| Plan: | Buitengebied, Veegplan 5 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1702.8BPveegplan5-VA01 |
Het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' is door de raad van de gemeente Sint Anthonis vastgesteld op 18 juni 2013. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' kon met een aantal ontwikkelingen nog geen rekening worden gehouden. Inmiddels zijn er een zestal (nieuwe) particuliere initiatieven die niet passen binnen het bestemmingsplan en de latere partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 7 juli 2016). De zes ruimtelijke verzoeken zijn door de gemeente beoordeeld en haalbaar geacht. Conform de aanpak van de gemeente Sint Anthonis worden deze initiatieven in een overkoepelende bestemmingsplanherziening opgenomen, zijnde onderhavig bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 5'.
Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 5' betreft het vijfde veegplan voor het buitengebied van de gemeente Sint Anthonis. Met de systematiek van veegplannen wordt periodiek een bestemmingsplanprocedure gestart waarin kansrijke initiatieven vanuit de markt zijn opgenomen.
Daarnaast zijn, na vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' en het bestemmingsplan 'Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Sint Anthonis', nog een aantal omissies geconstateerd. Enerzijds betreft dit verkeerde interpretaties van de bestaande situatie anderzijds is er sprake van onduidelijke regelingen en enkele verschrijvingen, die de leesbaarheid c.q. uitvoerbaarheid van het plan bemoeilijken.
De ontwikkelingen, die onderdeel uitmaken van dit veegplan zijn gerubriceerd naar hun achtergrond. De eerste rubriek zijn de nieuwe ontwikkelingen waarvoor inmiddels een ruimtelijke onderbouwing is opgesteld en met een bestemmingsplan geregeld kunnen worden.
De tweede rubriek omvat 'Planverbeteringen', bij deze rubriek horen de 'omissies'. De geconstateerde omissies zijn in het kort aangegeven en beschreven, alsmede de door te voeren verbeteringen.
Na de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' zijn zes nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied actueel geworden. Deze ontwikkelingen passen niet binnen dit bestemmingsplan en de latere partiële herziening en vragen om een nieuwe bestemmingsplanregeling.
Het betreft ontwikkelingen op de volgende locaties:
De ontwikkelingen worden hierna kort omschreven. Per ontwikkeling is in het kort aangegeven wat de afwijkingen zijn met het geldende bestemmingsplan. Voor elk initiatief is in opdracht van de initiatiefnemer een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing opgesteld, inclusief de benodigde omgevingsonderzoeken. Deze ruimtelijke onderbouwingen vormen de basis voor dit bestemmingsplan en zijn als bijlage toegevoegd aan de toelichting.
Het voornemen bestaat om aan de Beekstraat 26 te Westerbeek twee zaken mogelijk te maken. Het betreft:
Ter plaatse van Beekstraat 26 vigeert het bestemmingsplan 'Kleine Kernen' dat op 18 juni 2013 door de gemeenteraad van Sint Anthonis is vastgesteld. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft over dit bestemmingsplan een uitspraak gedaan op 16 april 2014. De uitspraak houdt in dat het vaststellingsbesluit ten aanzien van één specifiek perceel is vernietigd. Door middel van het bestemmingsplan 'Kleine Kernen, 1e Herziening', dat ter reparatie van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is opgesteld is e.e.a. hersteld. Daarnaast bleek toen men dit plan ging opstellen dat een drietal locaties binnen het plangebied in het bestemmingsplan Kleine Kernen niet geheel juist bestemd waren en dat er omissies in de regels zaten. Dit is met het bestemmingsplan 'Kleine Kernen, 1e Herziening' eveneens hersteld. Deze herziening is op 18 juni 2015 door de gemeenteraad van Sint Anthonis vastgesteld. Op onderhavige locatie vigeren momenteel dan ook twee bestemmingsplannen. Het projectgebied kent momenteel twee bestemmingen, namelijk 'Wonen' en 'Tuin'. Verder is sprake van een dubbelbestemming in het kader van archeologische waarden. Het gaat om 'Waarde – Archeologie 3'. Op een deel van het perceel is nog sprake van de gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' en 'agrarisch gebied'.
