| Plan: | Aanpassing Buntven Huijbergen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0873.HUYBxBP144xHERZx04-VG01 |
De gemeenteraad van Woensdrecht heeft in 2013 het bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Buntven vastgesteld om in het kader van de 'Ruimte voor Ruimte'-regeling een nieuw woongebied te realiseren. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan vijf woningbouwkavels van gemiddeld circa 1.100m². Hierop kunnen 5 vrijstaande woningen worden gerealiseerd, op ruime kavels tot zeer ruime kavels (circa 1071 tot 1126 m²). Onder de huidige marktomstandigheden blijkt de verkoop van Ruimte voor Ruimte kavels met een dergelijke grootte minder goed te lopen dan destijds bij de planontwikkeling werd verwacht. De vraag naar kavels met een grootte van circa 600 tot 1100m² is echter nog wel aanwezig.
De huidige grondeigenaar, de ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte, heeft besloten om de verkaveling van een gedeelte van het plan Buntven te herzien. De herontwikkeling is gebaseerd op het toevoegen van 2 reguliere titels aan het plan ter plaatse van 3 oorspronkelijke kavels. Het maximum aantal woningbouwkavels dat in voorliggend bestemmingsplan is opgenomen wijzigt ten opzichte van het huidige bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Buntven. Na herontwikkeling bestaat de locatie uit 7 middelgrote woningbouwkavels ten behoeve van vrijstaande woningen.
Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om de voorgenomen herontwikkeling te realiseren, daarom is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Het voorliggende bestemmingsplan biedt de juridische basis voor de beoogde herontwikkeling van het woongebied Buntven. Omdat drie kavels kleiner worden zijn de verbeelding en de regels voor de bestemming Wonen op onderdelen aangepast. Daarnaast is de regeling aangepast om aan te sluiten bij de actuele wetgeving en te voldoen aan de actuele RO-standaarden.
Figuur 1.1 Verkaveling bestemmingsplan “Ruimte voor Ruimte Buntven” (links) en verkaveling bestemmingsplan “Aanpassing Buntven Huijbergen” (rechts)
Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van het dorp Huijbergen, gelegen binnen de gemeentegrenzen van Woensdrecht. Het gebied sluit aan op een bestaande woonwijk op het Meulenven. De noordzijde van het plangebied grenst aan de Manussestraat. De oostkant van het plangebied wordt begrensd door weiland, waarachter een carrosseriebedrijf aan de Bergsestraat is gelegen. Ook aan de west- en noordzijde wordt het plangebied begrensd door weilanden.
De gronden van het plangebied zijn bouwrijp gemaakt voor woningbouw. Binnen het plangebied is een woning gerealiseerd, de tweede woning is in aanbouw. De overige kavels zijn vlak afgewerkt en ingezaaid met gras.
Figuur 1.2 Globale ligging locatie Buntven in de kern Huijbergen, gemeente Woensdrecht (plangebied met rood omcirkeld)
Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplan “Ruimte voor Ruimte Buntven"
Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan Aanpassing Buntven Huijbergen in werking treedt, geldt in het plangebied het volgende bestemmingsplan:
| Bestemmingsplan | Vastgesteld | |
| Ruimte voor Ruimte Buntven | 26-09-2013 | |
Het bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Buntven is vastgesteld op 26 september 2013. De gronden hebben de bestemming 'Wonen' en 'Verkeer'. In het plangebied is sprake van de gebiedsaanduidingen: 'vrijwaringszone – radar', 'geluidzone – industrie', 'luchtvaartverkeerzone', 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied' en 'vrijwaringszone – molenbiotoop'.
In het kader van de uitvoering van de 'Ruimte voor Ruimte'-regeling heeft de provincie de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte CV opgericht. Deze ontwikkelingsmaatschappij heeft tot doel het financieren van de sloop vergoedingen. In ruil daarvoor heeft de ontwikkelingsmaatschappij het recht op de ontwikkeling van woningbouwkavels in het kader van de 'Ruimte voor Ruimte'-regeling.
Op basis van de eerste tranche ontwikkelt Ruimte voor Ruimte CV 964 kavels. De tweede tranche bevat in totaal 1.700 kavels. In onderhavig plan worden 7 woningbouwkavels gerealiseerd, door de inzet van twee RvR bouwtitels van de tweede tranche en vijf titels uit het gemeentelijk contingent.
Ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die ook voor voorliggend plan geldend zijn. Deze onderzoeken zijn beschikbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl.
Voor de aspecten geluid, water, ecologie en bodem zijn de bestaande onderzoeken geactualiseerd. Ook het beeldkwaliteitsplan is geactualiseerd. Deze rapportages zijn opgenomen in de Bijlagen bij toelichting.
Na hoofdstuk 1, inleiding en algemene aspecten, geeft hoofdstuk 2 inzicht in het op het plangebied van toepassing zijnde beleidskader. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de toekomstige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische planopzet en hoofdstuk 6 op de uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 7 tot slot, worden de procedurele aspecten rondom het bestemmingsplan beschreven.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op voor het plangebied relevant beleid op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Dit beleidskader is de basis voor de ontwikkelingen in het plangebied en vormt de onderbouwing voor de beleidskeuzes die zijn gemaakt.
In de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte (SVIR), die in maart 2012 in werking is getreden, zijn door het Ministerie van Infrastructuur & Milieu de principes voor de ruimtelijke inrichting van Nederland vastgelegd. Hoofddoel van de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden.
Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Naast de hoofddoelen heeft het Rijk een keuze gemaakt om de sturingsfilosofie te wijzigen. Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven) en laat het meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving.
Een rijksverantwoordelijkheid kan aan de orde zijn indien:
Deze drie criteria zijn leidend bij de in de structuurvisie benoemde rijksdoelen en bijbehorende nationale belangen. Voor de gemeente Woensdrecht geldt dat zij grotendeels is gelegen in het invloedsgebied van vliegbasis Woensdrecht. Om het functioneren van de vliegbasis te garanderen zijn regels gesteld die zijn vervat in het Barro. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen het radarverstoringsgebied en de luchtvaartverkeerzone. Binnen deze gebieden gelden per zone beperkingen van de bouwhoogten. De bouwhoogten mogen niet meer bedragen dan de maximum die middels de aanduidingen op de verbeelding zijn aangegeven.
Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Een van de nationale belangen die is vervat in het Barro is het waarborgen van het functioneren van Defensieterreinen.
Voor nieuwe plannen in de nabijheid van militaire luchthavens is het van belang dat er een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt. Deze afweging heeft hier plaatsgevonden. Vanuit ruimtelijk perspectief is gekeken naar de meest geschikte woningbouwlocaties en hiervoor is een gemeentelijke visie opgesteld. Deze visie is medebepalend geweest voor de locatiekeuze. Daarbij is uiteraard gekeken naar de gevolgen voor de vliegbasis, maar er zijn geen zwaarwegende belangen om uitbreiding op de betreffende locatie niet plaats te laten vinden.
Onderhavig plangebied ligt in het oplopende gedeelte van het radarverstoringsgebied waar een maximale bouwhoogte geldt van 60 tot 65 meter boven NAP. Het radarverstoringsgebied is opgenomen op de verbeelding en in de regels. Omdat het een oplopend deel betreft is gekeken waar voor dit plangebied de grens ligt en dat is op 63 meter. Deze maat is dan ook overgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Tevens is de luchtvaartverkeerzone weergegeven op de verbeelding. Deze zone is ingegeven vanwege de werking van het Inner Horizontal Conical Surface, een landingsinstrument voor vliegtuigen. De hieruit voortkomende hoogtebeperking leidt niet tot een beperking van de gewenste bouwmogelijkheden binnen het plangebied.
