direct naar inhoud van 2.4 Landschapsstructuur
Plan: Buitengebied West Maas en Waal
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1

2.4 Landschapsstructuur

Zoals boven reeds is aangegeven bestaat overal in het rivierengebied, dus ook in het plangebied, het landschap grofweg gesproken uit de volgende, duidelijk herkenbare, deelgebieden: uiterwaarden, oeverwallen en komgebied. Het onderstaande kaartje brengt deze landschapstructuur voor het plangebied schematisch in beeld. Het kaartje, dat is opgenomen in het LOP, laat tevens zien welke landschapswaarden dienen te worden behouden en op welke wijze de bestaande landschapsstructuur moet worden versterkt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1_0010.png"

Bestaande landschapswaarden en gewenste landschapsontwikkeling(bron: LOP)

De belangrijkste bestaande landschappelijke waarden worden hieronder per deelgebied beschreven:

Uiterwaarden

Op het bovenstaande kaartje hebben de uiterwaarden van de Maas en de Waal twee tinten lichtgroen. Het landschappelijke beeld van de uiterwaarden van de Waal wordt bepaald door de weidsheid, de grootschaligheid van de opgaande struwelen en ooibossen en waterplassen en het grillige patroon die deze elementen samen vormen. Het behoud en de vergroting van het waterbergend vermogen van de rivier vereist dat de bestaande openheid ook in de toekomst blijft gegarandeerd, dat kribben verlaagd worden en dat nevengeulen worden gegraven.

De uiterwaarden van de Maas zijn beduidend smaller. De rivier en de overkant van de rivier zijn vanaf de Maasdijk overal waarneembaar. Langs deze rivier vindt en vond in het verleden binnen de gemeente West Maas en Waal nog veel zandwinning plaats. Eén van de resultaten van deze zandwinning is het recreatiegebied 'De Gouden Ham' dat als watersportcentrum van regionale betekenis een belangrijke impuls heeft gegeven aan de recreatieve ontwikkeling van de gemeente.

In zijn algemeenheid is het een belangrijke beleidsopgave om te zoeken naar een goede ruimtelijke inpassing van de gronden en plassen die in het verleden benut zijn of momenteel benut worden voor de winning van zand en grind.

Een typisch landschappelijk element van de gekanaliseerde Maas zijn de bakenbomen die in het kader van die kanalisatie op regelmatige afstand van elkaar langs de rivier zijn geplaatst.

afbeelding "i_NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1_0011.png"

Beeld uit de uiterwaarden

Oeverwallen

De oeverwallen en de fruitboomgaarden die in deze zone liggen zijn op de kaart van de bestaande landschapswaarden met een donkergroene kleur aangegeven. Zij strekken zich achter de rivierdijken uit langs de Waal en de Maas. De oeverwallen variëren in breedte waardoor er een wisselend beeld ontstaat. Karakteristiek voor de oeverwallen is de kleinschalige structuur met onregelmatige blokverkavelingen, verspreid liggende wegen en een verspreid patroon van bebouwingselementen.

Vanwege de grondslag zijn de oeverwallen van oudsher zeer geschikt voor fruitteelt. Kenmerkend zijn dan ook de vele boomgaarden waarvan enkele zelfs nog met hoogstambomen. Bebouwing ontwikkelde zich langs de dijken en daarachter liggende wegen waardoor lintbebouwingen ontstonden. Deze oude lint- en dijkstructuren met karakteristieke bebouwing en zichtlijnen naar het achterliggende landschap vormen belangrijke ruimtelijke kenmerken die gewaarborgd moeten blijven. In dit gebied liggen verspreid veel kleine voormalige boerderijen die hun agrarische bedrijfsfunctie na de ruilverkaveling verloren en nu een woonbestemming hebben.

Op de oeverwal liggen ook een paar landhuizen. Deze grote huizen met de bijbehorende landschapselementen zoals bosschages, waterpartijen, lanen etc. leveren een belangrijke bijdrage aan de landschappelijke beslotenheid van dit gebied. De heerlijkheid Appeltern is daarvan het belangrijkste voorbeeld.

