direct naar inhoud van 4.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten van de ontwikkeling
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

4.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten van de ontwikkeling

Ten behoeve van de gehele ontwikkeling van Enschotsebaan is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het plangebied vormt hier een onderdeel van. Met dit verkavelingsplan geeft Roozen - Van Hoppe Bouw en Ontwikkeling aan op welke wijze de eerder in het Ontwikkelingsplan en Stedenbouwkundig plan gekozen opzet concreet ingevuld gaat worden. Het stedenbouwkundig VO is opgesteld ten behoeve van de ruimtelijke inrichting van het projectgebied. Dit stedenbouwkundig VO vormt de basis voor de technische planvorming ten behoeve van de realisatie.

4.2.1 Openbare ruimte

Om een wisselend beeld te krijgen is het gewenst geen standaardisatie van materialen toe te passen. De vloer van de openbare ruimte (de verharding van wegen, paden en brinken) is daarentegen de constante in het plan. Verandering van straatverbanden kan als nuance verschillende gebruiksdoeleinden suggereren.

Het agrarische gebruik van de weilanden heeft op dit moment een argeloosheid die typerend is voor een dorpse setting. De cultivering en ontwikkeling van het landschap heeft een controlerende werking op het ontspannen landschap. Het streven is daarom de openbare ruimte dusdanig vorm te geven en te onderhouden dat de natuurlijke fluctuatie van seizoenen steeds voelbaar aanwezig blijft. Bij de uitwerking van de openbare ruimte en het beekdal wordt de gereedschapskist van het dorps milieu toegepast (het organiseren van toevalligheden).

De structuur van het plan krijgt vorm door het inpassen van bestaande elementen zoals watergangen en hoogteverschillen, bestaande solitaire bomen en boomgroepen en laanbeplanting langs de linten. De bestaande beek en de waardevolle bomenrij (noord) krijgen een prominente plek in het plan. De korte wegen zorgen in combinatie met achterpaden en doorsteken (noord) voor een informele routing.

De openbare ruimten hebben een besloten karakter en een flexibel gebruik door verschil in materiaal (gras, bomen, water of verharding. Onverwachte religieuze of kunstzinnige uitingen kunnen door bijzonder meubilair een plek krijgen.

De referentiebeelden in het stedenbouwkundig VO zijn samengesteld op basis van de verschillende karakteristieken van het plan. De landschappelijke zone is hierbij zichtbaar en voelbaar de sterkste drager van het informele dorpse milieu.

Een uitgebreidere omschrijving van de beeldkwaliteit van de openbare ruimte, inclusief referentiebeelden, kan worden gevonden in Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan.

4.2.2 Groenbestand

Uitgangspunten

In het projectgebied is een bomeninventarisatie uitgevoerd. In het algemeen is de status van de geïnventariseerde bomen en hagen goed tot zeer goed; alle bomen zijn gecategoriseerd als waardevol met de aanduiding “A”.

Het merendeel van de bomen is te vinden in twee concentratiegebieden:

  • aan de Enschotsebaan;
  • een concentratie ten oosten van de kruising Burgemeester Bechtweg – spoorlijn.

Daarnaast zijn enkele bomen solitair en verspreid over het gebied te vinden.

Op enkele plekken aan de Enschotsebaan en het oostelijke gedeelte van de Rauwbrakenweg zijn enkele hagen op erfafscheidingen aanwezig. Waardevolle bomen met een aanduiding “A” genieten een beschermzone van 8 meter gemeten uit het hart van de boom. Voor waardevolle bomen uit de categorie “B” bedraagt de beschermzone 5 meter. Zeer waardevolle en monumentale bomen kunnen de toevoeging “+” krijgen, waarmee de beschermzone vanuit het hart van de boom maximaal 15 meter kan bedragen. Bomen in de categorie “A” of “B” dienen gehandhaafd te blijven waar mogelijk.

Indien het onmogelijk is bepaalde bomen uit deze twee categorieën te handhaven dient elders compensatie plaats te vinden.
Bomen die niet de aanduiding “A” of “B” hebben, mogen conform de reguliere kapvergunningsprocedure gekapt worden. De aanwezige hagen worden waar mogelijk gehandhaafd teneinde het groene karakter van het gebied te behouden.

Implementatie

De onderlegger van het landschap is in het plan geïntegreerd door het handhaven van de laanbeplanting langs de Enschotsebaan en de waardevolle boomopstanden, de hagen en struiken maximaal te benutten en de bestaande watergangen, sloten en greppels integraal in het plan op te nemen. De overige bestaande solitaire bomen en boomgroepen worden indien mogelijk gehandhaafd. De bestaande hoogteverschillen zullen door de nieuwe grond- en waterbalans veranderen. De huidige situatie is in beeld gebracht op basis van de groeninventarisatie van november 2004 en geprojecteerd naast de nieuwe situatie.