Geconcludeerd kan worden dat het plangebied weliswaar in het invloedsgebied van vliegbasis Woensdrecht ligt, maar dat het ministerie van Defensie als gevolg van deze ontwikkeling niet in haar activiteiten op en rondom de vliegbasis wordt beperkt.
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de "ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Om toepassing van de Ladder voor duurzame ontwikkeling in de praktijk te faciliteren, is een handreiking ontwikkeld. In deze handreiking wordt de ladder, die uit drie treden bestaat (zie figuur 2.1), nader toegelicht.
Figuur 2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder moet worden toegepast indien sprake is van 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Dit begrip is niet nader toegelicht door de wetgever. Uit jurisprudentie (uitspraak Raad van State, 201405237/1/R2) volgt dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een ontwikkeling van acht woningen niet als stedelijke ontwikkeling ziet. Voorliggend initiatief bevat zeven nieuwe woningen, waarbij het op grond van het vigerende bestemmingsplan nu al mogelijk is om vijf woningen te bouwen. Er is dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dus niet van toepassing.
Desalniettemin wordt het nut en de noodzaak van voorliggende herontwikkeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch aan de ladder getoetst.
Trede 1:
De behoefte aan grote kavels (1.000-1.200 m2), zoals in het huidige plan Ruimte voor Ruimte Buntven, is de afgelopen jaren afgenomen door de gewijzigde woningmarktomstandigheden. De behoefte aan middelgrote kavels (600-1.000 m2) is echter nog altijd aanwezig. Dit vormt de aanleiding voor de herontwikkeling van voorliggend plan, waarbij - door de toevoeging van 2 woningbouwkavels in het plan - in totaal 7 middelgrote woningbouwkavels ten behoeve van vrijstaande woningen ontstaan.
Uit jurisprudentie (o.a. uitspraak Raad van State, 201303143/1/R4) volgt dat actuele regionale behoefte bepaald kan worden op basis van een actuele regionale woonvisie en regionaal woningbouwprogramma. De gemeente Woensdrecht heeft een actuele woonvisie en woningbouwplanning, zie paragraaf 2.4.1. Voorliggend initiatief past daarbinnen en voorziet in de regionale behoefte naar vrijstaand woningen. Hiermee is aangetoond dat sprake is van een actuele regionale behoefte naar de geplande kavels. Aan trede 1 wordt voldaan.
Trede 2:
Vanwege de toename van het aantal huishoudens zijn er in Huijbergen nog beperkte mogelijkheden voor het toevoegen van extra woningen aan de woningmarkt. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig om te gaan met deze mogelijkheden. Door verdichting van het plan Ruimte voor Ruimte Buntven wordt spaarzaam omgegaan met de ruimte binnen de bestaande harde plannen. Het gebied wordt verdicht door 7 middelgrote kavels uit te geven, met als doel beter aan te sluiten op de huidige vraag. Uitgaan van de kracht van de inwoners is uitgangspunt.
Onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in een functiewijziging van agrarisch naar stedelijk. De gronden van het plangebied hebben op dit moment al de bestemming 'Wonen". Hiermee is het plangebied als bestaand stedelijk gebied aan te merken (zie paragraaf 2.3.1). Ook aan trede 2 wordt voldaan. Het initiatief voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Trede 3:
Deze stap is niet van toepassing, aangezien de ontwikkeling geheel binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt.
De Europese Unie heeft het initiatief genomen voor 'Natura 2000', een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de EU. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogel- en/of Habitatrichtlijn zijn ook aangegeven als Natura 2000-gebied. Het is niet toegestaan om zonder vooraf toegekende vergunning nieuwe activiteiten in deze gebieden uit te voeren. Nederland heeft haar Natura 2000-gebieden officieel aangemeld. Het plangebied valt niet onder één van de gebieden die hieronder is beschermd. Er is echter wel een Natura 2000-gebied vlakbij gelegen. Daarom is een zogenaamde voortoets uitgevoerd, om te bezien of er door de ontwikkeling van het plangebied schade berokkend wordt aan dit gebied. De bevindingen hiervan zijn terug te vinden in bijlage 3. Conclusie is dat de ontwikkeling van het plangebied geen aantasting van het Natura 2000-gebied tot gevolg heeft.
Om de ontwikkeling van nieuwe functies mogelijk te maken dient de luchtkwaliteit in beschouwing te worden genomen. Op 15 november 2007 is wet- en regelgeving in werking getreden die tezamen bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' (wijziging Wet milieubeheer, hoofdstuk 5.2. luchtkwaliteitseisen). In deze wet zijn voor verschillende vervuilende stoffen normen opgenomen waaraan minimum voldaan moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een vervuilde lucht kan immers leiden tot gezondheidsklachten bij mensen. Voor Nederland zijn voornamelijk overschrijdingen van de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide aan de orde en plaatselijk van benzeen (parkeergarages).
De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin worden gebiedsgerichte programma's en rijksmaatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren opgenomen. Projecten worden niet meer aan de normen getoetst maar aan het doel van het programma. Bouwprojecten in een gebied kunnen dan doorgaan als maatregelen worden genomen om de luchtkwaliteit op z'n minst gelijk te houden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Projecten die opgenomen zijn in het NSL mogen worden vervangen door plannen van gelijke of kleinere omvang.
Naast de 'Wet Luchtkwaliteit' is in 2007 het begrip niet in betekenende mate bijdragen verduidelijkt (Besluit niet in betekenende mate bijdragen en Regeling niet in betekenende mate bijdragen). Voor projecten die minder dan 1% bijdragen aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bij dragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor dergelijke projecten is geen luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk. Na het in werking treden van het NSL is deze grens worden verhoogd naar 3%. Dit besluit is per 1 augustus 2009 in werking getreden.
De voorgenomen locatieontwikkeling valt binnen de categorie die minder dan 1% bijdraagt aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide en daarmee is geen onderzoek naar de luchtkwaliteit benodigd.
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening heeft de provincie Noord-Brabant een verordening opgesteld met algemene en specifieke eisen ten aanzien van ruimtelijke besluiten van gemeenten. De Verordening ruimte 2014 is per 19 maart 2014 in werking getreden (geconsolideerde versie per 1-1-2017).
In de Verordening Ruimte worden regels gesteld die doorvertaald moeten worden in het bestemmingsplan. Een relevant uitgangspunt van de Verordening ruimte is dat getracht moet worden zo veel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied te bouwen, dan wel in een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling.
Figuur 2.2 Uitsnede structurenkaart Verordening ruimte 2014 (geconsolideerde versie 2017)
Het gebied is aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, waardoor het als eerste in beeld is voor een stedelijke uitbreiding. Bouwen binnen het zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als uit een ruimtelijke afweging blijkt dat geen alternatieven voorhanden zijn. De stedelijke uitbreiding voor het oorspronkelijke plan Ruimte voor Ruimte Buntven is reeds vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. Er is een wijzigingsverzoek ingediend voor het wijzigen van de aanduiding van het plangebied. Zodra de procedure bij de provincie is afgerond (verwacht medio september 2017) behoort het plangebied tot het bestaand stedelijk gebied. Op het moment dat het plangebied tot het bestaand stedelijk gebied hoort is het planvoornemen in overeenstemming met het provinciale beleid, omdat voorliggend plan slechts een verdichting van het vigerende plan Ruimte voor Ruimte Buntven betreft.
