| Plan: | Bedrijventerrein Enschotsebaan |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001 |
Milieuhindercirkels in het mer
In het MER wordt gesteld dat er in de toekomst geen sprake zal zijn van geurhinder binnen de woongebieden van de Overhoeken, aangezien agrarische bedrijven die deze hinder veroorzaken waar nodig worden uitgekocht.
Inrichtingen onder de werkingsfeer van de Wet geurhinder en veehouderij
Wet- en regelgeving
Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden.
Deze wet bevat standaardnormen voor de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten (zie onderstaand tekstkader voor de definitie van een geurgevoelig object). In de Wgv wordt bij de geurnormering onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden. Daarnaast biedt de Wgv aan gemeenten de mogelijkheid af te wijken van de in de wet gestelde geurnormen.
Geurgevoelig object en de Wgv
Enkel geurgevoelige objecten worden beschermd tegen overmatige stankhinder. De Wgv geeft de volgende definitie voor een geurgevoelig object: “Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.” Op basis van deze definitie vallen bijvoorbeeld woningen en appartementen onder de definitie van geurgevoelig object, maar een speeltuin of voetbalveld niet.
Omgekeerde werking
De normen die voortvloeien uit wetgeving betreffen de geurhinder van veehouderijen, dienen in de eerste plaats voor de vaststelling van de vraag of voor een veehouderij een milieuvergunning kan worden verleend. Deze normen vormen een nadere precisering van het algemene beoordelingscriterium uit de Wet milieubeheer.
Deze normen gelden niet alleen voor de verlening van de milieuvergunning, maar spelen ook een rol bij de beoordeling van de vraag of een bepaalde geurgevoelige bestemming kan worden gerealiseerd binnen de geurcontouren van een bestaande veehouderij.
Deze zogenaamde 'omgekeerde werking' heeft dus betrekking op ruimtelijke ordeningsbesluiten, zoals bestemmingsplannen en vrijstellingen. Vaste rechtspraak bij dit soort besluiten is dat in de nieuwe bestemmingen sprake moet zijn van een “aanvaardbaar woon- en leefklimaat”, wat in het algemeen met zich meebrengt dat de voorgrondcontouren moeten worden aangehouden.
Er is sinds 1 januari 2007 een nieuw toetsingskader voor geur vanuit veehouderijen van kracht, maar in de ruimtelijke ordening is op dit punt niets veranderd. Nog steeds zullen bestemmingsplannen en vrijstellingen een 'aanvaardbaar woon- en leefklimaat' moeten waarborgen. Veranderd is slechts de wijze waarop bepaald wordt wat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. Daarvoor is de Wet geurhinder en veehouderij, met de daarin opgenomen standaardnormen of de gemeentelijke normstelling doorslaggevend. Er dient dus berekend te worden wat de achtergrondbelasting is, zodat bepaald kan worden of er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal heersen.
In beginsel wordt bij het vaststellen van een bestemmingsplan het agrarische bouwblok als uitgangspunt genomen voor het bepalen van de geurcontour. Als het bedrijf toch, om andere redenen, al niet meer kan uitbreiden, dan mag de grens van de bebouwing, een benutbaar deel van het bouwblok of een bestaand emissiepunt als uitgangspunt worden genomen.
Plangebied Enschotsebaan
Het plangebied Enschotsebaan ligt in een concentratiegebied. De gemeente Tilburg heeft geen eigen normen vastgesteld. Daarmee zijn de volgende vaste wettelijke waarden voor het niet-concentratiegebied van toepassing:
| Categorie geurgevoelig object | Bebouwde kom | |
| Binnen | Buiten | |
| Wettelijke geurnorm (ou/m3 98 percentiel) | 3 | 14 |
Tabel 5.5 Geurnormering concentratiegebieden Wgv
Gezien de aard van het plan (bedrijventerrein en kantoorfuncties) is het uitgangspunt van de hierna volgende berekeningen dat het plangebied Enschotsebaan na ontwikkeling moet worden aangemerkt als bebouwde kom. De geldende geurnormering is 3 ou/m3 98 percentiel.
