direct naar inhoud van 4.2 Bodem
Plan: Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1

4.2 Bodem

Algemeen

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het conserveren van een bestaande situatie. Voor de bestaande situatie is in principe geen bodemonderzoek noodzakelijk. Wanneer binnen het conserverend bestemmingsplan (incidenteel) nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemgesteldheid. Onderstaand wordt de historie en de bestaande situatie weergegeven.

Historie en bestaande situatie

Tot 1973 verliep de zinkproductie volgens een thermisch proces. Bij het zinkproductieproces kwamen veel vaste afvalstoffen vrij:

  • De zogenaamde kelderassen: assen/slakken die onder meer zware metalen bevatten en via kelders werden afgevoerd;
  • As en sintels van het stoken van de ovens;
  • Gebruikte retorten en ovenmaterialen.

Het vrijkomend materiaal werd tot circa 1950 gebruikt om het eigen terrein op te hogen en te egaliseren. Kelderassen (van de Nederlandse en Belgische zinkindustrieën) werden in die tijd op grote schaal in de Nederlandse en Belgische Kempen gebruikt als weg- en erfverharding. Op het terrein is in de loop der jaren ruim 1,5 miljoen m3 materiaal voor ophoging gebruikt.

Het grondwater van het bedrijfsterrein raakte in de loop der tijd verontreinigd door zink, cadmium en sulfaat. Deze verontreinigingen zijn voornamelijk afkomstig van:

  • De uitloging van kelderassen, die zijn toegepast als ophoogmateriaal op het terrein;
  • Neerslaan van verontreinigingen uit de lucht uit het thermische zinkproductieproces;
  • Lekkages van onder andere zwavelzuur. Bij de voormalige zinkfabriek stond een zwavelzuurfabriek;
  • Een lekke onderafdichting van het eerste residubekken.

Deze bronnen leidden tot een grondwaterverontreiniging onder het terrein. Om verspreiding tot buiten de terreingrenzen te voorkomen is door Nyrstar een onttrekkingsysteem aangelegd (Geohydrologische Beheers Systeem, GBS).

In 1996 startte het afgraven van ruim 70 hectare kelderassenterrein. De ontgraven kelderassen zijn herbruikt als uitvulmateriaal bij de residubekkens. Ook een puinstort (restanten van de oude zinkfabriek actief tot 1973) en oude fundaties zijn verwijderd.

In de Klaarvijvers is in de loop der jaren een sliblaag ontstaan, verontreinigd door metaalhydroxides. De klaarvijvers zijn in 2005 volledig opgeschoond. Ze waren oorspronkelijk in gebruik voor bezinking van sedimenten uit proces- en koelwater. Deze sedimenten bevatten allerlei productiegerelateerde stoffen en waren zwaar verontreinigd.

Residubekkens

Het bij het productieproces vrijkomende residu (jarosiet) is opgeslagen in zogenaamde residubekkens. Sinds 2000 zijn de processen zodanig gewijzigd dat geen jarosiet meer ontstaat. De bekkens zijn voorzien van een onder- en bovenafdichting. Bij het afdekken van de bekkens zijn kelderassen, puin en verontreinigd zand verwerkt die op het terrein ontgraven zijn. Op deze wijze is circa 70 ha. terrein 'opgeschoond'. Alle residubekkens zijn inmiddels voorzien van een definitieve bovenafdichting. De verontreinigingen in de bekkens zijn geïsoleerd en worden beheerst door het toepassen van onderdrainage.

Conclusie

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is de grond naar verwachting geschikt voor het huidige gebruik.