| Plan: | Buitengebied 2022 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0703.BGRWBP2022-va01 |
De gemeente hanteert vanaf 2014 het principe van een ‘Collectief Regieplan Buitengebied’, ook wel een ‘Veegplan’ genoemd. In een veegplan worden plannen van (particuliere) initiatiefnemers gebundeld in één bestemmingsplan. Deze systematiek komt zo veel als noodzakelijk jaarlijks terug. Op deze manier kan de gemeente de initiatieven veel efficiënter en goedkoper begeleiden.
Bij besluit van 29 januari 2013 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Reimerswaal vastgesteld. Sindsdien zijn er vijf ‘Veegplannen’ opgesteld. Het betreft de plannen ‘Buitengebied 2e herziening’ (vastgesteld 3 maart 2015), ‘Buitengebied, 3e herziening’ (vaststelling 20 oktober 2015), ‘Buitengebie0d 2016’ (vaststelling 20 december 2016), 'Buitengebied, 2019' (vaststelling 17 december 2019) en 'Buitengebied, 2020' (vaststelling 28 september 2021).
Na de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied, 2020' zijn bij de gemeente meerdere principeverzoeken ingediend met betrekking tot initiatieven die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan. De ontwikkelingen waaraan de gemeente medewerking wil verlenen zijn in dit bestemmingsplan verwerkt.
Daarnaast zijn onvolkomenheden in het geldende bestemmingsplan hersteld. Daarmee bestaat dit bestemmingsplan uit de volgende twee onderdelen:
Op onderstaande afbeelding zijn de locaties van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (principeverzoeken) weergegeven.
Het plangebied bestaat uit het gehele buitengebied van Reimerswaal, met uitzondering van de volgende locaties:
Op deze locaties zijn reeds bestemmingsplannen of wijzigingsplannen in procedure of in voorbereiding ten behoeve van de ontwikkeling op de betreffende locatie. Om te voorkomen dat de plannen elkaar doorkruisen, is er voor gekozen om de planlocaties uit het plangebied te laten.
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied, 2020', dat op 28 september 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad.
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit zes hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
De gemeente Reimerswaal heeft besloten om aan meerdere principeverzoeken planologische medewerking te verlenen. Deze ontwikkelingen zijn afzonderlijk getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. Voor de afzonderlijke initiatieven zijn ruimtelijke onderbouwingen opgesteld die deel uitmaken van dit bestemmingsplan en in de bijlagen zijn terug te vinden. De bijbehorende haalbaarheidsonderzoeken zijn eveneens als bijlagen opgenomen. Daarnaast zijn een aantal ontwikkelingen reeds middels een omgevingsvergunning gerealiseerd. Deze zijn verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan. In de onderstaande tekst is kort weergegeven om welke ontwikkelingen het gaat.
Op het perceel Achterwegje 2 te Kruiningen is een woning aanwezig. Ten noorden van het perceel heeft de initiatiefnemer de gronden in gebruik als tuin. Ter plaatse is de waterpartij vergroot en een boomhut gerealiseerd. Voorts is op het perceel een bijgebouw aanwezig met een oppervlakte van circa 70 m2. De woonbestemming wordt vergroot, zodat het huidige bijgebouw binnen de woonbestemming valt. Het overige deel van het perceel krijgt de bestemming 'Tuin'. Ter plaatse van het deel waar een schuur en boomhut aanwezig is, is een aanduiding opgenomen die maximaal 100 m2 aan bijgebouwen (inclusief boomhut) toestaat.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd.
Ter plaatse van het perceel Duivenhoek 5 te Rilland is een agrarisch bedrijfsperceel aanwezig met de status van een landgoed. De hoofdactiviteit op het perceel ziet op het houden van paarden. Het voornemen is om diverse nevenfuncties op het perceel uit te voeren. De beoogde functiewijzigingen betreffen het omvormen van de bedrijfswoning in een plattelandswoning, het uitoefenen van een productiegerichte paardenhouderij inclusief het houden van pensionpaarden met paardenbak, het toestaan van training van hulphonden in de bestaande bebouwing en regulering van de huisvesting van uilen. Tevens is de wens om de vorm van het bouwvlak op het perceel Duivenhoek 5 en Duivenhoek 3 te wijzigen, zodat zowel de bebouwing als de terreinverharding en paardenbak binnen het agrarische bouwvlak en de woonbestemming vallen.
