| Plan: | Bedrijventerrein Enschotsebaan |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001 |
Voor wat betreft het milieuaspect geluid en trillingen zijn in het MER voor de effectbeoordeling als beoordelingscriteria de ligging van de geluidcontouren en daarmee samenhangend, het "aantal geluidgehinderden" als gevolg van wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai gehanteerd.
De kans op het ontstaan van trillingshinder is in alle alternatieven verwaarloosbaar. Hinder als gevolg van een te hoge geluidbelasting treedt echter wel op. In het akoestisch onderzoek dat ten behoeve van dit MER is opgesteld, is daarom tevens gerekend met schermvarianten langs de N65 en de spoorlijn. Het nulplusalternatief scoort, vanwege de kleinere omvang van het plangebied (dus minder woningen en minder geluidgehinderden) het gunstigst. In alle alternatieven blijft echte sprake van gehinderden als gevolg van geluid. Dit betekent dat er bij de verdere planuitwerking van de afzonderlijke Overhoeken door de diverse marktpartijen een duidelijke ontwerpopgave ligt, evenals de noodzaak tot het treffen van beschermende maatregelen.
Ten behoeve van het MER is een geluidsonderzoek uitgevoerd voor Enschotsebaan ten aanzien van de Burgemeester Bechtweg, Bosscheweg, de nieuwe gebiedsontsluitingsweg (GOW), spoortraject 700 (Tilburg – Den Bosch) en spoortraject 710 (Tilburg – Boxtel, zie Bijlage 3
Akoestische onderzoeken'.2 Overige wegen in het plangebied krijgen een 30 km/u regime en hoeven derhalve niet onderzocht te worden conform de Wet Geluidhinder. Voor het gedeelte van de GOW ten westen van de Burgemeester Bechtweg (de 'lus') geldt dat deze een toetszone heeft van 200 m. Binnen deze toetszone zijn geen geluidgevoelige bestemmingen aanwezig; dit gedeelte is derhalve niet nader onderzocht.
Uit de in dit onderzoek vermelde berekeningsresultaten blijkt dat op enkele plekken binnen het bouwinitiatief de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) niet gehaald wordt bij woningen. Deze woningbouw vindt niet plaats in het kader van onderhavig plan, maar in het (toekomstige) bestemmingsplan 'Enschotsebaan Oost'. Vooral de Burgemeester Bechtweg heeft een zeer negatieve invloed op de geluidsbelasting in het gebied. Om toch te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde dienen in het vervolgtraject mitigerende maatregelen genomen te worden.
In de geluidsberekening zijn drie uitgangspunten van belang:
In Bijlage 3 Akoestische onderzoeken is het geluidsonderzoek opgenomen, inclusief berekeningsresultaten en uitgangspunten (als lengte en hoogte van het te realiseren geluidsscherm langs de Burgemeester Bechtweg).
Naast de geconcludeerde overschrijdingen als gevolg van wegverkeerslawaai vanuit de Burgemeester Bechtweg en de Bosscheweg vinden er geen overschrijdingen plaats.
De nieuw te realiseren gebiedsontsluitingsweg veroorzaakt geen overschrijdingen (zie het aanvullende onderzoek, Bijlage 3 Akoestische onderzoeken.
Ten gevolge van de Burgemeester Bechtweg blijkt dat enkele woningen in het zuidwesten op 8m hoogte een overschrijding hebben van de voorkeursgrenswaarde op één gevel. Deze woningen zijn echter niet in het plangebied gelegen.
Vanuit de Bosscheweg vindt op één gevel op de eerste verdieping een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaats. Op de bovenste verdieping vindt op geen enkele woning op alle gevels een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaats.
In deze resultaten is rekening gehouden met de invloed van het geoptimaliseerde scherm langs de Burgemeester Bechtweg. In het akoestisch onderzoek Bijlage 3 Akoestische onderzoeken is een overzichtstekening opgenomen van de woningen waar de voorkeursgrenswaarden worden overschreven.
Wegverkeerslawaai
De percelen Enschotsebaan 8, 12 en 14 en de twee nieuwe woningen liggen in de geluidcontour van de Noordoosttangent en de Enschotsebaan. De Enschotsebaan zal in het kader van de verdere planontwikkeling van de Overhoeken worden ingericht als een 30km/h weg. Hierdoor heeft deze weg formeel geen geluidszone meer en hoeft de geluidsbelasting vanwege deze weg niet verder getoetst te worden.
Voor de verdubbeling van de Noordoosttangent is door Oranjewoud akoestisch onderzoek uitgevoerd (ref. akoestisch onderzoek verdubbeling Burgemeester Bechtweg te Tilburg, mei 2009, projectnummer 188339). Op basis van dit onderzoek zijn voor de woningen Enschotsebaan 12 en 14 hogere waarden vastgesteld. De geluidbelasting op de woning Enschotsebaan 8 en de twee nieuwe woningen is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48dB.
Railverkeerslawaai
In het kader van de ruimtelijke onderbouwing Enschotsebaan is door Arcadis akoestisch onderzoek (ref. Arcadis, Enschotsebaan te Berkel Enschot, akoestisch onderzoek, 1 december 2006, projectnummer 110501/ZF6/4O2/201326) zie Bijlage 3 Akoestische onderzoeken) uitgevoerd naar de optredende geluidbelastingen vanwege railverkeerslawaai. Uit dit onderzoek valt af te leiden dat de optredende geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai op de woningen Enschotsebaan 8, 12 en 14 en de twee nieuw te bouwen woningen lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 55dB.
Industrielawaai
De woningen Enschotsebaan 12 en 14 liggen binnen de geluidscontour van het gezoneerde industrieterrein Loven. De woning Enschotsebaan 8 en de twee nieuw te bouwen woningen liggen buiten de geluidscontour van Loven. De percelen Enschotsebaan 12 en 14 hadden in het vorige bestemmingsplan (buitengebied, 1994) reeds een 'woonbestemming'. Voor deze woningen hoeven geen hogere waarden industrielawaai te worden vastgesteld.
Met betrekking tot ontwikkelingen binnen de geluidszone van Loven geldt dat het planologisch toestaan van nieuwe bestemmingen die in de Wet geluidhinder zijn aangemerkt als 'geluidsgevoelige bestemmingen' niet mogelijk is.
Maatregelen
Het is mogelijk om met behulp van enkele bouwkundige maatregelen ervoor te zorgen dat de overschrijdingen op een aantal gevels wordt 'verholpen'. Hierbij moet gedacht worden aan onder andere vliesgevels, een gesloten borstwering over de gehele lengte van een gevel of een verspringende gevel. Eventueel is het nog mogelijk om de woningen van elkaar te laten verspringen, zodat de ene woning de andere woning afschermt. Tot slot is het mogelijk om de overschrijdingen 'ongedaan' te maken door de gevel doof uit te voeren, waardoor de gevel niet aan de Wet geluidhinder getoetst hoeft te worden. Hierbij dient dan bij de inrichting van de woning rekening mee gehouden te worden.
In het vervolgtraject wordt nader bekeken op welke wijze een of meerdere van deze mitigerende maatregelen worden geïmplementeerd, zodat bij alle woningen voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde.