direct naar inhoud van 3.5 Gemeentelijk beleid
Plan: Kern Beek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0888.BPKERNBEEK10-VA01

3.5 Gemeentelijk beleid

3.5.1 Strategische visie “Ondernemend Beek: veelzijdig en vitaal in zuid-limburg”

Op 10 december 2009 heeft de gemeenteraad de strategische toekomstvisie van de gemeente vastgesteld. Deze toekomstvisie beschrijft in hoofdlijnen de ambities en speerpunten van beleid tot 2030.

Samengevat gaat Beek zich in de komende jaren tot 2030 in hoofdlijnen richten op de volgende ambities en speerpunten die 2-jaarlijks nader uitgewerkt en geactualiseerd worden in uitvoeringsplannen, beginnend in het voorjaar 2011:

  • Het actief stimuleren van bedrijvigheid en het ondernemersklimaat en daarmee de regionale economie. Hierbij worden grootschalige bedrijven gefaciliteerd om zich te vestigen bij de luchthaven en het bijbehorend bedrijventerrein BMAA of op een van de andere bedrijventerreinen.
  • (Startende) MKB ondernemers worden gefaciliteerd om kleinschalige bedrijvigheid passend in de kernen te vestigen in de kernen. Het betreft hierbij niet alleen kleine winkels en ambachtelijke bedrijvigheid maar ook ondernemers in de maatschappelijke zorg of andersoortige voorzieningen die de leefbaarheid in de kern vergroten en er voor kunnen zorgen dat inwoners langer in hun ver-trouwde buurt kunnen blijven wonen.
  • Het centrum van Beek moet naast een gevarieerd winkelaanbod tevens een aanbod krijgen voor ontmoeting en vertier om zodoende de levendigheid en de gezelligheid van het centrum te ver-sterken.
  • De bereikbaarheid van en in Beek moet in stand gehouden worden en zo mogelijk verbeterd.
  • Geen grootschalige recreatievoorzieningen in Beek maar uitsluitend kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen worden gefaciliteerd.
  • Het woon-en leefklimaat wordt zodanig versterkt dat dit voor alle leeftijdsgroepen en voor zowel de huidige als toekomstige nieuwe inwoners aantrekkelijk is, waarbij kwaliteit boven kwantiteit gaat en groen in de leefomgeving een belangrijk uitgangspunt is.
  • Het landelijke karakter van het buitengebied wordt behouden en versterkt, waarbij samenwerking met en het faciliteren van agrariërs belangrijk is.
  • Cultureel-maatschappelijke voorzieningen, zorgvoorzieningen, sportvoorzieningen en de-tailhandelsvoorzieningen moeten binnen de gemeente bereikbaar zijn, maar niet noodzakelijk in elke kern. Het op termijn clusteren van voorzieningen op één locatie en multifunctioneel gebruik van voorzieningen is hiervoor noodzakelijk.
  • Inwoners worden gestimuleerd en gefaciliteerd om actief te participeren in de samenleving, o.a. op het gebied van mantelzorg en vrijwilligerswerk.
  • Sportontwikkelingen, in het bijzonder op het gebied van gehandicapten, chronisch zieken en seni-oren, worden gestimuleerd.
  • Ingezet wordt op een klantgerichte effectieve dienstverlening richting de burgers waarbij de gemeente een betrouwbare partner en een facilitator is die zowel vraaggericht als aanbodgericht handelt.

Bovenstaande ambities en speerpunten zullen gerealiseerd worden door middel van een proactieve rol in de regio en in een open dialoog tussen gemeente en inwoners, waarbij duurzaamheid een belangrijke kernwaarde is.

3.5.2 Waterplan

Het Waterplan (augustus 2007) stelt eisen aan de kwaliteit en kwantiteit van ons Beekse water. Die eisen komen voort uit Europese en nationale richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water en het Waterbeheer 21e eeuw.

De aandacht voor water neemt toe. Niet alleen neemt de intensiteit van de regenbuien toe als gevolg van klimaatsveranderingen, ook de ecologische en chemische kwaliteit van het oppervlaktewater staat onder de aandacht. De inrichting en beheer van het watersysteem is een gezamenlijke taak van gemeente en waterschap. Beide partijen hebben daarin hun eigen verantwoordelijkheid, maar afstemming tussen de partijen ligt voor de hand. Het waterplan heeft tot doel een gezamenlijke visie op te stellen voor de inrichting en het beheer van het water in Beek.

Het waterplan heeft geen wettelijke status maar is een afspraak tussen gemeente en waterschap. Beide partijen stellen het plan bestuurlijk vast en het waterplan krijgt daardoor wel degelijk status. In het waterplan is een concreet maatregelenprogramma opgenomen voor de komende vijf jaar met een doorzicht tot 2027, de peildatum van de KRW.

In het Waterplan Beek is het vigerende beleid van zowel Rijk, Provincie, waterschap als gemeente beschreven. Belangrijk daarbij is de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de ontwatering van het stedelijk gebied en de taak van het waterschap om het af te voeren regen- en afvalwater te ontvangen. Het verbeteren van de waterkwaliteit is een gezamenlijke missie.

