| Plan: | Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1 |
Het Rijk heeft expliciet vastgelegd dat bij het opstellen van bestemmingsplannen een zogenaamde ‘waterparagraaf’ of ‘watertoets’ wordt opgenomen. Hierin dient te worden beschreven hoe het aspect water een plaats krijgt in het bestemmingsplan.
Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. De waterparagraaf behelst een beschrijving van de huidige situatie ten aanzien van het grondwater, het oppervlaktewater en de waterketen rondom Nyrstar.
Grondwater
Grondwaterstroming
Voor het beschrijven van het hydrologische systeem kan een onderscheid worden gemaakt in het meer regionale diepere grondwatersysteem en de hierop gelegen zeer locale grondwatersystemen.
In de deklaag is van nature sprake van een neerwaartse stroming als gevolg van infiltrerend hemelwater. De stromingsrichting van het diepere grondwater wordt voornamelijk bepaald door de dikte en helling van de watervoerende pakketten in de ondergrond. Binnen het plangebied hellen de diepere bodemlagen over het algemeen richting het noorden. Dit als gevolg van de ligging binnen de zogenaamde Centrale Slenk. Het ter plaatse van het gebied infiltrerende water dat in de diepere bodemlagen terecht komt zal daardoor over het algemeen richting het noorden stromen. Dit water kan op deze manier grote afstanden afleggen en pas kilometers verderop weer opkwellen.
In het eerste watervoerende pakket is regionaal gezien sprake van een afnemende stijghoogte in noordelijke en noordoostelijke richting. De horizontale stroomsnelheid van het grondwater in die richting bedraagt 15 tot 25 m/jaar.
Op de hoger gelegen delen van het gebied is voornamelijk sprake van infiltratie. Het gebied behoort tot het zogenaamde Budelsysteem, dit is een (inter)lokaal grondwatersysteem. Het infiltrerende water in het Budelsysteem voedt de waterlopen de Weergraaf en de Boschloop. Daarnaast ligt ten zuiden van het plangebied, rond het Ringselven, een zone die gevoed wordt door locale kwel.
Grondwaterstanden
Nabij het plangebied (aan de noordzijde) zijn een groot aantal peilbuizen aanwezig, waarmee het peil en de kwaliteit van het freatisch grondwater wordt gemonitoord. Uit het stijghoogteverloop van deze peilbuizen blijkt dat de grondwaterstand aan de zijde van het plangebied hoger ligt dan ten noorden van het plangebied.
De wisseling in grondwaterstanden wordt uitgedrukt door middel van de gemiddeld hoogste (GHG) en laagste grondwaterstand (GLG). Daarbij wordt de GHG als maatgevende grondwaterstand gehanteerd voor de toetsing van het ontwerp aan de te hanteren ontwateringsnormen.
Voor een globale indicatie van de GHG en GLG zijn de Bodemkaart van Nederland (1985) en de Wateratlas van de provincie Noord-Brabant (grondwaterdynamiekkaarten 2000 en later) geraadpleegd. Volgens de Bodemkaart komt binnen het plangebied grotendeels een grondwatertrap V voor. Dit komt overeen met een GHG van ondieper dan 0,4 m –mv en een GLG van dieper dan 1,2 m –mv. Volgens de Wateratlas ligt de GHG overwegend op 0 tot 0,2 m –mv. De GLG ligt overwegend dieper dan 2,0 m –mv.
Afgaand op de indicatieve gegevens van de grondwaterstand (=Bodemkaart en Wateratlas) en de peilbuizen ten noorden van het plangebied lijkt de GHG in het plangebied te liggen op circa NAP +34,0 m. Afgaand op de hoogtemeting van het gebied ligt de GHG in het gebied ten zuiden van de spoorlijn op ruim 1,0 m –mv.
Grondwaterkwaliteit
Uit onderzoeken die sinds 1985 op het terrein zijn uitgevoerd, is gebleken dat het grondwater verontreinigd is met vooral sulfaat, zink en cadmium. Zowel het freatisch grondwater als het eerste watervoerende pakket zijn verontreinigd. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn de uitloging van kelderassen (ophoogmateriaal) en diffuse emissies uit het voormalige productieproces. Meer recent is een lekkage uit de residubekkens (jarosietbekken 1) geconstateerd.
