direct naar inhoud van 4.4 Landschap, archeologie en cultuurhistorie
Plan: Oisterwijk Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0824.BPbuitengebied2010-0002

4.4 Landschap, archeologie en cultuurhistorie

Huidige situatie landschap

Landschapstypen

De ontginningsgeschiedenis verschaft inzicht in de samenhang tussen het abiotische basissysteem (zoals bodemgesteldheid en waterkwaliteit) en de menselijke occupatie. De mate waarin de geschiedenis afleesbaar is in het huidige landschap, is medebepalend voor de waardering van het landschap.

Op basis van de in paragraaf 4.1. beschreven ontginningsgeschiedenis, de hoofdzonering uit de Interimstructuurvisie, de informatie uit de StructuurvisiePlus, een veldbezoek en de informatie die via de provincie, aanvullend beschikbaar is gesteld, kunnen de volgende landschapstypen in Oisterwijk als waardevol worden onderscheiden (zie figuur 4.2):

  • de herkenbare delen van de beekdalen van de Voorste Stroom, Achterste Stoom, de Reusel, het Spruitenstroompje, de Rosep en de Beerze;
  • de beboste stuifzandcomplexen met daarin gelegen de bijzondere vennen en landduinen;
  • de heidevelden;
  • de oude akkerbouwcomplexen waarbij de complexen zuidelijk van de Oisterwijkse bossen en vennen nog het meest intact zijn;
  • de historische groenstructuren voor zover deze niet in het beekdal of in het beboste stuifzandcomplex zijn gelegen.

De jonge heideontginningen worden over het algemeen als landschapstype als minder waardevol aangemerkt hoewel ook hier sprake kan zijn van waardevolle landschapselementen, fraaie erfbeplantingen of waardevolle solitaire bomen.

Kwetsbaarheid landschap

Samenhang, herkenbaarheid en identiteit van het landschapspatroon zijn vooral kwetsbaar voor veranderingen in het grondgebruik, de bepalende factor in een cultuurlandschap. Behoud of versterking van de landschappelijke kwaliteit zal dan ook gestuurd moeten worden via het grondgebruik. Daarnaast is het landschap kwetsbaar voor aantasting van elementen en patronen of het verwaarlozen van karakteristieke beplanting en bebouwing. De gemeente heeft in het kader van de landinrichting aangegeven onverharde wegen als karakteristieke patronen te willen handhaven.

Archeologie en cultuurhistorie

Ten behoeve van de inventarisatie is gebruik gemaakt van drie provinciale bronnen te weten de "Cultuurhistorische waardenkaart" (vastgesteld 26 september 2006), de "Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant" (30 november 2004) en de "Nota Belvedère 2001" (begrenzing van Belvedèregebied Dommeldal).

Cultuurhistorische waardenkaart (CHW)

De CHW vormt het kader voor het inhoudelijke cultuurhistorische beleid met behulp waarvan dat beleid getoetst en ontwikkeld kan worden. Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn zeven aanduidingen opgenomen (historische bouwkunst, historische stedenbouw, historische geografie (lijnen en vlakken), historische groenstructuren, historische zichtrelaties, archeologische monumenten en indicatieve archeologische waarden). Voor het plangebied zijn de volgende aanduidingen van belang en voor zover relevant ook weergegeven op figuur 4.2.

Historische bouwkunst

Op de CHW zijn de rijksmonumenten en de cultuurhistorisch waardevolle panden uit een provinciale inventarisatie (MIP panden) weergegeven. Een gedeelte van deze MIP panden hebben een formele status gekregen met de aanwijzing "gemeentelijk monument". In het plangebied komen 18woningen of bijgebouwen voor die aangemerkt zijn als rijksmonument. Daarnaast zijn 49 panden en elementen (zoals de Rypperda-bank en de Rosepdreef) die op de gemeentelijk monumentenlijst staan (zie ook bijlage 3).

Historische Stedenbouw 

De combinatie van een historisch gegroeide ruimtelijke structuur en historische bebouwing heeft geleid tot aanwijzing van het centrum van Oisterwijk (zeer hoge historische waarde), de omgeving van het Klompven (hoge waarde) en Heukelom - Laag Heukelom (redelijk hoge waarden).

Historische Geografie

Met de historische geografie wordt bedoeld de ruimtelijke neerslag van de aanpassingen die de mens in de loop der eeuwen heeft gedaan aan de natuurlijke omgeving. Het betreft zowel lijnelementen (zoals wegen en waterlopen) als grotere elementen zoals landgoederen. In het plangebied zijn Vossenhoorn - Heikant en de oprit naar Zonnewende aangemerkt als twee lijnelementen met zeer hoge waarden. Vele wegen in de omgeving van Heukelom, landgoed Ter Braakloop, Zonnewende, de Hild, de Gement, Oirschotsebaan, Posthoorn, Heistraat en Rosepdreef hebben een hoge waarde.

