direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied, RvR Wittebergweg 24, Braakweg 12, Nutterseweg 9 en Koninksweg ong.
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op vier locaties in de gemeente Dinkelland welke gezamenlijk deelnemen aan de rood-voor-rood regeling.

Aan de Wittebergweg 24 in Nutter is een agrarisch erf gelegen met twee bedrijfswoningen en enkele bedrijfsgebouwen. De landschapsontsierende schuren hebben een oppervlakte van 2.585 m². Het voornemen bestaat om één van de bestaande bedrijfswoningen en de agrarische bedrijfsgebouwen te slopen en een vervangende woning op het erf te realiseren. Op basis van de rood-voor-rood regeling dient minimaal 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing te worden gesloopt om in aanmerking te kunnen komen voor een compensatiewoning. Vanwege de aanwezige sloopoppervlakte kunnen op basis hiervan drie woonrechten in het kader van rood voor rood worden verstrekt. Het toevoegen van deze woningen aan de reeds twee aanwezige woningen is niet gewenst. Er is daarom gekozen voor het overbrengen van de drie woonrechten elders in het buitengebied van Dinkelland, aan de Braakweg 12 in Lattrop-Breklenkamp, Nutterseweg 9 in Oud Ootmarsum en Koninksweg tussen nummer 16 en 18 in Saasveld.

Het erf aan de Wittebergweg 24 in Nutter betreft op dit moment een bedrijfsperceel voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Het agrarische bedrijf is reeds gestaakt en zal in de toekomstige situatie een woonerf worden. Voorgenoemde ontwikkelingen passen niet binnen de geldende bestemming, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Ligging

Het plangebied bestaat uit vier verschillende locaties: de Wittebergweg 24 in Nutter, Braakweg 12 in Lattrop-Breklenkamp, Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum en Koninksweg naast nr. 16 in Saasveld. Alle locaties liggen binnen de gemeente Dinkelland.
In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven en zijn de locaties aan de Wittebergweg in Nutter en Nutterseweg in Oud Ootmarsum omcirkeld. In figuur 1.2 zijn de locaties aan de Braakweg in Lattrop Breklenkamp en de Koninksweg in Saasveld aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0001.png" Figuur 1.1: Ligging Wittebergweg Nutter en Nutterseweg Oud Ootmarsum (bron: PDOK)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0002.png" Figuur 1.2: Ligging Braakweg Lattrop Breklenkamp en Koninksweg Saasveld (bron: PDOK)

Wittebergweg 24 Nutter

De locatie Wittebergweg 24 in Nutter, kadastraal bekend gemeente Denekamp, sectie A nummers 4638 en 3970. De Wittebergweg ligt in de buurtschap Nutter.

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum
De locatie Nutterseweg 9 in Oude Ootmarsum, kadastraal bekend gemeente Denekamp, sectie A nummer 4123 en 4124. De Nutterseweg ligt ten westen van Oud Ootmarsum.

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp
De locatie Braakweg 12 in Lattrop Breklenkamp, kadastraal bekend gemeente Denekamp sectie L nummers 1826, 1827, 905 en 420 (gedeeltelijk). De Braakweg ligt ten zuidoosten van Lattrop.

Koninksweg Saasveld
De locatie aan de Koninksweg in Saasveld ligt naast nummer 16 en is kadastraal bekend gemeente Weerselo, sectie V nummer 678. De locatie aan de Koninksweg ligt aan de rand van de bebouwde kom.

Begrenzing

De begrenzing van het plangebied is in de onderstaande figuren voor iedere locatie separaat weergegeven (rood omkaderd). Zie de - digitale - verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0003.png"
Figuur 1.3: Begrenzing Wittebergweg 24 Nutter (bron: PDOK)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0004.png"
Figuur 1.4: Begrenzing Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp (bron: PDOK)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0005.png"
Figuur 1.5: Begrenzing Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum (bron: PDOK)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0006.png"
Figuur 1.6: Begrenzing plangebied Koninksweg Saasveld (bron: PDOK)

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010. Onderstaand zijn uitsneden van de verbeelding voor de locaties weergegeven en is een nadere toelichting verschaft.

Wittebergweg 24 Nutter

Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch - 1' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf met op een deel een bouwvlak. Aan de overzijde van de Wittebergweg ligt een bouwvlak dat onderdeel uitmaakt van het bedrijfsperceel. Tevens geldt er de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'.

Deze gronden zijn bedoeld voor het uitoefenen van een grondgebonden agrarisch bedrijf. De aanduiding van extensiveringsgebied is met name gericht op het voorkomen/uitbreiden van intensieve veehouderij.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0007.png"

Figuur 1.7: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010", Wittebergweg 24 Nutter
(bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum

Het perceel aan de Nutterseweg 9 is bestemd voor wonen. Per bestemmingsvlak is maximaal één woonhuis toegestaan. Het bouwen van een tweede woning is daarbinnen niet mogelijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0008.png"
Figuur 1.8: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010", Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum
(bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp

De gronden aan de Braakweg 12 zijn bedoeld voor wonen. Ook hier geldt dat per bestemmingsvlak één woonhuis is toegestaan. Aan de overzijde van de Braakweg is de schuur die bij het perceel hoort, specifiek aangeduid als een veldschuur.
Het bouwen van een extra woning past niet binnen het geldende bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0009.png"

Figuur 1.9: Uitsnede uit bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' Braakweg 12 Lattrop
(bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Koninksweg Saasveld

Het perceel aan de Koninksweg heeft nu de bestemming 'Agrarisch' zonder een bouwvlak.
De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor agrarisch gebruik, het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan.
Het bouwen van een woning op deze locatie is niet mogelijk binnen de geldende bestemming.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0010.png"

Figuur 1.10: Uitsnede uit bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' Koninksweg Saasveld
(bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, RvR Wittebergweg 24, Braakweg 12, Nutterseweg 9 en Koninksweg ong.' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken.

  • Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01);
  • Bijlagen bij de toelichting;
  • Regels;
  • Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

Hoofdstuk 2 Het plan

2.1 Huidige situatie

Wittebergweg 24-26 Nutter

Het perceel is gelegen aan de Wittebergweg dat onderdeel uit maakt van de gemeente Dinkelland. In 1950 zag het huidige perceel er uit zoals de onderstaande foto. Hier is te zien dat er op dat moment (1950) het erf nog aan de andere kant van de weg was gelegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0011.png"
Figuur 2.1 Situatie rond 1950 (bron: topotijdreis.nl)

Het erf is later naar de andere kant van de weg verplaatst. Op dit perceel zijn meerdere gebouwen te vinden namelijk een woning, kampeerboerderij en stallen voor de veehouderij. Het bedrijf ligt dichtbij het Natura2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek.
In het kader van uitvoering Natura2000 is in samenspraak met de Provincie Overijssel besloten de huidige werkzaamheden niet voort te zetten.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0012.png" Figuur 2.2: Foto huidige situatie (bron: Googlestreetview)

Het gaat hier om de kampeerboerderij en de stallen voor de veehouderij. Het plan is om de bebouwing te slopen in het kader van de rood voor rood regeling. De woning kan in dat geval behouden blijven. Daarmee zouden 3 opstallen gesloopt kunnen worden, zie daarvoor onderstaande verbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0013.png"

Figuur 2.3: In rood te slopen landschapsontsierende bebouwing en in oranje te saneren kuilplaten (bron: geo.overijssel.nl)

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum

Het erf aan de Nutterseweg 9 bestaat uit een voormalige boerderijwoning, een schuur, een woning en nog wat kleinere schuurtjes. De gebouwen zijn gesitueerd rondom een toegangserfje. De boerderijwoning is in slechte staat en als woning vervangen door de bestaande woning.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0014.png"

Figuur 2.4: Huidig erf aan de Nutterseweg 9 (bron: GoogelStreetview)

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp

Op het erf aan de Braakweg 12 staan een woning, drie schuren, tuinhuis, kippenhok, bijenhok en een schuur en mestvaalt aan de andere zijde van de weg. De woning ligt direct aan de weg.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0015.png"

Figuur 2.5: Vogelvluchtperspectieffoto erf Braakweg 12 (bron: Cyclomedia)

Koninksweg Saasveld

Het perceel aan de Koninksweg is een braakliggend perceel, dat is gelegen tussen de nummers 16 en 18, aansluitend aan de nieuwbouw van Saasveld, Diezelkamp 3.
afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0016.png"

Figuur 2.6: Huidige situatie (bron: Googlestreetview)

2.2 Toekomstige situatie

Het betreft een rood-voor-roodsituatie waarbij 5 locaties zijn betrokken. Op de locatie Wittebergweg 24 wordt 2.585 m² landschapsontsierende bebouwing gesloopt en 91 m² aan de Braakweg 12. Dat is in totaal 2.676 m² aan landschapsontsierende bebouwing, dat wordt gesloopt. Het voornemen is hiervoor drie compensatiewoningen te bouwen aan de Braakweg 12, Nutterseweg 9 en aan de Koninksweg.


