direct naar inhoud van 4.8 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Buitengebied Rijssen-Holten
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1742.BPB2011000-0401

4.8 Cultuurhistorie en archeologie

Het bestemmingsplan richt zich op bescherming van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden. De gemeentelijke beleidsuitgangspunten ten aanzien van het landschap zijn in 4.2 Landschap reeds aan de orde gekomen. Deze paragraaf gaat in op de wijze van bescherming van archeologische waarden en bouwkundige monumenten.

Archeologische waarden

Voor het archeologisch erfgoed zijn de Monumentenwet en de Wet op de archeologische monumentenzorg (2006) de kaders (zie hierna). De Monumentenwet is ook het kader voor bouwkundige monumenten.

Monumentenwet
De Monumentenwet 1988 heeft als doel de bescherming van monumenten en de bescherming van stads- en dorpsgezichten. Wat monumenten zijn omschrijft de wet als volgt: (1) alle voor ten minste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; en (2) terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1. Bij monumenten kan het dus zowel gaan om bouwkundige als om aardkundige (archeologische) monumenten. Stads- en dorpsgezichten zijn groepen van onroerende zaken welke van algemeen belang zijn en in welke zich één of meerdere monumenten bevinden.
Gemeentelijke monumenten worden aangewezen op basis van een gemeentelijke monumentenverordening, die weer gebaseerd is op de Gemeentewet. In de gemeente Rijssen-Holten geldt de Monumentenverordening 1997. Hierin staat vermeld dat het verboden is een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Beschermde gemeentelijke monumenten staan vermeld op een gemeentelijke monumentenlijst.
Het ministerie van OC&W heeft in 2009 de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) opgesteld. De beleidsbrief geeft de nieuwe visie op de monumentenzorg weer. De modernisering monumentenzorg is gebaseerd op 3 pijlers:
- pijler 1: cultuurhistorische belangen meewegen in ruimtelijke ordening. Hierbij vindt een verschuiving plaats van objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak;
- pijler 2: krachtiger en eenvoudiger regelen. Minder, kortere en eenvoudiger procedures, afstand tussen expert en leek kleiner, meer vrijheid en keuzemogelijkheden voor monumenteigenaren;
- pijler 3: bevorderen van herbestemmingen. Historische gebouwen, complexen, terreinen en landschappen kunnen hun functie en daarmee hun gebruik verliezen. Dit kan leiden tot verval. Het toekennen van een andere bestemming kan bijdragen aan het behoud.  

Wet op de archeologische monumentenzorg
Met de Wet op de archeologische monumentenzorg, die op 19 december 2006, is aangenomen door de Eerste Kamer, is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Malta, tot stand gekomen op 16 januari 1992 te Valletta, is een Europees verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed. Afgesproken is dat er bij ruimtelijke plannen meer rekening wordt gehouden met archeologie. In de Wet op de archeologische monumentenzorg is geregeld wat dit concreet betekent.  

De gemeente Rijssen-Holten heeft een archeologisch onderzoek laten uitvoeren, dat geleid heeft tot een archeologische verwachtingskaart (zie 2.5.2 en 3.9). Aan de archeologische verwachtingskaart zijn beleidsadviezen gekoppeld. Per kaartcategorie is een advies gegeven hoe met deze archeologische waarden kan worden omgegaan. De Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart zal in de loop van dit jaar worden vastgesteld door de gemeenteraad van Rijssen-Holten. De beleidsadviezen zijn daarom doorvertaald naar het bestemmingsplan. In Bijlage 11 is een samenvatting van de beleidsadviezen per kaartcategorie opgenomen (bron: Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart). In de volgende tabel is aangegeven welke bestemming dan wel aanduiding per kaartcategorie is toegekend.

Tabel 4.1 Toegekende bestemming per kaartcategorie.

Waardering terrein/gebied   Bestemming/aanduiding  
AMK-terreinen (rijksmonumenten)   dubbelbestemming "Waarde - Archeologisch monument"  
AMK-terreinen (geen rijksmonumenten)   dubbelbestemming "Waarde - Archeologie"  
Zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde   dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog"  
Zones met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde   dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog"  
Zones met een lage archeologische verwachtingswaarde   geen dubbelbestemming  
Verstoringen   geen dubbelbestemming  

Bouwkundige monumenten

De lijst met Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, die gelegen zijn binnen het plangebied, is reeds opgenomen in 3.9 Cultuurhistorie en archeologie. De Rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in het bestemmingsplan niet aangeduid omdat de bescherming reeds via de Monumentenwet en de gemeentelijke monumentenverordening is geregeld.