direct naar inhoud van 5.2 Nadere toelichting op de planregels
Plan: Buitengebied Rijssen-Holten
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1742.BPB2011000-0401

5.2 Nadere toelichting op de planregels

Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap

De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf. Omdat in deze bestemming geen gebouwen mogen worden opgericht, met uitzondering van de overschrijding van de agrarische bedrijfsbestemming, ziet de uitoefening van het agrarisch bedrijf binnen deze bestemming op het bedrijfsmatig weiden van vee en/of het telen van gewassen. Daarnaast is ook het niet-bedrijfsmatig weiden van vee toegestaan, aangezien er ook gronden in gebruik zijn bij niet-agrariërs.

De gronden zijn tevens bestemd voor het behoud van de landschappelijke waarden, tot uitdrukking komend in de openheid van het landschap of kleinere landschapselementen.

De opslag van veevoer, mest en agrarische producten ten dienste van het agrarisch bedrijven mogen aansluitend aan de agrarische bebouwing en binnen 50 meter van het agrarisch bouwvlak bij recht plaatsvinden.

In beginsel mogen geen gebouwen worden gebouwd. Soms komt het voor dat een uitbreiding net niet binnen het agrarisch bouwperceel past. In dat geval kan door middel van afwijking bebouwing worden opgericht alsof de bestemming "Agrarisch - Agrarisch bedrijf" had. Dat kan tot niet meer dan 25 meter buiten de grens van de bestemming "Agrarisch - Agrarisch bedrijf". Deze overschrijding is echter beperkt tot één zijde van de bestemmingsgrens. Het nieuw te bouwen gebouw dient dan wel gedeeltelijk binnen de bestemming "Agrarisch - Agrarisch bedrijf" te worden gebouwd; dus het gebouw mag niet geheel in de bestemming "Agrarisch" worden gebouwd. Ook voor het realiseren van teeltondersteunende voorzieningen geldt dat een gedeelte van deze voorzieningen binnen de bestemming "Agrarisch - Agrarisch bedrijf" moet zijn gesitueerd. Dus de voorzieningen mogen niet uitsluitend buiten de agrarische bedrijfsbestemming worden gesitueerd. Schuilstallen en andere schuilgelegenheden in het veld zijn niet toegestaan. De karakteristiek van het gebied verhoudt zich niet tot het plaatsen van allerlei gebouwen in het veld. Dit kan leiden tot ongewenste verrommeling. De reeds bestaande schuilstallen en andere veldschuren, welke op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan reeds aanwezig waren of met vergunning gebouwd kunnen worden, geldt er een positief recht. Hiermee is het gebruik van de bestaande schuilgelegenheid of veldschuur planologisch geregeld en mag in het kader van onderhoud geheel vernieuwd worden conform de bestaande afmetingen.

Wat het de omgevingsvergunningen voor de activiteit werken en/of werkzaamheden betreft, moet zoals hiervoor is aangegeven, altijd een relatie worden gezocht met de gebruiksregels, die zijn neergelegd in de bestemmingsomschrijving, de specifieke gebruiksregels en de algemene gebruiksregels. Zo is voor het aanleggen of verharden van wegen, voet-, fiets en/of ruiterpaden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2 een omgevingsvergunning voor de activiteit werken en/of werkzaamheden noodzakelijk. Hierop zijn dan nog wel weer een paar uitzonderingen. Verder is voor het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik en het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen een omgevingsvergunning voor de activiteit werken en/of werkzaamheden nodig.

Uit het Plan-Mer blijkt dat het landschappelijk niet gewenst is om bij recht nieuw vestiging en uitbreiding van kwekerijen toe te staan. Daarom zijn in de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap (boom)kwekerijen, hout- en fruitteelt niet bij recht toegestaan alleen de reeds bestaande. In het bestemmingsplan is wel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om uitbreiding mogelijk te maken mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Dit ter bescherming van het agrarische gebied.

Er is een bevoegdheid opgenomen om het bestemmingsplan te wijzigen op diverse onderdelen. De vorm van een agrarisch bouwblok mag worden gewijzigd, een agrarisch bouwblok mag worden uitgebreid, maar ook kan de bestemming worden gewijzigd in de bestemming "Bos", "Natuur" of "Water".