Als historisch landschappelijk vlak met zeer hoge waarde is Kampina (Belversche Bergen, Klein Goor, Balsvoort, Klokketorenven, dal van de Beerze) aangewezen. Hoge waarden worden toegekend aan het gebied omgeving Bergh- of Galgeven (dal Voorste Stroom, landgoed Ter Braakloop, De Brekxsche Hoven, omgeving Zonnewende en Dennenhoef), Hildsven en omgeving Heusdensebaan - Oisterwijkseweg. Het Oisterwijkse Heide gebied (omgeving van Swinderenlaan) heeft een redelijk hoge waarde.

Historische Groenstructuren

Vele historisch geografisch waardevolle vlakken in Oisterwijk zijn ook historisch waardevolle groenstructuren (Kampina, Logtse Heide, Oisterwijkse Heide, Oude Hondsberg, Brekxsche Hoven, dal Voorste Stroom). Waardevolle groenstructuren zijn voorts gelegen in het gebied ten noordwesten van de kern Oisterwijk (omgeving Molenbaan), omgeving Kleine Oisterwijkse Heide, Hildsven, Kerkeindsche Heide (omgeving Heistraat) en Heiligenboom-Zandstraat.

Historische Zichtrelaties

Relevant voor Oisterwijk zijn de molenbiotopen. Molenbiotopen zijn cirkelvormige zones rond traditionele windmolens, die van belang zijn voor de windvang en voor de landschappelijke uitstraling. Deze zones hebben in de vigerende bestemmingsplannen een straal van 500 meter en zijn gelegen rond de Standerdmolen in Moergestel en de Kerkhovense molen aan de Pannenschuurlaan in Oisterwijk.

Archeologie

Archeologische monumenten

Als basis voor de CHW dient de huidige, actuele kennis van het archeologisch bodemarchief in Noord-Brabant zoals vastgelegd in de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Op de AMK zijn de terreinen vermeld met bekende archeologische waarden. Deze AMK-terreinen bevatten archeologische monumenten die in aanmerking komen voor behoud in situ (behoud in de oorspronkelijke toestand). Voor deze terreinen geldt dat de geconstateerde archeologische waarde in de bestemming van het terrein tot uitdrukking komt (eventueel via een medebestemming).

In het plangebied bevinden zich vijf archeologische monumenten (AMK-terreinen): vier ten zuiden van de kern Moergestel en één aan de oostzijde van de kern Oisterwijk. Deze monumenten zijn aangegeven op figuur 4.2. De beschrijving van deze archeologische monumenten is onderstaand vermeld4.

Monumentnummer   2111  
Archeologische waarde:   Hoge archeologische waarde.  
Plaats:   Heuvelstraat te Moergestel.  
Toponiem:   Molenakkers.  
Omschrijving:   Terrein met sporen van begravingen uit de Late Bronstijd – IJzertijd.  
Huidige bescherming:   Aangeduid op de plankaart, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden van toepassing.  
   
Monumentnummer   2112  
Archeologische waarde:   Hoge archeologische waarde.  
Plaats:   Heuvelstraat te Moergestel.  
Toponiem:   Molenakkers.  
Omschrijving:   Terrein met sporen van bewoning uit de vroege en late middeleeuwen.  
Huidige bescherming:   Aangeduid op de plankaart, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden van toepassing.  
   
Monumentnummer   2105  
Archeologische waarde:   Terrein van hoge archeologische waarde.  
Plaats:   Heuvelstraat te Moergestel.  
Toponiem:   Servennenstraat.  
Omschrijving:   Terrein met sporen van bewoning uit waarschijnlijk de IJzertijd.  
Huidige bescherming:   Aangeduid op de plankaart, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden van toepassing.  
   
Monumentnummer   2082  
Archeologische waarde:   Terrein van hoge archeologische waarde.  
Plaats:   Zelt Moergestel.  
Toponiem:   De Vrijhoef.  
Omschrijving:   Terrein met sporen van bewoning / nederzetting uit het Neolithicum en hoogstwaarschijnlijk uit de IJzertijd – Romeinse tijd.  
Huidige bescherming:   Geen aanduiding op de plankaart.  
   
Monumentnummer   2084  
Archeologische waarde:   Terrein van hoge archeologische waarde.  
Plaats:   Oisterwijk.  
Toponiem:   Gemullenhoeken, Ter Borch.  
Omschrijving:   Terrein met waarschijnlijk sporen van versterking (mottekasteel) uit de 11e – 12e eeuw. Het kasteel is afgebroken in de 14e eeuw en gedeeltelijk afgegraven tussen 1730 – 1830. Bij booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een kasteel ter plaatse. Het monument ligt in vrij laag terrein (beekdalbodem zonder veen): een "Burcht – eiland" met een diameter van 60 meter, omgeven door een ondiepe, smalle sloot. Verder onderzoek aanbevolen door middel van proefsleuven om te komen tot de gewenste nadere waardering.  
Huidige bescherming:   Aanduiding plankaart, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden van toepassing.  

De provincie adviseert deze vijf terreinen op te nemen in het bestemmingsplan als archeologisch waardevol gebied, met daaraan gekoppeld een vereiste van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden.

Indicatieve Archeologische Waarden

Naast de archeologische monumenten zijn op de CHW verwachtingswaarden opgenomen voor het aantreffen van archeologische resten. Voor gebieden op de CHW met een middelhoge of hoge verwachtingswaarde is het uitgangspunt dat onderzoek wordt uitgevoerd als ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd of gepland die de eventuele archeologische waarden kunnen aantasten. Voor gebieden met een lage verwachtingswaarde is archeologisch onderzoek niet nodig (tenzij er in het terrein een bekende vindplaats aanwezig is). Grote delen van het plangebied zijn opgenomen als gebied met hoge en middelhoge archeologische waarden. De hoge archeologische verwachtingswaarden zijn voornamelijk te vinden ten noorden van de kern Oisterwijk en ten zuiden en noorden van de kern Moergestel (in de beekdalen). Aangezien de aanduiding vrij grof is en een aanzienlijk deel van het gehele grondgebied van de gemeente Oisterwijk beslaat, heeft een gespecialiseerd adviesbureau in kaart gebracht waar sprake is van een verwachtingswaarde. Ook heeft de gemeente samen met het adviesbureau het beleid ten aanzien van deze gebieden opgesteld en de wijze waarop de gebieden met een bestemmingsplanregeling beschermd moeten worden in kaart gebracht. In het buitengebied van Oisterwijk wordt een onderscheid gemaakt in drie categorieën van gebieden met archeologische verwachtingswaarden. Voor elk van de deelgebieden moeten specifieke regels gaan gelden met betrekking tot bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden. De gemeente heeft op 5 november 2009 het archeologiebeleid vastgesteld. Met dit onderzoek, het te voeren beleid en de vertaling ervan in een bestemmingsplanregeling wordt voldaan aan de verplichtingen die de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (datum inwerking treding 1 september 2007) aan de gemeente stelt.

Aardkundig waardevolle gebieden

Aardkundige waarden zijn die onderdelen van het landschap die herkenbare informatie / elementen bevatten over de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van een gebied. Aardkundige waarden zijn doorgaans van grote betekenis voor zowel de belevingswaarde als voor de natuurpotentie van het landschap. De provincie heeft de meest bijzondere gebieden die van nationaal of provinciaal belang zijn aangemerkt als aardkundig waardevol waaronder een aaneengesloten gebied van de Kampina, Belversche Bergen, Balsvoort, omgeving Klokketorenven, Logtsche Heide, Oisterwijkse Heide tot de Oude Hondsberg.

Nota Belvedère 2001

De Nota Belvedère (2001-2004) is een beleidsnota over de relatie cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. In het kader van de Nota Belvedère is een landsdekkend overzicht opgesteld van de cultuurhistorisch meest waardevol geachte gebieden, de Belvedèregebieden. Dit zijn gebieden met een hoge concentratie aan cultuurhistorische waarden. Een gedeelte van de gemeente Oisterwijk valt binnen het Belvedèregebied Dommeldal (het gebied globaal begrensd door de oostelijke gemeentegrens, de zuidrand van de kern Oisterwijk, de Moergestelseweg en Oirschotseweg).

Kwetsbaarheid archeologische en cultuurhistorische waarden

De archeologische waarden worden bedreigd door grondwerkzaamheden die samengaan met de aanleg van bijvoorbeeld wegen, bebouwing en watergangen. Ook peilverlaging is zeer schadelijk aangezien dit leidt tot het oxideren van organisch materiaal in de bodem.

De cultuurhistorische elementen en patronen zijn in alle gevallen waardevol, omdat ze in beginsel onvervangbaar zijn. De kwetsbaarheid wordt vooral bepaald door de ligging en het gebruik van de betreffende elementen en patronen. Zo ligt aantasting van de historisch-geografische lijnelementen (wegen, waterlopen) niet voor de hand aangezien deze nog altijd als zodanig functioneren. Aantasting van de herkenbaarheid van de patronen vormt echter een bedreiging. In dit verband kan worden gedacht aan nieuwe wegen en bebouwing en omvangrijke beplantingen die niet passen binnen de bestaande patronen.

De waardevolle gebouwde elementen kunnen worden aangetast door onzorgvuldige uitbreiding en restauratie, verwijdering of aantasting van omliggende beplantingen. Een andere mogelijke bedreiging vormt het oprichten van sterk contrasterende elementen (bijvoorbeeld windturbines) in de nabijheid van historische bebouwing.