Verder worden de kavelgrenzen zowel aan de voorkant, achterkant en zijkant gerespecteerd en opgenomen in het plan. De groenzone bij de kruising met de Enschotsebaan is gemaximaliseerd binnen de eigendomsgrenzen. De inrichting van het beekdal en het continueren van de watergang zorgen voor de continue doorlopende groenzone. Op de kruising is ten westen beperking van de bebouwing gewenst om visueel een bredere doorgang te suggereren. De mogelijkheden zullen worden onderzocht om de groenzone ten behoeve van de continuïteit te verbreden (aankoop/sloop bebouwing).

4.2.3 Verkeer en parkeren

Verkeersontsluiting

De woon-werkkavels worden ontsloten via de Enschotsebaan.

Het nieuwe bedrijventerrein worden ontsloten via bestaande en nieuwe infrastructuur. Door middel van een nieuw tracé (de gebiedsontsluitingsweg) wordt voorkomen dat verkeer gerelateerd aan het bedrijventerrein onnodig binnen de kern van Berkel-Enschot rijdt. Het nieuwe tracé heeft een aansluiting aan de westzijde van de Burgemeester Bechtweg en wordt gerealiseerd met een gelijkvloerse kruising, voorzien van verkeerslichten. Dit vraagt om een reconstructie van de Burgemeester Bechtweg ter plaatse.

De structuur op het bedrijventerrein kent meerdere lussen, waardoor de bereikbaarheid goed is. Er vindt geen vermenging plaats van verkeer voor het bedrijventerrein in de woonbuurt. Wel is er sprake van uitwisseling van verkeer uit de woonbuurt naar de nieuwe aansluiting op de Burgemeester Bechtweg (zie figuur 3.6)

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001_0007.jpg"

Figuur 3.6 Ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer in de overhoek 'Enschotse Baan'.Rood: buurtstraten Blauw: gebiedsontsluiting Groen: woonstraten Paars: bedrijfswegen

Verkeersproductie

Qua verkeersafwikkeling is een inschatting gemaakt van de verkeersproductie van het naastgelegen toekomstige woongebied (Enschotsebaan Oost) en het bedrijvengebied. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat per woning per dag 5 autoverplaatsingen plaatsvinden. Dit resulteert in ongeveer 1800 mvt/etmaal. Daarbij opgeteld is rekening gehouden met 5% bezorgend verkeer; voor het woongebied wordt daarom uitgegaan van een verkeersproductie van 1900 mvt/etmaal. Dit verkeer kan, gezien de intensiteit op de Enschotsebaan, hier goed op worden afgewikkeld.

Dit komt mede doordat de intensiteit op de Enschotsebaan in de toekomst (met realisatie van de Overhoeken) afneemt omdat verkeer vanuit het bestaande Berkel-Enschot gedeeltelijk nieuwe ontsluitingsroutes zal gebruiken.
Het bedrijventerrein (circa 10 ha) genereert zo'n 500 mvt/etmaal waarvan 10% vrachtverkeer. Dit verkeer wordt zoveel mogelijk afgewikkeld op het nieuwe tracé.

Op de nieuwe aansluiting zal ook extra verkeer vanuit de woonbuurten komen dat richting de Burgemeester Bechtweg wordt afgewikkeld. De Rauwbrakenweg zal een afname laten zien in de verkeersintensiteiten: omdat er een knip wordt gerealiseerd nabij de geplande groenzone in het projectgebied, zal er geen doorgaand verkeer afkomstig uit Berkel-Enschot op deze weg rijden.

De Burgemeester Bechtweg kan het extra verkeer, gegenereerd door het plangebied Enschotsebaan, op dit moment goed verwerken. Gezien andere ruimtelijke ontwikkelingen en de autonome ontwikkeling zal de Burgemeester Bechtweg op termijn wel moeten worden aangepast.

Parkeren

Parkeren is een aandachtspunt binnen het bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat het parkeren (en laden en lossen) voor de bedrijven op eigen terrein plaatsvindt (achter en naast de bedrijfsgebouwen), het is echter wel van belang dat eventuele bezoekers enkele parkeerplaatsen in het openbare gebied hebben (ook vrachtverkeer). In het vervolgtraject zal bekeken worden waar ruimte gerealiseerd kan worden voor parkeren van vrachtverkeer.

Voor de concrete parkeernormen wordt verwezen naar het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan.