Het plangebied ligt ook in een '25-jaarszone kwetsbaar'- een aanduiding voor beschermde grondwatergebieden. Dit betekent dat de plantoelichting een verantwoording moet bevatten waaruit blijkt dat de risico's voor de kwaliteit van het grondwater geheel of nagenoeg geheel gelijk blijven. De bijgestelde waterparagraaf (bijlage 2) gaat hier nader op in. Ook de ligging nabij de Groenblauwe mantel vergt een zorgvuldige omgang met natuur en landschap. De ligging nabij de Groenblauwe mantel heeft geen consequenties voor het plan. Wel betekent het dat op zorgvuldige wijze moet worden omgegaan met de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Uit het uitgevoerde onderzoek (bijlage 3) blijkt dat op een zorgvuldige wijze met de aanwezige natuurwaarden wordt omgegaan. De herverkaveling heeft geen invloed op eventuele landschappelijke waarden.
De Verordening Ruimte vormt geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied voor woningbouw.
Omdat Buntven een uitleglocatie betreft, moet in het kader van de provinciale regeling 'bevordering van ruimtelijke kwaliteit' de aantasting van de kwaliteit van het buitengebied door de bouw van nieuwe woningen gecompenseerd worden. Dit geldt uitsluitend voor woningen die buiten de Ruimte voor Ruimte-regeling vallen. In Buntven worden zeven woningen gerealiseerd, waarvan voor twee woningen een Ruimte voor Ruimte titel wordt afgedragen.
De gemeente zal een bedrag storten in het gemeentelijke groenfonds om aan de compensatieverplichting inzake kwaliteitsverbetering van de Verordening Ruimte te voldoen voor de vijf reguliere woningen. Dit komt voort uit artikel 2.2 van de Verordening Ruimte. Dit bedrag is minimum gelijk aan 1 % van de uitgifteprijs van de betreffende drie woningen en wordt vastgelegd in de gemeentelijke financiën. De gereserveerde middelen zijn aangewend voor de realisering van de ecologische verbindingszone “Eiland” te Huijbergen.
De provincie Noord-Brabant heeft als voorwaarde aan de 'Ruimte voor Ruimte'-regeling gesteld dat de ontwikkeling van kavels direct dient te worden gerelateerd aan concreet te slopen staloppervlak. Voor de sloop van 1.000 m² stal mag één kavel worden ontwikkeld.
Om aan te tonen dat er inderdaad per te ontwikkelen woningbouwkavel 1.000 m² aan stallen gesloopt zijn, stelt de provincie conform afspraken met de ontwikkelingsmaatschappij 'Ruimte voor Ruimte' dossiernummers ter beschikking van aanvragen voor sloopsubsidie in het kader van de beëindigingsregeling.
Verdeling kavels
Het totale plan Buntven omvat na de voorgenomen herontwikkeling 7 kavels. In tabel 2.1 is af te lezen wie als initiator optreedt en hoe de verdeling is tussen 'Ruimte voor Ruimte'-titels en reguliere bouwtitels.
Tabel 2.1: Verdeling kavels Ruimte voor Ruimte en reguliere bouwtitels
| Oorspronkelijk plan | Herontwikkeld plan | ||
| Aantal kavels | 5 | 7 | |
| Aantal RvR-titels 2e tranche | 2 | 2 | |
| Reguliere titels (gemeentelijk contingent) |
3 | 5 | |
Dossiernummers
De benodigde dossiernummers voor plangebied Buntven te Huijbergen zijn opgenomen in tabel 2.2. Het betreft dossiernummers voor in totaal 2 Ruimte voor Ruimte bouwcontingenten.
Tabel 2.2: Dossiernummers Ruimte voor Ruimte
De woonvisie is vastgesteld op 19 maart 2015 en is de opvolger van de woonvisie uit 2006. In de woonvisie worden de hoofdlijnen van het gemeentelijk woonbeleid gegeven, waarbij rekening is gehouden met de ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan op de woningmarkt. Het gaat daarbij onder andere om een toegenomen aandacht voor kwaliteit van de woning en de leefomgeving, de vergrijzing, de toename van buitenlandse werknemers en om gewijzigde wetgeving. De Woonvisie vormt een belangrijk beleidskader voor de meerjarige woningbouwplanning, voor de programmatische invulling van locaties en voor het maken van prestatieafspraken met woningmarktpartijen. Met betrekking tot de koopwoningen binnen de gemeente wordt ten aanzien van de kern Huijbergen opgemerkt dat de behoefte aan koopwoningen tot 2020 nog toeneemt. Qua woningtypen valt een tekort aan vrijstaande woningen op. Het gaat hierbij met name om middel dure en dure koopwoningen.
Uit de gebiedsvisie Huijbergen blijkt dat in het gebied ten noorden van Huijbergen kansrijke mogelijkheden zijn voor woningbouw. Uitbreiding kan de dorpsrand een meer representatieve uitstraling geven. Hierbij dient wel voldoende aandacht te zijn voor onder andere bodem, water, natuur, cultuurhistorie en groen tussen en op de kavels van de woningen. Bewoners vinden het behoud van het agrarisch landschap en het dorpse karakter bovendien zeer belangrijk.
De noordelijke dorpsrand van Huijbergen wordt momenteel door een harde grens van bebouwing, schuttingen en schuurtjes gescheiden van het open landbouwgebied waardoor de dorpsrand een minder fraaie factor in het landschap is. Daarnaast kent de wegenstructuur van de woonwijk weinig verbindingen met het buitengebied waardoor het voor bewoners minder vanzelfsprekend is om een ommetje in het buitengebied te maken. Woningbouw aan de dorpsrand biedt kansen om de harde grens een meer gevarieerd en dorpser karakter te geven door een gevarieerde reeks van elementen (bijvoorbeeld woningen op een groot, groen kavel) waarbij de rooilijn verspringt. Hierbij kunnen nieuwe verbindingen gemaakt worden tussen de dorpsrand en het buitengebied waardoor de belevingswaarde van de directe leefomgeving zal verbeteren.
De gemeenteraad van Woensdrecht heeft op 20 december 2007 ingestemd met het Boombeleidsplan van de gemeente Woensdrecht. De achtergrond van het plan is de procedure rond het kappen van bomen eenvoudiger te maken. Het Boombeleidsplan gaat uit van het principe dat het kappen van alle bomen kapvergunningsvrij wordt met uitzondering van:
Binnen het plangebied staan geen bomen die zijn opgenomen in het boombeleidsplan.
De hoofdopzet van het plan is gebaseerd op de landschappelijke- en stedenbouwkundige structuren van het plangebied en haar omgeving. Het plangebied ligt aan de noordzijde van Huijbergen. Het plangebied komt tegen een bestaande woonwijk aan te liggen.