Een productiegerichte paardenhouderij betreft een paardenfokkerij en past binnen de toegestane activiteiten van een agrarisch bedrijf. Ter plaatse van het agrarische bouwvlak zijn aanduidingen opgenomen ten behoeve van het toestaan van een paardenpension en uilenverblijf. Ter plaatse van de bestaande schuur is een aanduiding opgenomen ten behoeve van de hondentrainingen. Omdat de bedrijfswoning wordt verhuurd en in gebruik is door derden is ter plaatse een aanduiding opgenomen voor een plattelandswoning. Hiermee kan de plattelandswoning gebruikt worden door derden als reguliere woning zonder dat dit in het kader van het milieuspoor een belemmering vormt voor het uitoefenen van de agrarische bedrijfsactiviteiten. De paardenbak is aangeduid als bestaande paardenbak.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.
Aan de Grintweg 72 te Yerseke is een agrarisch bedrijf aanwezig gericht op de teelt van sierbloemen en - struiken. De initiatiefnemer maakt voor de uit te voeren werkzaamheden op het bedrijf gebruik van maximaal 15 seizoenarbeiders die hij beoogt te huisvesten bij zijn bedrijf. Om de onderkomens te kunnen plaatsen zonder de teeltgronden aan te tasten, is het gewenst het bouwvlak in noordoostelijke richting te verschuiven. Dit biedt ook ruimte om in de toekomst de bedrijfsbebouwing uit te kunnen breiden.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.
Op het perceel Grintweg 74 te Yerseke is een voormalig agrarisch bedrijf gelegen. De bedrijfsbebouwing is niet meer voor de agrarische functie in gebruik. De initiatiefnemer wenst de bebouwing te gaan gebruiken voor het regulier wonen. Voorts wenst de initiatiefnemer in de schuur een kleinschalige bed & breakfast te exploiteren. Op het perceel dat als erf in gebruik is, is een woonbestemming opgenomen. Ter plaatse van de bestaande schuur is de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logies met ontbijt' opgenomen ten behoeve van de bed & breakfast.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.
Ter plaatse van het perceel Kersenweg 3 te Kruiningen is een agrarisch bedrijfsperceel gelegen. Na beëindiging van het agrarisch bedrijf is er gezocht naar een nieuwe functie. Momenteel is op het perceel een hoveniersbedrijf gevestigd. Als gevolg van bedrijfsontwikkelingen is het wenselijk om aansluitend aan het bouwvlak buitenopslag te realiseren. Ter plaatse van de buitenopslag is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - buitenopslag' opgenomen. Op het naastgelegen perceel Kersenweg 5 is een aannemings- en verhuurbedrijf aanwezig. Aan de achterzijde van dit perceel wordt een strook grond gebruikt voor buitenopslag. Hiertoe is de bedrijfsbestemming uitgebreid met een oppervlakte van 207 m2. Op deze strook is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag' opgenomen.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd.
Ter plaatse van het perceel Lageweg 1 te Waarde is een agrarisch bedrijfsperceel aanwezig. Het perceel is niet meer agrarisch in gebruik. Het voornemen is om de voormalige boerderij als woning te gaan gebruiken. Omdat de aanwezige gebouwen een cultuurhistorische waarde hebben, zullen deze behouden blijven. De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
Op de verbeelding is ter plaatse van het perceel dat in gebruik is als erf en tuin een woonbestemming opgenomen ten behoeve van de bouw van één woning met een maximum goothoogte van 4 meter. Tevens is de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig (agrarisch) bedrijf' opgenomen.
Op het perceel Noorddijk 27 te Krabbendijke is een weiland aanwezig dat wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van paarden. De wens is om bij de paardenweide een paardenstal te bouwen. Hiertoe wordt de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bestaande paardenstal' opgenomen. De bestaande veldschuur wordt gesloopt. De aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur' die hiervoor in het bestemmingsplan is opgenomen, wordt geschrapt.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd.
Het agrarische bedrijfsperceel op het adres Olzendedijk 9 te Kruiningen ligt ter plaatse van de geplande hoogspanningsverbinding. Om die reden is de noodzaak ontstaan om het bedrijf te verplaatsen. De nieuwe locatie ligt nabij de huidige locatie en wordt eveneens ontsloten op de Olzendedijk.
Op de verbeelding is het bouwvlak ter plaatse van het huidige bedrijfsperceel verwijderd. Op de nieuwe locatie is een nieuw bouwvlak ingetekend met een oppervlakte van 1,5 hectare.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd.
Op het perceel Haltestraat 55 te Rilland is de motorzaak 'De Knalpot' gevestigd. Het voornemen is om ter plaatse van de bestaande verharding aan de oostzijde een loods te bouwen met een oppervlakte van 250 m2. Ter plaatse van de bestaande verharding is hiertoe de bedrijfsbestemming uitgebreid. De bestaande weegbrug wordt verwijderd. Het bouwvlak en de aanduiding ter plaatse van de weegbrug zijn geschrapt.