Met het planvoornemen wordt de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' toegevoegd, met de aanduiding 'twee-aaneen'. De bestaande bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' blijven deels van kracht, maar ook hier wordt de aanduiding 'twee-aaneen' toegevoegd. Daarnaast wordt door middel van de aanduiding 'maximum volume (m3)' de maximale inhoud van de burger- respectievelijk bedrijfswoning geregeld. Verder wordt de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paardenverblijf 1' opgenomen, ter waarborging dat alleen ter plaatse van die aanduiding een paardenverblijf mag worden opgericht. Door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - gastenverblijf' wordt geregeld dat maximaal drie gastenverblijven zijn toegestaan. Verder wordt door middel van de aanduiding 'bedrijf uitgesloten' geregeld dat ter plaatse geen bedrijfsactiviteiten ten behoeve van het verblijfsrecreatieve bedrijf zijn toegestaan. Daarnaast wordt door middel van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' maximaal 672 m2 aan bedrijfsgebouwen (het paardenverblijf en de gastenverblijven), de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken toegestaan. Op basis van de Verordening Ruimte 2014 komt de aanduiding 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' te vervallen en wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'. Voor het overige wijzigen de (dubbel)bestemming en aanduidingen niet.
De ruimtelijke onderbouwing waaruit de juridisch planologische haalbaarheid van deze ontwikkeling blijkt, is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting.
Op de locatie aan de Boxmeerseweg 14 te Sint Anthonis bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf waar in het verleden een varkenshouderij gevestigd was. Men is voornemens in deze gebouwen activiteiten verder te ontplooien ten behoeve van een niet-agrarisch bedrijf. Het betreft een functieverandering van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming voor milieucategorie 1 en 2.
De locatie heeft de bestemming 'Agrarisch - Grondgebonden' met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. Verder heeft de locatie de gebiedsaanduidingen 'agrarisch gebied', 'waarde archeologie 3' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'.
In verband met het planvoornemen wordt de bestemming gewijzigd naar 'Bedrijf' en wordt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – reparatie en onderhoud van auto's, motoren en machines' opgenomen. De aanwezige dubbelbestemming en de gebiedsaanduidingen blijven van toepassing op de locatie. Op basis van de Verordening Ruimte 2014 komt de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' te vervallen en wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'.
Middels de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' wordt 500 m2 aan bedrijfsgebouwen toegestaan. Verder ligt een deel van het plangebied aan de Boxmeerseweg 14 binnen de geurcontour van een nabijgelegen veehouderij. In verband daarmee wordt door middel van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' geregeld dat ter plaatse geen nieuwe geurgevoelige objecten zijn toegestaan.
Om via bestuursrechtelijke weg de landschappelijke inpassing af te kunnen dwingen wordt voor de beplantingsplicht en de instandhouding aan de bestemmingsregeling een voorwaardelijke verplichting toegevoegd.
De ruimtelijke onderbouwing waaruit de juridisch planologische haalbaarheid van deze ontwikkeling blijkt, is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting.
Aan de Boxmeerseweg 26-28 in Sint Anthonis is een agrarisch bedrijf en aannemersbedrijf aanwezig. Er is een voornemen om het bouwvlak van vorm te veranderen ten behoeve van dit agrarisch bedrijf en tevens als nevenactiviteit het aannemersbedrijf fysiek te bestemmen.
In de 'Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Sint Anthonis', vastgesteld 7 juli 2016, is het perceel bestemd als 'Agrarisch – Intensieve veehouderij'. Het bouwvlak is 1,68 hectare groot. Het bedrijfsperceel is gedeeltelijk voorzien van een functieaanduiding 'tuin' en het gehele perceel heeft de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. Het plangebied is tevens (deels) gelegen binnen de gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied', 'overige zone - agrarisch gebied', 'overige zone – gemengd landelijk gebied' en 'overige zone – waarde archeologie 3'.