Voor het plangebied zijn zowel programmatische als stedenbouwkundige uitgangspunten en randvoorwaarden opgesteld. Randvoorwaarden zijn de punten waar in het plan aan voldaan moet worden. Uitgangspunten zijn keuzes die in het verdere planproces een sturende rol vervullen en waarvan, onder omstandigheden, mag worden afgeweken. Een groot deel van de randvoorwaarden en uitgangspunten is opgesteld conform de wensen en het programma van eisen van de gemeente. Tevens zijn er onder andere randvoorwaarden opgenomen welke gelden conform de Keur van het waterschap. Andere randvoorwaarden volgen uit het programma van eisen van de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. Op basis van de gebieds- en locatiekenmerken en de gestelde voorwaarden en uitgangspunten is een ruimtelijk planconcept voor het gebied gemaakt.
Randvoorwaarden
Uitgangspunten
Het totale plan bestaat uit een cluster van zeven woningbouwkavels, die gedeeltelijk in het kader van de 'Ruimte voor Ruimte-regeling wordt ontwikkeld. De kavelgrootte varieert tussen de ca. 600 en 1100 m². Het geheel wordt ingevuld met uitsluitend vrijstaande woningen.
Het stedenbouwkundig ontwerp geeft de ruimtelijke vertaling van het planconcept weer.
De ruim opgezette verkaveling zorgt voor een los, overwegend groen buurtje, dat een zachte overgang vormt naar het buitengebied. Door middel van de inrichting van de openbare ruimte in combinatie met de bouwvolumes wordt een samenspel beoogd waarin het nieuwe woonbuurtje een kleinschalige, zelfstandige identiteit vormt.
Midden in de wegas van de entree van het wooncluster staat een woning. Deze woning representeert de identiteit van het hof naar buiten toe.
Figuur 3.1: Stedenbouwkundig ontwerp
Bouwhoogte plangebied
Vanwege de nabijgelegen molen Johanna is een molenbiotoop van kracht. Deze levert voor de woningbouw beperkingen met betrekking tot de bouwhoogte op. Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte is rekening gehouden met de hoogtelijnen die volgen uit de methodiek van de molenbiotoopformule, beschreven in paragraaf 4.12. Dit heeft tot gevolg dat hier voor een woningtype is gekozen met een strakke uitstraling. De woningen mogen maximaal twee bouwlagen hoog zijn. De maximale bouwhoogte valt binnen de hoogtebeperking die optreedt als gevolg van de molenbiotoop.
Het plangebied ligt aan drie zijden open in het landschap. Voor een goede landschappelijke inpassing is het van belang dat de kavels met beplanting worden ingepast.
De bodemopbouw, GHG en doorlatendheden van de bodem wijzen uit dat deze locatie geschikt is voor infiltratie. Voor de verwerking van het hemelwater afkomstig van de daken en wegverharding wordt derhalve uitgegaan van berging en infiltratie. Onderstaand wordt eerst ingegaan op de benodigde hoeveelheid berging en vervolgens op de wijze waarop dit in het plan is vertaald.
Benodigde berging
Afgaand op het verhard oppervlak binnen het verkavelingsplan is de totaal benodigde waterberging binnen de planlocatie berekend. In het huidige ontwerp varieert de kavelgrootte van 643 m2 tot 1033 m2. Uit ervaringen met soortgelijke plannen is bekend dat het percentage verhard oppervlak van een kavel toeneemt naarmate het kaveloppervlak afneemt. Daarom wordt voor de kavels die kleiner zijn dan 800 m2 uitgegaan van 40% verhard oppervlak; voor de overige (grotere) kavels is het uitgangspunt van 35% verhard oppervlak gehandhaafd. Voor de openbare verharding is gerekend met 100 % verhard oppervlak. De benodigde watercompensatie is weergeven in onderstaande tabel.
Tabel 3.1 Oppervlak verharding en benodigde watercompensatie
Binnen het plangebied is onvoldoende openbare ruimte beschikbaar om al het hemelwater te kunnen bergen. Er is namelijk, ondanks het relatief kleine oppervlak, een interne ontsluitingsweg nodig. Het hemelwater zal deels op de kavels en deels in het openbaar gebied worden geborgen.
Hemelwaterberging op de kavels
Op basis van de nieuwe normen is per kavel 15 m3 tot 22 m3 berging nodig. Deze hoeveelheid dient op eigen terrein geborgen te worden. De keuze voor de wijze van hemelwaterverwerking ligt bij de toekomstig eigenaar, hiervoor gelden de volgende randvoorwaarden:
Openbaar gebied
Voor de berging van het hemelwater, dat van de ontsluitingsweg afstroomt, is een wadi in het openbaar gebied opgenomen. Deze wadi is op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan vastgelegd met de aanduiding 'waterberging'. Ook zal een deel van het water dat op de kavels valt binnen de wadi's worden geborgen: bij buien groter dan de T=100 zijn de particuliere waterbergingen volledig gevuld en stroomt een deel van het hemelwater vanuit de kavels af naar het openbaar gebied. In de wadi's wordt het hemelwater geborgen, gezuiverd en geïnfiltreerd. De afvoerwijze van het water richting de wadi's wordt later uitgewerkt. Tijdens een T=100 is voor de wadi 65 m3 berging nodig. De wadi is gedimensioneerd op 70 m3. Hiermee wordt voorzien in een evenwichtige waterhuishouding.
Sloot
Ten zuiden van de zuidelijke kavels ligt een sloot, die voor de helft op de kavels is gelegen. Deze sloot heeft een afwaterende functie voor met name het oostelijk gelegen gebied. De toekomstige kaveleigenaren zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de zijde van de sloot die op hun perceel is gelegen.
De ligging van het plangebied Buntven aan de rand van Huijbergen vraagt om ruimtelijke kwaliteit en zorgvuldigheid. Om het gewenste ambitieniveau daadwerkelijk te kunnen realiseren is het van belang aandacht te besteden aan beeldkwaliteit. Zowel van de gemeente als van de particuliere initiatiefnemer wordt extra inspanning gevraagd om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen.
Als onderdeel van dit bestemmingsplan is een aangepast beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin criteria ten aanzien van uitstraling en architectuur zijn vastgesteld voor de gebouwen en de openbare ruimte. In vergelijking met het oude beeldkwaliteitsplan zijn de mogelijkheden verruimd, met name in kleur- en materiaalgebruik. In Bijlage 6 is de voorliggende paragraaf separaat opgenomen.
De opgestelde beeldkwaliteitscriteria zijn niet vrijblijvend. Het beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad conform artikel 12a van de Woningwet en vormt daarmee een verplichte leidraad voor de welstandstoetsing. Het plan betreft een bindende aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota.
Het plangebied is naar binnen toe georiënteerd. Er is een doorkijk mogelijk van het plangebied op het naastgelegen agrarische landschap. Hierdoor wordt de ligging aan de rand van de kern benadrukt. Voor de beeldkwaliteit van de woningen is gekozen voor een stijl die past in een dorp als Huijbergen en waar een zekere allure vanuit gaat. Er dient wel rekening te worden gehouden met de aanwezige molen en hiermee samenhangende hoogtebeperkingen voor de bouw.
Het plangebied ligt min of meer in het agrarisch cultuurlandschap. Een brede groensingel ontbreekt. Wel zorgen enkele (nieuw aan te planten) grote solitaire bomen rondom dit deelgebied voor een zachte overgang naar het landschap. De woningen zijn rondom een centraal gelegen ontsluiting (erf) gepositioneerd. De locatie ligt in het verlengde van het Meulenven.