Op het naastgelegen agrarische perceel op het adres Oude Rijksweg 70 is een voormalige agrarische bedrijfsloods aanwezig. Deze is reeds in gebruik als opslaglocatie ten behoeve van de motorzaak. Het voornemen is om dit planologisch te regelen door opslag als Nieuwe Economische Drager toe te staan. Hiertoe wordt de aanduiding 'opslag' opgenomen. Het bouwvlak wordt verkleind tot de bestaande bebouwing en erfverharding.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd.
Op het perceel Verlengde Noordweg 9 te Krabbendijke is een fruitteeltbedrijf gevestigd. Het bedrijf heeft een totale oppervlakte van ongeveer 44 hectare aan fruitbomen. De initiatiefnemer heeft plan om op deze locatie een nieuw gebouw te realiseren voor het huisvesten van maximaal 45 arbeidsmigranten die werkzaam zullen zijn op het eigen bedrijf. Hiermee kunnen de arbeidsmigranten volgens de hedendaagse normen gehuisvest worden. Het gebouw zal aan de achterzijde van het perceel worden gebouwd. Hiertoe is de vorm van het bouwvlak gewijzigd. Ter plaatse van de huisvesting is de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - logies seizoenarbeiders - 2' opgenomen.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 10 bij deze toelichting gevoegd.
Op het perceel Weelweg 17 te Waarde is een woning aanwezig. Het voornemen is om naast de woning met carport een loods te realiseren. De oppervlakte van de loods bedraagt 150 m2, de goothoogte 4 meter en de bouwhoogte 6 meter. Het bouwvlak binnen de woonbestemming wordt verschoven en uitgebreid zodat de toekomstige loods binnen het bouwvlak past.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 11 bij deze toelichting gevoegd.
Aan de Weelweg 19 te Waarde is een uienverwerkingsbedrijf gevestigd. Het bedrijf is gespecialiseerd in het sorteren en verpakken van uien. Om de werkomstandigheden voor de eigen medewerkers te verbeteren en om de productkwaliteit te kunnen waarborgen wilt het bedrijf een centrale luchtzuiveringsinstallatie bouwen. Hiertoe dient de bedrijfsbestemming te worden uitgebreid ter plaatse van de groenstrook. Ongeveer 40 m2 van de bestemming 'Groen' wordt daartoe omgezet in de bestemming 'Bedrijf'. Ter compensatie van het verlies van 40 m2 aan groen wordt aan de westzijde circa 900 m2 groen aangelegd.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 12 bij deze toelichting gevoegd.
Op het perceel Westhofweg 12 te Rilland is een melkveehouderij gevestigd. De eigenaar van het bedrijf is voornemens om de melkveehouderij te herontwikkelen. De voorgestane ontwikkeling betreft de uitbreiding en herontwikkeling van de bestaande rundveestal. Het bouwvlak wordt hiertoe vergroot tot 2 hectare. Daarnaast wordt in het kader van duurzaamheid zonnepanelen op het dak van de schuur geplaatst.
De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 13 bij deze toelichting gevoegd.
Op het perceel Westveerpolder 14 te Waarde is een schapenhouderij aanwezig. De eigenaar heeft naast dit bedrijf, onder andere een akkerbouwbedrijf en pluimveehouderij ter plaatse van het perceel Wetveerpolder 4 in Waarde. Het voornemen is om het bedrijf op het perceel Westveerpolder 14 verder te ontwikkelen. In dat kader is het wenselijk om continue toezicht en controle op de schapenhouderij te houden. Hiertoe is de realisatie van een bedrijfswoning benodigd. De bouwmogelijkheid voor een bedrijfswoning ter plaatse van het perceel Westveerpolder 4 wordt hierbij overgeheveld naar Westveerpolder 14. De te realiseren bedrijfswoning zal worden bewoond door de eigenaar van het agrarische bedrijf ter plaatse. Op de verbeelding wordt op het perceel Westveerpolder 4 het aantal wooneenheden van 1 teruggebracht naar 0. Op het perceel Westveerpolder 14 wordt het aantal toegestane wooneenheden van 0 opgehoogd naar 1. De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 14 bij deze toelichting gevoegd.
In de regels en op de verbeelding zijn de volgende ambtshalve aanpassingen doorgevoerd:
Verleende omgevingsvergunningen (uitgebreide procedure)
Sandeeweg 5, Kruiningen
De reeds verleende omgevingsvergunning voor het perceel Sandeeweg 5 te Kruiningen ten behoeve van het slopen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning en het realiseren van een woning, is in het plan verwerkt door het schrappen van het agrarische bouwvlak en het toevoegen van een woonbestemming met bouwaanduidingen.
