direct naar inhoud van 5.9 Externe veiligheid
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

5.9 Externe veiligheid

5.9.1 Inleiding

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten, regelingen en andere documenten. De belangrijkste zijn:

  • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast);
  • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi);
  • Circulaire " Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen" 2004;
  • Circulaire "Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen" 1984;
  • Circulaire "Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandgare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie" 1991;
  • Brief "Externe Veiligheid en transportleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 in de interimperiode" d.d. 5 augustus 2008 (Ministerie van VROM);
  • Document "Risicoafstanden buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3" van augustus 2008 (RIVM).

Daarnaast is op 28 augustus 2009 het ontwerp van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gepubliceerd, met bijbehorende aanbiedingsbrief. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen.

De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan bovengenoemde normen. De ontwikkelingen zijn niet toegestaan als deze leiden tot een overschrijding van de grenswaarden, terwijl van de richtwaarden kan worden afgeweken. Het externe risico wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het beleid is er op gericht om geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat er afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van:

  • a. de kans op een ongeval;
  • b. het effect van het ongeval;
  • c. het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;
  • d. de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk.

Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de calamiteit.

Het groepsrisico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het ijkpunt, waarbinnen gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen, voor het groepsrisico is vastgelegd in een oriëntatiewaarde. Langs transportverbindingen zijn de oriëntatiewaarden 10-4 per jaar voor 10 slachtoffers, 10-6 per jaar voor 100 slachtoffers, 10-8 per jaar voor 1000 slachtoffers etc.

Op grond van artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is het vereist invulling te geven aan de Verantwoordingsplicht bij het opstellen van een bestemmingsplan als het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor het groepsrisico ten gevolge van transportbronnen is de Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen gepubliceerd. Ook deze circulaire kent het principe van de verantwoordingsplicht.

5.9.2 Externe veilgheid in het MER

In het MER heeft er een beoordeling van het aspect externe veiligheid plaatsgevonden waarbij gebruik is gemaakt van criteria die betrekking hebben op de ligging van de contouren behorend bij het “plaatsgebonden risico” respectievelijk het “groepsrisico”. Het plaatsgebonden risico levert bij geen van de alternatieven een belemmering op voor de ontwikkeling van de Overhoeken. Voor het groepsrisico geldt dat de oriëntatiewaarde naar verwachting niet zal worden overschreden, maar dat het groepsrisico wel toeneemt, doordat er in de toekomst meer mensen in het gebied zullen verblijven dan thans het geval is. De gemeente kent bij de planuitwerking een verantwoordingsplicht over de wijze waarop met dit hogere groepsrisico wordt omgegaan.
Het onderzoek dat ten behoeve van het MER heeft plaatsgevonden is van april 2005 waarbij door Oranjewoud, is het plaatsgebonden- en het groepsrisico voor een drietal situaties bepaald (Oranjewoud, 2005):

  • De spoorlijn Tilburg – 's-Hertogenbosch.
  • De regionale weg N65.
  • De locale ontsluitingsweg Burgemeester Bechtweg.

In dit onderzoek is uitgegaan van stedenbouwkundig plan voor het gehele gebied en voorziet in totaal in 1930 woningen en een aantal bedrijventerreinen, waarbij aannames zijn gedaan voor de verdeling van de woningen en bedrijven over het gebied. Het onderzoek laat zien dat het plaatsgebonden risico geen belemmeringen vormt voor de voorgenomen plannen (Oranjewoud, 2005). Verantwoording heeft plaatsgevonden in de artikel 19 procedure ten behoeve van het plangebied Enschotsebaan.

5.9.3 Verantwoording

Voor het huidige bestemmingsplan heeft een nieuwe berekening plaatsgevonden. In deze berekening, opgesteld door Arcadis op 5 augustus 2010 wordt inzicht gegeven wat de wijziging van industrieterrein in kantoren betekent voor het groepsrisico.

Daarnaast vindt er verantwoording plaats voor de gewijzigde ligging van de naftaleiding.

Een verantwoording bestaat uit de volgende stappen:

  • a. de aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting of inrichtingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, voorzover het invloedsgebied ligt binnen het gebied waarop dat besluit betrekking heeft, op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld;
  • b. het groepsrisico per inrichting op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10–5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10–7 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10–9 per jaar;
  • c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door degene die de inrichting drijft, die dat risico mede veroorzaakt en, indien van toepassing, de voorschriften die zijn of worden verbonden aan de voor die inrichting geldende vergunning, bedoeld in artikel 8.1 van de wet;
  • d. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die in dat besluit zijn opgenomen;
  • e. de voorschriften ter beperking van het groepsrisico die het bevoegd gezag voornemens is te verbinden aan de voor een inrichting, die behoort tot een categorie van inrichtingen ten behoeve waarvan dat besluit wordt vastgesteld, te verlenen vergunning, bedoeld in artikel 8.1 van de wet;
  • f. de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico;
  • g. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst;
  • h. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval in de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, waarvan de gevolgen zich uitstrekken buiten die inrichting, en
  • i. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp of zwaar ongeval voordoet.

In de Bijlage 9 is de uitgebreide verantwoording opgenomen. In deze bijlage zijn de bovengenoemde stappen van de verantwoordingsplicht doorlopen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verandering van de risico's. Dit ter ondersteuning voor het bevoegd gezag om afwegingen en maatregelen die bij dit plan in het kader van externe veiligheid gemaakt zijn te onderbouwen.

Er is in binnen en buiten dit bestemmingsplan risicobronnen aanwezig, het gaat hier over;

  • de Burgemeester Bechtweg;
  • het spoor Tilburg- Den Bosch;
  • de ondergrondse naftaleiding in beheer bij PPS;
  • Bevi-inrichtingen op industrieterrein Loven.

De conclusies uit de verantwoordingsparagraaf zijn:

  • a. Er is sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde door de wijziging van industrieterrein door een kantoorcomplex;
  • b. De personen die in het invloedsgebied van het spoor aanwezig zijn, zijn zelfredzame personen;
  • c. Er zijn in het plangebied voldoende wegen afwaarts van de bronnen aanwezig;
  • d. In het invloedsgebied van de naftaleiding ligt geen bebouwing, wel levert de gewijzigde liggen een bebouwingsbeperking op binnen de PR-contour op industrieterrein Loven;

De ontwikkelaar zal rekening houden met de volgende afspraken:

  • De gevels en daken uitvoeren met materialen die het voortplanten van brand en rook voorkomen;
  • De detaillering van gevels, ramen en kozijnen luchtdicht uit te voeren, zodat natuurlijke ventilatie als gevolg van tocht niet kan plaatsvinden;
  • Zorgdragen dat het centrale ventilatiesysteem door middel van een schakelaar in de meterkast kan worden uitgeschakeld of middels een centrale schakelaar voor een bepaald gebied kan worden uitgeschakeld (in overleg met de brandweer);
  • De nooduitgangen en de hoofdingang van bouwwerken dienen niet gesitueerd te zijn in de gevels direct gelegen langs of gericht op het spoor;
  • Gebouwen worden zodanig ontworpen dat alle gebruikers binnen 15 minuten buiten het gebouw kunnen zijn
  • Er wordt zorggedragen voor een opstelplaats voor de brandweer die voldoet aan de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de brief van de brandweer van Midden en West-Brabant van 26 maart 2010 t.a.v. onderwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Enschotsebaan.