Het doel is om de nieuwe woningen aansluiting te laten vinden op de naastgelegen wijk en op het naastgelegen landschap. De aansluiting bij de traditionele woningen in de omgeving wordt vooral gezocht in traditionele hoofdvormen van de nieuwe woningen.
Er is gekozen voor een dorps woningtype, dat, in aansluiting op de kavelgroottes en de ligging aan het landschap, ook allure mag uitstralen. Dit vertaalt zich in zogenoemde notariswoningen of notabele woningen afkomstig van de Brabantse zandgronden. De woningen mogen historiserend uitgevoerd worden of een eigentijdse en/ of moderne vertaling van dit type zijn. Als kapvorm kan gekozen worden uit een zadeldak, schilddak of tentdak. Bijgebouwen zijn in stijl met en ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
Passend in de pluriformiteit van het dorpskarakter geldt voor de woningen een architectuur waarbij de volgende beeldkwaliteitseisen gelden:
Hieronder is een sfeerimpressie gegeven van woningen die passen binnen dit beoogde beeld.
Figuur: 3.2 Referentiebeelden dorpswoningen. De gepresenteerde referentiebeelden geven uitsluitend een sfeerimpressie. Gebouwen kunnen in kleur- en materiaalgebruik afwijken.
De inrichting van de openbare ruimte is beeldbepalend en draagt bij aan de gewenste duurzame afronding van de dorpskern. Een zorgvuldige keuze van het profiel en de toegepaste materialisering waarborgen het dorpse kleinschalige karakter en de kwalitatieve overgang naar het landelijk gebied. De inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte wordt in deze paragraaf kort uiteengezet.
Een belangrijke kwalitatieve drager van de buurt is de sterke groenstructuur, die met de ruime opzet van de bebouwing zorgt voor veel licht, lucht en ruimte. Het groen is dus in grote mate bepalend voor de beoogde beeldkwaliteit van de locatie. In het streefbeeld dat voor het plangebied wordt beoogd, worden de kavels omzoomd door een haag. De soort refereert aan het agrarisch cultuurlandschap. De haag zorgt voor een rustige uniforme overgang van het landelijk gebied naar de achtertuinen van de te ontwikkelen kavels. Passend bij dit streefbeeld zijn enkele forse bomen. De soorten van deze bomen komen veelvuldig voor langs wegen, paden en struwelen. Gedacht kan worden aan zomereiken. Dit is een soort die veelvuldig in het landschap voorkomt. Om te voorkomen dat de buurt erg donker gaat worden, wordt geadviseerd bomen toe te passen met een lichte, transparante en losse kroon. Gedacht kan worden aan een soort als berk.
Erfgrenzen
Gezien de landelijke ligging, zijn groene en transparante erfafscheidingen (particulier terrein) gewenst. Mede hierdoor krijgt de omgeving een vriendelijk, open en uitnodigend karakter. De erfafscheidingen kunnen bestaan uit hagen en/of heesters. Voor de aanplant van hagen zijn onder andere de volgende soorten geschikt: Beuk, Haagbeuk, Linde, Liguster en Veldesdoorn. De groene erfafscheidingen van de aangrenzende percelen zorgen tevens voor een zachte overgang naar het buitengebied.
De kwaliteit van de openbare ruimte is onder andere af te lezen aan de opbouw van de profielen en het materiaalgebruik voor de verharding. Dit moet voldoen aan de gewenste sfeer en moet ook voldoen aan de functionele eisen in het gebruik. De beoogde sfeer is voornaam en de vormgeving zal terughoudend en sober zijn.
Hieronder wordt het voornaamste profiel getoond.
Figuur 3.3 Profiel
Verkeer en parkeren
De buurtontsluitingsweg in de bestaande wijk wordt in noordelijke richting doorgetrokken en gaat over in een erf dat haaks op de straat staat. Het erf bestaat uit klinkerverharding, dat van erfgrens tot erfgrens wordt dichtgestraat.
Parkeren vindt plaats op de kavel en niet in het openbaar gebied. Per kavel worden minimum 2 parkeerplekken op eigen terrein gerealiseerd, waarbij een eventuele garage niet wordt meegerekend. Incidenteel parkeren kan plaatsvinden op het erf. De rijbaanbreedtes zijn voldoende breed indien geparkeerd wordt op de rijbaan.
Het plan houdt rekening met een duurzaam watersysteem. Het hemelwater dat op de particuliere gronden terecht komt, wordt op eigen terrein verwerkt. Het hemelwater dat op de verharding in het openbaar gebied neervalt, wordt via molgoten en eventueel een ondergronds infiltratie-transportriool naar een wadi afgevoerd. Vanuit de wadi kan het hemelwater in de ondergrond infiltreren. De wadi's bestaan uit ondiepe grasvlakken die met het maairegime van de bermen mee gemaaid worden.
De kwaliteit van de openbare ruimte is af te lezen aan het materiaalgebruik. Dit moet voldoen aan de gewenste sfeer en moet ook voldoen aan de functionele eisen in het gebruik. De beoogde sfeer is chique (notabele woningen) en landelijk. De vormgeving zal terughoudend en sober zijn. De straten in het plangebied krijgen een eenduidige klinkerbestrating. Gebakken klinkers zouden goed passen binnen het voorgestelde sfeerbeeld. Er wordt slechts een kleur toegepast. De definitieve keuzes voor de materialisering worden afgestemd met de afdeling Openbare Werken.
Alle kavels worden aan het erf ontsloten. De woonkavels worden ontsloten middels individuele inritten. De situering is in principe vrij, echter er moet rekening worden gehouden met de standplaats van de verlichtingsarmaturen. De woonstraten en inritten worden bestraat met betonnen roodbruine klinkers in een halfsteens verband en sluiten aan op naastgelegen bestrating.
Figuur 3.4 Voorbeeld van donker roodbruine gebakken klinker
De onderzoeken die zijn gedaan in het kader van het vigerende bestemmingsplan `Ruimte voor Ruimte Buntven´ zijn voldoende actueel, uitgezonderd de waterparagraaf, ecologie, akoestiek en bodem. Voor deze aspecten zijn opnieuw onderzoeken uitgevoerd, waarvan de rapportages zijn opgenomen in de Bijlagen bij toelichting. Onderstaand wordt per aspect beknopt ingegaan op de belangrijkste conclusies met betrekking tot voorliggende herziening. Voor een nadere toelichting of onderzoeksrapportages van de overige aspecten, wordt verwezen naar de toelichting en bijlagen van het bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Buntven.
Het bodemonderzoek dat in december 2007 is uitgevoerd in het kader van het vigerende bestemmingsplan, is ouder dan vijf jaar. Er dient daarom opnieuw te worden vastgesteld of de voorgenomen vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, ter plaatse mogelijk is en welke vervolgacties eventueel nodig zijn om dit mogelijk te maken.
De locatie Buntven is in 2015 bouwrijp gemaakt. Sindsdien is voorliggend plangebied ten behoeve van de verkoop ingezaaid met gras en het wordt op die manier onderhouden.
In augustus 2016 is een actualiserend verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd, waarin een actueel inzicht is verschaft in de milieuhygiënische bodemkwaliteit van het plangebied. De rapportage is opgenomen in Bijlage 1. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen beperkingen voor het toekomstige gebruik van de locatie als 'wonen met tuin'. Er hoeven verder geen saneringsmaatregelen te worden genomen.