Elenweg 7, Kruiningen
De reeds verleende omgevingsvergunning voor het perceel Elenweg 7 te Kruiningen ten behoeve van het slopen van de aanwezige veldschuren en het bouwen van één nieuwe veldschuur, is in dit bestemmingsplan verwerkt door het opnemen van een aanduiding ter plaatse van de nieuwe veldschuur.
Polderweg 8, Kruiningen
De reeds verleende omgevingsvergunning voor het perceel Polderweg 8 te Kruiningen ten behoeve van het verplaatsen van het agrarische bouwvlak van het perceel Weelweg 13B te Waarden naar het perceel Polderweg 8 te Kruiningen is in dit plan verwerkt. Tevens wordt op het perceel de huisvesting van seizoenarbeiders mogelijk gemaakt.
Zandweg 1E, Kruiningen
De reeds verleende omgevingsvergunning voor het perceel Zandweg 1e te Kruiningen ten behoeve van de realisatie van één woning is in dit plan verwerkt door het opnemen van een woonbestemming met bouwaanduidingen. De woonbestemming en het bouwvlak dat is gelegen tussen Zandweg 4a en 6 is komen te vervallen.
Leiding en koppelstation SKID
In de zuidoosthoek van het plangebied is een tijdelijke vergunning verleend voor de aanleg van een waterstofleiding en de realisatie van een koppelstation (Air Liquide B.V.). Toegezegd is om de leiding in het bestemmingsplan te bestemmen.
Het terrein behorende bij het koppelstation is bestemd als 'Bedrijf - Nutsvoorziening' met de aanduiding 'specfieke vorm van bedrijf - koppelstation'. Ter plaatse van het gebouw van het koppelstation (SKID) is een bouwvlak opgenomen. Er geldt een maximale bouwhoogte van 2,5 meter. De leiding is bestemd als 'Leiding - Leidingstrook 3' voor zover de leiding binnen deze reeds aanwezige dubbelbestemming ligt. Voor het overige is de leiding bestemd als 'Leiding - Gevaarlijke stoffen'.
Overige aanpassingen
Noorddijk 31, Krabbendijke
In 2017 (tot 2021) is door het kabinet de 'Uitkoopregeling woningen onder een hoogspanningsverbinding' ingesteld. Het gaat dan om uitkoop van (bedrijfs)woningen (door de gemeente) die recht onder of tussen de draden van een bestaande hoogspanningslijn staan. In de gemeente is 1 woning aan de Noorddijk 31 die voldoet aan de voorwaarden van deze regeling. In 2018 hebben de bewoners zich bij de gemeente gemeld en kenbaar gemaakt dat zij graag gebruik willen maken van de regeling. De nieuwe bedrijfswoning dient vanuit de uitkoopregeling buiten de magneetveldzone van de huidige hoogspanningslijn te worden teruggebouwd. Het bouwvlak op het perceel Noorddijk 31 is 1 ha. groot, maar bestaat vooral uit boomgaard. De magneetveldzone van de bestaande hoogspanningslijn beslaat een vrij groot deel van het huidige bouwvlak. Om de nieuwe bedrijfswoning buiten de magneetveldzone te kunnen bouwen en niet midden in de boomgaard wordt het huidige bouwvlak iets van vorm veranderd, waarbij de grootte van het bouwvlak 1 ha. blijft. Vanuit de regeling dient op de plek waar nu de bedrijfswoning staat het bouwvlak geamoveerd/wegbestemd te worden, zodat hier ook geen bedrijfswoning meer kan worden teruggebouwd. Het gaat om ca. 800 m2. Het te verwijderen deel van het bouwvlak zal aan de zuidkant aan het huidige bouwvlak worden toegevoegd, zodat hier - buiten de magneetveldzone en niet midden in de boomgaard, een nieuwe bedrijfswoning kan worden gerealiseerd.
Het weg te bestemmen deel van het bouwvlak zal aan de zuidkant aan het huidige bouwvlak worden 'geplakt', zodat hier – buiten de magneetveldzone en niet midden in de boomgaard – een nieuwe bedrijfswoning kan worden gerealiseerd.
Plasseweg 4D, Waarde
Ter plaatse van de veldschuur aan de Plasseweg 4D is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur' opgenomen, omdat deze per abuis nog niet in het bestemmingsplan was opgenomen.
Twee locaties nabij het golfterrein
In de zuidoosthoek van het plangebied - nabij het golfterrein - worden op twee locaties de bestemmingen gewijzigd in de bestemming 'Natuur' conform de feitelijke situatie. Ter plaatse van de zuidelijke locatie wordt tevens in afstemming met Rijkswaterstaat een deel van de agrarische bestemming gewijzigd in een groenbestemming conform de feitelijke situatie.