Agrarisch - Agrarisch bedrijf

Per bestemmingsvlak is één agrarisch bedrijf toegestaan. Een definitie is gegeven in artikel 1 waarin aangegeven wordt dat een volwaardig agrarisch bedrijf meer dan 11 nge bevat.

Intensieve veehouderijen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij". De als zodanig aangegeven bestemmingsvlakken mogen overigens ook voor andere agrarische bedrijfsactiviteiten worden gebruikt.

Het vergroten van de bestaande agrarische bedrijfswoning, ten behoeve van inwoning, tot 1.000 m3 is onder voorwaarden mogelijk. Het realiseren van een tweede agrarische bedrijfswoning is onder voorwaarden uitsluitend toegestaan nadat aannemelijk is gemaakt dat het vergroten van de bestaande agrarische bedrijfswoning ten behoeve van inwoning tot een inhoud van niet meer dan 1.000 m3 niet tot de mogelijkheden behoort. Deze regeling is conform het bestemmingsplan Buitengebied Rijssen 1984. Vaak blijkt dat de behoefte aan een tweede bedrijfswoning tijdelijk is, waarna de woning verhuurd dan wel verkocht wordt. Dit geeft ongewenste planologisch effecten.

Een paardijbak tot een oppervlakte van 1.300 m2 is toegestaan, mits aan een aantal criteria wordt voldaan.

Zonder nadere procedure is een aantal nevenactiviteiten toegestaan, mits voldaan wordt aan diverse voorwaarden. Bed & Breakfast mag alleen worden gehouden in de bedrijfswoning en het aantal kamers is beperkt tot 4. De nevenactiviteiten mogen alleen worden uitgeoefend indien blijvend aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:

  • 1. er vinden geen vergunningplichtige, bouwkundige aanpassingen in danwel uitpandig aan het gebouw plaats;
  • 2. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing, met dien verstande dat het vloeroppervlak ten behoeve van de nevenfuncties niet meer dan 35% van de maximaal toegestane bebouwing bedraagt;
  • 3. er vindt geen opslag en stalling buiten de bestaande bebouwing plaats;
  • 4. er is geen sprake van opslag van gevaarlijke stoffen;
  • 5. de agrarische bedrijfsfunctie is en blijft primair;
  • 6. er is geen sprake van detailhandel;
  • 7. er is geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;
  • 8. er vinden geen vergunningplichtige activiteiten in het kader van milieu plaats;
  • 9. er is geen sprake van geluidhinder zoals bedoeld in het geluidbeleid van de gemeente;
  • 10. de nevenactiviteit wordt uitgevoerd door één van de hoofdbewoners van het agrarische bedrijf;
  • 11. parkeren vindt plaats op eigen terrein;
  • 12. er is geen sprake van reclame-uitingen;

Een kleinschalig kampeerterrein is onder de volgende voorwaarden bij een agrarisch bedrijf toegestaan:

  • 1. op het agrarisch bedrijf moet de arbeidsbehoefte ten minste 0,25 volwaardige arbeidskracht bedragen;
  • 2. er mogen niet meer dan 25 kampeerplaatsen aanwezig zijn, waarbij de landschappelijke en natuurlijke waarden niet mogen worden geschaad;
  • 3. het kleinschalig kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast met gebiedseigen beplanting, zodat het een passend element vormt in de omgeving en dat aan een doelmatige inrichting wordt bijgedragen;
  • 4. het kleinschalig kampeerterrein wordt in ruimtelijke samenhang met de gebouwen gerealiseerd;
  • 5. toilet- en wasvoorzieningen worden binnen bestaande bebouwing gerealiseerd, met dien verstande dat:
    • a. indien dat niet mogelijk is de haalbaarheid van herbouw op dezelfde plaats onderzocht kan worden;
    • b. het maximale toegestane percentage aan bebouwing niet wordt overschreden;
  • 6. parkeren plaatsvindt op het eigen terrein en dat de parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast met gebiedseigen beplanting;
  • 7. het kampeerseizoen is van 15 maart tot en met 31 oktober, met dien verstande dat voor de periode van 1 november tot en met 14 maart geldt dat alle kampeermiddelen met toebehoren worden verwijderd uit het landschap;
  • 8. een kleinschalig kampeerterrein is in principe alleen in het extensiveringsgebied en het verwevingsgebied (reconstructieplan) toegestaan. Een kleinschalig kampeerterrein in het landbouwontwikkelingsgebied kan alleen onder de voorwaarde dat de belangen en de ontwikkeling van de agrarische bedrijvigheid hierdoor niet onevenredig worden geschaad;
  • 9. trekkershutten zijn op kleinschalige kampeerterreinen niet toegestaan.