Verdeeld over een aantal thema’s is in het Waterplan een beeld geschetst van het toekomstig watersysteem in Beek. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn dat:

  • water geen gevaar oplevert;
  • het watersysteem geschikt is voor de functies die het moet vervullen;
  • alle elementen van het watersysteem in samenhang worden beschouwd;
  • water een grotere rol krijgt in ruimtelijke ontwikkelingen;
  • iedereen zijn steentje bijdraagt.

Om het toekomstbeeld te bereiken is een scala aan maatregelen nodig. In het rapport zijn deze maatregelen benoemd, voorzien van een globale kostenindicatie en uitvoeringsperiode.

Om water in bebouwde leefomgeving vorm te geven wordt niet alleen de verplichte watertoets gevolgd, maar wordt tevens de handhaving hiervan verbeterd. Om regenwater op een gestructureerde wijze uit het stedelijke gebied af te voeren wordt een waterstructuurkaart opgesteld. Stedelijk grondwater krijgt meer aandacht door het in beeld brengen van grondwateroverlastlocaties, het formuleren van maatregelen, het instellen van een grondwatermeetnet en een grondwaterloket. Afkoppelen van verhard oppervlak blijft een aandachtspunt. Daar waar kansen zich voordoen wordt meegelift met ruimtelijke ingrepen. Daarnaast biedt het ontkluizen van beken (onder andere de Keutelbeek) mogelijkheden om regenwater in te zamelen en af te voeren. Om de kansen voor afkoppelen inzichtelijk te maken wordt een afkoppelkansenkaart opgesteld.

In de Waterparagraaf van dit bestemmingsplan zal nader worden ingegaan op het aspect water binnen het plangebied.

3.5.3 Welstandsnota

Bouwplannen dienen te voldoen aan redelijke eisen van welstand en moeten in relatie tot hun omgeving een redelijke vormgeving hebben. De welstandscommissie van de gemeente Beek toetst alle nieuwbouwplannen en grotere uitbreidingen hierop. De toetsingscriteria staan verwoord in de Welstandsnota Beek 2010. Voor een aantal licht bouwvergunningplichtige bouwwerken gelden sneltoetscriteria, die de initiatiefnemer vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid moeten geven over de aanvaardbaarheid van het plan vanuit het oogpunt van welstand.

Deze Welstandsnota bestaat uit drie delen:

Deel A bevat de context van totstandkoming en de uitleg van de beoordeling van bouwplannen.

Deel B gaat in op de welstandsbeoordeling, de gehanteerde criteria en het gewicht ervan voor de te onderscheiden deelgebieden.

Deel C bevat het reclamebeleid, de monumentenlijst, de verordeningen en werkwijze van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de kaarten van de karakteristieke, beeldbepalende en beeldondersteunende panden.

Het grondgebied van de gemeente Beek is verdeeld in vijf herkenbare gebiedstypen. De verschillen van typering geven aanleiding tot een verschil in de wijze van welstandsbeoordeling.

afbeelding "i_NL.IMRO.0888.BPKERNBEEK10-VA01_0009.png"

Vervolgens is er een verdere indeling gemaakt in verschillende gebiedstypen waar aan

de welstandsniveaus gekoppeld zijn. Deze indeling is voor Beek als volgt:

afbeelding "i_NL.IMRO.0888.BPKERNBEEK10-VA01_0010.png"

Voor deze gebiedstypen en welstandsniveaus zijn tenslotte de gebiedsgerichte criteria geformuleerd. Er is voor gekozen zogenaamde “relatieve” te gebruiken die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn en een nadere oordeelsvorming vragen door de welstandscommissie en burgemeester en wethouders. Complementair aan deze criteria zijn de gebiedsomschrijvingen en de welstandsvisie die per gebied en per gemeente gegeven zullen worden.

3.5.4 Nota Archeologisch beleid

Met de inwerkingtreding van de wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) sinds 1 september 2007 heeft de gemeente Beek een eigen verantwoordelijkheid voor het bodemarchief.

Een verantwoord beheer van het archeologisch bodemarchief in de gemeente kan niet zonder een gedegen inzicht in de ligging van alle bekende archeologische waarden en verwachtingen. Daartoe is de archeologische beleidskaart gemaakt, bestaande uit de archeologische verwachtingskaart en de archeologische beleidsadvieskaart. De Archeologische Verwachtingskaart geeft, op basis van een analyse van landschappelijke en archeologische informatie, een vlakdekkend overzicht van alle bekende en verwachte archeologische waarden op het grondgebied van de gemeente Beek. Zes soorten archeologische gebieden zijn hierbij te onderscheiden. Op de Archeologische Beleidsadvieskaart zijn aan de verschillende archeologische gebieden beleidsadviezen gekoppeld. Voor de verwachtingsgebieden (categorie 1-4) en de gebieden met bekende waarden (categorie 5 en 6) moeten de initiatiefnemers van toekomstige bodemingrepen verplicht onderzoek (laten) uitvoeren naar de archeologische waarde van het terrein.