Noordoost Tangent

Voor de verdubbeling van de Burgemeester Bechtweg zijn een aantal aanleidingen. Ten eerste het Tilburgse Verkeers- en vervoersplan waarin het compleet maken van het ringenstelsel rond Tilburg is opgenomen. De Burgemeester Bechtweg is onderdeel van de buitenste ring van het hoofdnet voor het autoverkeer in Tilburg.1

Voorts is een hogere capaciteit nodig in verband met de toekomstige ontwikkelingen, waaronder onderhavig bestemmingsplan Bedrijventerrein Enschotsebaan. De Burgemeester Bechtweg is momenteel voor het grootste deel enkelbaans. In de huidige spits zijn er al afwikkelingsproblemen. Om de doorstroming ook in de toekomst te kunnen verzekeren, is het volledig uitvoeren van de Burgemeester Bechtweg met 2x2 rijstroken noodzakelijk. Daarnaast speelt het aspect verkeersveiligheid een belangrijke rol. Er vinden veel ongevallen plaats op de Burgemeester Bechtweg. Voor de beoogde verdubbeling is inmiddels een Mer opgesteld.

Overige aspecten

Voor het fietsverkeer liggen de belangrijkste ontsluitingsroutes langs de Enschotsebaan en langs de gebiedsontsluitingsweg centraal in het bedrijventerrein (parallel aan het spoor).
Bij de Enschotsebaan liggen vrijliggende fietspaden langs de weg, de ontsluitingsweg op het bedrijventerrein heeft ventwegen langs de hoofdroute, waar fietsverkeer op afgewikkeld kan worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001_0008.jpg"

Figuur 3.7 Ontsluiting voor fietsers in de overhoek 'Enschotse Baan'.

Op het bedrijventerrein is er sprake van een 30 km zone, waar het geaccepteerd wordt om het fietsverkeer gemengd af te wikkelen op de rijbaan.

Tevens ligt er op de dijk die het bedrijvengedeelte scheidt van het woongebied een voet- fietspad.

De bereikbaarheid voor hulpdiensten is goed vanwege de verschillende toegangswegen tot het gebied. Binnen het gebied is zo min mogelijk gewerkt met doodlopende wegen.

4.2.4 Landschappelijke inpassing trafostation

Bij de inpassing van het 150 kV-station moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten:

  • Overgang naar het landschap van het cultuurhistorische lint de Enschotsebaan.
  • Overgang naar de naastgelegen ecologische verbindingszone.
  • Overgang naar de infrastructuur Burgemeester Bechtweg en de ontsluitingslus.

De terreininrichting van het 150kV-station moet rekening houden met bovenstaande aspecten. Vanuit deze drie kanten zijn de volgende richtlijnen van belang bij de inpassing/overgang naar het beoogde terrein van Essent.

Landschap langs cultuurhistorische lint Enschotsebaan

Het gebied heeft een nog overwegend agrarische functie en wordt gekenmerkt door een slingerende Enschotsebaan met forse boombeplanting, een fijnmazige landschappelijke structuur met houtsingels, de beek de Zwarte Rijt en akkers. Diverse akkers zijn in gebruik genomen als kwekerij of boomgaard. Het beoogde perceel voor het 150 kV-station ligt op enige afstand van de Enschotsebaan. Door het visueel open tracé van de hoogspanningsleidingen is het goed mogelijk om de beoogde locatie te zien.

Mogelijkheden voor inpassing in dit landschap zijn op het perceel van het trafostation beperkt. Het 150kV-station hoeft ook niet totaal verstopt te worden. Wel kan aan de zuidzijde een houtsingel geplant worden. Overige inpassingsmaatregelen kunnen in het omringende landschap worden genomen. Haaks op de Enschotsebaan zouden bijvoorbeeld langs perceelgrenzen in het landschap houtsingels aangeplant kunnen worden om het beeld op de Burgemeester Bechtweg, spoorlijn, ontslutingslus en Essent-locatie te verzachten.
Een concreet voorbeeld hiervoor is om langs een bestaand zandpad beplanting aan te vullen en deze lijn te versterken.

Ecologische verbindingszone

In de Kadernota Groene Mal is de oostelijke helft van de overhoek 'Enschotse Baan' aangewezen als zoekgebied voor nieuwe natuur. De opgave in het gebied Hoogeind (ten noorden en zuiden van de Bosscheweg) bestaat uit 5 hectare natuurontwikkeling en
2 hectare als compensatie.

In Hoogeind moet onder meer een ecologische verbindingszone worden gerealiseerd.
Deze verbindingszone is een doorzetting van de ecologische verbindingszone langs de Zwarte Rijt in landschapspark Moerenburg en moet voldoen aan de eisen voor een ecologische verbindingszone in landelijk gebied. Echter, ter plaatse van het 150 kV-station moet de ecologische verbindingszone een minimale breedte hebben van 50 m omdat de locatie ,ingeklemd tussen spoorlijn, Burgemeester Bechtweg, de ontsluitingslus en 150kV-station, wordt aangemerkt als stedelijke omgeving.