De regels beogen duidelijk te maken dat het vergisten van mest en het leveren van de daarbij vrijkomende energie (uitsluitend voor eigen gebruik) alleen is toegestaan na afwijking. Afwijking van de regels i ook het juiste instrument om dit mogelijk te maken, omdat met een mestvergister de bestemming feitelijk niet wordt gewijzigd.

Een kampeerboerderij is mogelijk door een afwijking van de gebruiksregels. Deze kampeerboerderij mag in een bedrijfsgebouw worden gesitueerd dat niet meer wordt gebruikt voor de agrarische bedrijfsvoering. De kampeerboerderij is ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsvoering. Daarom is ook gekozen voor een afwijking van het bestemmingsplan en niet voor het wijzigen van de bestemming. Of de kampeerboerderij ondergeschikt is aan de agrarische bedrijfsvoering blijkt uit de te gebruiken oppervlakte en tevens is sprake van een economische ondergeschiktheid. Met andere woorden het hoofdinkomen bestaat uit het agrarisch bedrijf; de inkomsten uit de kampeerboerderij zijn een aanvulling.

Na beëindiging van het agrarische bedrijf kan de bestemming worden gewijzigd in de bestemming "Wonen" en de aangrenzende gebiedsbestemming (doorgaans: "Agrarisch" of "Agrarisch met waarden - Landschap"). De woonfunctie zelf mag na wijziging worden uitgeoefend in de bedrijfswoning.

Bos en Natuur

De bestaande bos- en natuurgebieden hebben de bestemming "Bos" en "Natuur" gekregen. Deze bestemmingen zijn met name opgenomen voor de bos- en natuurgebieden die in eigendom zijn van natuurterreinbeherende organisaties, zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, dan wel waarvoor een particuliere natuurbeheerovereenkomst is afgesloten. het ruimtelijk beleid is gericht op de instandhouding en de ontwikkeling van de natuurwaarden. Daarnaast zijn voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik toegestaan. Daarbij wordt gedacht aan onder ander wandel-, fiets- en ruiterpaden. Extensief recreatief medegebruik voor scoutingactiviteiten is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "dagrecreatie".

Ter bescherming van de natuur- en landschapswaarden zal een aantal werken en werkzaamheden onder andere worden getoetst op hun effect op de natuur- en landschapswaarden. Door een omgevingsvergunning voor de activiteit van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te eisen heeft de gemeente een dergelijk toetsingsinstrument. Deze werkzaamheden zijn dus niet bij voorbaat strijdig met de natuur- en landschapswaarden. Wanneer de werkzaamheden geen blijvende, wezenlijke invloed hebben op de natuur- en landschapswaarden, zal een vergunning worden verleend. Deze vergunning hoeft echter niet te worden aangevraagd wanneer sprake is van normaal onderhoud of beheer. Hieronder worden werkzaamheden verstaan die periodiek moeten worden uitgevoerd ter instandhouding van de binnen een gebied aanwezige functies en waarden, zoals deze blijken uit de opgenomen bestemmingsomschrijving.

Bedrijf

Alle niet-agrarische bedrijven die legaal en bij wijze van hoofdactiviteit worden uitgeoefend (niet zijnde beroep of bedrijf aan huis), hebben een bedrijfsbestemming gekregen. Het gaat daarbij veelal om ambacht, handel en nijverheid. In de regels is per adres opgenomen welke activiteit is toegestaan, welke bebouwingsmogelijkheden in dat geval zijn toegestaan (aantal bedrijfswoningen, toegestane oppervlakte bebouwing en de maximale goot- en bouwhoogte). Voor deze niet-agrarische bedrijven is geen afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de bestaande oppervlakte te vergroten.