De verontreinigingen vanwege dit en potentiële verontreiniging uit de andere residubekkens, gelegen ten zuiden van het plangebied, wordt tegenwoordig beheerst en gesaneerd door het onttrekken van water uit de onderdrainage. Het onttrokken water wordt gezuiverd in de waterzuiveringsinstallatie en daarna geloosd op de Tungelroysche Beek.
Herkomst verontreinigingen
Het is bekend dat het freatisch grondwater en het eerste watervoerende pakket op het grootste deel van het terrein van Nyrstar Budel B.V. verontreinigd is met zware metalen (voornamelijk zink en cadmium) en sulfaat. Deze verontreinigingen zijn vooral veroorzaakt door uitloging vankelderassen en diffuse emissies van het oude proces.
Ook het freatisch grondwater en het watervoerende pakket onder en stroomafwaarts van de stortlocatie aan de Fabrieksstraat blijkt in vergelijkbare concentraties verontreinigd te zijn met deze verbindingen. De aangetoonde verontreinigingen met zware metalen en sulfaat zijn derhalve niet direct te relateren aan verontreinigingen uit het stortmateriaal. Een zekere bijdrage door verontreinigingen uit het stortmateriaal is niet uitgesloten, aangezien vermoedelijk eveneens bedrijfsafval (drukkerijen) en zinkslakken zijn gestort. De (licht) verhoogd aangetoonde concentraties aan enkele oplosmiddelen, fenol-index en minerale olie onder de stortplaats zijn vermoedelijk wel afkomstig uit het stortmateriaal. Er is geen verspreiding van de olie-verontreiniging stroomafwaarts van de stortlocatie aangetoond.
Oppervlaktewater
Oppervlaktewatersysteem
Binnen en in de nabijheid van het gebied ligt een aantal bovenlopen van de Dommel. Een deel van het plangebied valt binnen het stroomgebied van de Boschloop, een zijtak van de Kleine Aa. Het Ringselven ligt binnen het stroomgebied van de Tungelroysche beek. Ten zuiden van het plagebied ligt de Zuid-Willemsvaart.
Verder liggen nabij het plangebied meerdere sloten en greppels. Aan de westzijde van het plangebied is een relatief brede watervoerende sloot gelegen. Deze sloot staat in contact met het Ringselven en loopt ten noorden van de spoorlijn van Nyrstar een klein stuk richting het oosten door in het natuurgebied. Vanuit de sloot infiltreert water in de omliggende bodem, waarmee het natuurgebied en de aanwezige vennen worden gevoed.
Figuur 4.1: Watergangen (bron: waterschap De Dommel). De ligging van het plangebied is globaal aangegeven met een rode cirkel
De nabijgelegen vennen, waaronder het Ringselven worden gevoed door de Hamonterbeek, die vanaf de westzijde de vennen in stroomt. Na de vennen stroomt de beek onder de Zuid-Willemsvaart door en vervolgt zijn weg onder de naam Tungelroysebeek op Limburgs grondgebied. De ongezuiverde lozingen in België hebben een nadelig effect op de kwaliteit van het water.
Waterkwaliteit
Op basis van de zomergemiddelde in 2001 voor de meetpunten in de Boschloop, Sterkselkanaal, Buulder Aa , Strijper Aa en Groote Aa kan worden gesteld dat de landelijke normen voor stikstof (N-totaal) en fosfor (P-totaal) niet gehaald worden. Het oppervlaktewater is te voedselrijk. Opvallend hierbij is dat nabij het inlaatpunt vanuit België in de Strijper Aa/Roerdomp de waarden voor stikstof en fosfor sterk verhoogd zijn. Dit duidt er op dat vanuit België eutroof water de gemeente instroomt. De zuurstofhuishouding in de watergangen is redelijk op orde. Het biochemisch zuurstofverbruik in het oppervlaktewater zit beneden de richtlijn en de zuurstofgehalten zitten over het algemeen boven de gewenste norm.