Voor het voorliggende plangebied zijn geen bijzonderheden ten aanzien van archeologie. In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig.
Ten behoeve van het bestemmingsplan is een bijgestelde waterparagraaf opgesteld, waarin op basis van de oorspronkelijke waterparagraaf uit 2012 opnieuw naar de locatie is gekeken en waarbij rekening is gehouden met de nieuwe verhardingsoppervlaktes als gevolg van de herontwikkeling, de nieuwe bergingsnorm en de Keur 2015 van waterschap Brabantse Delta. In Bijlage 2 is de bijgestelde waterparagraaf opgenomen. Volgens de Keur geldt een benodigde watercompensatie van 600 m3 waterberging per hectare aan nieuw verhard oppervlak. Afgezien van de wijzigingen, zijn bij de toetsing de uitgangspunten uit de waterparagraaf van het vigerende bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte Buntven' gehanteerd. Deze notitie is opgesteld als oplegnotitie bij de waterparagraaf.
Op basis van het aangepaste stedenbouwkundig plan (zie paragraaf 3.3.2) is de benodigde berging berekend. De benodigde waterberging wordt gerealiseerd door op iedere kavel een waterberging, bijvoorbeeld in de vorm van een wadi, te realiseren ten behoeve van opvang van neerslag die op de kavel valt. Daarnaast wordt in de zuidoostelijke hoek een wadi gerealiseerd ten behoeve van watercompensatie voor de verharding in het openbaar gebied en overloop vanaf de kavels ten tijde van hevige neerslag.
Waterberging op uitgeefbaar gebied
Op basis van de nieuwe normen is per kavel 15 m3 tot 22 m3 berging nodig. Deze hoeveelheid dient op eigen terrein geborgen te worden. De keuze voor de wijze van hemelwaterverwerking ligt bij de toekomstig eigenaar. De kopers van een kavel worden onder andere middels de verkoopstukken geïnformeerd over de verschillende infiltratievoorzieningen die aangelegd kunnen worden.
Waterberging in openbaar gebied
Op basis van de nieuwe normen is voor hemelwatercompensatie in het openbaar gebied 65 m3 benodigd. Hiervoor is in de zuidoosthoek van het plan een wadi aangelegd, waarin voldoende ruimte voor watercompensatie beschikbaar is. In het geval van neerslagsituaties intensiever dan een T-100 situatie zullen de kavels via het wegprofiel naar de wadi afstromen.
Tot slot kan de afvalwaterafvoer vanuit het gebied worden aangesloten op de bestaand gemengd riool. Of de afvoer onder vrijverval op de bestaande riolering aangesloten kan worden, wordt bij de uitwerking van de waterhuishouding nader uitgezocht en uitgewerkt.
Proces
De invloed van de herontwikkeling van de kavels op de waterhuishouding is voorgelegd aan het
waterschap. Op 10 mei 2017 heeft het waterschap gereageerd en is het waterschap akkoord
gegaan met de waterparagraaf. Deze opmerkingen zijn verwerkt in deze notitie, de
waterparagraaf, die bij het bestemmingsplan is opgenomen als Bijlage 2.
Het natuuronderzoek dat in april 2011 is uitgevoerd in het kader van het vigerende bestemmingsplan, is begin 2017 geactualiseerd om een actueel inzicht te krijgen in eventueel aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. De resultaten van de actualisatie zijn opgenomen in Bijlage 3.
Natura 2000-gebieden
Gelet op de afstand en de kleinschaligheid van de voorgenomen ingreep tot nabijgelegen Natura 2000-gebieden (0,5 kilometer), zijn directe effecten zoals verdroging, vernatting, optische verstoring, licht- en geluidsverstoring op voorhand uitgesloten. Derhalve geldt dat er geen noodzaak is tot een nadere beschouwing op deze effectindicatoren.
Gelet op de verkeer aantrekkende werking van de voorgenomen ontwikkeling zijn effecten van vermesting en verzuring als gevolg van een toename van stikstofdepositie op de aanwezige stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied niet op voorhand uitgesloten. Om eventuele effecten nader te kunnen bepalen zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd. De in bijlage 4 opgenomen notitie gaat in op de analyse van het onderdeel gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden). In de onderstaande tabel zijn de totale emissies opgenomen en is te zien dat de maximale projectbijdrage voor het plan lager is dan de drempelwaarde (0,05 mol/ha/jaar).
Tabel 4.1 Totale emissies (NOx en NH3) en het maximale projecteffect
Soortenbescherming
Vanuit soortenbescherming zijn er geen belemmeringen met betrekking tot de voorgenomen ingreep. Wel dient gedurende de uitvoeringsfase rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels. Broedvogels zijn beschermde gedurende het broedseizoen. Deze kwetsbare periode loopt globaal van half maart tot augustus, maar kan, afhankelijk van de lokale meteorologische omstandigheden, eerder of later beginnen en eindigen. Om te voorkomen dat nestelende en/of broedende vogels verstoord worden, wordt aanbevolen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Natuurnetwerk Brabant
Het plangebied maakt geen deel uit van het NNB, EVZ of de 'Groenblauwe mantel'. Er is derhalve geen sprake van ruimtebeslag. In de directe omgeving zijn wel gebieden aangewezen die hiervan deel uitmaken. Gelet op de afstand tot nabijgelegen NNB gebieden en de buffering van reeds aanwezige infrastructuur en bebouwing, vinden effecten zoals optische verstoring, licht- en geluidsverstoring (dan wel overige directe effecten) plaats buiten de invloedssfeer van de NNB gebieden. Een nadere beschouwing op deze effectindicatoren wordt niet noodzakelijk geacht.
Effecten vanuit een toename van stikstofdepositie op de kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB is niet op voorhand uitgesloten. Echter, gelet op de aard van de ontwikkeling, de afstand tot het plangebied en tussenliggende elementen, zal er geen sprake zijn van een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNB middels externe werking. Vanuit de natuurbeleidskaders zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, er is geen noodzaak voor een nadere procedure. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is in het licht van de Wet natuurbescherming.
Voor het voorliggende plangebied zijn geen bijzonderheden ten aanzien van verkeer en parkeren.
De geringe toename van het verkeer als gevolg van de herontwikkeling (circa 9 ritten per woning per dag volgens de CROW-richtlijnen) is van geringe invloed op de bestaande verkeersintensiteit. Bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid blijven zonder problemen in stand.
Parkeren gebeurt in principe op de kavels. Eke kavel voorziet in minimum twee parkeermogelijkheden op eigen terrein , die ook zonder problemen op het kavel zijn te realiseren. Bij een piek in de parkeervraag kan worden geparkeerd op het erf.
In deze paragraaf wordt ingegaan op diverse aspecten met betrekking tot Vliegbasis Woensdrecht, te weten de IHCS, het radarverstoringsgebied, de funnel en het ILS.
Het industrielawaai en luchtvaartlawaai komt aan de orde in paragraaf 4.8.
Het plangebied is gelegen binnen de zogenaamde Inner Horizontal Surface en Conical Surface (IHCS) van de vliegbasis Woensdrecht (zie onderstaande figuur). Dit gebied is vastgesteld ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid.
In het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) is opgenomen dat, conform de ICAO-normen, rondom de gehele luchthaven een obstakelvrij vlak van 45 meter + N.A.P. is gelegen met een straal van 4 km rond de landingsdrempels, dat overgaat in een conisch vlak met een helling van 5% tot 145 m hoog + N.A.P over een afstand van 2 km.