In geval van bedrijfsbeëindiging, dan wel in die gevallen waarin handhaving van de bestaande bedrijfsfunctie minder wenselijk is, is het mogelijk een ander soort bedrijf toe te staan, door middel van een afwijkingsmogelijkheid. Bedrijfsactiviteiten worden in de VNG-brochure "Bedrijven en Milieuzonering ingedeeld naar categorieën. Bedrijven in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn in het algemeen inpasbaar in het landelijk gebied. Mocht er geen sprake zijn van een nieuwe bedrijfsactiviteit dan kan de bestemming omgezet worden middels een wijzigingsbevoegdheid mits er een bestaande bedrijfswoning aanwezig is.

Wonen

De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woonhuizen. Per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 woonhuis worden gebouwd, tenzij anders op de kaart is aangegeven. De inhoud van het woonhuis mag niet meer dan 750 m3 bedragen. Er geldt een maximale goothoogte, een maximale bouwhoogte en een minimale dakhelling. Echter voor al deze maten geldt dat als op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een afwijkende maatvoering aanwezig is, dat die maatvoering als maximum/minimum mag worden gehanteerd.

Het plan maakt een duidelijk onderscheid tussen hoofdgebouwen enerzijds en bijbehorende bouwwerken anderzijds. Voor bijbehorende bouwwerken gelden aparte bouwregels.

De plaats van een gebouw wordt bepaald door de volgende regels:

  • 1. De ruimtelijke uitstraling. Een woning dient vrijstaand te worden gebouwd, tenzij dit anders op de verbeelding (plankaart) is opgenomen. Ook zijn er bouwregels opgenomen, zoals een maximale goot- en bouwhoogte en een minimale dakhelling.
  • 2. De ruimtelijke uitstraling. Een woning dient vrijstaand te worden gebouwd, tenzij dit anders op de verbeeding (plankaart) is aangegeven. Ook zijn er bouwregels opgenomen, zoals een maximale goot- en bouwhoogte en een minimale dakhelling.
  • 3. De nadere eisen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats van een gebouw, bijvoorbeeld ten behoeve van een samenhangend bebouwingsbeeld. Dat betekent dat als een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingediend, burgemeester en wethouders kunnen zeggen dat ze alleen een omgevingsvergunning voor bouwen verlenen als een gebouw anders gesitueerd wordt. Zie ook hetgeen hierover in de algemene toelichting is opgenomen

Binnen de bestemming wonen is het hobbymatig houden van dieren toegestaan. Wanneer is sprake van het 3 houden van dieren? Oftewel wanneer moet het hobbymatig houden van dieren als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) worden beschouwd? Artikel 1.1 lid 1 van de Wm bevat de definitie van het begrip inrichting. Deze luidt: "elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht". Bij het hobbymatig of kleinschalig houden van dieren ligt het probleem veelal in de bedrijfsmatigheid. Indien op een bedrijf uitsluitend dieren hobbymatig worden gehouden, is de activiteit niet te beschouwen als een bedrijfsmatige activiteit. Wel kan het zo zijn dat de omvang van de activiteit zodanig is, dat deze activiteit een "omvang alsof zij bedrijfsmatig was" heeft. Op 8 oktober 1999 heeft het ministerie van VROM een brief "Kleinschalig houden van dieren" verzonden naar de gemeenten. In de brief is aangegeven welke factoren in de jurisprudentie een rol spelen bij de vraag of de omvang van de activiteit vergelijkbaar is met een bedrijfsmatige activiteit. De gemeente Rijssen-Holten gebruikt deze brief als leidraad voor de beoordeling of in bepaalde situaties sprake is van hobbymatige of bedrijfsmatige activiteiten.

Persoonsgebonden overgangsrecht bij illegale bewoning van bouwwerken

Het bewonen van bouwwerken die niet voor bewoning bestemd zijn is in strijd met het bestemmingsplan. Er is één situatie binnen de gemeente waarin sprake is van illegale bewoning. Echter handhavend optreden is deze specifieke situatie zou leiden tot onbillijkheid van overwegende aard. Om die reden is dan ook een persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen. Dit persoonsgebonden overgangsrecht komt te vervallen wanneer de huidige bouwwerk niet meer illegaal bewoond wordt. Voor nieuwe gebruikers geldt de bestemming conform het bestemmingsplan.

Wonen in bedrijfswoningen

Het wonen door derden in (tweede) bedrijfswoningen is strijdig met het gebruik van de betreffende bestemming. Deze bepaling is expliciet toegevoegd in de planregels onder de bestemmingen waar een bedrijfswoning is toegestaan.