Reeweg 17/19, Hansweert
Ter plaatse van het perceel Reeweg 17/19 is de aanduiding 'aantal wooneenheden 2' opgenomen ten behoeve van de twee aanwezige en vergunde bedrijfswoningen.
Haltestraat 86, Rilland
Op de locatie Haltestraat 86 is de toegestane maximale goothoogte van 4 meter gewijzigd naar 7 meter conform eerdere toezeggingen en in aansluiting op de toegstane hoogtes van de aangrenzende percelen.
Grintweg 70, Yerseke
Op het perceel Grintweg 70 te Yerseke is een landhuis aanwezig. De maximale goothoogte van 4 meter is gewijzigd naar 7 meter conform de regeling voor de aanwezige landhuizen binnen de gemeente.
Middenhof 4, Rilland
Op het perceel Middenhof 4 te Rilland is een landhuis aanwezig. De maximale goothoogte van 4 meter is gewijzigd naar 7 meter conform de regeling voor de aanwezige landhuizen binnen de gemeente.
Kruisweg 1, Krabbendijke
Op het perceel Kruisweg 1 te Krabbendijke is abusievelijk de agrarische bestemming niet gewijzigd in een woonbestemming conform de beschreven ontwikkeling en ruimtelijke onderbouwing in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2020'. Dit is in dit bestemmingsplan hersteld door het opnemen van een woonbestemming met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalige (agrarische) bedrijfswoning'.
Niet-locatiegebonden aanpassingen
Daarnaast zijn de volgende aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd:
Nota inspraak en vooroverleg
Uit de Nota inspraak en vooroverleg zijn diverse aanpassingen voortgekomen. Deze nota is als Bijlage 15 bij deze toelichting gevoegd. In de nota is per reactie aangegeven of en tot welke aanpassing de reactie heeft geleid.
Redactionele aanpassingen
In de regels van het bestemmingsplan zijn redactionele aanpassingen doorgevoerd. Dit betreffen geen inhoudelijke wijzigingen.
Nota zienswijzen
Uit de Nota zienswijzen zijn diverse aanpassingen voortgekomen. Deze nota is als Bijlage 16 bij deze toelichting gevoegd. In de nota is per zienwijze aangegeven of en tot welke aanpassing de reactie heeft geleid.
In het vastgestelde bestemmingsplan zijn de volgende ambtshalve wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan:
Kersenweg 3 en 5, Kruiningen
De aanduiding ten aanzien van de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing is uitgebreid op de locatie van de buitenopslag. In de regels is de verwaardelijke verplichting opgenomen.
Kapucijnenweg 42, Rilland
Op het perceel Kapucijnenweg 42 te Rilland is een camping aanwezig. Op het terrein mogen 42 staanplaatsen aanwezig zijn. Van dit aantal mogen 18 staanplaatsen op het achterste deel (rood omkaderd op onderstaande afbeelding) van het terrein worden ingericht met permanente kampeervoorzieningen. De overige voorste plekken mogen met niet parmenente kampeermiddelen ingericht worden.
Westhofweg 12, Rilland
Op een deel van het perceel Westhofweg 12 te Rilland is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden zijn. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is op dit deel van het perceel geschrapt.
Van der Haveweg 2, Rilland
Het bouwvlak is van vorm veranderd, zodat de gebouwen en kassen binnen het bouwvlak liggen.
Postweg 3A, Yerseke
Ter plaatse van het perceel Postweg 3A te Yerseke was abusievelijk het maximum aantal wooneenheden niet opgenomen. Ter plaatse is het bestaande aantal woningen opgenomen.
Zonnepanelenpark Hopmans
De aanduiding voor het zonnepanelenpark Hopmans was per abuis komen te vervallen. Deze is opnieuw op de verbeelding opgenomen.
Inpassingsplan Zuid-West 380 kV Oost
Ter plaatse van de voorziene 380 kV verbinding ten oosten van Rilland was een voorbereidingsbesluit genomen. De plangrens van het ontwerpbestemmingsplan sloot aan op de begrenzing van het voorbereidingsbesluit. Inmiddels is het inpassingsplan vastgesteld en is het voorbereidingsbesluit komen te vervallen. Het vastgestelde inpassingsplan is verwerkt in onderhavig bestemmingsplan. Daarmee is ook de grens van het plangebied gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
Vervallen locaties
Op zes locaties zijn reeds bestemmingsplannen of wijzigingsplannen in procedure of in voorbereiding ten behoeve van de ontwikkeling op de betreffende locatie. Om te voorkomen dat de plannen elkaar doorkruisen, is er voor gekozen om deze planlocaties uit het plangebied te laten. Het betreffen de volgende locaties:
Ruimtelijke onderbouwingen
De ruimtelijke onderbouwing die zijn aangepast en/of aangevuld zijn in de bijlagen bij de toelichting vervangen.
