direct naar inhoud van Artikel 26 Waarde - Beschermd dorpsgezicht
Plan: Buitengebied 2010, bestuurlijke lus
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0823.BPBGfase12010-VG03

Artikel 26 Waarde - Beschermd dorpsgezicht

26.1 Bestemmingsomschrijving
26.1.1

De voor Waarde - beschermd dorpsgezicht aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor:

  • a. behoud en herstel van de ruimtelijke structuur van het beschermd dorpsgezicht De Bollen;
  • b. behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van het beschermd dorpsgezicht De Bollen;

met de bij a en b behorende:

  • c. voorzieningen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. (on)bebouwde gronden.
26.2 Bouwregels
26.2.1 Gebouwen
  • a. Voor het bouwen van gebouwen binnen de bestemming Agrarisch met waarden - landschap gelden de volgende van de bestemming Agrarisch met waarden - landschap afwijkende bepalingen:
    • 1. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3,5 m bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 8,5 m bedragen;

dan wel de bestaande grotere goothoogte en bouwhoogte.

  • b. Voor het bouwen van gebouwen binnen de bestemming Maatschappelijk gelden de volgende van de bestemming Maatschappelijk afwijkende bepalingen:
    • 1. de goothoogte van het gebouw mag uitsluitend de bestaande goothoogte bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van het gebouw mag uitsluitend de bestaande bouwhoogte bedragen;
    • 3. de dakhelling van het gebouw mag uitsluitend de bestaande dakhelling bedragen.
26.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen de bestemming Horeca gelden de volgende van de bestemming Horeca afwijkende bepalingen:
    • 1. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 4 m bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen;
    • 3. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet minder dan 35º bedragen;
    • 4. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 50º bedragen;
  • b. Voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen de bestemming Wonen gelden de volgende van de bestemming Wonen afwijkende bepalingen:
    • 1. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 4 m bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 10 m bedragen;
    • 3. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet minder dan 35º bedragen;
    • 4. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 50º bedragen;

dan wel de bestaande grotere goothoogte en de bestaande kleinere of grotere dakhelling.

26.3 Aanlegvergunning

26.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het vellen en rooien van houtgewas;
  • d. het aanbrengen van hoog opschietende beplanting.


26.3.2 Het in artikel 26.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
  • b. die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning;
  • c. met uitzondering voor het vellen van bomen die onder de Boswet vallen


26.3.3 De in artikel 26.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en archeologische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. Alvorens vergunning wordt verleend wordt advies gevraagd bij de gemeentelijke monumentencommissie.

26.3.4 De onder artikel 26.3.1 bedoelde werken of werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke waarden, als beschreven in artikel 26.1 en artikel 38.1 (toetsingscriteria aanlegvergunningen), niet onevenredig worden aangetast.

26.4 Sloopvergunning

26.4.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een sloopvergunning van burgemeester en wethouders op de in artikel 26.1.1 bedoelde gronden te slopen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders.

26.4.2 Geen sloopvergunning is vereist voor:

  • a. het slopen ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders;
  • b. sloopwerkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning;
  • c. sloopwerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het gedeeltelijk veranderen of vernieuwen van een bouwwerk overeenkomstig een onherroepelijke bouwvergunning.