Vanuit de Wgv volgt dat vanuit de bestaande inrichtingen geurcontouren in acht moeten worden genomen. In het projectgebied liggen momenteel enkele agrarische bedrijven. In tabel5.6 ijn deze bedrijven met bijbehorende milieuzonering weergegeven. Ten aanzien van Enschotsebaan wordt opgemerkt dat de bedrijfsvoering inmiddels beëindigd is en de opstallen gesloopt. Dit perceel zal worden ontwikkeld ten behoeve van een woonbestemming.
| Adres | Type bedrijf | Afstand |
| Enschotsebaan 8 | Melkrundveehouderij | 100 meter |
| Enschotsebaan 20 | Varkens- en paardenhouderij | Geurcontour (9366 Ou) + 100 meter |
| Enschotsebaan 31 | Melk- en kalfkoeien | 100 meter |
Tabel 5.6 Agrarische inrichtingen met de bijbehorende milieuhinder Bron: bvb.brabant.nl
Geur contouren
Rondom de rundveestallen gelden de vaste afstanden (100 meter voor geurgevoelige objecten in de bebouwde kom en 50 meter voor geurgevoelige objecten in het buitengebied). Voor de vleesvarkensstal gelden de wettelijke geurbelastingscontouren (3 en 14 Ou).
De omvang van deze contouren zijn vaak groter dan de contouren op basis van de vaste afstand en moeten worden berekend. Wanneer er zowel rundvee als intensieve dieren worden gehouden, dienen beide vormen van contouren berekend te worden. In de tabel x.x is aangegeven welke afstanden, cq contouren er gehanteerd moeten worden.
Omdat een veehouder het recht heeft om zijn emissiepunten binnen zijn bouwblok te verplaatsen worden bij het bepalen van de omgekeerde werking de contouren ingetekend vanaf de randen van het agrarische bouwblok.
De contouren zijn berekend op basis van default Vstacks parameters voor staluitvoering, bij een ruwheid van 0.70. Dit is gebaseerd op de door Vstacks aangegeven locale ruwheid in het kilometerhok waarin het plangebied ligt.
In afbeelding 5.2 staan de voorgrondcontouren van de agrarische inrichtingen weergegeven, volgens het hierboven aangegeven principe. De contouren bestaan uit vaste afstand contouren en één berekende contour (Enschotsebaan 20)
Afbeelding 5.2 Voorgrondcontouren agrarische inrichtingen
De oranje contouren van 3,0 odour units respectievelijk 100 meter geven de beperkingen op het plangebied weer. Binnen deze contouren kunnen geen voor geur gevoelige objecten worden opgericht.
Zoals aan het begin van deze paragraaf al is aangegeven is in de Wet geurhinder en veehouderij beschreven wat een geurgevoelig object is.
Geurgevoelig object volgens de Wgv
Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt
voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee
vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt
Het plangebied is bestemd voor de vestiging van kleinschalige bedrijvigheid en nutsvoorzieningen. Dat betekent dat een gedeelte van de geplande activiteiten niet voor geur gevoelig is en dus geen belemmeringen zal ondervinden van de weergegeven geurhinder.
Omdat ook de vestiging van de agrarische bedrijven aan verandering onderhevig is, wordt ervoor gekozen de actuele geurcontouren op de plankaart weer te geven. Binnen deze contouren kunnen vooralsnog geen voor geurgevoelige objecten worden opgericht. Zodra één van de bedrijven verdwijnt, vervalt dan automatisch ook dat deel van de belemmering.
Achtergrondbelasting
In het kader van het beoordelen of op basis van de geursituatie een acceptabel woon- en leefklimaat te garanderen is, hanteert het RIVM de onderstaande 'milieukwaliteitscriteria'. Voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom wordt gestreefd naar een zeer goed tot redelijk goed leefklimaat.
Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom wordt gestreefd naar minimaal een redelijk goed leefklimaat. In de onderstaande tabel is de classificatie van RIVM opgenomen.
|
Achtergrondbelasting Geur in ou/m³ |
Mogelijke kans op geurhinder (%) | Beoordeling Leefklimaat |
| 1-3 | <5 | Zeer goed |
| 4-8 | 5-10 | Goed |
| 9-13 | 10-15 | Redelijk goed |
| 14-20 | 15-30 | Matig |
| 21-28 | 20-25 | Tamelijk slecht |
| 29-38 | 25-30 | Slecht |
| 39-50 | 30-35 | Zeer slecht |
| 51-65 | 35-40 | Extreem slecht |
Tabel 5.7 Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).
Op basis van de huidige situatie kan met deze classificatie een inschatting worden gemaakt van het woon- en leefklimaat. In afbeelding 5.3 is de achtergrondbelasting weergegeven zoals die voor het gebied is berekend.
Afbeelding 5.3 Achtergrondbelasting agrarische geurhinder
Zoals op bovenstaande kaart te zien is, geldt in het plangebied een 'goed' tot 'zeer goed' leefklimaat. Daarmee is de oprichting van voor geur gevoelige objecten in het gehele plangebied, op grond van het woon- en leefklimaat, geen probleem.
Overige inrichtingen
In de nabijheid van het plangebied is een drietal inrichtingen gelegen die niet vallen onder de werkingsfeer van de Wet geurhinder en veehouderij (zie onderstaande tabel), maar waar in het kader van mogelijk hinder wel rekening mee gehouden dient te worden.
| Adres | Type bedrijf | Afstand |
| Enschotsebaan 21/21a | Fruitkwekerij | 50 meter |
| Enschotsebaan 23/23a | Boomkwekerij | 10 meter |
| Enschotsebaan 27/29 | Agrarisch loonwerk- en grondverzetbedrijf mestdistributie en mestopslag |
30 meter, 100 meter voor mestbassin |
Tabel 5.8 Overige inrichtingen
De hier genoemde afstanden zijn afkomstig uit de notitie Bedrijven en Milieuzonering, 2009 van de VNG, waarin per bedrijfscategorie is aangegeven welke afstand in acht genomen moet worden tot woningen. Binnen deze zones geldt een nader afwegingskader bij het oprichten van woningen. Voor de geplande bedrijvigheid is deze informatie niet van toepassing
Er worden van deze bedrijven dus geen belemmeringen verwacht op de voorgenomen activiteiten in het plangebied Bedrijventerrein Enschotsebaan.
Om de milieuruimte van bedrijven in beeld te brengen, wordt gebruikgemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009). In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor bedrijfsactiviteiten ten opzichte van een rustige woonwijk, dan wel een gemengd gebied. Aangezien het algemene richtafstanden betreffen, is het mogelijk dat de daadwerkelijke milieubelasting van een specifiek bedrijf minder bedraagt dan de richtafstanden weergeven. Dit dient te blijken uit de vigerende milieuvergunning van het bedrijf, dan wel uit specifiek onderzoek.
Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in de VNG-uitgave in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Ten opzichte van een rustige woonwijk, dan wel gemengd gebied, gelden de richtafstanden.
In het plangebied zijn twee gebieden met de bestemming 'Bedrijven' opgenomen. Één deel langs het spoor Eindhoven-Tilburg, waarbinnen bedrijven zijn toegestaan tot en met categorie 3.2 respectievelijk 3.1. Op deze wijze wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering tot de dichtstbijzijnde gevoelige bestemmingen.
In het zuidelijk bedrijventerreindeel zijn eveneens de milieucategorieën 3.1 respectievelijk 3.2 toegestaan. In verband met de woningen gelegen aan de Enschotsebaan, is langs een strook met de Enschotsebaan bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Met de op de verbeelding opgenomen milieuzonering wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering. De grens tussen de categorie 3.1 en 3.2 is gelegen op 100 meter van de woonwerkkavels aan de Enschotsebaan Voor categorie 3.2 bedrijven bedraagt deze 100 meter; voor categorie 3.1 bedrijven 50 meter.
Conclusie
Onderzocht is in hoeverre de bedrijven in de omgeving een belemmering opleveren voor de geplande activiteiten in het plangebied: