.2.2 Bestemmingsregels (Hoofdstuk 2)

Artikel 4 Centrum

De bestemming Centrum is opgenomen voor de panden die reeds een Centrum bestemming hadden op basis van het geldende bestemmingsplan en voor enkele panden die hieraan toe worden gevoegd. Dit betreft het oude gemeentehuis, de pastoriewoning en het nieuwe gebouw bij het plein.

In deze bestemming zijn overal wonen, detailhandel, dienstverlening en kantoren toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding horeca is ook horeca tot en met categorie 1a toegestaan.

De goot- en bouwhoogte van gebouwen is op de verbeelding vastgelegd.

Voor de locatie aan de westzijde van het plein is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Door toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid kan de begane grond van de bebouwing ook in gebruik worden genomen voor bewoning. Deze woningen moeten dan wel passen in de regionale planningslijst woningbouw.

Artikel 5 Gemengd

De bestemming Gemengd is toegekend aan het nieuwe MFA. In deze bestemming zijn enkele maatschappelijke voorzieningen toegestaan alsook een gymzaal, vergaderaccommodaties en horeca.

Artikel 6 Groen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • groenvoorzieningen, houtgewas, bermen en beplanting;
  • extensief recreatief medegebruik;
  • water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  • bijbehorende wegen, paden en verhardingen;
  • andere tot de bestemming behorende voorzieningen.

Artikel 7 Groen - 2

Deze tweede groenbestemming is opgenomen voor de korte verbindingsweg tussen de Raadhuissraat en de St. Martinusstraat om de mogelijkheid tot het handhaven van deze weg te behouden in verband met de verkeersstromen in het plangebied. Ten opzichte van artikel 6 is daarom in artikel 7 het gebruik van gronden voor straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegevoegd.

Artikel 8 Kantoor

Ter plaatse van de bestemming Kantoor is een kantoor toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd.

Artikel 9 Maatschappelijk

Maatschappelijke bedrijven, zoals educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen alsmede voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, worden bestemd tot ‘Maatschappelijk’. Binnen ‘Maatschappelijk’ zijn geen (boven)woningen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Door het opnemen van een bouwvlak wordt de situering van de bebouwing nader geregeld. Op gronden buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. Op de verbeelding en in de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering. Ten aanzien van de situering van de gebouwen en verschillende maatvoeringen zijn afwijkingen opgenomen. Als verboden gebruik is de uitoefening van detailhandel,

anders dan als ondergeschikte nevenactiviteit bij ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteiten, opgenomen.

Artikel 10 Tuin

De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overkappingen alsmede erkers, balkons of luifels ten behoeve van aangrenzende hoofdgebouwen worden gebouwd. In de regels zijn nadere bouwregels gegeven voor deze uitbreidingen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 11 Verkeer

De wegen en bijbehorende verblijfsgebieden worden bestemd als ‘Verkeer’. Deze bestemming geldt voor alle straten, erven en wegen, er is dus geen onderscheid noodzakelijk naar de wegcategorisering. Onder deze bestemming zijn tevens begrepen groenstroken, bermen en bomen langs wegen, waarvan het schaalniveau het niet toelaat deze concreet te bestemmen in het bestemmingsplan. Tevens is de aanduiding evenemententerrein opgenomen voor het plein en een deel van de Schijfse Vaartkant. Hierdoor wordt het houden van evenementen zoals de jaarlijkse kermis aldaar toegestaan.

Op de betreffende gronden mogen kleine gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. Door gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te staan wordt het mogelijk om bijvoorbeeld een gebouw toe te staan ten behoeve van nuts- en speelvoorzieningen. Specifieke bouwbepalingen voor straatmeubilair worden in de bestemming niet gegeven. Dergelijke bouwwerken, zoals verkeersborden, wegbewijzeringsborden, verkeerslichten, verkeerssignaleringssystemen en abri's

worden aangemerkt als vergunningvrije bouwwerken conform het Besluit omgevingsrecht. Voor de oprichting van een dergelijk bouwwerk wordt niet aan de bouwregels in het bestemmingsplan getoetst.

Artikel 12 Wonen

Woningen bestemd voor de huisvesting van één huishouden zijn in het bestemmingsplan bestemd tot ‘Wonen’. De 11 voorziene grondgebonden woningen zijn aangeduid met de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’. Voor de overige bouwregels voor deze woningen is aangesloten op de standaardbepalingen die gelden voor aaneen, twee-aaneen en vrijstaand gebouwde woningen.

Algemeen

Er is gekozen om op de verbeelding bouwvlakken op te nemen met bouwaanduidingen en maximale hoogten. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak, met inachtneming van een eventueel aangegeven maximaal aantal wooneenheden. Onderscheiden worden de hoofdtypen aaneengebouwd, gestapeld, twee-aaneen en vrijstaand. Door het opnemen van een bouwvlak wordt de situering van de bebouwing nader geregeld.

Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht binnen en buiten het op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Overal mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht.

In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering; per bouwaanduiding gelden verschillende maatvoeringen voor breedtes en afstanden tot de zijdelingse perceelsgrens. De diepte van de bouwvlakken is niet in de regels, maar via het bouwvlak op de verbeelding op 12 meter bepaald. Een uitzondering betreft de locatie van de Oude Vaart, ter plaatse heeft het volledige bestemmingsvlak een bouwvlak gekregen. Van dit vlak mag maximaal 75% worden bebouwd.

Flexibiliteit

Het plan biedt daarnaast de mogelijkheid om door middel van afwijkingsbevoegdheden op flexibele ofwel gewenste toekomstige ontwikkelingen in te spelen. Ten aanzien van de situering van de gebouwen en verschillende maatvoeringen zijn afwijkingen opgenomen.

Gebruiksregels

Het plan bevat specifieke gebruiksregels ten aanzien van een aan huis gebonden beroep. In de regels is daarnaast een specifieke afwijking van de gebruiksregels opgenomen ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in een woning. Mede onder invloed van de sociaal-economische omstandigheden ontstaat er namelijk een zekere druk om in de directe woonomgeving beperkte bedrijfsmatige activiteiten te ontwikkelen. Enerzijds bestaat dit uit activiteiten

die traditioneel in praktijkruimten worden uitgevoerd zoals arts, tandarts, fysiotherapeut, advocaat of accountant, anderzijds gaat het om ambachtelijke activiteiten zoals een lijstenmakerij of een stoffeerderij. De gemeente acht stimulering van deze vorm van werkgelegenheid en goede begeleiding gewenst, aangezien voor de bevolking enige ontplooiingsruimte wordt gecreëerd en de woonomgeving wordt verlevendigd. Aan de bevoegdheden voor beroeps- en bedrijfsmatig gebruik van een woning worden nadere voorwaarden gesteld, zoals dat het totaal in gebruik te nemen vloeroppervlak voor de activiteiten nooit meer bedraagt dan 50 m².

Detailhandelsactiviteiten zijn niet toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit in verband met het desbetreffende beroep of bedrijf. In de regels is daarnaast een specifieke afwijking van de gebruiksregels opgenomen om onder voorwaarden het bewonen van een bijbehorend bouwwerk of tijdelijke vrijstaande woonunit door of voor inwonende ouders mogelijk te maken. De gemeente

acht een beleidsregel hiervoor noodzakelijk, omdat er regelmatig een beroep wordt gedaan op mogelijkheden om vanwege inwonende ouders voorzieningen aan te brengen. Eén van de eisen die aan de afwijking gesteld wordt is dat het bouwwerk aan maximale maatvoeringen is gebonden, dat de gemeentelijke zorgmakelaar wordt benaderd alsmede dat (bij een woonunit) de woonunit bij het einde van de mantelzorg wordt verwijderd én de alsdan vooraf gesloten overeenkomst vervalt.

Artikel 13 Waarde - Archeologie 2

Naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en) zijn de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' in de historische bebouwingslinten van Rucphen primair bestemd voor het behoud en de bescherming van de aanwezige archeologische waarden van de gronden. Er gelden specifieke regels voor het bouwen en er is een omgevingsvergunningstelsel (voorheen aanlegvergunning) opgenomen voor bebouwing met een grotere oppervlakte dan 50 m² en een diepte van meer dan 0,30 meter. In deze gevallen dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.

Een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen om de mogelijkheid te creëren om een archeologische waarde, na onderzoek, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen of veranderen. Veelal wordt een onderzoekrapport vereist waaruit blijkt of er inderdaad archeologische waarden zijn en/of deze worden verstoord.

Artikel 14 Waarde - Archeologie 3

Naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en) zijn de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3' (alle gronden buiten de linten) primair bestemd voor het behoud en de bescherming van eventuele archeologische waarden van de gronden. Het is een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde. Er gelden specifieke regels voor het bouwen en er is een omgevingsvergunningstelsel (voorheen aanlegvergunning) opgenomen voor bebouwing met een grotere oppervlakte dan 100 m² en een diepte van meer dan 0,50 meter. In deze gevallen dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.

Een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen om de mogelijkheid te creëren om een archeologische waarde, na onderzoek, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen of veranderen. Veelal wordt een onderzoekrapport vereist waaruit blijkt of er inderdaad archeologische waarden zijn en/of deze worden verstoord.

Artikel 15 Waterstaat - Overkluizing

Deze dubbelbestemming is bedoeld voor het beschermen van de A-watergang onder de Rucphense Vaartkant. De regeling is gericht op het ongemoeid laten van deze overkluisde watergang.

6.2.3 Algemene regels (Hoofdstuk 3)

Artikel 16 Antidubbeltelregel

Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaar wisselen.

Artikel 17 Algemene bouwregels

In artikel 6 is de mogelijkheid opgenomen voor burgemeester en wethouders nadere eisen te stellen. De nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten.

Artikel 18 Algemene gebruiksregels

In de algemene gebruiksregels is het verboden gronden, gebouwen en bouwwerk, geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. Het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie is eveneens uitgesloten.

Artikel 19 Algemene afwijkingsregels

Voor een aantal, ondergeschikte, afwijkingen van bouwen en/of gebruik ten opzichte van de planregels kunnen burgemeester en wethouders met dit artikel bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan.

Artikel 20 Algemene wijzigingsregels

Via de algemene flexibiliteitsregels zijn afwijkingen van de bestemmingen of de bestemmingsgrenzen toelaatbaar te stellen. Overigens geldt ook hier dat deze regels als algemene regel gelden voor alle bestemmingen. Daar waar in de bestemmingsregels een specifieke regeling is getroffen voor het vergroten van bestemmingsvlakken, bouwvlakken, kan geen gebruik worden gemaakt van deze algemene regel.

6.2.4 Overgangs- en slotregels (Hoofdstuk 4)

Artikel 21 Overgangsrecht

De overgangsregels hebben tot doel de rechtstoestand te begeleiden van bouwwerken die gebouwd zijn of kunnen worden gebouwd en die afwijken van de bebouwingsbepalingen van het plan. Tevens is bepaald dat het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van het rechtskracht verkrijgen van het plan (rechtens) afwijkt van de in het onderhavige plan gegeven bestemming, kan worden voortgezet.

Deze regels zijn opgenomen in het Bro en zijn op voorgeschreven wijze overgenomen.

Artikel 22 Slotregel

De regels worden als genoemd in dit artikel (Herontwikkeling centrum Rucphen) aangehaald.

6.3 Handhaafbaarheid

Nadat het plan eenmaal is vastgesteld zal er voldoende aandacht besteed dienen te worden aan de handhaving van de regels van het plan. Het handhaven door een gemeente is zowel van belang voor de rechtszekerheid van de burger als de geloofwaardigheid van de gemeente. Ook bij de planvoorbereiding is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan de handhaving. Zo moeten er in het plan geen regels worden opgenomen die niet te handhaven zijn.

In verband met de rechtszekerheid legt dit bestemmingsplan de beoogde situatie juridisch vast. Daarnaast zijn in het kader van flexibiliteit (beperkte) bevoegdheden tot afwijking of wijziging opgenomen. Deze flexibiliteitbepalingen vloeien voort uit de in het Handboek digitale bestemmingsplannen Gemeente Rucphen en de bijbehorende modelregels van de gemeente gemaakte beleidskeuzes.