De aanpassing betreft een vormverandering van het bouwvlak en vestiging van het aannemersbedrijf als neventak. Deze vormverandering is noodzakelijk voor de bouw van een varkensstal van 2.100 m2 met bijbehorende erfverharding en voorzieningen. De agrarische functie van de locatie blijft behouden, evenals de aard van de agrarische bedrijfsvoering zijnde een intensieve veehouderij. Het gedeelte van de bestemming 'Agrarisch - Intensieve veehouderij' dat na deze planwijziging geen deel meer uitmaakt van het bouwvlak, krijgt echter de bestemming 'Agrarisch'. De nieuwe voorzieningen worden door middel van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - aannemersbedrijf', 'tuin' en 'specifieke vorm van agrarisch - erfverharding' als zodanig bestemd. Het maximum bebouwd opppervlak ten behoeve van het aannemersbedrijf als nevenactiviteit bedraagt 920 m2. Op basis van de Verordening Ruimte 2014 komt de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' te vervallen en wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'.
Om via bestuursrechtelijke weg de landschappelijke inpassing af te kunnen dwingen wordt voor de beplantingsplicht en de instandhouding aan de bestemmingsregeling een voorwaardelijke verplichting toegevoegd.
De ruimtelijke onderbouwing waaruit de juridisch planologische haalbaarheid van deze ontwikkeling blijkt, is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting.
In het bestemmingsplan “Buitengebied Sint Anthonis 2013” is de locatie Noordkant 19a en 19b gekoppeld aan de locatie Noordkant 21. Voor de locatie Noordkant 19a en 19b is in dat bestemmingsplan verblijfsrecreatie toegekend. Specifiek voor de locatie Noordkant 21 is in dit bestemmingsplan een horecafunctie toegekend welke mag worden gebruikt voor de verblijfsrecreatie aan de Noordkant 19a en 19b. Deze locaties zijn in het bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 1' ontkoppeld. Het voornemen is om de voormalige horecafunctie als ondergeschikte, aan de camping gerelateerde, horeca te verplaatsen naar het campingterrein. Daarnaast worden er aanvullende, in hoofdzaak aan de camping gerelateerde, recreatieve activiteiten toegestaan in de bestaande rijhal.
Onderhavige locatie heeft in het vigerend bestemmingsplan de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met de functieaanduidingen 'recreatiewoning' en 'kampeerterrein'. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen 'agrarisch gebied', 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied', 'bebouwingsconcentratie' en 'beperkingen veehouderij' van toepassing. Verder is aan het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' met de gebiedsaanduiding 'waarde archeologie 3' toegekend.
De horecafunctie van het recreatieve bedrijf, welke zich voorheen bevond op de locatie Noordkant 21 zal worden verplaatst naar de locatie Noordkant 19a (de reeds aanwezige rijhal). Ter plaatse van de rijhal met terras wordt de aanduiding 'dagrecreatie' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is dagrecreatie uitsluitend ten behoeve van campinggasten toegestaan, alsmede evenementen overeenkomstig het bepaalde in de planregels. Ten behoeve van de horecafunctie met bijbehorend terras wordt de aanduiding 'horeca' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is horeca ten behoeve van dagrecreatie en evenementen zoals bedoeld in de planregels toegestaan. Verder wordt voor de paardenverblijven ten behoeve van de rijhal de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paardenverblijf 2' opgenomen. Op basis van de Verordening Ruimte 2014 komt de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' te vervallen en wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'. Voor het overige wijzigen de (dubbel)bestemming en aanduidingen niet.
De ruimtelijke onderbouwing waaruit de juridisch planologische haalbaarheid van deze ontwikkeling blijkt, is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting.