Ten behoeve van de nieuwe erfinrichting is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld met daarin voor elke locatie een landschapsontwerp. Onderstaand wordt per deellocatie, een weergave van de toekomstige situatie weergegeven volgens het landschapsontwerp. Het complete ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen als Bijlage 7 Ruimtelijk kwaliteitsplan rood voor rood bij deze toelichting.

Wittebergweg 24 Nutter

In het kader van uitvoering geven aan Natura2000 is in samenspraak met provincie Overijssel besloten om de huidige werkzaamheden te stoppen.

Dat heeft tot gevolg dat er landschapsontsierende bebouwing gesloopt gaat worden. Het is bedoeling om deze te slopen in het kader van de rood-voor-rood-regeling. Het gaat om drie opstallen met een totale oppervlakte van 2.585 m². Tevens worden de kuilvoerplaten gesaneerd.
Deze oppervlakte maakt het mogelijk om drie compensatiewoningen terug te bouwen. Voor het bouwen van een compensatiewoning is minimaal 850 m² per woning vereist.

Op deze locatie zijn twee (bedrijfs)woningen aanwezig. Extra woningen op deze locatie is uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit niet gewenst. Deze sloopmeters kunnen op andere locaties worden ingezet. Eén van de bestaande woningen wordt gesloopt en elders op het perceel terug gebouwd. Hoe deze drie woningen op de andere locaties worden ingepast, komt hieronder in beeld.
De situatie aan de Wittebergweg gaat wijzigen door de sloop. In de afbeelding hieronder is weergegeven hoe de initiatiefnemers het erf landschappelijk gaan inpassen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0017.png"

Figuur 2.7 erfinrichting toekomstige situatie Wittebergweg 24 Nutter (bron: N+L landschapsontwerpers)

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum

De oude boerderijwoning is in slechte staat en wordt gesloopt en op die plek wordt een nieuwe woning gebouwd. De woning wordt op dezelfde wijze gesitueerd als de boerderij.
De opzet van het erf blijft hetzelfde als in de bestaande situatie.
De sloop van de boerderij van ca. 900 m³ (oppervlakte van 225 m², een goothoogte van 1,9 m en nokhoogte van 6 m) telt niet mee in de oppervlakte voor de rood-voor-rood-regeling.

Voor de nieuwe situatie is een landschapsontwerp gemaakt. Deze is hieronder weergegeven. Met de sloop en de nieuwbouw blijft de belangrijkste karakteristieke herkenning van het erf behouden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0018.png"

Figuur 2.8 erfinrichting toekomstige situatie Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum (bron: N+L landschapsontwerpers)

Braakweg 12 Lattrop-Breklenkamp

De tweede compensatiewoning is gepland aan de Braakweg 12 in Lattrop. Een bestaande schuur en het achterste gedeelte van de boerderijwoning worden gesloopt. Deze tellen niet mee in de rood-voor-rood-regeling, omdat het geen landschapsontsierende bebouwing is. Tevens wordt de landschapsontsierende schuur (91 m²) aan de overzijde van de Braakweg gesloopt, die telt wel mee voor de regeling.
Daardoor is in de nieuwe situatie alle bebouwing bij elkaar en ontstaat er één erf.
De bestaande woning blijft behouden en de nieuwe woning is gesitueerd op de plek van de bestaande schuur. Alle bebouwing is gesitueerd rondom een klein erfje.

Voor de toekomstige situatie is voor deze locatie ook een landschapsontwerp gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 2.9.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0019.png"

Figuur 2.9 erfinrichting toekomstige situatie Braakweg 12 Lattrop (bron: N+L landschapsontwerpers)

Koninksweg Saasveld

De locatie aan de Koninksweg in Saasveld is de plek voor de derde compensatiewoning. Het is nu een braakliggend terrein, met aan weerszijden woningbouw.

Ook voor deze locatie is een landschappelijke inpassing ontworpen. Deze is weergegeven in figuur 2.10.
Voor het inpassen van deze woning wordt aansluiting gezocht bij zowel de woningen aan de oostzijde, onderdeel van de woonwijk, als de woning aan de westzijde, wat meer landelijk gelegen. De onderstaande schets van de woning is indicatief, de beplanting niet.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0020.png" Figuur 2.10 erfinrichting toekomstige situatie Koninksweg Saasveld (bron: BCT architecten)

Hoofdstuk 3 Beleid

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

  • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • Duurzaam economisch groeipotentieel;
  • Sterke en gezonde steden en regio's;
  • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

  • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;
  • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
  • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een rood-voor-rood-ontwikkeling waarbij landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en drie compensatiewoningen worden gerealiseerd.
Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd.

De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand.

De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan

Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921 blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van in totaal drie extra woningen en is daarmee veel kleinschaliger.

De compensatiewoningen worden gesitueerd op/nabij een locatie waar momenteel sprake is van bestaande bebouwing. In ruil daarvoor wordt op een locatie landschapsontsierende bebouwing gesloopt, waardoor op dit perceel sprake is van transformatie en herinvulling. Aan de Braakweg wordt ook een landschapsontsierende schuur gesloopt.
Volgens de Nota van toelichting behorend bij het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking worden ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals bijvoorbeeld de Ruimte-voor-Ruimteregelingen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel

Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht.

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening.

Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht.

De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.

Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:

  • generieke beleidskeuzes;
  • ontwikkelingsperspectieven;
  • gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

Generieke beleidskeuzes

Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven

Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken 

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0021.png"

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

Generieke beleidskeuzes

Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt.

Artikel 2.1.2 lid 1 Principe van concentratie
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen.

Doorwerking voor voorliggend plan:
Met dit artikel stelt de provincie Overijssel dat woningbouw uitsluitend is toegestaan als voorzien kan worden in een lokale behoefte. De lokale behoefte is weergegeven in de Woonvisie 2021+ en het daarbijbehorende woningbouwprogramma van de gemeente Dinkelland. De toevoeging van drie woningen in het kader van de gemeentelijke rood voor rood woning past binnen de Woonvisie 2021+ en het bijbehorende woningbouwprogramma en voorziet daarmee in een lokale behoefte.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

  • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;
  • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Doorwerking voor voorliggend plan:

In de huidige situatie betreffen de locaties aan de Braakweg en de Nutterseweg bestaande erfstructuren met (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. De derde locatie sluit aan bij de bestaande bebouwing van de kern in Saasveld. In het kader van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling wordt 2.585 m2 aan de Wittebergweg en 91 m² aan de Braakweg aan agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Ter compensatie wordt er drie woningen teruggebouwd. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling die met dit plan wordt mogelijk gemaakt dan ook niet leidt tot een extra ruimtebeslag in de 'groene omgeving'. De bebouwde oppervlakte in het buitengebied van de gemeente Dinkelland neemt als gevolg van dit plan af. Voorliggend plan voldoet daarmee aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit

  • In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
  • In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd.
  • In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd.

Doorwerking voor voorliggend plan:

Onderhavig plan voorziet in de realisatie van drie extra woningen die landschappelijk worden ingepast in de omgeving. Door de sloop van (voormalige) agrarische opstallen en de uitvoering van de landschapsmaatregelen wordt de ruimtelijke kwaliteit binnen de plangebieden aanzienlijk versterkt. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en de als bijlagen opgenomen landschapsontwerpen. Verderop in deze paragraaf is het plan getoetst aan de geldende ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan voldoet aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen

  • Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
  • de behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis va regionale afstemming.