Voor onderhavig plan geldt een maximale bebouwingshoogte van 56 m boven NAP conform het SMT-2. Met een maaiveldhoogte van ongeveer 18 m boven NAP en een maximale bouwhoogte van 6,5 meter kan geconcludeerd worden dat het plan Buntven niet conflicteert met het SMT-2.
Ter bescherming van de IHCS is op de verbeelding van voorliggend plan de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' opgenomen.
Figuur 4.1: IHCS vliegbasis Woensdrecht
Verspreid over Nederland staat een aantal militaire en burger radarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. Objecten hoger dan 63 m boven N.A.P. binnen 15 nautische mijl (circa 28 km) van dit radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en kunnen derhalve niet worden toegestaan, tenzij uit onderzoek is gebleken dat de mate van verstoring aanvaardbaar is. Hiervoor dient een radarverstoringsonderzoek te worden uitgevoerd.
Het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied (zie onderstaande figuur). Met een maaiveldhoogte van ongeveer 18 m boven N.A.P. en een maximale bouwhoogte van 6,5 meter ten opzichte van maaiveld kan geconcludeerd worden dat het plan Buntven niet zal leiden tot verstoring van het radarbeeld. Aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
Ter bescherming van het radarverstoringsgebied is op de verbeelding van voorliggend plan de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' opgenomen. B&W kan bij een omgevingsvergunning voor het bouwen van de maximale bouwhoogte van 65 m boven N.A.P. afwijken indien vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie (DVD, Directie Zuid, Postbus 412, 5000 AK Tilburg).
Figuur 4.2: Radarverstoringsgebied vliegbasis Woensdrecht
Het plangebied is niet gelegen binnen de funnel (het obstakelvrije start- en landingsvlak met zijkanten ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid) van de vliegbasis Woensdrecht. Nadere toetsing aan deze obstakelvrije zone is voor het plangebied niet aan de orde.
De vliegbasis Woensdrecht beschikt over een Instrument Landing System (ILS). Het ILS is bedoeld voor het nauwkeuriger uitvoeren van naderingen door vliegverkeer, ook onder slechte weersomstandigheden. Het plangebied is niet gelegen in het voor het ILS van invloed zijnde verstoringsgebied rondom de start- en landingsbaan en hoeft derhalve niet te worden getoetst op eventuele verstoringseffecten.
Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening worden gehouden met de geluidsproductie van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Volgens deze wet dienen nieuwe woningen aan grenswaarden te voldoen.
Voor het plangebied zijn hogere grenswaarden verleend voor de oorspronkelijke verkaveling met 5 woningen. In maart 2017 is een actualiserend akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het nieuwe plan. Onderstaande subparagrafen gaan in op de planeffecten ten aanzien van wegverkeerslawaai, industrielawaai en tot slot luchtvaartlawaai. Het plangebied ligt niet nabij spoorwegen. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 5.
Voor het verkeer op de wegen in de nabijheid van het plangebied geldt een wettelijke rijsnelheid van 30 km/h. In het kader van de Wet geluidhinder hebben deze wegen geen zone. Echter in het kader van en goede ruimtelijke ordening is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de gevels van de nieuw te bouwen woningen. De optredende geluidsbelasting bedraagt door verkeer op alle wegen samen ten hoogste (Lden) 45 dB. De toetsingswaarde per weg is derhalve lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB (Lden). Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
Bedrijven
De geluidsbijdragen door activiteiten bij Autobedrijf Loos en Carrosseriebouwbedrijf Suijkerbuijk zijn dermate laag dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Tevens kan gesteld worden dat beide bedrijven niet in hun bedrijfsvoering zullen worden belemmerd door de komst van de nieuwe woningen.
Vliegbasis Woensdrecht
Ten gevolge van geluidproducerende activiteiten op Vliegbasis Woensdrecht wordt de voorkeursgrenswaarde van LAr;LT 50 dB(A) overschreden. De uiterste grenswaarde van LAr;LT 55 dB(A) wordt niet overschreden. Aangezien gegevens omtrent geluidproducerende activiteiten op de inrichting zelf ontbreken, zijn er geen maatregelen onderzocht. Geadviseerd wordt om hogere waarden aan te vragen voor de nieuw te bouwen woningen. Bij de dimensionering van de geluidswering van de gevels dient te worden uitgegaan van een geluidsbelasting van 55 dB(A). De 50 dB(A) contour is in voorliggend plan opgenomen middels de aanduiding 'geluidzone - industrie'. Bouw of uitbreiding van geluidsgevoelige functies is binnen deze zone alleen mogelijk middels een omgevingsvergunning, waarbij toetsing aan de verkregen hogere grenswaarde plaatsvindt.
Omdat herverkaveling met toevoeging van twee woningen niet past binnen de verleende hogere grenswaarden, zal een nieuwe aanvraag worden gedaan voor het plangebied.
Figuur 4.3: dB(A) contour industrie vliegbasis Woensdrecht
Het plangebied ligt buiten de 35 Ke-contour van vliegbasis Woensdrecht. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
Daar de gestelde ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting alleen door industrielawaai afkomstig van het vliegveld Woensdrecht wordt overschreden, hoeft er geen gecumuleerde geluidsbelasting binnen het plangebied inzichtelijk gemaakt te worden. Daar de gecumuleerde geluidsbelasting gelijk zal zijn aan de optredende geluidsbelasting vanwege activiteiten op het vliegveld. De optredende geluidsbelasting ligt tussen de 50 en 55 dB(A). De ligging van de woningen kan hiermee als akoestisch 'redelijk' gekwalificeerd worden. Het is aan het bevoegd gezag een afweging te maken omtrent toelaatbaarheid van de optredende geluidsbelasting met het oog op de Hogere waarde procedure voor industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder.
In de Wet milieubeheer (Wm) zijn luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5) opgenomen met daarbij behorende regelgeving. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005 (BLK 2005). Op grond van de Wm en bijbehorende regelgeving is onderzoek naar luchtkwaliteit voor woningbouwlocaties niet meer noodzakelijk, wanneer er minder dan 500 woningen (bij ontsluiting over één weg) danwel 1.000 woningen (bij gelijkmatige ontsluiting over twee wegen) gerealiseerd worden. Een initiatief voor minder dan 500 respectievelijk 1.000 woningen kan op grond van de Regeling niet in betekenende mate (nibm) zonder meer doorgang vinden. Dit laatste is van toepassing voor het plan Buntven. In het plangebied worden in totaal zeven woningen mogelijk gemaakt, waarvan er reeds vijf bestemd waren. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.
Voor het voorliggende plangebied zijn geen bijzonderheden ten aanzien van externe veiligheid. De toename van vijf naar zeven woningen heeft geen gevolgen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ter plaatse. De verdichting met twee woningen is in dit kader verwaarloosbaar. Het voorliggende bestemmingsplan is om die reden niet strijdig met de geldende risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
In en in de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi, waar sprake is van grootschalige opslag van gevaarlijke stoffen of Bevi inrichtingen. Ook ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de aardgastransportleidingen van de Gasunie die op circa 120 meter van het plangebied liggen, is de verdichting met twee woningen verwaarloosbaar. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.
Er zijn geen bijzonderheden ten aanzien van geurhinder. Er zijn geen wijzigingen in de Wet geurhinder en Veehouderij of in de bedrijfsvoering van de acht agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied, waardoor ook voor de voorliggende herontwikkeling een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden.