De dijken vormen de begrenzing tussen de oeverwal en de uiterwaard en vormen duidelijk herkenbare karakteristieke lijnen in het landschap. De dijken vormen belangrijke routes in de beleefbaarheid van het landschap voor de bewoners, de recreant en de toerist.

Alle kernen liggen op de oeverwallen. Met name de kernen langs de Waal, zoals Beneden Leeuwen konden zich ontwikkelen tot grotere dorpen omdat de oeverwallen langs deze rivier aanmerkelijk breder zijn dan die langs de Maas. Deze brede oeverwallen maakten het mogelijk dat deze kernen naar achteren konden groeien, van de rivier af, en ook naar elkaar toe langs de wegen die deze kernen op de oeverwal met elkaar verbinden.

Door de groei langs de wegen en de bebouwingslinten die daardoor zijn ontstaan, gaan de kernen langs de Waal op veel plaatsen geleidelijk over in het tussengelegen agrarische gebied van de oeverwal.

afbeelding "i_NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1_0012.png"

Huis behorend bij de Heerlijkheid Appeltern

Komgebied

Het komgebied vormt het grootste landschappelijke deelgebied en is op de kaart van de gewenste landschapsontwikkeling herkenbaar aan de zeer lichtgele kleur. Karakteristiek voor de kom is de grote mate van openheid en de grootschalige robuuste structuren. Lange zichtlijnen, lange rechte wegen en weinig bebouwing zijn kenmerkend. De eendenkooien en opgaande populierenbossen vormen de blikvangers in het gebied.

De kom was in het verleden alleen in gebruik als hooiland, rietland en er lagen eendenkooien en grienden in dit lage natte gebied. Dat veranderde in de jaren vijftig van de vorige eeuw tijdens de ruilverkaveling.

Het komgebied van West Maas en Waal was één van de eerste ruilverkavelingsgebieden van Nederland. Deze ruilverkaveling vond plaats tussen 1949 en 1962. In die periode veranderde het komgebied in een bewoond en agrarisch bruikbaar gebied.

Tijdens de ruilverkaveling daalde het aantal grondeigenaren in het totale ruilverkavelingsgebied van 8.426 naar 2.526 en daalde het aantal eigendomspercelen van 8.512 naar 4.100 (Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed). In totaal kregen 96 boeren een bedrijf op een nieuwe locatie, voornamelijk in het komgebied. Krotten werden op een grote schaal opgeruimd.

De boerderijen werden van de rand van de oeverwal verplaatst naar een ‘boerderijstraat’ (zie kaartje in paragraaf 2.2) die in west-oostelijke richting door het midden van de kom loopt en bestaat uit de Papesteeg, de Liesbroekstraat en Hoogbroekstraat. Deze boerderijen zijn nog steeds herkenbaar aan hun eigen karakteristieke opbouw van het erf en de jaren ’50-60 architectuur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1_0013.png"

Boerderij uit de ruilverkavelingsperiode

Een ruimtelijk kenmerk van het ruilverkavelingsgebied is verder het planmatig ontworpen patroon van wegen en waterlopen langs deels reeds bestaande lijnen in het landschap. Deze wegen zijn beplant met rijen populieren waarvan de kroon doorzichtig is zodat de visuele openheid van het landschap bleef bewaard.

Ook de grotendeels in die tijd aangelegde populierenbossen zijn beeldbepalend voor het gebied. Van oudsher werden populieren geplant ten behoeve van onder andere klompen. De populierenpercelen maakten deel uit van het totale agrarische functioneren. Die functie hebben de bospercelen nu verloren. Er wordt gestreefd naar het behoud van deze bossen. Dat doel kan onder andere bereikt worden door de natuurwaarde van deze bossen te vergroten.

De verspreid in het komgebied liggende eendenkooien bestaan al lang en liggen deels nog op de locatie waar ze ook in het verre verleden in de 13de of 14de eeuw al lagen. Zij worden, mede vanuit landschappelijk oogpunt, beschermd.

De rivierduin ten westen van Altforst ('De Woerd' geheten) vormt een bijzonder landschappelijk element. Deze wat hoger gelegen zandige gronden werden eerder ontgonnen dan het nattere komgebied, waardoor De Woerd nu als het ware als een relatief dicht bebouwd, landschappelijk besloten eiland in het open komgebied ligt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1_0014.png"

Komgebied