Vooral zink is in het oppervlaktewater in verhoogde concentraties aanwezig, de gewenste minimumkwaliteit wordtoverschreden. Nabij de inlaatpunten vanuit België in de Strijper Aa/Roerdomp en de Buulder Aa is sprake van een forse overschrijding.
Waterketen
Geohydrologisch beheerssysteem
Om te voorkomen dat het verontreinigde grondwater zich buiten de grenzen van het terrein kan verspreiden is in 1992, als saneringsmaatregel, een Geohydrologisch beheerssysteem (GBS) geïnstalleerd. Met dit systeem (hydrologische isolatie) wordt een kunstmatige waterscheiding gecreëerd en wordt het verontreinigde grondwater opgepompt en in een speciale waterzuivering gezuiverd. Het water wordt vervolgens op de Tungelroysche Beek geloosd.
Grondwateronttrekkingen
Op het terrein van Nyrstar Budel B.V. zijn in het pakket van maaiveld tot 40 m –mv een aantal grondwateronttrekkingen aanwezig voor het beheersen, saneren en tegengaan van grondwaterverontreinigingen (GBS). Uit dit pakket wordt jaarlijks ruim 2 miljoen m3 water onttrokken. Op een diepte van 225 m –mv wordt ten behoeve van het proces jaarlijks maximaal 760.000 m3 ontrokken. In figuur 4.2 is de huidige watersituatie van Nyrstar, waaronder de grondwateronttrekkingen, weergegeven. Inmiddels wordt een deel van het water uit het GBS ingezet als proceswater.
Figuur 4.2: Huidige watersituatie plangebied en bestaand terrein Nyrstar Budel B.V.
De onttrekkingen van het GBS hebben vooral lokaal effect. De weerstand van de scheidende laag (kleilaag Formatie Sterksel) is zo groot, dat effecten op grotere diepte verwaarloosbaar zijn. Als gevolg van de onttrekkingen is het freatisch grondwater binnen het plangebied met circa 0,1 tot 0,4 m verlaagd.
In het gebied tussen Budel-Dorplein en Weert wordt uit het eerste watervoerend pakket grondwater onttrokken ten behoeve van de drinkwatervoorziening (pompstation Budel) en de industrie. Deze onttrekkingen hebben geen noemenswaardig effect op de grondwaterstroming op en nabij het terrein van Nyrstar Budel B.V.
Afvalwater
In het zinkproductieproces van Nyrstar Budel B.V. ontstaat op verschillende plaatsen afvalwater dat samen met het water uit het GBS en het onderdrainage water van de residubekkens wordt gereinigd in een waterzuiveringsinstallatie alvorens het wordt geloosd op de Tungelroysche Beek. Deze beek mondt uiteindelijk in de Maas uit.
De kwaliteit van het gezuiverde afvalwater (300 – 400 m3/uur) wordt continu bewaakt. Afgelopen jaren zijn de emissies verder gedaald ten opzichte van 2000. Dit is toe te schrijven aan het uit bedrijf nemen van de AWN waterzuivering in 2000 en de optimalisatie van het proces en de processturing van de nieuwe waterzuiveringsinstallaties.
In de waterzuivering wordt het sulfaat in het afvalwater bacteriologisch omgezet in sulfide. Het sulfide vormt samen met de aanwezige metalen onoplosbare metaalsulfiden die afgescheiden worden en in het productieproces opnieuw ingezet worden. Het water uit deze biologische behandeling is van een zodanige kwaliteit dat het op het oppervlaktewater geloosd kan worden.
De zinkconcentratie in de Tungelroysche Beek, bovenstrooms van Nyrstar Budel B.V. is hoger dan de zinkconcentratie in het afvalwater. In 2002 was al het eerste effect te zien van het afgraven van de Havenweg die in 2000/2001 heeft plaatsgevonden (zink concentratie Verlegde Tungelroysche Beek) en het opschonen van de klaarvijvers.