| Plan: | Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1 |
Algemeen
De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem, en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling, is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta). In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit Verdrag.
De belangrijkste uitgangspunten van het verdrag zijn:
Inmiddels is de nieuwe Wet op de Archeologische monumentenzorg op 1 september 2007 in werking getreden. In deze wet zijn de uitgangspunten van het verdrag van Malta overgenomen.
De wet maakt het nu verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke ordeningsplannen. Als er binnen het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn, dient altijd een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. In dit conserverende bestemmingsplan is dat echter niet het geval. Hieronder wordt kort de bestaande situatie weergegeven.
Bestaande situatie
Voor archeologie en cultuurhistorie is het van belang te kijken naar de volgende aspecten:
Figuur 4.3: Uitsnede erfgoedkaart
In de verstoorde gebieden wordt nader onderzoek niet zinvol geacht. De gebieden met een hoge, middelhoge en lage verwachtingswaarde - de categorieën 4 t/m 6 - dienen echter beschermd te worden en zijn derhalve in voorliggend bestemmingsplan voorzien van een dubbelbestemming. Elke categorie (zie tabel 4.1) heeft een eigen bescherming wat betreft onderzoeksplicht en ondergrenzen voor de omvang en diepte van een ingreep.
Tabel 4.1: vrijstellingsgrenzen archeologie
Conclusie
Dit bestemmingsplan houdt rekening met de aangewezen verwachtingswaarden. Vanuit het oogpunt van archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.