Het voornemen bestaat om het bouwvlak van het agrarisch bedrijf op de locatie aan de Noordstraat 39 te Landhorst te vergroten ten behoeve van de bouw van een nieuwe loods voor de opslag van machines en installaties. Binnen de grenzen van het bouwvlak is geen ruimte voor de aanleg van de nieuw op te richten loods.
Het perceel heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming 'Agrarisch - Grondgebonden', met de gebiedsaanduidingen 'agrarisch gebied' en 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied'.
In verband met het planvoornemen wordt het bouwvlak vergroot tot circa 0,6 hectare. De aanwezige bestemming en aanduidingen blijven van kracht. Op basis van de Verordening Ruimte 2014 komt de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' te vervallen en wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'.
Om via bestuursrechtelijke weg de landschappelijke inpassing af te kunnen dwingen wordt voor de beplantingsplicht en de instandhouding aan de bestemmingsregeling een voorwaardelijke verplichting toegevoegd.
De ruimtelijke onderbouwing waaruit de juridisch planologische haalbaarheid van deze ontwikkeling blijkt, is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting.
Op de locatie aan de Radioweg 1 te Stevensbeek bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf waar in het verleden een veehouderij gevestigd was. Nu een agrarisch bedrijf niet meer aanwezig is of opportuun gelet op de ligging, zal de bestemming gewijzigd worden om een burgerwoning mogelijk te maken.
De locatie heeft, op basis van het vigerende bestemmingsplan, de bestemming 'Agrarisch - Grondgebonden' met de gebiedsaanduidingen 'agrarisch gebied' en 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied'.
In de nieuwe situatie zal de bestemming 'Agrarisch – Grondgebonden' worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. Op basis van de Verordening Ruimte 2014 komt de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' te vervallen en wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'. De overige aanduidingen blijven aanwezig op de betreffende locatie.
Om via bestuursrechtelijke weg de landschappelijke inpassing af te kunnen dwingen wordt voor de beplantingsplicht en de instandhouding aan de bestemmingsregeling een voorwaardelijke verplichting toegevoegd.
De ruimtelijke onderbouwing waaruit de juridisch planologische haalbaarheid van deze ontwikkeling blijkt, is opgenomen in bijlage 6 van deze toelichting.
Na vaststelling en inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' en de bijbehorende herziening is tijdens het gebruik geconstateerd dat sprake is van een aantal verbeterpunten. In een aantal gevallen is sprake van onduidelijke regelingen en in enkele gevallen is ook sprake van een onjuiste, niet met de bestaande situatie overeenkomende weergave op de verbeelding. Ook dient gelet op de recente wijziging van de Verordening ruimte Noord-Brabant in juli 2017 een regeling over staldering te worden opgenomen. In onderhavig bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 5' worden navolgende verbeteringen aangebracht.
Op basis van de planvoorschriften van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2000' is door het college van Sint Anthonis vrijstelling verleend voor het ontkoppelen van de bedrijfslocaties Verlorenhoek3/1a en Verlorenhoek 7a te Wanroij en voor het realiseren/gebruiken van de bestaande inpandige woongelegenheid op het perceel Verlorenhoek 1a te Wanroij als tweede agrarische bedrijfswoning. Echter is op basis van het vigerende bestemmingsplan een tweede bedrijfswoning niet toegestaan. Derhalve wordt op de betreffende locatie aan de Verlorenhoek 1a de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 2 toegevoegd.
In het bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 2' is de locatie Vlagberg 31 opgenomen. Ter hoogte van de bestemming 'Groen' is tevens een paardrijbak aanwezig. Echter, op grond van de bestemmingsplanregeling in Veegplan 2 is een paardrijbak binnen de groenbestemming niet toegestaan. Veegplan 2 dient hierop aangevuld te worden. Derhalve wordt in Veegplan 5 de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardrijbak' opgenomen.