De aardkundige waarden in het Oisterwijkse bossen en vennengebied staan vooral onder druk door de toenemende recreatiedruk (nieuwe functies, versnippering, intensieve betreding).

Monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen

In het buitengebied van Oisterwijk komen, naast de formele gemeentelijke en rijksmonumenten, nog diverse cultuurhistorisch waardevolle panden voor. Door leden en vrijwilligers van de heemkundige kring is een professionele inventarisatie gemaakt van deze panden, op basis van geobjectiveerde criteria en goed gedocumenteerd. Ook deze panden zijn weergegeven in bijlage 3.

Toekomstige ontwikkelingen

Nieuwe elementen

Agrarische bedrijven die ook in de toekomst hun agrarische bedrijfsvoering voortzetten, zullen behoefte hebben de agrarische bebouwing uit te breiden of te moderniseren.

Als gevolg van nevenactiviteiten of functieverandering bij (vrijkomende) agrarische bedrijfsbebouwing (ten behoeve van niet-agrarische bedrijvigheid of wonen), kan behoefte bestaan aan nieuwe elementen zoals maneges, paardenbakken, volkstuinen, kampeermiddelen of windturbines.

Deze nieuwe elementen kunnen de identiteit van het voorheen samenhangend agrarisch landschap aanzienlijk aantasten ("verrommeling"), met name als gevolg van:

  • de grote diversiteit aan (deel)functies;
  • de grote verscheidenheid aan inrichting en vormgeving van onbebouwde ruimten en gebouwde voorzieningen.

Gewijzigd agrarisch grondgebruik

Het landschapsbeeld wijzigt zich voorts als gevolg van veranderingen in de agrarische bedrijfsvoering. Afname van het graslandareaal kan leiden tot een afname van de openheid. Het inrichten van grotere, efficiënt te bewerken percelen of de afname van veldkavels (in combinatie met de groei van de huiskavel) kan leiden tot het aantasten van het kleinschalige landschap. Ook kan een eventuele toename van het boomteeltareaal of de aanplant van een vanggewas (een barrière van bomen, struiken of andere hoogopgaande gewassen, die het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater beperkt) de openheid aantasten.

Een verdere ontwikkeling in de richting van teelten die gebruik maken van teeltondersteunende voorzieningen is evenmin uitgesloten en zal een weerslag hebben op het landschap. Ook een uitbreiding van het areaal glastuinbouw zal invloed hebben op het landschap.

Nieuwe landgoederen

Ten slotte is er een toenemende belangstelling bij individuele grondeigenaren en projectontwikkelaars voor de ontwikkeling van nieuwe landgoederen. De afgelopen jaren heeft de gemeente Oisterwijk diverse verzoeken gekregen om medewerking te verlenen aan realisatie van landgoederen. Op grond van de StructuurvisiePlus wil de gemeente, onder voorwaarden, medewerking verlenen aan realisatie van landgoederen in het beekdal van de Voorste en Achterste Stroom en aan de zuidrand van de Oisterwijkse bossen en vennen.

Leemkuilen-Vennen

Voortvloeiend uit het beleid om een Groene Mal rond Tilburg te realiseren is een project gestart om het gebied tussen Tilburg en de kern Oisterwijk te vrijwaren van verstedelijking en er de landschappelijke structuur te versterken (Leemkuilen-Vennen). De aanleg van landschapselementen zal geschieden op vrijwillige basis.

Sectorale bouwstenen voor beleid

Op basis van vorenbeschreven analyse worden de navolgende bouwstenen ten aanzien van landschap, cultuurhistorie en archeologie geformuleerd:

  • in stand houden van de uitgestrekte bossen, vennen en heidegebieden;
  • in stand houden van het overgangsgebied tussen de Oisterwijkse bossen en vennen en het open, agrarische gebied ten zuiden van de Oirschotseweg;
  • behoud en herstel van de landschappelijke kenmerken van de beekdalen;
  • behoud en herstel van de historische groenstructuur omgeving Oirschotsebaan en ten noorden van de kern Oisterwijk;
  • behoud en bescherming van kleine landschapselementen;
  • behoud onverharde wegen;
  • binnen aangegeven gebieden mogelijkheden voor de ontwikkeling van landgoederen;
  • behoud en / of herstel van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en molenbiotopen;
  • behoud en bescherming van de aardkundig waardevolle gebieden;
  • behoud en bescherming van archeologische monumenten en verwachtingswaarden overeenkomstig de gemeentelijke archeologienota.

afbeelding "i_NL.IMRO.0824.BPbuitengebied2010-0002_0012.jpg"

Figuur 4.2. Landschap, archeologie en cultuurhistorie