Niet-locatiegebonden aanpassingen
Daarnaast zijn de volgende aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd:
In het vastgestelde bestemmingsplan zijn de volgende wijzigingen in de regels doorgevoerd naar aanleiding van een in de raadsvergadering aangenomen amendement:
Bij het opstellen van het bestemmingsplan moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving op Europees, rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk worden de beleidsstukken benoemd en wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste beleidsstukken. Voor de verschillende ontwikkelingen zoals genoemd in hoofdstuk 2 geldt dat toetsing van het plan aan de geldende beleidskaders is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwingen zelf. Zie bijlage 1 tot en met 11 van deze toelichting.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Gemeenten, provincies en het Rijk worden verplicht om een omgevingsvisie op te stellen vanuit de nieuwe Omgevingswet. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten:
Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes:
Het beleid uit de NOVI bevat geen specifieke zaken die betrekking hebben op de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035
De Structuurvisie Buisleidingen is een visie waarmee het Rijk ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. Binnen het plangebied zijn twee delen van een dergelijke buisleidingenstraat aanwezig (paars op onderstaande afbeelding). Deze delen zijn in onderhavig bestemmingsplan bestemd met de dubbelbestemming 'Leiding - Buisleidingenstraat'. Binnen de zones van de leidingen worden in dit bestemmingsplan geen nieuwe woonbestemmingen of andere kwetsbare functies mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan ziet op een aantal (perceelsgebonden) ontwikkelingen (zie Hoofdstuk 2 van deze toelichting). Voor het overige worden de geldende bestemmingen gecontinueerd.
Omgevingsvisie Zeeland
De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn:
De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. De Zeeuwse Omgevingsverordening is één van de instrumenten voor de uitvoering van de omgevingsvisie.
Omgevingsverordening Zeeland 2018
De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als de Omgevingsvisie ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. In afdeling 2.6 Agrarisch zijn regels opgenomen ten aanzien van de thema's concentratie agrarische bebouwing, bufferzones, glastuinbouw, intensieve veehouderij en agrarische onderzoeksbedrijven.
Nieuwe Economische Dragers (NED)
De verwachting bestaat dat in de planperiode een substantieel deel van de agrarische ondernemers de agrarische activiteiten zal beëindigen. Herbestemming of sanering van de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen is noodzakelijk om verpaupering te voorkomen. Nieuwe economische dragers leveren een bijdrage aan het behoud van de vitaliteit van het landelijk gebied.
De Provincie streeft naar voldoende ruimte voor nieuwe en uitbreiding van bestaande niet-agrarische en semi-agrarische activiteiten in het landelijk gebied. Voorwaarde is dat deze activiteiten qua aard, schaal, omvang en verkeer aantrekkende werking passen in het landelijk gebied. Bovendien wil de Provincie onnodige verstening van het landelijk gebied tegengaan. Een nieuwe activiteit dient daarom een bijdrage te leveren aan de herbestemming of sanering van vrijkomende bebouwing en het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Een beperkte uitbreiding van de bestaande bebouwing ten behoeve van een nieuwe economische drager behoort tot de mogelijkheden.
De gemeente Reimerswaal sluit aan op deze NED-regeling van de provincie. In onderhavig bestemmingsplan is hier ook invulling aangegeven. Naast deze regeling van de provincie kijkt de gemeente ook naar maatwerkoplossingen.
Structuurvisie Buitengebied Reimerswaal 2012
Op 25 september 2012 heeft de gemeenteraad de 'Structuurvisie buitengebied Reimerswaal' vastgesteld. Het beleid is in de structuurvisie primair gericht op de aan het landelijk gebied gebonden functies zoals water, landbouw, natuur en landschap, recreatief medegebruik en cultuurhistorie. Daarnaast is het beleid gericht op nieuwe economische dragers, bedrijven, wonen en recreatie in het buitengebied.
Reimerswaal kenmerkt zich als een agrarische gemeente. De agrarische sector neemt een belangrijke positie in bij zowel de werkgelegenheid als het aantal bedrijfsvestigingen. De bedrijven in deze sector dienen dan ook voldoende ruimte te krijgen om zich te kunnen ontwikkelen tot een gezond en (inter)nationaal concurrerend bedrijf.
