direct naar inhoud van 5.8 Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

5.8 Landschap, cultuurhistorie en archeologie

5.8.1 Landschap, cultuurhistorie en archeologie in het mer


Bij het aspect landschap zijn de alternatieven beoordeeld aan de hand van de criteria “aantasting openheid en schaal van het landschap”, “verstoring van ruimtelijke relaties/zichtlijnen”, “aantasting van bijzondere landschapselementen en/of eenheden” en “mogelijkheden voor landschappelijke inpassing”. Geconstateerd is dat het landschapsbeeld in het plangebied als gevolg van de realisering van de Overhoeken ingrijpend zal wijzigen. Naarmate de verdichting intensiever word (m.n. verdichtingsalternatief) zijn deze effecten groter. In het noorden van het plangebied is met name de karakteristieke openheid richting Udenhout van belang en in het westen de zichtrelaties over het spoor en de groene overgang tussen de voormalige kernen Berkel en Enschot.
Om deze reden is in het stedenbouwkundige plan voorzien in de realisering van enkele “groene kamers”, waardoor het basisalternatief in dat opzicht gunstig scoort. In alle alternatieven wordt er vanuit gegaan dat de bestaande lintbebouwing langs de belangrijkste wegen gehandhaafd blijft. Omdat het plangebied in het nulplusalternatief wat kleiner is dan bij de rest, blijft in dit alternatief een groter deel van de openheid behouden.


De effecten voor wat betreft het aspect cultuurhistorie en archeologie zijn in het MER beoordeeld aan de hand van de criteria “aantasting structuren/patronen”, “aantasting cultuurhistorische elementen” en “kans op aantasting archeologische waarden”. De meeste beoordelingscriteria zijn niet onderscheidend voor de inrichtingsalternatieven uit het MER. In alle alternatieven vindt als gevolg van de verstedelijking een zekere afname van oude cultuurhistorische structuren plaats, al worden deze wel zo veel mogelijke gerespecteerd.
Ook de aanwezige cultuurhistorische elementen worden in geen van de alternatieven aangetast. Voor wat betreft de kans op aantasting van eventuele archeologische waarden scoort het MMA iets minder negatief dan de andere alternatieven. Dit komt doordat in het MMA geen bodemverbetering wordt toegepast en slechts op beperkte schaal graafwerkzaamheden plaatsvinden.

Landschap

Het projectgebied is overwegen agrarisch in gebruik en wordt visueel omsloten door de huidige kern Berkel-Enschot in het oosten, de bebouwing langs de Bosscheweg in het zuiden en de spoorlijn en het dijklichaam van de Burgemeester Bechtweg in het westen. Vooral het dijklichaam is daarbij een erg dominant element in het landschap. Verspreid in het gebied is bebouwing aanwezig. Door de aanwezigheid van bovenstaande elementen heeft het projectgebied een kleinschalig en landelijk karakter (Grontmij, 2007-I).

Cultuurhistorie

Alhoewel de Burgemeester Bechtweg is aangelegd, is de Enschotsebaan als monumentale dorpstoegangsweg nadrukkelijk aanwezig. De (het totale plangebied van de Overhoeken) kenmerkende kransakkerstructuren lopen in delen van het gebied als vanzelfsprekend door in het bestaande dorp (Raadhuisstraat, Molenstraat, Hoolstraat). Met de kransakkerstructuur wordt bedoeld de kenmerkende structuur van wegen welke fijnmazig door het akkerlandschap lopen en deze akkers omzomen.

In dit deel van het totale gebied van de Overhoeken is meer sprake van waardevolle linten.

De Rauwbrakenweg en de Enschotsebaan vormen karakteristieke linten in het gebied en vormen de verbinding van het dorp met het platteland. De Enschotsebaan is dan ook een cultuurhistorische waardevolle, essentiële drager van het gebied, zowel in ruimtelijke als in functionele zin. Het geeft de identiteit van het gebied aan. Het gehele profiel van deze weg, inclusief bomenrijen en bermsloten, en de bebouwing speelt daarbij een rol.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001_0011.jpg"

Figuur 5.9 Cultuurhistorische waarden in het projectgebied. Bron: cultuurhistorische waardenkaart Brabant

Het cultuurhistorische belang van de Enschotsebaan wordt a.h.w. doorgetrokken tot ín de kern van Enschot (kruising van Enschotsebaan, De Kraan, 't Zwaantje en Kerkstraat).

De lintbebouwing langs de weg Enschotsebaan is van cultuurhistorisch belang (Grontmij, 2007-I). Het pand aan Enschotsebaan 6 is een gemeentelijk monument, en de panden aan Enschotsebaan 2, 8 en 21 zijn als cultuurhistorisch waardevol geclassificeerd in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Het woonhuis aan de Enschotsebaan 19 uit 1890 en de langgevelboerderij uit 1880 aan de Enschotsebaan 27 zijn ook cultuurhistorisch waardevolle objecten (Grontmij, 2007-I; provincie Noord-Brabant, 2005). Geen van de panden is geplaatst op de rijksmonumentenlijst.

Archeologie

Het projectgebied kent een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant en de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (provincie Noord-Brabant, 2005; gemeente Tilburg, 2003).

Uit archeologisch veldonderzoek blijkt dat een groot deel van de bodem echter verstoord is; in het deel ten noorden van de weg Enschotsebaan zijn slechts in twee boringen relevante archeologische indicatoren aangetroffen (Bilan, 2004-II).

Voor het gebied ten noorden van de weg komt op basis van de gedane onderzoeken de hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde te vervallen en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk (Bilan, 2004-II). Ook voor dit gebied geldt artikel 46 van de Monumentenwet. In de Monumentenwet is vastgesteld, dat archeologische vondsten en grondsporen gemeld moeten worden bij een bevoegde persoon of instantie. Dit geldt voor één ieder. Van de vondstmelding worden de gegevens vastgelegd in Archis2, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem van Nederland. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is verantwoordelijk voor het beheer van Archis2.

Voor het gebied ten westen van de Burgemeester Bechtweg (de 'lus') is een apart archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek gedaan (zie Bijlage 6 Archeologisch onderzoek). Ook voor dit gebied gold een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde, dit vanwege het verwachte voorkomen van hoge zwarte en keerdgronden. Uit dit onderzoek blijkt echter dat de oorspronkelijke verwachtingswaarde kan worden bijgesteld naar lage verwachtingswaarde. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.