Ten aanzien van de molenbiotoop van de molen Johanna (Bergsebaan 25, Huijbergen) zijn geen bijzonderheden voor de voorliggende herontwikkeling. De bouwhoogtes die voorliggend plan mogelijk maakt, komen overeen met de bouwhoogtes uit het vigerende bestemmingsplan. Ook is de 'vrijwaringszone - molenbiotoop' overgenomen. Er is in voldoende mate rekening gehouden met de molen Johanna.
In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de verschillende regels (hoofdzakelijk bestemmingsregels) die van toepassing zijn op de aanwezige bestemmingen.
De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezig en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels.
De regels zijn gebaseerd op de regels uit het vigerende bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Buntven en op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012).
Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid dienen de regels in hoofdstukken te worden geplaatst. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden, te weten:
Hoofdstuk 1 Inleidende regels (paragraaf 5.2.2)
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (paragraaf 5.2.3)
Hoofdstuk 3 Algemene regels (paragraaf 5.2.4)
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (paragraaf 5.2.5)
In dit artikel is een omschrijving gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen.
In artikel 2 is een omschrijving gegeven van de te gebruiken wijze van meten.
De regels van de artikelen Verkeer en Wonen in verband met de bestemmingen kennen een gelijke opbouw (voor zover van toepassing). De bestemmingsomschrijving betreft de centrale regel van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan.
De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend regels die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. Afwijken van de gebruiksregels is onder voorwaarden mogelijk wanneer een omgevingsvergunning is verkregen van het bevoegde gezag.
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, voet- en rijwielpaden, parkeer-, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen van algemeen nut. Ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' zijn de gronden tevens bestemd voor waterberging. Bouwwerken zijn binnen deze bestemming toegestaan tot 6 m2 en tot 15 m2 in geval van voorzieningen van algemeen nut. De opslag van onbruikbare voorwerpen, goederen en afval en het lozen van afvalstoffen is niet toegestaan.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor vrijstaande woningen. Tevens zijn de gronden bestemd voor bij de woning behorende vrijstaande bijgebouwen, aangebouwde bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen en erven en het realiseren van parkeervoorzieningen op eigen terrein. Bebouwing mag uitsluitend worden opgericht binnen de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken, waarbij het maximaal aantal hoofdgebouwen per bouwvlak is aangegeven. De hoofdgebouwen dienen in de gevellijn gebouwd te worden of maximaal 3 meter daarachter. Voor percelen die aan meerdere zijden aan het openbaar gebied grenzen zijn aparte regels opgenomen ten aanzien van erfafscheidingen.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ten aanzien van een aantal nader genoemde aspecten nadere eisen te stellen. Ten aanzien van het gebruik van de gronden en/of de bouwwerken zijn een aantal zaken verboden. Er is een mogelijkheid tot afwijken van de gebruiksregels opgenomen, waardoor aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten onder voorwaarden mogelijk zijn.
In hoofdstuk 3 van de regels is een aantal standaardregels opgenomen te weten, de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene ontheffingsregels, algemene wijzigingsregels en de algemene procedureregels.
De anti-dubbeltelregel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
In dit artikel is de algemene regeling ten aanzien van ondergronds bouwen opgenomen.
Artikel 7 Algemene aanduidingsregels
In dit artikel zijn de op meerdere bestemmingen van toepassing zijnde gebiedsaanduidingen opgenoemd, met de daarbij behorende bouwbeperkingen. De aard van deze regels en de achtergronden bij deze aanduidingen zijn elders in deze toelichting reeds beschreven bij de desbetreffende deelaspecten.
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
In dit artikel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels
In artikel 9 is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om gebruik te maken van een bestemmingswijziging. Hierbij gaat het om een wijzigingsbevoegdheid die geldt voor alle bestemmingen in het plan.
Artikel 10 Algemene procedureregels
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 4 van de planregels nadere eisen stellen. In de Wro is hiertoe geen procedure opgenomen. Daarom wordt in de regels van het bestemmingsplan zelf voorzien in een procedure.
In deze bepaling is vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.
Artikel 12 Slotregel
Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel omschrijft de titel van het plan.
Aan de uitvoering van de locatieontwikkeling aan het Buntven zijn diverse kosten en opbrengsten verbonden. Op basis van het stedenbouwkundig plan zijn de kosten en opbrengsten van het plan in hoofdlijnen berekend. De kosten voor de planontwikkeling komen geheel ten laste van de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte (ORR). De gemeente heeft zich slechts verplicht tot het zorgdragen van de normale bestuurskosten voor de te volgen procedures. Op grond van de uitgevoerde berekeningen kan worden geconcludeerd dat sprake is van een sluitende grondexploitatie. Afspraken omtrent uitvoerbaarheid en kostenverdeling zijn geregeld middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst is ook afgesproken dat planschade voor rekening van initiatiefnemer is.
Op grond van het voorgaande mag worden geconcludeerd dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in voldoende mate zeker gesteld is.
Een belangrijk aspect in de uitvoering van het bestemmingsplan is van juridische aard. Het gaat hierbij om de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten te kunnen bewaren.
Daarnaast is handhaving van belang uit het oogpunt van rechtszekerheid. Alle gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze aan het plan te worden gehouden. Met deze oogmerken is in het plan gestreefd naar een eenvoud van in het bijzonder de planregels van het plan. Door de toegankelijkheid en de leesbaarheid daarvan worden de mogelijkheden om toe te zien op de naleving vergroot.
Het concept ontwerpbestemmingsplan is aan diverse betrokken adviesinstanties en -organen toegezonden in het kader van overleg ex artikel 3.1.1 Bro. De reacties zijn verwerkt in voorliggend bestemmingsplan.
Het ontwerp bestemmingsplan Aanpassing Buntven Huijbergen heeft van 15 juni 2017 tot en met 26 juli 2017 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode van zes weken zijn vier zienswijzen ingediend. Drie zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn binnengekomen en derhalve ontvankelijk verklaard. De vierde zienswijze is niet tijdig ingediend en daarmee niet ontvankelijk. Een van de vier zienswijzen is gegrond verklaard. Door de vermeerdering van het aantal woningen binnen het plangebied zijn de kavels kleiner geworden en de afstand van 5 meter van het bouwvlak tot de kavelgrens is hierdoor niet meer in verhouding met de perceelgrootte. Het verzoek om deze afstand te reduceren naar 3m zoals ook in het aangrenzend, qua schaal vergelijkbare, woongebied geldt is daarom redelijk. De ingebrachte zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de 'Nota zienswijzen Bestemmingsplan Aanpassing Buntven Huijbergen' die als bijlage 7 bij deze toelichting is gevoegd. Voorliggend bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van de reactie.
Binnen 12 weken na ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan stelt de gemeenteraad van Woensdrecht het bestemmingsplan vast. De vaststelling van het bestemmingsplan dient in principe binnen 2 weken na de vaststelling bekend te worden gemaakt. Hierop zijn twee uitzonderingen. In de hieronder aangegeven gevallen mag het besluit tot vaststelling pas bekend gemaakt worden nadat 6 weken zijn verstreken:
Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er staat echter geen beroep open als geen zienswijze is ingediend, tenzij het beroep zich richt tegen wijziging bij vaststelling van het bestemmingsplan.