De landelijke uitstraling en beleving van het buitengebied dient behouden te blijven en te worden beschermd tegen stedelijke ontwikkelingen die niet in het landelijk gebied thuis horen. De visie maakt enerzijds (functioneel) onderscheid in de 'niet-agrarische bedrijven', 'agrarische (technische) hulpbedrijven' en 'agrarisch verwante bedrijven' en anderzijds in 'Nieuwe Economische Dragers' (NED).
Het landelijk gebied wordt in toenemende mate een gebied waarin wordt geleefd. Het pure agrarische productiegebied wordt meer en meer een gebied waarin mensen in alle rust willen wonen en kunnen genieten van de kwaliteiten die het buitengebied te bieden heeft. Buitengebied dient echter ook buitengebied te blijven. Het buitengebied biedt derhalve geen ruimte voor de realisatie van nieuwe woningen. Er zijn echter enkele vormen van wonen die, zonder de kwaliteit van het buitengebied aan te tasten, gerealiseerd kunnen worden.
Beleidsregels ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten 2023
Om goede en veilige huisvesting van arbeidsmigranten te stimuleren en overlast te voorkomen, zijn binnen de gemeente Reimerswaal regels opgesteld. In deze beleidsregels staat hoe de gemeente omgaat met de huisvesting van arbeidsmigranten en wat de structurele en tijdelijke mogelijkheden voor huisvesting in het buitengebied en binnen de kernen zijn. Ook wordt vermeld waaraan de huisvesting moet voldoen om in aanmerking te komen voor een omgevingsvergunning.
Evaluatie Archeologiebeleid 2016
Sinds 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet zal straks samen met de Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk maken. Om hierin als gemeente eigen afwegingen te kunnen maken is het noodzakelijk te beschikken over een eigen archeologisch beleid. In 2011 is hiertoe het archeologiebeleid van de gemeente Reimerswaal vastgesteld. Bij het opstellen van het archeologiebeleid is gebruik gemaakt van alle archeologische gegevens tot 2009. Tot en met 2015 is naar aanleiding van onder andere het gemeentelijk archeologiebeleid een aanzienlijke hoeveelheid onderzoek uitgevoerd. Dit heeft er toe geleid dat veel gebieden met een verwachting zijn onderzocht waardoor hier:
Uit de evaluatie blijkt dat het beleid in zijn huidige vorm goed functioneert en dat inhoudelijke aanpassingen niet direct noodzakelijk zijn.
Ontwerp Structuurvisie De Groene Kamers van Rilland
In het plangebied van de structuurvisie spelen vijf grote en belangrijke opgaven die te maken hebben met het aanpassen van het klimaat en het behouden van de kwaliteit van de leefomgeving. Deze vijf opgaven vormen de aanleiding voor het opstellen van de integrale structuurvisie voor het gebied aan de oostzijde van de gemeente, bestaande uit het Schelde-Rijnkanaal en het open poldergebied aan weerszijden ervan.
De vijf opgaven zijn als volgt:
In een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd is met diverse milieuaspecten en omgevingsaspecten.
Het voorliggende veegbestemmingsplan betreft voor het overgrote deel een conserverend bestemmingsplan waarin per jaar diverse ontwikkelingen worden gebundeld en opgenomen. De voorliggende ontwikkelingen hebben in enkele gevallen consequenties voor de milieuhygiënische aspecten en/of de aanwezige waarden op archeologisch, cultuurhistorisch, landschappelijk en/of natuurlijk terrein. Echter het betreft steeds ontwikkelingen waarvan in eerdere planvorming of eerder doorlopen procedure reeds is geoordeeld dat er geen onevenredige aantasting van genoemde waarden plaatsvindt, dan wel in het kader van de daarvoor afzonderlijk opgestelde onderbouwingen reeds onderzoek naar eventuele effecten op aanwezige waarden heeft plaatsgevonden. Daarbij zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen geconstateerd.
Voor de waterhuishoudkundige aspecten is dezelfde redenering van toepassing, als hiervoor beschreven. In het kader van de watertoets wordt het voorontwerp bestemmingsplan voor reactie toegezonden aan het waterschap Scheldestromen.
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet.
Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Ten aanzien van de verbeelding en regels wordt voldaan aan de SVBP 2012.
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.
Regels
Algemeen
De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken:
- Hoofdstuk 1 Inleidende regels
- Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
- Hoofdstuk 3 Algemene regels
- Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Inleidende regels
Begripsbepalingen en Wijze van meten
De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels
Opbouw bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat regels waarin bepalingen zijn opgenomen betreffende de bestemmingen en de aanduidingen. Bij de opzet van deze regels is een alfabetische volgorde gehanteerd alsmede een standaardvolgorde zoals opgenomen in SVBP2012.