Door de Wamz heeft de gemeente een uitbreiding van haar takenpakket, dat bestaat uit beoordeling onderzoeksverplichting, beoordeling rapportage en vaststellen vervolgacties of vrijstelling, selectiebesluit en toetsen Programma van Eisen.

Met behulp van het ‘Stappenplan Archeologie in de gemeentelijke RO’ kan de ‘beoordeling onderzoeksverplichting’ worden uitgevoerd.

3.5.5 Kadernota Klimaatbeleid gemeente Beek 2009-2012

Wereldwijd is er inmiddels veel aandacht voor het klimaat en klimaatbeleid. Ook vanuit het Beekse college(programma) is er nadrukkelijk aandacht voor klimaatbeleid als bijdrage aan een duurzaam leefbaar Beek. De gemeenteraad van Beek heeft eind september 2008 bovendien bepaald dat de gemeente Beek voortaan Millennium gemeente is. De gemeente Beek wil haar bijdrage aan de Millenniumdoelenmet name via de pijlers internationale samenwerking, klimaatbeleid en inkoop realiseren. Het klimaatbeleid draagt daarbij vooral bij aan Millenniumdoel 7: Er leven meer mensen in een duurzaam milieu.

Ambitie

Beleidsmatig wil de gemeente Beek met een veelzijdig pakket aan concrete maatregelen een ‘actieve, deels voorlopende’ gemeente zijn voor wat betreft klimaatbeleid (gebaseerd op de normen uit de 'Prestatiekaart'). Energiebesparing en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen staan daarbij centraal.

Bovendien heeft de gemeente Beek het ‘Klimaatakkoord Gemeenten en Rijk 2007-2011’ mee ondertekend. De hoofddoelstellingen daarvan zijn een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 30% in 2020 ten opzichte van 1990, een energiebesparing van 2% per jaar en een aandeel van hernieuwbare energiebronnen van 20% in 2020.

Activiteiten

De gemeente Beek is voornemens om in de periode 2009-2012 op basis van deze kadernota onderstaande lokale klimaatactiviteiten uit te voeren. De hieronder genoemde activiteiten betreffen een samenvatting van de voor dit bestemmingsplan relevante maatregelen uit hoofdstuk 3 van deze nota. Met de uitvoering van deze activiteiten wordt enige flexibiliteit betracht aangezien het beleidsveld erg in beweging is.

Voor CO2-reductie in woningen zet de gemeente Beek in op:

  • W.b. bestaande (koop)woningen stimuleren van duurzaam en energiezuinig (ver)bouwen door een adequate informatieverstrekking / loketfunctie aan particulieren.
  • Prestatieafspraken over energiebesparing e.d. met woningbouwcorporaties.
  • Stimuleren energiebesparing voor en door minima.
  • Energieneutrale/-arme nieuwbouw in (o.a.) Proosdijveld en op het Segmentterrein.
  • Onderzoek naar en zo nodig en mogelijk mede opzetten en toepassen van financiële constructies voor particulieren en non-profit organisaties met het oog op het verlagen van de financiële drempel om energiebesparende maatregelen toe te passen (bijvoorbeeld via een revolverend fonds).
  • Toetsen van energiezuinige bouw op de bouwplaats bij proefprojecten in Proosdijveld (voormalig terrein Groenewald en OLV-plein) en voormalig terrein Segment.
  • Opzetten van een klimaatprijs voor duurzaam ondernemen en duurzaam (ver)bouwen.
  • Inwoners, w.o. jongeren, enthousiasmeren voor het (lokale) klimaatbeleid en milieuvriendelijk gedrag (bijvoorbeeld via stimuleren deelname aan klimaatstraatfeest, warme truiendag, week van de vooruitgang of nacht van de nacht).

Voor energiebesparing in utiliteitsgebouwen zoals sportaccommodaties en scholen zet de gemeente Beek in op:

  • Bij een renovatie van sportcomplex De Haamen komen tot verbetering van het energielabel met minimaal één categorie.
  • Stimuleren van energiebesparende maatregelen in scholen en sportaccommodaties via de Limburgse Energie Subsidie en maatwerk.

Voor energiebesparingen binnen de bedrijven in Beek, zet de gemeente Beek in op:

  • Informatieverstrekking aan en overleg met bedrijven over energiebesparing e.d.
  • Duurzame ontwikkeling en exploitatie van bedrijventerreinen (i.c. BMAA-Oost).
  • Handhaving op basis van de Wet milieubeheer.
  • Stimuleren CO2-compensatie door ondernemers in de gemeente Beek zelf.

3.5.6 Vigerende bestemmingsplannen

De volgende vigerende bestemmingsplannen zijn op het plangebied van toepassing:

  • Bestemmingsplan Kern Beek, vastgesteld op 10 februari 2000
  • Bestemmingsplan Beek oost, vastgesteld op 21 februari 2002
  • Bestemmingsplan Beek zuid, vastgesteld op 23 januari 2003
  • Bestemmingsplan Beek west, vastgesteld op 21 februari 2002