Recreatie

In het plan is onderscheid gemaakt in drie bestemmingen: Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie - Recreatiewoning en Recreatie - Verblijfsrecreatie.

De functies voor dagrecreatie, zoals een hondendressuurterrein, een crossterrein en een kinderboerderij zijn bestemd als Recreatie - Dagrecreatie.

De vrijstaande recreatiewoningen zijn bestemd als Recreatie - Recreatiewoning. De planregels voor deze recreatiewoningen sluiten aan bij de planregels voor de recreatiewoningen binnen de verblijfsrecreatieterreinen.

De verblijfsrecreatieterreinen zijn bestemd als Recreatie - Verblijfsrecreatie. In het artikel is het aantal bedrijfswoningen, het aantal recreatiewoningen, het aantal stacaravans en het aantal trekkershutten. Voor al deze gebouwen zijn specifieke bouwregels opgenomen. De voorzieningengebouwen, zoals een receptie, horeca, zwembad en dergelijke, zijn specifiek aangeduid als "centrum". Dit betekent bijvoorbeeld dat bij het terrein van "de Borkeld" geen zwembad of receptie mag worden gerealiseerd, aangezien op dit terrein de aanduiding "centrum" niet is opgenomen.

Permanente bewoning van recreatiewoningen is niet toegestaan. De omgevingsvisie van de Provincie Overijssel geeft duidelijk aan dat permanent bewoninging van recreatiewoningen onrechtmatig is en in de bestemmingsplannen uitgesloten moet worden (Omgevingsvisie 2009, artikel 4.2.3). Medewerking aan het toekennen van een woonbestemming kan alleen als voldaan wordt aan rijkscriteria uit de nota Ruimte en als het gaat om een locatie aansluitend aan bestaand stads- of dorpsgebied. Deze laatste bepaling heeft de provincie toegevoegd om versnippering van het landschap tegen te gaan. Artikel 2.12.3 van de omgevingsverordening bepaalt dan ook het volgende: De regels van bestemmingsplannen sluiten permanente bewoning van recreatiewoningen en recreatieverblijven uit. Tevens wordt in artikel 2.12.3 van omgevingsverordening bepaald dat een bestemmingsplan niet mag voorzien in een wijzigingsbevoegdheid naar een woonbestemming voor recreatiewoningen. Er zijn een aantal uitzonderingen, maar deze gelden niet voor recreatiewoningen die binnen de EHS gelegen zijn.

Aanwijzingen voor permanente bewoning zijn in ieder geval:

  • een inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie,
  • het niet hebben van een hoofdverblijf elders en/of
  • feiten en omstandigheden (bijvoorbeeld gegevens belastingdienst, verbruiksgevens water/gas/electra, centrum sociale en maatschappelijke activiteiten).

De feitelijke situatie is altijd doorslaggevend.

Persoonsgebonden overgangsrecht bij recreatiewoningen

In afwijking van het reguliere beleid dat permanente bewoning van recreatiewoningen in strijd is met het bestemmingsplan geldt voor een aantal bewoners van recreatiewoningen een persoongebonden overgangsrecht. Dit houdt concreet in dat bewoners die op een specifieke peildatum ingeschreven stonden op het adres van hun recreatiewoning in de gemeentelijke basisadministratie overgangsrecht genieten. Dit persoonsgebonden overgangsrecht komt te vervallen wanneer zij de recreatiewoning niet langer zelf als hoofdverblijf gebruiken. De bewoners op wie dit persoongebonden overgangsrecht van toepassing is hebben hier in het verleden al bericht over ontvangen. Voor nieuwe gebruikers geldt het recreatieve gebruik.

Landgoederen

Landgoederen Look en De Brekeld-De Koningsbelt hebben een dubbelbestemming Waarde - Landgoed gekregen. Aangezien Landgoed Look nog niet is gerealiseerd is het vigerende bestemmingsplan voor dit perceel in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen. Deze systematiek wijkt echter af van de systematiek van de overige bestemmingen. Met name uit zich dat in het detailniveau van de planregels.

Landgoed De Brekeld - De Koningsbelt heeft de dubbelbestemming Waarde - Landgoed 2 gekregen.