In dit onderdeel wordt de materiële inhoud van de bestemming aangegeven. Dit houdt in: de functies die binnen de bestemming ‘als recht’ zijn toegestaan. De bestemmingsomschrijving vormt de eerste ‘toets-steen’ voor gebruiksvormen en ook voor bouwactiviteiten (past het beoogde gebruik van het gebouw in de bestemming). Beide zijn slechts toegestaan, voor zover zij zullen plaatsvinden binnen de opgenomen omschrijving.
De bevoegdheid tot afwijken van de bouwregels is in dit deel van de regels opgenomen.
In dit onderdeel wordt ten opzichte van de bestemmingsomschrijving, specifiek bepaald welke functies al dan niet specifiek zijn toegestaan. Deze bepaling vormt een aanvulling op de Bestemmingsomschrijving.
In dit deel van de regels is de bevoegdheid tot afwijken van de bestemmingsomschrijving en van de specifieke gebruiksregels opgenomen.
Voor zover nodig zijn hierin de regels opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, voorzien van uitzonderingsregels en criteria.
Enkele bestemmingen of locaties binnen een bestemming kunnen worden gewijzigd wat betreft gebruik of bouwmogelijkheden. De bevoegdheden staan in dit deel vermeld.
Artikel 3 t/m 30 en 47 – Bestemmingen
De aanwezige functies zijn rechtstreeks bestemd met een passende bestemming. De geldende bestemmingsplannen zijn hierbij het uitgangspunt geweest. De inhoud van de regels is overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen voor de betreffende bestemmingen. Ten behoeve van de leesbaarheid, is het artikel Agrarisch op enkel punten aangepast. Dit betreft onder andere het categoriseren van de bouwregels van bedrijfswoningen. Daarnaast zijn de regelingen op enkele punten verduidelijkt of consistenter gemaakt. De wijzigingen betreffen daarmee hoofdzakelijk redactionele wijzigingen en geen inhoudelijke wijzigingen.
Ten behoeve van de ontwikkelingen, zoals beschreven in Hoofdstuk 2 is waar nodig maatwerk geleverd en zijn er regelingen en specifieke aanduidingen aan de regels toegevoegd. Dit is per ontwikkeling in Hoofdstuk 2 beschreven.
Artikel 31 t/m 46 en 48, 49 - Dubbelbestemmingen
Naast de hoofdbestemmingen komen in het plan ook een groot aantal dubbelbestemmingen voor. Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen voor het behoud, bescherming en veiligstelling van bepaalde zaken. Het gaat hier bijvoorbeeld om dubbelbestemmingen voor aanwezige waterkeringen, archeologische verwachtingswaarde en leidingen met bijbehorende beschermingszones (zowel ondergronds als bovengronds). Deze dubbelbestemmingen gelden naast de enkelbestemmingen. De bepalingen van de enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen zijn daarmee beide van toepassing. Bij strijdigheid tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming.
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld in geval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.
Algemene bouwregels
Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, afdaken en erkers.
Algemene gebruiksregels
In deze regels is bepaald dat bij ontwikkeling voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of in de directe omgeving.
Algemene aanduidingsregels
Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor specifieke regels gelden of waar nadere afwegingen moeten worden gemaakt. Binnen dit bestemmingsplan zijn gebiedsaanduidingen opgenomen met betrekking tot de volgende aspecten:
Algemene wijzigingsregels
In deze regel wordt aan het college van burgemeester en wethouder de bevoegdheid gegeven om de in het plan opgenomen bestemmingen door middel van een wijzigingsplan te wijzigen voor overschrijding van bestemmingsgrenzen.
Overgangs- en slotregels
In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs.
Per ontwikkeling is daar waar noodzakelijk in de ruimtelijke onderbouwing de economische uitvoerbaarheid aangetoond. Voor het overige maakt dit bestemmingsplan geen bouwplannen mogelijk die in afwijking zijn van het eerder geldende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is daarmee economisch uitvoerbaar.
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan toegezonden aan de Provincie, het Waterschap en de Veiligheidsregio Zeeland. De ingekomen overlegreacties zijn samengevat en beantwoord in een Nota inspraak en vooroverleg (zie Bijlage 15).
Ter inzage legging voorontwerpbestemmingsplan
Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. De gemeente is vrij om toch inspraak te verlenen. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft 4 weken ter inzage gelegen. Een ieder is in deze periode in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie in te dienen. De ingekomen inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in een Nota inspraak en vooroverleg (zie Bijlage 15) .
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb is het ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een Nota zienswijzen (zie Bijlage 16).