Ter plaatse van Peelkant 70 ligt een camping. In het geldende bestemmingsplan heeft het campingterrein de bestemmingen 'Recreatie', 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden'. Het bestemmingsplan wordt in overeenstemming gebracht met de bestaande, vergunde situatie ter plaatse. Dit betekent dat een groot deel van het campingterrein wordt bestemd als 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. In de regels wordt opgenomen dat het totaal aantal kampeermiddelen op het kampeerterrein maximaal 25 bedraagt en dat permanente kampeermiddelen, waaronder stacaravans, niet zijn toegestaan. Verder wordt voor de bed & breakfast een aanduiding opgenomen.
Op basis van de Verordening Ruimte 2014 wordt de aanduiding 'agrarisch gebied' gewijzigd in 'overige zone - gemengd landelijk gebied'.
Ter plaatse van Duivenbosweg 2 te Overloon ligt Camping Duivenbos. Deze camping ligt deels op het grondgebied van de gemeente Sint-Anthonis en deels op het grondgebied van de gemeente Boxmeer. Dit betekent dat thans voor het campingterrein twee bestemmingsplannen met verschillende regels gelden: voor het deel van de camping dat in de gemeente Sint Anthonis is gelegen, geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' (en de bijbehorende herziening). Voor het deel van de camping dat in de gemeente Boxmeer is gelegen, geldt het bestemmingsplan 'Duivenbos' (vastgesteld 29 april 2010).
In het kader van de uniformiteit is het wenselijk om voor het gehele campingterrein hetzelfde bestemmingsplanregime op te nemen. Daarom krijgt het campingterrein voor zover gelegen binnen de gemeente Sint Anthonis de bestemming 'Recreatie - Camping Duivenbos' en worden voor deze bestemming de regels van het bestemmingsplan 'Duivenbos' overgenomen. Aangezien deze bestemmingsplanwijziging geen ruimtelijke impact heeft, het campingterrein ter plaatse heeft immers al een recreatieve bestemming, zijn er geen belemmeringen voor deze aanpassing van het bestemmingsplan.
In juli 2017 is de Verordening ruimte Noord-Brabant geactualiseerd. In de geactualiseerde Verordening ruimte Noord-Brabant zijn 6 zogenaamde ‘Stalderingsgebieden’ aangewezen. Binnen deze gebieden gelden extra randvoorwaarden aan ontwikkeling van hokdierhouderijen. Onder het begrip 'hokdierhouderij' wordt verstaan: een veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. De extra randvoorwaarden geven sturing aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en richten zich daarnaast op het tegengaan van (verdere) leegstand. Kort gezegd is vanwege deze extra randvoorwaarden een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdierhouderijen binnen een bouwperceel alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen.
De stalderingsregeling uit de Verordening ruimte Noord-Brabant is verwerkt in voorliggend bestemmingsplan.
De in dit bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 5' opgenomen ontwikkelingen hebben in enkele gevallen consequenties voor de aanwezige waarden op archeologisch, cultuurhistorisch, landschappelijk en/of natuurlijk terrein. Echter het betreft steeds ontwikkelingen waarvan in het kader van de daarvoor afzonderlijk opgestelde onderbouwingen reeds onderzoek naar eventuele effecten op aanwezige waarden plaatsgevonden. Deze eventuele onderzoeken zijn opgenomen in de bijlage bij de ruimtelijke onderbouwingen. Verder is in het kader van dit veegplan geen verdere inventarisatie naar eventueel in geding zijnde waarden uitgevoerd omdat deze bij eerdere planvorming of bij eerder doorlopen procedures reeds geoordeeld is dat geen onevenredige aantasting van genoemde waarden plaatsvindt.
Verder leiden de omissies ten opzichte van de bestaande situatie niet tot nieuwe situaties waarmee aanwezige archeologische, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden in gevaar komen.