Doelsoorten zijn amfibieën (kamsalamander) en kleine zoogdieren. In noordelijke richting takt deze ecologische verbindingszone aan op het Schaapsven en de Zwaluwenbunders in het noordoostelijke buitengebied van Tilburg. Om deze verbinding te realiseren moet bij de kruising met de spoorlijn naar 's-Hertogenbosch een faunatunnel worden aangelegd evenals bij de kruising met de Bosscheweg. Bij de spoorlijn naar 's-Hertogenbosch moet wederom een faunatunnel worden aangelegd. Voor en na elke faunatunnel moet een stapsteen bestaande uit een poel met beplanting worden aangelegd. Als stapsteen zou bijv. het nu verdwenen ven - op oude kaarten genaamd 'Knippersven' kunnen worden teruggebracht.

Het hierboven beschreven idee moet worden vertaald in een inrichtingsplan voor de ecologische verbindingszone. Het is dus noodzakelijk om in vroeg stadium het plan voor het 150 kV-station goed af te stemmen op het inrichtingsplan voor de ecologische verbindingszone. Het plan is inmiddels uitgewerkt op hoofdlijnen.

Infrastructuur Burgemeester Bechtweg en de ontsluitingslus

Aan de westzijde van de Burgemeester Bechtweg staat een geluidsscherm van 0,5 m hoog. De automobilist kan hier gemakkelijk overheen kijken, waardoor de beoogde locatie dus goed te zien is. De ontsluitingsweg ligt op een talud. Voornamelijk het wachtend verkeer op de lus heeft uitgebreid de mogelijkheid om het 150kV-station te bekijken. Aan deze zijde moet dus rekening worden gehouden met de beleving van het 150 kV-station. De voorbijganger ziet dicht langs de weg een interessant stuk techniek. Wanneer wordt uitgegaan van bovengrondse hoogspanningsleidingen zullen deze naar beneden gebracht worden naar jukken.

Terwijl de weg van de ontsluitingslus stijgt, dalen de hoogspanningsleidingen.
Dit levert een ruimtelijk benauwend beeld op voor met name de weggebruikers; in de uitwerking dient hier voldoende aandacht aan besteed te worden.

Bij het ontwerp voor het 150 kV-station en de terreininrichting moet bijzondere aandacht worden besteed aan de beleving ervan door de passerende weggebruikers. De locatie moet zich presenteren aan de weg (waarbij bijv. inzichtelijk en beleefbaar gemaakt kan worden wat de functie van de locatie is). Bij de bebouwing en terreininrichting moeten niet alleen de technische aspecten de uiterlijke verschijningsvorm bepalen, maar is ook het esthetische aspect van groot belang. Een unieke terreininrichting is op dit knooppunt van techniek, infrastructuur en landschap zeer op zijn plaats. Te zijner tijd moet dan ook een totaalplan worden ontwikkeld door een bureau met expertise op het gebied van techniek, landschap en architectuur.

Concluderend

  • Het 150 kV-station moet qua uiterlijke verschijning een positieve bijdrage leveren aan de omgeving. Er dient dan ook een totaalplan te worden ontwikkeld door een bureau met expertise op het gebied van landschap en architectuur.
  • Het is noodzakelijk om in vroeg stadium het plan voor het 150 kV-station af te stemmen op het inrichtingsplan voor de ecologische verbindingszone.
  • Het bouwkundige deel moet speciale architectonische aandacht krijgen vanwege het duidelijke zicht vanaf de wegen op de locatie.
  • In het ontwerp voor de terreininrichting van het 150 kV-station moet terughoudend met grote vlakken verharding worden omgegaan, teneinde de locatie niet als te stenig in het landschap te laten uitkomen. Een zo groen mogelijke terreininrichting heeft de voorkeur.
  • De hoogspanningsleidingen die uit diverse richtingen bij elkaar komen op dit punt zorgen voor een druk beeld. Met name de dalende draden en de stijgende ontsluitinglus leveren een benauwende ruimtelijke ervaring op. In de uitwerking dient hieraan aandacht besteed te worden.
  • Om een goede overgang naar het landschap te bewerkstelligen kan de zuidzijde van het perceel worden beplant met een houtsingel. Vanwege de geringe afmetingen van het perceel van Essent én boven- en ondergrondse leidingen is het toepassen van meerdere landschapselementen niet mogelijk op deze locatie. Wel kunnen in het omringende landschap een aantal perceelgrenzen met houtsingels of bomenrijen worden beplant om de beleving vanaf met name de Enschotsebaan te verbeteren. In het inpassingsplan dient hier rekening mee te worden gehouden.