direct naar inhoud van 3.3 Provinciaal en regionaal beleid
Plan: Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1

3.3 Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en Verordening Ruimte

In de structuurvisie geeft de provincie aan hoe ruimtelijke ontwikkelingen een plek kunnen krijgen die aansluit bij de kwaliteiten van Brabant. Er zijn twee ruimtelijke trends te onderscheiden: de schaalvergroting en de behoefte aan identiteit. De structuurvisie is op 17 december 2010 door Gedeputeerde Staten vastgesteld en op 1 januari 2011 in werking getreden.

De structuurvisie geeft aan welke ambities de provincie heeft op het gebied van het provinciale ruimtelijke beleid tot 2025. De Verordening Ruimte is een concrete uitwerking van de ambities van de provincie Noord-Brabant.

De provincie streeft naar een concentratie van verstedelijking, robuuste en aaneengesloten natuurgebieden, concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen en voldoende ruimte voor waterberging nu en in de toekomst. De provincie wil duurzaam en zuinig omgaan met de leefomgeving en de ruimte en een goede relatie creëren tussen wonen en werken in de stedelijke omgeving en een groene landelijke omgeving daarbuiten.

De provincie kiest in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in deze structuurvisie de 'rode' draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt.

De structuurvisie is juridisch niet bindend. In de Verordening Ruimte staan de juridisch bindende regels.

Op de kaarten van de Verordening Ruimte is een deel van het plangebied aangegeven als bestaand stedelijk gebied. Het oostelijk deel van het plangebied is aangegeven als zoekgebied voor verstedelijking. Het zuidelijk deel van het plangebied valt buiten het verstedelijkingsbeleid (buitengebied).

afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0004.png" afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0005.png"

Figuur 3.2: Uitsnede kaart Stedelijke ontwikkeling, Verordening Ruimte

Het plangebied ligt deels in de groenblauwe mantel, deels in de ecologische hoofdstructuur en deels in attentiegebied ehs. Dit betreft met name de zuidzijde van het plangebied. De Verordening stelt regels aan een bestemmingsplan dat is gelegen in deze gebieden.

Een bestemmingsplan dat is gelegen in de ecologische hoofdstructuur strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en stelt regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en houdt daarbij rekening met de overige aanwezige waarden en kenmerken, zoals cultuurhistorie. Bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteit zijn toegelaten.
Het betreffende gedeelte wordt sinds lange tijd al gebruikt als bedrijfsgrond en is ook in het vigerende bestemmingsplan uit 1991 bestemd als bedrijfsdoeleinden. In het voorliggende plan wijzigt dit niet.

Een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheidene gebieden en stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

Een bestemmingsplan dat is gelegen in een attentiegebied ehs wijst geen bestemmingen aan of stelt geen regels vast die fysieke ingrepen mogelijk maken met een negatief effect op de waterhuishouding van de hierbinnen gelegen ecologische hoofdstructuur. Voorts worden specifieke regels gesteld ten aanzien van diverse aanlegwerkzaamheden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0006.png" afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0007.png"

Figuur 3.3: Uitsnede kaart Natuur en Landschap, Verordening Ruimte

Het plangebied ligt in een regionaal waterbergingsgebied. Dit strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. De Verordening stelt regels aan een bestemmingsplan dat is gelegen in een waterbergingsgebied:

  • Het bestemmingsplan dient te bepalen dat bebouwing ten dienste van waterberging tot een hoogte van ten hoogste 2 meter is toegestaan. Bebouwing om andere redenen is toegestaan mits de toelichting bij het bestemmingsplan een verantwoording bevat over de wijze waarop het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied is verzekerd;
  • Het bestemmingsplan dient beperkingen te stellen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud. Het betrokken waterschapsbestuur dient hierbij te worden gehoord.

afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0008.png" afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0009.png"

Figuur 3.4: Uitsnede kaart Water, Verordening Ruimte

Voorliggend bestemmingsplan herbevestigt de feitelijke situatie (conserverend bestemmingsplan). In de regels is voorzien in regelingen ter behoud van het waterbergend vermogen van het gebied, de groenblauwe mantel, de ecologische hoofdstructuur en het attentiegebied ehs.