Doorwerking voor voorliggend plan:

De 14 gemeenten in Twente hebben samen de Regionale Woonvisie opgesteld. Daarmee zijn de hoofdlijnen voor het woonbeleid overeen gekomen. De woonafspraken zijn bekrachtigd in de 'Bestuursovereenkomst woonafspraken Twente' die in januari 2016 is gesloten. Eén van de uitwerkingen betreft het verder afstemmen van de gemeentelijke bouwprogramma's. Dit is uitgewerkt in de 'Regionale Woonprogrammering Twente' (december 2015). De bevolkings- en huishoudensprognose van Primos2013 is daarbij als uitgangspunt gehanteerd.
De Woonvisie 2021+ van de gemeente Dinkelland vormt de basis voor strategische afwegingen die de gemeente maakt op het gebied van wonen. De woonvisie is als onderdeel van de gemaakte afspraken in het kader van de regionale Woonagenda voorgelegd aan de gemeenten uit de subregio Noord-Twente en zij hebben hiermee ingestemd. De (mogelijkheid voor) realisatie van drie extra woningen in het kader van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid past binnen de in de Woonvisie 2021+ opgenomen woningbouwprogramma. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen
Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van de Omgevingsverordening Overijssel. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente' zijn:

  • het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen;
  • de grote mate van kleinschaligheid;
  • het groene karakter.

Doorwerking voor voorliggend plan:

De plangebieden liggen in het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente'. Zoals beschreven zorgt onderhavig plan voor een kwaliteitsverbetering van het plangebied en de omgeving. Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van een veelvoud aan (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. De compensatiewoningen worden landschappelijk ingepast waarbij rekening wordt gehouden met de kernwaarden en kwaliteiten van de omgeving. Deze landschappelijke inpassing levert een bijdrage aan de verbetering en versterking van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente'. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.6.4 en 2.6.3 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuren 3.2 t/m 3.5 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie per locatie weergegeven. De locaties zijn indicatief rood omcirkeld.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0022.png"
Figuur 3.2: Wittebergweg 24 Nutter (bron: provincie Overijssel)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0023.png"
Figuur 3.3: Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum (bron: provincie Overijssel)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0024.png"
Figuur 3.4: Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp (bron: provincie Overijssel)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0025.png"
Figuur 3.5: Koninksweg Saasveld (bron: provincie Overijssel)


Wittebergweg, Braakweg en Koninksweg

De locaties aan de Wittebergweg, Braakweg en Koninksweg liggen in het gebied met het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'.

Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief staat de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de volgende ruimtelijke kwaliteitsambities:

  • zichtbaar en beleefbaar mooi landschap;
  • sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel;
  • Continu en beleefbaar watersysteem.

In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.

Binnen het mixlandschap worden onder andere ontwikkelingsmogelijkheden voor de functie 'wonen' geboden, mits dit past binnen de ruimtelijke kwaliteitsambities.

Nutterseweg

De locatie Nutterseweg 9 valt onder het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'.
Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, natuuropgaven, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken.

Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters.

Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).

Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van agrarische opstallen op basis van de rood-voor-rood-regeling één erf in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Als compensatie van de sloop kunnen drie extra woning worden gerealiseerd. Deze worden gerealiseerd op andere locaties omdat op de slooplocatie reeds twee woningen aanwezig zijn.
De compensatiewoningen worden gerealiseerd op drie verschillende locaties, waarvan op de locaties aan de Braakweg en de Nutterseweg reeds wordt gewoond. Deze woningen worden landschappelijk ingepast in de omgeving en levert een bijdrage aan de verbetering en versterking van de landschappelijke waarden. De woning aan de Koninksweg is gepland op een locatie tussen bestaande woningen, aan de rand van Saasveld.

Bij het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' is het niet beperken van de landbouw van belang. De compensatiewoning op de Nutterseweg 9 heeft geen gevolgen voor omliggende agrarische bedrijven. Die liggen op voldoende afstand en er is reeds een woning aanwezig.

Gebiedskenmerken:
Voor wat betreft de gebiedskenmerken voor de verschillende deelgebieden wordt onderstaand een opsomming weergegeven van de van toepassing zijnde kernmerken:

Wittebergweg 24 Nutter:
- natuurlijke laag: stuwwallen
- laag van het agrarisch cultuurlandschap: jong heide- en broekontginningslandschap
- stedelijke laag: verspreide bebouwing
- laag van de beleving: donkerte

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum:
- natuurlijke laag: stuwwallen
- laag van het agrarische cultuurlandschap: essenlandschap
- stedelijke laag: verspreide bebouwing
- laag van de beleving: geen specifieke aanduiding

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp:
- natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen en beekdalen en natte laagtes
- laag van het agrarisch cultuurlandschap: oude hoevenlandschap
- stedelijke laag: verspreide bebouwing
- laag van de beleving: donkerte

Koninksweg Saasveld:
- natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen en beekdalen en natte laagtes
- laag van het agrarisch cultuurlandschap: essenlandschap
- stedelijke laag: verspreide bebouwing: geen specifieke aanduiding
- laag van de beleving: geen specifieke aanduiding.

Bij zowel de stuwwallen als bij dekzandvlakte en ruggen zijn de hoogteverschillen een aandachtspunt. Als gevolg van de sloop van de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van drie woningen, wordt het bestaande reliëf op de locaties niet aangetast.
Op de locaties Braakweg 12 en Nutterseweg 9 worden de compensatiewoningen gebouwd op de plek waar een gebouw wordt gesloopt. De locatie aan de Koninksweg is onbebouwd en vult een open plek op.

Dit plan maakt de realisatie van drie woningen mogelijk als gevolg van de sloop van agrarische gebouwen op een vierde locatie. De vier locaties worden landschappelijk ingepast waarbij rekening wordt gehouden met de landschappelijke waarden en kenmerken van het plangebied. De ontwikkelingen doen geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor de vier gebieden en tracht deze juist te versterken.


Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 MijnOmgevingsvisie

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 30 maart 2021 MijnOmgevingsvisie vastgesteld.

MijnOmgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes:

- we doen het samen;
- we geven het geode voorbeeld;
- we wentelen niet af op volgende generaties;
- we combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt.

De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en
waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te
ontmoeten en om samen te komen.
Het aantal en de soort woningen in een kern moeten passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn.
De gemeente wil graag binnen de grenzen van een kern bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerkgebouw of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijkt
de gemeente naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. De gemeente gaat samen met kernen in gesprek om te kijken wat bij elk dorp past.

Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag
over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en
woningen voor ouderen. In de woonvisie kijkt de gemeente op basis van onderzoek en
gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. De gemeente probeert erop te sturen dat het aanbod van woningen daarop aansluit. Hierbij houdt de gemeente de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog.

Toets

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0026.png"
Figuur 3.6: Wittebergweg 24

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0027.png"
Figuur 3.7: Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp.

De waarden van gebieden met de aanduiding "Nieuwe landschap-structuren, veel ruimte, schaalvergroting zijn:
- open met vergezichten;
- efficiënt agrarisch landschap;
- kavelsloten;
- wegen met bomenrijen;
- moderne erfopzet.
Daarbij wordt aangegeven om in te spelen op onder andere de schaal van het landschap, bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is, opgeruimd landschap, geclusterde bebouwing.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0028.png"

Figuur 3.8: Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum

Binnen het landschap van "Versterken bestaande landschap-structuren" zijn onder andere de waarden dat de ontwikkeling past in de schaal van het landschap, variatie in de beplanting, hoge ecologische waarde en biodiversiteit

Gevraagd wordt onder meer in te spelen op de oorspronkelijke schaal van het landschap, versterken van de natuurwaarden, verbeteren van biodiversiteit, inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0029.png"

Figuur 3.9: Koninksweg Saasveld

Op de Waardenkaart valt het perceel aan de Koninksweg binnen de "Landelijke kernen". De waarden zijn onder andere de kernen met kleinschalige bebouwing verbonden met het buitengebied, rafelige en afwisselende dorpsranden. Hier wordt geadviseerd om in te spelen op onder andere het kleinschalige bebouwingsbeeld, de afwisselende dorpsrand.

Op de rood-voor-rood-regeling wordt in paragraaf 3.3.3 ingegaan.