Om vast te stellen of het bestemmingsplan ook in de toekomst blijft voldoen aan de gestelde eisen speelt nazorg een belangrijke rol. Periodieke toetsing van het bestemmingsplan aan nieuwe ontwikkelingen is daarbij noodzakelijk. Daarnaast is met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening de plicht ontstaan dat het bestemmingsplan een keer in de 10 jaar wordt herzien. Ook dit draagt bij aan het actueel houden van het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1.1 Inspraak- en overlegprocedure

Met een publicatie in weekblad "De Rucphense Bode" van 30 september 2015 en op de gemeentelijke website is – ter voldoening aan het bepaalde in artikel 1.3.1 van het Bro – kennis gegeven van de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan voor het centrumgebied van de kern Rucphen.

Het voorontwerp bestemmingsplan heeft tezamen met de daarbij behorende stukken gedurende een periode van zes weken (vanaf 1 oktober t/m 11 november 2015) ter inzage gelegen in het gemeentehuis. Het voorontwerp was daarnaast ook digitaal te raadplegen via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl (plan identificatie: NL.IMRO.0840. 2581M0002-VO01). Een ieder is gedurende voornoemde periode de mogelijkheid geboden om over het voorontwerp een gemotiveerde inspraakreactie aan burgemeester en wethouders te richten. Bij aanvang van de periode is ook het wettelijk verplichte (voor)overleg gestart met daarvoor aangewezen overheidsinstanties.

In het kader van de inspraakprocedure is één schriftelijke inspraakreactie en zes ingevulde reactieformulieren ingediend en drie schriftelijke overlegreacties. In bijlage 9 is de nota van beantwoording opgenomen.

7.1.2 Ambtshalve aanpassingen

Tussen het voorontwerpbestemmingsplan (versiedatum: 11-09-2015) en het ontwerpbestemmingsplan (versiedatum: 29-01-2016) zijn verschillende aanpassingen doorgevoerd. In bijlage 10 zijn de voornaamste ambtshalve aanpassingen benoemd. Tussen het ontwerpbestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan zijn geen ambtshalve aanpassingen doorgevoerd.

7.1.3 Zienswijzen

Burgemeester en wethouders hebben, ter voldoening van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met een publicatie in de Staatscourant en de Rucphense Bode van 2 maart 2016 en op de gemeentelijke website kennis gegeven van de aanstaande terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het plan heeft aansluitend vanaf 3 maart 2016 gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis en was daarnaast digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl (plan identificatie: NL.IMRO.0840.2581M0002-ON01). Belanghebbende (overheids)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging.

Gedurende de termijn van terinzagelegging heeft een ieder over het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze, naar keuze schriftelijk of mondeling, naar voren kunnen brengen bij de gemeenteraad. De geboden mogelijkheid heeft geleid tot een drietal schriftelijke zienszijen. In bijlage 11 is de Nota van zienswijzen opgenomen, waarin de binnengekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord. Bij zijn besluit om het bestemmingsplan vast te stellen heeft de raad een amendement aangenomen. Dit amendement wordt tevens toegelicht in bijlage 11 en is betrokken in de beantwoording van de zienswijzen. Tevens is aangegeven in hoeverre zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.

7.2 Economische uitvoerbaarheid

Onderzoek

Het bestemmingsplan Herontwikkeling centrum Rucphen voorziet in het realiseren van een betere ontsluitingsstructuur in het centrumgebied. Daarnaast worden enkele nieuwe voorzieningen gerealiseerd.

Met alle grondeigenaren, waarbij de bestemming wijzigt, is een anterieure overeenkomst gesloten. Hierdoor is het opstellen van een exploitatieplan niet nodig.

Met de gemeentelijke kosten is in de meerjarenbegroting rekening gehouden. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met het aanpassen van de ontsluitingsstructuur, het treffen van maatregelen aan woningen als gevolg van de aanpassing van de ontsluitingsstructuur en het realiseren van de MFA. Hierdoor is voldoende dekking voor het realiseren van het voorliggende bestemmingsplan.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het project economisch uitvoerbaar is.