direct naar inhoud van 4.5 Natuur en soorten
Plan: Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1

4.5 Natuur en soorten

Algemeen

De Europese richtlijnen de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd door middel van de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet.
De Flora- en faunawet is met name van belang bij de soortenbescherming van planten en dieren, terwijl de Natuurbeschermingswet zich met name richt op gebiedsbescherming en dan ook gebieden aanwijst ten behoeve van de bescherming van planten en dieren.

Natuurbeschermingswet / Natura 2000

Het plangebied grenst aan het Natura 2000 gebied 'Weerter- en Budelerbergen en Ringselven', maar maakt hier geen onderdeel van uit. In figuur 4.4 is het Natura 2000 gebied met een gele arcering aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0015.png"

Figuur 4.4: Begrenzing Natura 2000 gebied 'Weerter- en Budelerbergen en Ringselven

In 2010 is door DLG Roermond een beheerplan voor dit Natura 2000-gebied opgesteld en aangeboden aan de Minister. Het beheerplan beschrijft ondermeer de precieze begrenzing van de in stand te houden natuurwaarden, in welke mate natuurwaarden moeten worden ontwikkeld en hoe de uitvoering van het beheerplan wordt gemonitord en gefinancierd. In totaal is de Weerter- en Budelerbergen en Ringselven aangemeld voor negen instandhoudingsdoelen, waarvan drie habitattypen, drie habitatsoorten en drie vogelrichtlijnsoorten (Ministerie van LNV, 2006a). Voor twee typen (Galigaanmoeras en Hoogveenbossen) is in het beheerplan een prioritaire status toegekend omdat een belangrijk deel van hun natuurlijk verspreidingsgebied op de Weerter- en Budelerbergen en Ringselven ligt. De benoemde instandhoudingsdoelen hebben onder andere betrekking op behoud of uitbreiding van het oppervlakte en verbetering van de kwaliteit van soorten.

Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen in het plan voorzien die van invloed zijn op het omliggende Natura 2000 gebied.

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Het plangebied is gelegen in en nabij de ecologische hoofdstructuur (EHS). Tevens is een deel van het plangebied aangemerkt als attentiegebied EHS en als groenblauwe mantel. Figuur 3.3 in paragraaf 3.3.1 visualiseert de ligging van deze gebieden. Beheer van terreindelen die nu een hoge potentiële natuurwaarde hebben draagt bij aan verdere versterking van de EHS.

Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen in het plan voorzien die van invloed zijn op de EHS.

Flora- en faunawet

Binnen het plangebied komen soorten voor die onder het beschermingsregime van de Flora- en faunawet vallen.

De aanwezigheid van (kern)populaties van Drijvende waterweegbree, de Kamsalamander en de Kleine modderkruiper wordt, op basis van de beschikbare gegevens, uitgesloten. Overigens kent de Kamsalamander een sterk geïsoleerde populatie in het Ringselven (LNV, 2008). Uitwisseling tussen het plangebied en het omliggende Natura 2000-gebied is nauwelijks aan de orde. Dit vanwege de beperkte mobiliteit van deze soorten en het vrijwel volledig ontbreken van tussenliggend geschikt habitat. Belangrijk hierbij is ook dat de soorten gebonden zijn aan water, waarbij ten aanzien van de Kamsalamander geldt dat deze ook in het landschap rondom voortplantingspoelen leeft.

Royal Haskoning (2009) concludeert dat de waarde van het plangebied voor amfibieën (of overige hoge / bijzondere natuurwaarden) sinds 2006 blijkbaar sterk is afgenomen. Er is sprake van vergaande verruiging door Pijpenstrootje. Hierdoor is er geen sprake van een geschikt landhabitat in een groot deel van het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de Rugstreeppad voorkomt in het plangebied. Ook niet daar waar de omgeving potentieel geschikt is voor deze soort.

De Nachtzwaluw, Boomleeuwerik en Roodborsttapuit zijn beschermd in Natura 2000-gebied 'Weerter- en Budelerbergen & Ringselven'. Deze drie soorten zijn van oudsher bekend uit heidevelden met stuifzanden welke in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Gezien de aanwezigheid van een grote hoeveelheid (veelal meer) geschikte habitats binnen deze terreinen is het bijzonder onwaarschijnlijk dat vogels die tot broeden komen in het omliggende Natura 2000-gebied voor hun broedsucces afhankelijk zijn van het plangebied.

Op basis van onderzoek wordt geconcludeerd dat de waarde van het plangebied veelal zeer laag is, met name voor amfibieën en reptielen.

Dit bestemmingsplan voorziet in het vastleggen / actualiseren van de bestaande situatie en rechten. Nieuwe ontwikkelingen zijn met dit bestemmingsplan niet voorzien. Er treedt dan ook geen strijdigheid op met de Flora- en faunawet.

Conclusie 

Dit bestemmingsplan houdt rekening met de aangewezen natuurbeheersgebieden. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen in het plan voorzien die van invloed zijn op de omliggende natuur. Vanuit het oogpunt van ecologie is er geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.