Conclusie

Met dit Rood-voor-rood plan wordt op een positieve bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van de Wittebergweg 24 Nutter. De hoeveelheid leegstaande voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen wordt verminderd en tegelijkertijd wordt rondom de bestaande woningen en de compensatiewoningen geïnvesteerd in de ontwikkeling van landschapselementen (singels, bosjes, erfbeplanting).
In bijlage Ruimtelijk kwaliteitsplan rood voor rood is het ruimtelijk kwaliteitsplan voor de vier locaties opgenomen.
Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan niet in strijd is met het beleid uit de gemeentelijke Omgevingsvisie.

3.3.2 Woonvisie 2021+ Dinkelland

Op 5 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2021+ vastgesteld.
Wonen is een belangrijk thema voor de inwoners van de gemeente Dinkelland. Om ervoor te zorgen dat er ook op termijn voldoende woningen in alle segmenten én in alle kernen blijft, wordt om de 4 jaar de gemeentelijke Woonvisie opgesteld. Eind 2020 liep de Woonvisie 2016+ ten einde. De Woonvisie 2021+ is de opvolger van de in 2016 door de raad vastgestelde Woonvisie 2016+ en is gebaseerd op de nieuwe cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. De Woonvisie 2021+ is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. De nieuwe woonvisie biedt een goed kwantitatief en kwalitatief kader voor de woningbouwontwikkeling in de gemeente Dinkelland en dient als basis voor de prestatieafspraken met de corporatie.

De Woonvisie gaat over:

  • woningbouw om te voorzien in de vraag; zowel kwantitatief als kwalitatief en op de juiste plaats;
  • voldoende en passende huurwoningen in de zin van betaalbaarheid en kwaliteit;
  • het verbeteren van de bestaande voorraad zowel qua duurzaamheid als levensloopgeschiktheid;
  • voorzien in de toenemende vraag naar wonen met zorg in de verschillende gradaties;
  • voorzien in de verschillende woonbehoeftes als huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners.

De provincie heeft in de Regionale Woonagenda Twente aangegeven meer te sturen op kwaliteit, waarbij aangegeven wordt dat onderbouwd moet worden dat dit past binnen de onderbouwde lokale behoefte. In het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (bouwen voor concrete behoefte) is het noodzakelijk ook te sturen op kwantiteit

Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. Derhalve zal het woningbouwprogramme per kern in meerdere en kleinere plannen worden weggezet, waardoor goed kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. In kwalitatieve zin ligt de nadruk op woningen voor starters en ouderen, zowel in het betaalbare als middensegment. Op basis van in de Woonvisie onderbouwde toekomstige woonbehoefte is een verdeling gemaakt. Om flexibel in te kunnen spelen op de vraag is de verdeling zoals ook reeds in het uitvoeringsprogramma opgenomen gehandhaafd - grote kernen, kleine kernen, buitengebied, en knelpunten transformatie.

Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern.

In het Kwaliteitskader Dinkelland, dat als bijlage bij de Woonvisie 2021+ is gevoegd, is aangegeven dat er in het buitengebied sprake is van een beperkte woningbouwopgave. Deze is niet specifiek toe te delen aan de verschillende doelgroepen. Hiervoor geldt een maatwerkbenadering, waarbij voor meerdere doelgroepen gebouwd kan worden Gelet op de landschappelijke kwaliteit, het beschikbare (bestaande vastgoed) en de ligging ligt het voor de hand dat nieuwbouw vooral ten goede zal komen aan gezinnen die op zoek zijn naar een landelijk woonmilieu.

Toets

In de Woonvisie 2021+ is een woningbouwprogramma opgenomen, waaronder aantallen specifiek voor woningen in het buitengebied. Deze rood-voor-rood-situatie betreft een maatwerksituatie en past binnen de categorie waarvoor deze aantallen voor het buitengebied zijn gereserveerd.
Het onderhavige plan draagt bij aan de vitaliteit en leefbaarheid van het buitengebied. De leegstaande schuren worden gesloopt en er komen drie woningen bij, die bijdragen aan de leefbaarheid. Met het ruimtelik kwaliteitsplan als basis, geschiedt de inpassing van de vier locaties en ontstaat er een natuurlijk beeld.

De woning aan de Koninksweg sluit aan bij de bebouwde kom van Saasveld. Voor Saasveld wordt in het Kwaliteitskader aangegeven dat er (mede) behoefte is aan een mix van woningtypen. Een vrijstaande woning wordt daarbij genoemd,
De nieuwe woningen zullen worden bewoond door gezinnen, zoals de verwachting was in het kwaliteitskader.

Daarmee kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de Woonvisie 2021+.

3.3.3 "Rood voor rood beleid gemeente Dinkelland 2015"

Aanleiding voor het vaststellen van het beleid is dat steeds meer agrarische bedrijven veranderen in hobbymatige agrarische activiteiten of volledig stoppen met hun agrarische activiteiten.Het gevolg hiervan is een toename van leegstaande landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, waardoor verval van het buitengebied op de loer ligt. Middels Rood voor Rood is het mogelijk om deze gebouwen te slopen en er een woning voor terug te bouwen. Centrale doelstelling is om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. In het beleid is ook de mogelijkheid tot maatwerk opgenomen.

Uitgangspunt van beleid is dat een oppervlakte van minimaal 850 m² landschapsontsierende bebouwing of 4500 m² aan kassen dient te worden gesloopt om een compensatiekavel (woning) te kunnen verkrijgen. In het beleid zijn verschillende uitgangspunten voor de sloop- en herbouwlocatie opgenomen, waaraan het plan in principe dient te voldoen. Voorwaarden ten aanzien van de slooplocatie welke van toepassing zijn op dit plan zijn dat de te slopen bebouwing van minimaal 850 m² landschapsontsierend is. Hierbij is behalve de uiterlijke staat ook de locatie op het erf van belang. Gebouwen die niet als landschapsontsierend worden aangemerkt, kunnen als bijgebouw bij de bestemming 'Wonen' worden gebruikt. De te slopen bebouwing is legaal gebouwd, dat betekent dat er een bouwvergunning aanwezig is of dat het gebouw valt onder het overgangsrecht.

Voorwaarden ten aanzien van de herbouwlocatie zijn; binnen de gemeentelijke Woonvisie moet ruimte zijn om een compensatiekavel te kunnen realiseren. Wanneer hierbinnen geen ruimte is, dan wordt de aanvraag afgewezen. De compensatiewoning kan geen onevenredige aantasting van agrarische en/of andere belangen in de omgeving veroorzaken, zoals belemmering van de bedrijfsmatige activiteiten van een bedrijf in de omgeving. De compensatiewoning dient aan te sluiten op bestaande bebouwing waarbij de maximale omvang van één compensatiekavel voor een enkele woning 1200m² bedraagt. Het kan dan gaan om kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing en bestaande erfstructuren.

Daarnaast dient een erfplan te worden ontwikkeld waaruit blijkt dat wordt geinvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. De deelnemer aan Rood voor Rood zal uit de opbrengst van de bouwkavel het slopen van de bedrijfsgebouwen en de bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moeten bekostigen.

Toets

Op de locatie aan de Wittebergweg wordt circa 2585 m² en op de Braakweg 12 in Lattrop wordt ca. 91 m² aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen gesloopt. Een totaal van 2.676 m². Hiermee wordt wordt voldaan aan de benodigde 2.550 m² voor drie compensatiewoningen.
Op de locatie aan de Wittebergweg 24-26 worden tevens de kuilvoerplaten gesaneerd. Dat betekent een behoorlijke transformatie aan de Witterbergweg, een mooie kwaliteitsslag kan daar worden gemaakt.

Vanwege de bestaande twee woningen aan de Wittebergweg wordt het niet wenselijk geacht om de compensatiewoningen te bouwen op de slooplocatie. Daarom is er voor gekozen om de drie woningen op andere locaties te realiseren. Het gaat bij de Braakweg 12 en Nutterseweg 9 om bestaande erven waar een woning wordt toegevoegd. De locatie aan de Koninksweg ligt in de dorpsrand van Saasveld, waar de woning op een logische plek wordt gerealiseerd.