Regionale afspraken

In het najaar van 2012 heeft het Ruimtelijk Regionaal Overleg /PoHo SRE (Samenwerkingsverband Regio Eindhoven) een actualisatie laten plaatsvinden van het verouderde document: ' Regionale afspraken & programmering werklocaties Zuidoost-Brabant'. In dit document zijn de vorderingen van de gemaakte afspraken weergegeven en is een actualisatie doorgevoerd. De voor het plangebied relevante afspraken en de status hiervan zijn hieronder weergegeven:

  • Afspraak 1: instemmen met programmering tot nu toe
  • Afspraak 2: completering programmering
  • Afspraak 3: monitoren vraag en aanbod en blijvend actualiseren programmering
  • Afspraak 4: kansen voor multimodaal ontsloten bedrijventerreinen
  • Afspraak 5: A2-gemeenten blijven inzetten op de uitgezette koers

Aan deze afspraken worden nieuwe initiatieven getoetst.
In de Provinciale Verordening Ruimte is de verplichting opgenomen om in regionaal verband afspraken te maken over de planning van bedrijventerreinen. De programmering die er nu ligt, geeft invulling aan deze afspraken maar is nog niet sluitend. De verwachting is dat met de bestuurlijke sessies over de problematiek in het stedelijk gebied voorlopig de laatste stap gezet kan worden in de kwantitatieve discussie.

Het bedrijventerrein 'Industrieterrein Budel Dorplein bestaand' is een reeds langere tijd bestaand bedrijventerrein dat op zichzelf geen uitbreiding mogelijk maakt. Hier betreft het een juridisch-planologische verankering van een bestaande situatie. De bestaande rechten worden gerespecteerd. De actualisatie is derhalve niet in strijd met de Verordening en de afspraken uit het RRO/PoHo SRE.

3.3.2 Waterschap De Dommel

Hemelwaterbeleid

Het huidige Waterbeheerplan "Krachtig water" beschrijft de hoofdlijnen voor het te voeren beleid van waterschap De Dommel voor de periode 2010-2015. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan.

In het kader van het huidige overheidsbeleid, provinciaal beleid en het beleid van het waterschap dient invulling te worden gegeven aan 'duurzaam stedelijk waterbeheer'. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal beleidsuitgangsprincipes ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Deze uitgangsprincipes zijn opgenomen in de beleidsnotitie "Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk” (waterschap De Dommel en waterschap Aa en Maas, juli 2006, bestuurlijk vastgesteld 14 november 2007).

In hoofdlijnen betekent dit dat het bestaande grondwater- en oppervlaktewaterregime intact moet blijven, oftewel er dient hydrologisch neutraal gebouwd te worden. Hemelwater wat valt ter plaatse van daken en verhardingen mag niet versneld worden afgevoerd naar het regionale afwateringsstelsel. Voor de verwerking van hemelwater dienen de afwegingsstappen hergebruik-vasthouden-bergen-afvoeren als uitgangspunt te worden gehanteerd. De afvoer mag niet meer bedragen dan de afvoer in de oorspronkelijke situatie. Hiervoor hanteert het waterschap een bergingsnorm en een maximale toegestane landbouwkundige afvoer.

De huidige bergingsnorm houdt in dat een bui met een herhalingstijd van 10 jaar + 10 % binnen
het plangebied gelegen voorzieningen geborgen dient te worden. Daarnaast dient aangegeven te worden wat de verwachte gevolgen zijn van een bui met een herhalingstijd van 100 jaar + 10%. Bij deze bui mag geen schade ontstaan aan onder andere gebouwen.

Ten aanzien van de waterkwaliteit geldt de volgorde schoon houden-scheiden-zuiveren. Afvoer van schoon water naar het gemengd stelsel wordt in principe niet meer toegestaan. Afvalwater en hemelwater dienen gescheiden te worden aangeboden bij de perceelsgrens. Verder dienen bij inrichting, bouwen en beheer zo min mogelijk vervuilende stoffen te worden toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Conform de waterkwaliteitstrits dienen in alle gevallen de mogelijkheden voor bronmaatregelen (schoonhouden) te worden onderzocht.

Voor het totale overzicht van de uitgangspunten wordt verwezen naar de "Handreiking
watertoets" (oktober 2012) van waterschap De Dommel.

Keurbeleid

Binnen de keur wordt onderscheid gemaakt tussen vergunningsplichtige ingrepen en de
meldingsplichtige ingrepen die binnen de algemene regels van het Waterschap vallen. De keur is van toepassing in het gebied.

Voor het totale overzicht van de vergunnings- en meldingsplichtige ingrepen en de algemene regels wordt verwezen naar het keurbeleid van het Waterschap.

Conclusie

Nieuwe ontwikkelingen zijn binnen het plangebied niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het beleid van het waterschap.