De in dit bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 5' opgenomen ontwikkelingen hebben in enkele gevallen milieuhygiënische consequenties. Echter het betreft steeds ontwikkelingen waarvan in het kader van de daarvoor afzonderlijk opgestelde onderbouwingen reeds onderzoek naar eventuele effecten op aanwezige milieuconsequenties plaatsgevonden. Deze onderzoeken zijn opgenomen in de bijlage bij de ruimtelijke onderbouwingen. Verder is in het kader van dit veegplan geen verdere inventarisatie naar eventueel in geding zijnde milieuwaarden uitgevoerd omdat deze bij eerdere planvorming of bij eerder doorlopen procedures reeds geoordeeld is dat geen onevenredige aantasting van genoemde waarden plaatsvindt.
Verder leiden de omissies ten opzichte van de bestaande situatie niet tot nieuwe situaties waarvoor een milieubeoordeling noodzakelijk is.
Voor de waterhuishoudkundige aspecten is dezelfde redenering van toepassing, als hierboven beschreven onder de paragraaf 'milieuaspecten'.
In het kader van de watertoets wordt het voorontwerp veegplan voor reactie toegezonden aan het Waterschap Aa en Maas.
Het wettelijk kader voor de inhoud en de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De Wro, het Bro en de Rsro bevatten regels ten aanzien van de (digitale) vormgeving, inhoud en raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen, met als doel bestemmingsplannen uniform vergelijkbaar en uitwisselbaar te maken.
Een bestemmingsplan bestaat in elk geval uit een verbeelding (plankaart) en planregels, die samen het juridisch deel van het bestemmingsplan vormen. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting (zoals onderhavige toelichting), die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels, zoals bijvoorbeeld een Staat van bedrijfsactiviteiten. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing dan wel motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting, zoals rapporten van onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd.
Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken.
De regels zijn opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De regels bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke (dubbel)bestemming is voorzien in een apart artikel. Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding.
De bestemmingsregels zijn in beginsel steeds op dezelfde manier opgebouwd:
Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk 'Afwijken van de bouwregels' en 'Afwijken van de gebruiksregels'.
Voor zover gewenst kan in de regels voor een bestemming worden voorzien in een vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden. Deze vergunningstelsels dienen dan veelal ter bescherming van binnen de bestemming voorkomende waarden of ter bescherming van bijvoorbeeld ondergrondse leidingen. Indien gewenst kan ook worden voorzien in een bevoegdheid om een bestemming geheel dan wel gedeeltelijk te wijzigingen in een andere bestemming. Dergelijke bevoegdheden worden opgenomen onder het kopje 'Wijzigingsbevoegdheid'.
Naast voornoemde veel voorkomende onderdelen van bestemmingsregels kan worden voorzien in een vergunningstelsel voor het slopen van bebouwing en specifieke procedureregels.
Voor alle ontwikkelingen zijn de bestemmingen afgesteld op het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Sint Anthonis 2013' en bijbehorende herzieningen, inclusief de specifieke aanduidingen. De dubbelbestemmingen of gebiedsaanduidingen zijn veelal één op één overgenomen.
De regels voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen en aanduidingen zijn net als de relevante begrippen, meetvoorschriften en algemene regels overgenomen van het bestemmingsplan 'Buitengebied, Veegplan 1'.
Het bestemmingsplan doorloopt als (voor)ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten:
a. Voorbereiding:
Vooroverleg met instanties
Watertoets
b. Ontwerp:
1e terinzagelegging (ontwerp bestemmingsplan)
c. Vaststelling:
Vaststelling door de Raad
2e terinzagelegging (vastgesteld bestemmingsplan)
d. Beroep:
Beroep bij Raad van State
Op basis van de voorbereiding van dit bestemmingsplan zijn de gemeentelijke vooroverlegpartners om advies gevraagd op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. Een verslag met een samenvatting van deze reacties en het gemeentelijk standpunt met betrekking tot deze reacties is als bijlage 7 opgenomen bij deze toelichting.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 26 juni 2018 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ontvangen. Voor de beoordeling en standpuntbepaling bij deze zienswijze wordt verwezen naar de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen in bijlage 8.
Op 13 september heeft de gemeenteraad van Sint Anthonis het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, met de wijzigingen zoals aangegeven in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.