Voor alle vier locaties is een landschapsontwikkelingsschets gemaakt, waarin is opgenomen de te slopen bebouwing, de situering van de woningen en nieuwe aan te planten beplanting. De erfplannen zijn opgenomen in de bijlagen van de regels.

De landschapsontwerpen zijn tot stand gekomen op basis van de beeldkwaliteitsprincipes Rood voor Rood, het Cascobeleid en Kwaliteitskader Gebiedskenmerken van de gemeente (een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel). Het plan voldoet daarmee aan de criteria van het gemeentelijk Rood voor Rood-beleid.

Ten behoeve van de vormgeving van de woning geldt een algemeen Beeldkwaliteitsplan voor Rood voor Rood plannen. Deze is bijgevoegd als Bijlage 6. Bij het ontwerp van de compensatiewoning dient rekening gehouden te worden met deze uitgangspunten.

3.3.4 Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap.

Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn:

  • 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart.
  • 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart.
  • 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie).

Per locatie is getoetst aan de cascokaart (zie hieronder).

Toets

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0030.png"
Figuur 3.10: Uitsnede cascokaart Koninksweg Saasveld (bron: gemeente Dinkelland)

Langs de Koninksweg is op de cascokaart groen aangegeven dat onderdeel uit maakt van de Casco. Aan weerszijden van de weg bevinden zich bomen. Deze bomen worden niet aangetast door het realiseren van de woning. Gebruik kan worden gemaakt van de bestaande inrit.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0031.png"
Figuur 3.11: Uitsnede cascokaart voor Wittebergweg 24-26 Nutter (bron: gemeente Dinkelland)

Op de cascokaart is het agrarisch bouwblok van dit perceel aangegeven. Op het perceel zelf (binnen het bouwblok) is geen waardevol element aangeduid, wel langs de Wittebergweg.
De toekomstige situatie raakt dit casco-element niet en heeft geen invloed daarop.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0032.png"
Figuur 3.12: Uitsnede cascokaart voor Braakweg 12 Lattrop (bron: gemeente Dinkelland)

Uit de uitsnede voor deze locatie blijkt dat het groen rondom de woning onderdeel is van het Casco van de gemeente. Hier zal een zorgvuldige inpassing plaatsvinden.
De bestaande houtopstanden die onderdeel uitmaken van het waardevolle cascoelement blijven behouden.

Langs de Braakweg, ten zuidoosten van de nieuw te bouwen woning, vormen de bomen eveneens een waardevol element. Ook deze bomen blijven behouden en het element zal versterkt worden door haaks op de weg een nieuwe bomenrij aan te planten.
De waardevolle elementen zullen niet worden aangetast door deze ontwikkeling, maar zelfs worden versterkt door onder andere de aan te leggen bomenrij.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0033.png"
Figuur 3.13: Uitsnede cascokaart voor Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum (bron: gemeente Dinkelland)

Aan de westzijde van deze locatie aan de Nutterseweg ligt een groter waardevol casco-element. De plannen voor deze locatie hebben geen invloed op de elementen. De bestaande houtopstanden die op het perceel liggen en onderdeel zijn van het element, blijven behouden. Geconcludeerd kan worden dat de totale ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, geen nadelige invloed heeft op de waardevolle casco-elementen.

3.3.5 Beeldkwaliteit RvR

De Nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 is in dit geval niet van toepassing, omdat voor rood voor rood-projecten een algemeen beeldkwaliteitsplan geldt. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woning. Voor de rood voor rood-woning geldt het algemeen beeldkwaliteitplan rood voor rood zoals opgenomen in Bijlage 6. Op voorhand worden geen belemmeringen verwacht voor wat betreft de uitvoering van de plannen.

Voor de vier locaties is een ruimtelijk kwaliteitsplan rood-voor-rood opgesteld (zie bijlage Bijlage 7). Daarin is onderbouwd hoe de landschappelijke inpassing van deze locaties eruit gaat zien. In het plan is weergegeven een beschrijving van het plangebied, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Daaruit volgt een beschrijving van de nieuwe situatie.

Conclusie
Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid en er geen belemmering is voor realisatie van onderhavig plan.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2).

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.11

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag.

Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld.

Toets

Middels dit bestemmingsplan worden drie nieuwe woningen met bijgebouwen in het kader van de gemeentelijke rood-voor-rood regeling mogelijk gemaakt, op drie locaties. Daarnaast wordt diverse landschapsontsierende bebouwing gesloopt, dat daarmee verder geen milieugevolgen heeft in onderhavig plan. Om de woningen in voorliggend plan mogelijk te maken, wordt er
2585 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Wittebergweg en nog 91 m² aan de Braakweg. De ontwikkeling is concreet beschreven in Hoofdstuk 2.

In de D-lijst onderdeel D 11.2 wordt onder een stedelijke ontwikkeling het volgende verstaan: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Vanuit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:694) blijkt dat de beoordeling of een activiteit aangemerkt kan worden als een stedelijk ontwikkelingsproject afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol.

Uit voorgaande volgt dat de bouw van drie extra woningen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De ontwikkelingen zijn van een dusdanig beperkte omvang en vinden plaats in het buitengebied, waardoor geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. De kwalificatie is wel afhankelijk van aard en omvang van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In dit geval is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.

De ontwikkeling wordt op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:

  • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
  • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0034.png"

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering

Toets

Wittebergweg 24 Nutter
In de nabijheid van Wittebergweg 24 liggen voornamelijk agrarische bedrijven, een bedrijf en enkele woningen. Het dichtstbijzijnde bedrijf betreft een aannemersbedrijf en bevindt zich aan de Wittebergweg 21 op 82 meter afstand. Voor een aannemersbedrijf geldt milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter, voor het aspect geluid. Deze minimale afstand wordt ruimschoots gehaald.

Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt aan de Vlasreutenweg 2 (grondgebonden bedrijf) op minimaal 230 meter afstand. De grootste richtafstand voor het 'fokken en houden van melkvee' is 100 meter voor het aspect geur en 30 meter voor het aspect stof en geluid.
Echter is in dit geval niet de richtafstand voor geur leidend, maar geldt op basis van de Wet geurhinder en veehouderij een vaste wettelijke afstand van 50 meter. Aan deze afstand van 50 meter wordt ruimschoots voldaan. Dit wordt nader beschouwd in paragraaf 4.3. Het bedrijf wordt hiermee niet in de mogelijkheden beperkt en anderszijds is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Aan beide afstanden wordt ruimschoots voldaan.

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum
In de omgeving van deze locatie liggen voornamelijk woningen en een bedrijfsperceel. Het bedrijfsperceel ligt op 400 meter afstand aan de Dalweg 2-4 en betreft een combinatie van een ijsboerderij, spa-boerderij en koeien. Voor de koeien geldt een afstand van 50 meter op basis van de Wet geurhinder en veehouderij en 100 meter op basis van Bedrijven en milieuzonering. Voor de spa-boerderij geldt een richtafstand van maximaal 10 meter voor het aspect 'geluid'. De benodigde afstanden worden voor deze locatie ruim voldoende gehaald.

Braakweg 12 Lattrop-Breklenkamp
Het dichtstbijzijnde bedrijf is het agrarische bedrijf aan de Disseroltweg 32.
Hier geldt een afstand van 50 meter tussen de nieuwe woning en het bouwvlak van het agrarische bedrijf. De nieuwe woning is op minimaal 50 meter afstand gesitueerd. De woonbestemming ligt echter ook op een kortere afstand.
Om te voorkomen dat het agarische bedrijf wordt beperkt in de bedrijfsvoering, wordt er een contour (op 50 m afstand) en een regel opgenomen dat binnen deze contour geen geurgevoelige objecten mogen worden opgericht. Om te voorkomen dat er vergunningsvrij alsnog geurgevoelige objecten worden gerealiseerd, worden deze met een specifieke regel uitgesloten. Andere bouwwerken die niet geurgevoelig zijn, zijn met een vergunning wel te realieren.
Voorts is van belang dat door deze afstand wordt geborgd dat er te dicht op het bedrijf een geurgevoelig object wordt opgericht waardoor er ter plaatse van dat object geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.Deze locatiespecifieke omstandigheden rechtvaardigen om in de planregels een regeling op te nemen die het vergunningvrije bouwen beperkt (ABRvS 17 juni 2020, ELCI:NL:RVS:2020:1408).
Met deze maatregel, levert de ontwikkeling op deze locatie geen belemmeringen op voor omliggende bedrijven.

Koninksweg Saasveld
Het dichtbijzijnde bedrijf is een agrarisch bedrijf aan de Koninksweg 20-20a in Saasveld. Dit agrarische bedrijf ligt op minimaal 200 meter afstand. Er is een geuronderzoek uitgevoerd om te bepalen of de geurbelasting voldoet aan de normen. Uit het geuronderzoek blijkt dat de afstand tussen de woning en het agrarische bedrijf voldoende is en geen belemmeringen oplevert. Dit is uitgewerkt in paragraaf 4.3.
Aan de overzijde ligt het onderkomen van de jeugdclub (Jong Nederland Saasveld) gericht op jongeren tussen de 4 en 16 jaar, ingedeeld op leeftijd. Het gebouw ligt op een afstand van 20 meter van de geplande woning. De jeugdclub valt onder de categorie 'Buurt- en clubhuis' waar een afstand van 30 meter geldt in een rustige woonwijk. De locatie aan de Koninksweg valt wellicht niet onder 'gemengd, maar direct naast de jeugdclub staat een woning op 5 meter afstand. Mocht de jeugdclub door omliggende woningen worden beperkt, dan is de direct naastliggende woning, de beperkende factor. Het realiseren van deze nieuwe woning zal geen (extra) beperking opleveren voor de jeugdclub.
De jeugdclub is beperkt geopend. Elke leeftijdscategorie heeft een eigen avond waarop ze aanwezig zijn en dat is tot maximaal 20.30 uur. Daarmee is er spreiding van de bezoekers door de gehele week en is er in de avonduren geen 'overlast' te verwachten. Gesteld kan worden dat er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie

Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan niet leidt tot mogelijke hinder van omliggende functies en/of beperkend is voor ontwikkelmogelijkheden van bedrijvigheid in de omgeving. Omgekeerd leveren de omliggende functies geen belemmering op voor dit plan.

4.3 Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden.

Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden:

  • ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen;
  • ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets

De bouwlocaties Braakweg 12 Lattrop-Breklenkamp en Nutterseweg 9 in Oud Ootmarsum zijn gesitueerd buiten de bebouwde kom wat betekent dat op basis van artikel 14 lid 2 van de Wgv de afstand van een veehouderij (zowel grondgebonden als voor intensieve veehouderijen) tot de compensatiewoning minimaal 50 meter moet bedragen. De woningen die onderdeel uitmaken van onderhavig plan en een woonbestemming hebben of zullen krijgen (bestaande en nieuw te realiseren) liggen op meer dan 50 meter van een veehouderij.

Voor de situatie aan de Koninksweg geldt dat er een sprake is van een onbebouwde kavel en de nieuwe woning moet wordt beoordeeld als een regulier geurgevoelig object. Voor deze locatie is een geuronderzoek uitgevoerd om te bepalen of de woning geen belemmering vormt voor het agrarische bedrijf van de Koninksweg 20. Het geurrapport is uitgevoerd door Kuiphuis Vastgoed&Advies BV (september 2021) is opgenomen als Bijlage 8 Geuronderzoek Koninksweg Saasveld bij de toelichting.

In de rapport wordt geconcludeerd dat voor de woningbouwlocatie aan de Koninksweg een norm geldt van 3,0 Odeur vanwege de ligging aaneengesloten aan de bebouwing van Saasveld. Uit de berekening komt naar voren dat de geurbelasting op deze woning 2,9 Odeur bedraagt. Dat betekent dat wordt voldaan aan de geurregelgeving.
Daarnaast is nog gekeken of er op het gehele perceel sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De belasting van 3,2 Odeur op de rand van het perceel en dat betekent dat er sprake is van een goed woon- en leeffklimaat. Daarbij wordt gekeken naar de voorgrondbelasting en de de geurhinder. Dan blijkt dat het aantal geurgehinderden 8% bedraagt en daarmee is er volgens de RIVM-richtlijn sprake van een goede milieukwaliteit.

Conclusie

Het aspect geur vormt derhalve geen belemmeringen voor de uitvoering van dit plan.

4.4 Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht.

Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen.

Toets

Wittebergweg 24 Nutter
RPS (ref. 1904257-A00-R19-848, d.d. 30 augustus 2019) heeft in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht aan de Wittebergweg 24 in Nutter.
De rapportage is opngenomen in de Bijlage 2 Bodemonderzoek Wittebergweg 24
De onderzoekslocatie heeft betrekking op de boerderij met tuin en het erf met schuren, het is deels bebouwd met schuren en kampeerboerderij.

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat op de locatie een bovengrondse dieseltank (midden-noordzijde) en een asbestverdacht dak (zuidwesten van de locatie) aanwezig zijn. Deze beide locaties zijn verdacht op aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op het overige terrein zijn geen concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de locatie verontreinigd is met één of meer stoffen.

Resultaten veldwerk

Verontreinigingssituatie grond

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond nabij de bovengrondse tank matig verontreinigd is met PAK en minerale olie en licht verontreinigd met koper, lood, zink en PCB. In het genomen steekbusmonster zijn geen verhoogde gehalten met minerale olie en vluchtige aromaten aangetroffen.

In de overige boven- en ondergrondmengmonsters worden geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond en mogen als niet verontreinigd worden geclassificeerd.
Opgemerkt dient te worden dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster

Indicatief asbestonderzoek
Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn in de grond ter hoogte van boring A1 bijmengingen met puin waargenomen die per definitie als asbestverdacht moeten worden aangemerkt.
De puinhoudende grond is aanvullend, op locatie, gezeefd over zeef 20 mm. Er zijn hierbij geen asbest en/of asbestgelijkende materialen waargenomen. Van de gezeefde grond, van de fractie kleiner dan 20 mm, is een mengmonster samengesteld voor nader laboratoriumonderzoek op de eventuele aanwezigheid van asbestvezels.
Ditzelfde is gedaan met boring A18 die geplaatst is nabij een asbestverdacht dak van een half open schuur.

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de geanalyseerde monsters (< 20 mm) geen asbestvezels zijn aangetoond.

Conclusies en aanbevelingen

Op basis van het Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bovengrond aan de Wittenbergweg 24 in Nutter plaatselijk matig verontreinigd is met minerale olie en PAK en licht verontreinigd met koper, lood, zink en PCB. De verontreiniging is aangetoond ter hoogte van de bovengrondse dieseltank.

In de ondergrond ter hoogte van de dieseltank zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tevens zijn in het steekbusmonster geen verhoogde gehalten minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond.
Geconcludeerd wordt dat de matige verontreiniging met minerale olie en PAK zeer beperkt van omvang is en mogelijk gerelateerd is aan het bodemvreemde materiaal (baksteen en slakken) dat in het monster aanwezig is.
Omdat er geen sterke verontreinigingen zijn aangetroffen ten opzichte van de Wbb wordt aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.

In het puinhoudende grondmonster en het grondmonster dat genomen is nabij het asbestverdachte dak blijken niet asbesthoudend te zijn.

In de boven- en ondergrond van het overige terrein zijn geen van de onderzochte parametersverhoogd aangetoond waarmee gesteld mag worden dat dit deel van het terrein als niet verontreinigd beschouwd mag worden.

Doordat het grondwater dieper dan 5 m-mv is gelegen heeft grondwateronderzoek niet plaatsgevonden.
De resultaten van dit bodemonderzoek hoeven geen belemmering te vormen bij de voorgenomen eigendomsoverdracht. Uit milieu-hygiënisch oogpunt bestaan er geen bezwaren met het oog op de ontwikkeling van de locatie.

Aanbevolen wordt om het asbestverdachte dak te laten inventariseren.

Aanvullend onderzoek

Voor dit perceel is aanvullend onderzoek gedaan naar asbest en is tevens de toegangsweg aan de zuidzijde van het perceel onderzocht. Deze resultaten zijn in de bijlage toegevoegd aan bijlage 2. Bijlage 2 Bodemonderzoek Wittebergweg 24
Daaruit blijkt het volgende:

Onderzoek   Analyse   Resultaat/toetsing   conclusie  
Asbestonderzoek nabij asbest dak (boring A18)   1 x asbest in grond   1,9 mg/kg asbest   Wel asbest aangetoond maar beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.  
Asbest berm zuid   1 x asbest in grond   6,6 mg/kg asbest    
Asbest toegangsweg   1 x asbest in grond   12,2 mg/ kg asbest    
Berm noord   PAK en minerale olie   < achtergrondwaarde   Niet verontreinigd met PAK en minerale olie  
Berm zuid   PAK en minerale olie   > achtergrondwaarde   Licht verontreinigd met PAK en minerale olie  
Toegangsweg   PAK en minerale olie   > Interventiewaarde   Sterk verontreinigd met PAK en minerale olie  

Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontiwkkeling niet belemmerd wordt door het aspect 'bodem'.

Voor de toegangsweg vindt nader onderzoek plaats naar de mate en omvang van de verontreiniging. Indien noodzakelijk zal sanering van de verontreiniging plaatsvinden.

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum

Terra Agribusiness BV (proj.nr. 2021-121, 10 juni 2021) heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum zie Bijlage 3 Bodemonderzoek Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum
De onderzoekslocatie betreft de oude boerderij. Dat is de locatie waarop een nieuwe woning wordt gerealiseerd.

Het vooronderzoek heeft plaatsgevonden volgens het protocol NEN 5725 en het verkennend bodemonderzoek volgens het protocol NEN 5740.

Conclusie

In zowel het bovengrondmengmonster BM1 als in het ondergrondmengmonster OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen.
In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn lichte verhogingen zink en barium aangetroffen.
Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht.

De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp

Terra Agribusiness BV (proj.nr. 2021-080, 31 mei 2021) heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en dat is uitgebreid met een asbest in grondonderzoek zie Bodemonderzoek Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp
De onderzoekslocatie bestaat uit voormalig agrarisch bedrijf met meerdere opstallen. Een van de schuren bevindt zich aan de overkant van de Braakweg.

Het vooronderzoek heeft plaatsgevonden volgens het protocol NEN 5725 en het verkennend bodemonderzoek volgens het protocol NEN 5740.

Conclusie

Verkennend bodemonderzoek NEN5740

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707.

Gehele locatie 
In het bovengrondmengmonster (BM1) is een lichte verhoging zink aangetroffen.
In de bovengrondmengmonsters (BM2 en BM3) zijn geen verhogingen aangetroffen.

Grondwater
In het grondwatermonster (PB1 WM1) is slechts een lichte verhoging barium aangetroffen. Zware metalen worden vaker licht verhoogd aangetroffen in Twentse zandgronden en kunnen als natuurlijke achtergrondwaarde beschouwd worden.

Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht.
De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem"

Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

Gehele locatie
Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest.
In alle grondmengmonsters (MM1 t/m MM3) is analytisch geen asbest aangetroffen.

Druppelzones
Ter plaatse van de druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

In het mengmonster van DZ1 is analytisch geen asbest aangetroffen.

Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht.
De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Koninksweg Saasveld
Lycens heeft (proj.nr. 2020-0513, 22 januari 2021) een verkennend bodemonderzoek (zie Bijlage 5 Bodemonderzoek Koninksweg Saasveld uitgevoerd voor Koninksweg in Saasveld (kadastraal bekend gemeente Weerselo, sectie B nrs. 4681 en 3321). De locatie betreft een onbebouwd terrein.

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725.
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie ten aanzien van zowel chemische parameters als ten aanzien van asbest als onverdacht te beschouwen.

Veldwerk
In totaal zijn acht boringen verricht.

Grondmonsters
In zowel de zintuiglijk schone bovengrond, zintuiglijk met kolengruis verontreinigde bovengrond als de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalte gemeten. Er bestaat ten aanzien van de chemische kwaliteit van de grond derhalve geen belemmering tegen de geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.

Grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater een licht verhoogde concentratie aan barium bevat. Aangezien met betrekking tot de verhoogde concentratie geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.

Conclusies en aanbevelingen
De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, ons inziens, milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.

De gestelde hypothese dat de locatie als "onverdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is niet juist gebleken op basis van de aangetoonde licht verhoogde concentraties aan barium in het grondwater. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Bovendien vormt de concentratie aan barium geen belemmering voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie.

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het uitvoeren van onderhavig plan. De gronden zijn geschikt geacht voor de beoogde ontwikkelingen.

4.5 Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen.

De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies:

  • Woningen.
  • Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal).
  • Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.

Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies.

Toets

Wegverkeerslawaai

Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van:

  • a. in stedelijk gebied:
      • voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter;
      • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter;
  • b. in buitenstedelijk gebied:
      • voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter;
      • voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter;
      • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter.

Deze zonering geldt niet:

  • c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied;
  • d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt;
  • e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh).

Voor de nieuwbouwlocaties zijn uitsnedes van de Verkeersmilieukaart (VMK) opgenomen.

Wittebergweg 24 Nutter
Voor deze locatie treedt voor wat betreft geluid geen gewijzigde situatie op. De bestaande woning wordt gehandhaafd en er wordt geen geluidsgevoelig object toegevoegd.

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp
De Braakweg betreft een rustige 60 km/u-weg met lage verkeersintensiteiten. De woning zal op circa 45 meter van de as van de weg komen te liggen.

De Braakweg zit niet in de VMK en heeft dus een beperkt verkeersaanbod. De afstand van 45 m is ruim voldoende om te voldoen aan de 48 dB voorkeursgrenswaarde.
afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0035.png"
figuur 4.2 uitsnede vmk (bron: gemeente Dinkelland)

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum
De Nutterseweg is een rustige 60 km/u-weg met eveneens lage verkeersintensiteiten. De nieuwe woning ligt op circa 20 meter afstand van de weg, op de plek van de oude boerderij.

De Nutterseweg is opgenomen in de VMK en ligt buiten de 48 dB-contour.
afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0036.png" afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0037.png"

figuur 4.3: uitsnede VMK (bron: gemeente Dinkelland)

Koninksweg Saasveld
De nieuwe woning ligt op ongeveer 15-16 meter vanuit de wegas. De Koninksweg zit niet in de VMK. Het verkeersaanbod is beperkt op deze weg. Ter plaatse van de te bouwen woning ligt de grens van de maximumsnelheid tussen de 30 en 50 km/uur. Gezein het beperkte verkeersaanbod zal worden voldaan aan de voorkeursgreenswaarde van 48 dB.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0038.png"

figuur 4.4: uitsnede VMK (bron: gemeente Dinkelland)

Conclusie

Met inachtneming van vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor het onderhavig plan.

4.6 Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit.

In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:

  • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
  • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:

  • woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;
  • woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;
  • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

Besluit gevoelige bestemmingen 

Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.

De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

Toets

Het extra verkeer als gevolg van de twee woningen in het buitengebied (Braakweg en Nutterseweg) zal zeer beperkt zijn en daarmee ook de uitstoot.
Voor de woning aan de Koninksweg, in weinig stedelijk gebied, geldt dezelfde norm als de beide andere woningen.

Voor de drie locaties gezamenlijk betekent een toename van 26 verkeersbewegingen per dag. Er zal geen sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0% gezet kan worden. In figuur 4.5 is de worst-case berekening weergegeven met 26 extra voertuigbewegingen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0039.png"

Figuur 4.5: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl)

Uit deze berekening volgt dat de bijdrage voor de drie locaties gezamenlijk van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

Het besluit gevoelige bestemmingen is in dit geval niet van toepassing omdat een woning geen gevoelige functie is.

4.7 Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:

  • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
  • de Regeling externe veiligheid (Revi);
  • het Registratiebesluit externe veiligheid;
  • het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);
  • het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing.

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

  • Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
  • Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico.

Risicokaart

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.

Toets

Voor de drie locaties waar de compensatiewoningen worden gebouwd, is getoetst aan de risicokaart.

Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum:
afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0040.png"
Figuur 4.6: Fragment risicokaart (bron: Arcgis.com)

Het dichtstbijzijnde risico is een gasleiding, van de Gasunie, die ligt op minimaal 1,75 kilometer afstand van het plangebied.

Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp
afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0041.png"
Figuur 4.7: Fragment risicokaart (bron: Arcgis.com)

Het dichtstbijzijnde risico voor deze locatie ligt op ruim 3,7 kilometer afstand, een gasleiding van de Gasunie.

Koninksweg Saasveld

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0042.png"
Figuur 4.8: Fragment risicokaart (bron: Arcgis.com)

Het dichtstbijzijnde risico voor de locatie aan de Koninksweg is eveneens een leiding van de Gasunie en deze ligt op ruimm 2,6 kilometer.

Derhalve geldt dat de plangebieden:

  • zich niet bevinden binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);
  • zich niet bevinden binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;
  • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;
  • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8 Water

Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen).

Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen.

Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.
Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.

Waterbeheerplan 2016-2021

Watersysteem

In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.

Afvalwaterketen

Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

Watertoetsproces

Op 11 juni 2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie bijlagen

Voor de locatie Wittebergweg 24 Nutter volgt de conclusie dat er geen waterschapsbelang is bij dit plan.

Voor de locaties Braakweg 12 Lattrop Breklenkamp en Nutterseweg 9 Oud Ootmarsum is de standaard waterparagraaf van toepassing verklaard. Met inachtneming van de standaard voorschriften vanuit het waterschap wordt een positief advies gegeven voor de ontwikkeling. Het aspect water vormt geen belemmering voor het voornemen.

Voor de locatie Koninksweg in Saasveld moet de normale procedure worden gevolgd.

Uit contact met waterschap Vechtstromen volgt dat rekening moet worden gehouden met de naastliggende waterloop en duiker vanwege hun aan-, af- en doorvoerfunctie. Voor het onderhoud is een obstakelvrije zone van 5 meter vanaf de insteek noodzakelijk. Bij de uitwerking van het plan zal rekening worden gehouden met de eisen van het Waterschap.

4.9 Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening).

Toetsing 
Voor de vier locaties is een quicscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd (Natuurbank Overijssel, projectnummer 3392, 16-6-2021).
De vier deelgebieden zijn op 27 april 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland

Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming:
Geen van de deelgebieden behoort tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura 2000-gebied en de deelgebieden, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht.

Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: 
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde dieren. Sommige beschermde amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt en de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rust- of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd en/of vernield.

Voor de beschermde grondbonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'vangen' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.

Conclusie
Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied niet af.

4.10 Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden.

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet.

Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

Archeologie

In onderstaand figuren zijn de verschillende deellocaties zichtbaar in de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Dinkelland.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0043.png"

Figuur 4.9: Wittebergweg (bron: archeologische verwachtingskaart, gemeente Dinkelland)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0044.png"
Figuur 4.10: Nutterseweg (bron: archeologische verwachtingskaart, gemeente Dinkelland)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0045.png"
Figuur 4.11: Braakweg (bron: archeologische verwachtingskaart, gemeente Dinkelland)

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.BUIBPWITTEBWEG24EA-VG01_0046.png"

Figuur 4.12: Koninksweg (bron: archeologische verwachtingskaart, gemeente Dinkelland)

Toets
Voor de locatie aan de Wittebergweg 24 geldt het kenmerk 'stuwwalhellingen met vochtige zandige of kleiige bodems'. Voor gronden met dit kenmerk is het advies dat er archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 5000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek.
De sloopoppervlakte is minder dan 5000 m², waardoor onderzoek niet nodig is.

Voor de locatie aan de Nutterseweg 9 geldt naast de 'stuwwalhellingen met vochtige zandige of kleiige bodem', het kenmerk 'diepe erosiedalen met natte, zandige bodems'. Dit laatste kenmerk geeft een lage verwachtigswaarde voor archeologie aan.
Op deze locatie wordt een woning gebouwd en een gebouw gesloopt, maar dit blijft ruim onder de 5000 m². Archeologisch onderzoek is hier niet noodzakelijk.

De locatie aan de Braakweg 12 en aan de Koninksweg hebben beide het kenmerk 'beekdalen en overige laagten'. Daarvoor geldt een lage verwachtingswaarde voor archeologische resten uit alle perioden. Er geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor beide locaties is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

Cultuurhistorie
Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- noch gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden of van monumentale bebouwing.
Gelet daarop kan worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt.

Conclusie

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de onderhavige plannen.

4.11 Verkeer / parkeren

Nutterseweg 9, Braakweg 12, Koninksweg

Het voornemen bestaat om op drie locaties, één extra woning te realiseren, aan de Nutterseweg 9, Braakweg 12. Hierdoor zal het aantal verkeersbewegingen ter plaatse nauwelijks toenemen. Uitgegaan wordt van 8,6 verkeersbewegingen per woning (kencijfer CROW-publicatie oktober 2012). Deze toename van verkeersbewegingen kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Op het erf zullen de initiatiefnemers door middel van een oprit/erfverharding ruimte creëren voor het parkeren van voertuigen. Het betreft een locatie in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, waar voldoende ruimte is in om in de parkeermogelijkheden op eigen terrein te voorzien.
Voor de locatie aan de Koninksweg op de grens van woonwijk met het buitengebied, kan worden uitgegaan dat er wordt geparkeerd op eigen terrein.

Wittebergweg 24

Aan de Wittebergweg worden enkel schuren gesaneerd en blijven de huidige woningen gehandhaafd. Als gevolg daarvan zal er geen toename van het aantal verkeersbewegingen plaatsvinden. Voor parkeren geldt hiervoor in de huidige situatie afdoende ruimte bestaat op het erf, hierin treedt eveneens geen verandering op.

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de plannen.

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek

De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels

5.2.1 Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht.

Inleidende regels

  • Begrippen

In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

  • Wijze van meten

Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels

De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit:

  • bestemmingsomschrijving:

De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies;

  • bouwregels:

In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart);

  • afwijken van de bouwregels:

Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken;

  • specifieke gebruiksregels:

In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies;

  • afwijken van de gebruiksregels:

Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen;

  • wijzigingsregels

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene regels

  • Anti-dubbeltelregel:

Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld;

  • Algemene gebruiksregels:

Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin;

  • Algemene afwijkingsregels:

In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven;

  • Algemene wijzigingsregels:

In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven;

  • Overige regels:

Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Hier zijn ook bepalingen voor wat betreft parkeren en laden/lossen opgenomen.

Overgangs- en slotregels

  • Overgangsrecht:

Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet;

  • Slotregel: 

Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2.2 Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen:

  • 'Agrarisch - 1'

De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch - 1’ bestaan uit een combinatie aan functies. Deze gronden zijn bestemd voor het agrarisch gebruik in combinatie met het behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden.

Aan de Wittebergweg is binnen het plangebied tevens de bestemming 'Agrarisch - 1' aanwezig. Het gaat hier om gronden die in het kader van het wegbestemmen van het agrarisch bouwperceel en/of de landschappelijke inpassing relevant zijn en daarom opgenomen zijn binnen het plangebied.

  • 'Wonen'

Verspreid in het buitengebied liggen bedrijfswoningen (meest agrarisch) en burgerwoningen. Woningen mogen een maximale inhoud hebben van 750 m3 ongeacht de vraag of sprake is van inwoning.

Bij burgerwoningen zijn, net als bij agrarische bouwvlakken, kleinschalige bedrijfsactiviteiten na afwijking toegestaan. Tevens zijn aan huis verbonden beroepen toegestaan.

In de bestemming zijn een aantal specifieke gebruiksregels, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in de erfinrichtingsplannen en de sloop van de landschapsontsierende bedrijfsgebouwen.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden
naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is.

De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

Provincie Overijssel

De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 4, waardoor vooroverleg niet nodig is.

Waterschap Vechtstromen
Op 15 en 16 april 2020 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 31 december 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Gedurende de inzageperiode zijn twee zienswijzen ingediend door omwonenden van locatie Koninksweg ongenummerd te Saasveld.

In navolging hierop hebben overleggen plaatsgevonden tussen de betreffende intiatiefnemers en omwonenden. Er zijn onderlinge afspraken gemaakt met betrekking tot de voorziene ontwikkeling op deze locatie die tot een overeenstemming van de betreffende pariijen leidt. Hiermee hebben de omwonenden laten weten de formele zienswijze in te trekken.