direct naar inhoud van 4.1 Inleiding
Plan: Noordelijke Bedrijventerreinen
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0637.BP00023-0004

4.1 Inleiding

Zoals reeds aangegeven in paragraaf 1.2 betreft voorliggend bestemmingsplan in hoofdzaak een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen voor het plangebied. Het heeft daarmee een overwegend conserverend karakter. Elementen uit het Ruimtelijk-functioneel plan voor de Noordelijke Bedrijventerreinen die inmiddels zijn gerealiseerd, zijn juridisch-planologisch vertaald in dit bestemmingsplan. Daarnaast is waar nodig en/of mogelijk nieuw beleid van hogere overheden en de gemeente vertaald in het bestemmingsplan.

4.1.1 Inrichtingsprincipes Ruimtelijk-functioneel plan Noordelijke Bedrijventerreinen

Een belangrijke constatering naar aanleiding van het Ruimtelijk-functioneel plan is dat de bedrijventerreinen op dit moment nog goed functioneren en ook de zittende bedrijven over het algemeen tevreden zijn over hun situatie. Op delen van de terreinen is echter een proces van downgrading zichtbaar. Op grond van een uitgebreide analyse zijn in het Ruimtelijk-functioneel plan kaders voor toekomstige ontwikkeling van de Noordelijke Bedrijventerreinen geschetst, uitmondend in een twaalf inrichtingsprincipes (zie bijlage 1 van de plantoelichting). Zoals eerder aangegeven worden deze kaders waar mogelijk als uitgangspunten meegenomen en vertaald in dit bestemmingsplan. Een groot deel van de inrichtingsprincipes wordt daarentegen niet opgenomen in dit bestemmingsplan, aangezien deze financieel (nog) niet uitvoerbaar zijn en/of er (nog) geen sprake is van concrete planuitvoering. Alleen de principes die daadwerkelijk vertaald worden in dit bestemmingsplan en de principes die inmiddels uitgevoerd zijn, worden in dit hoofdstuk beschreven.

De volgende inrichtingsprincipes uit het Ruimtelijk-functioneel plan zijn (deels) meegenomen in dit bestemmingsplan:

  • Principe 2: Rooilijn en kavelinrichting
    Stelregel is dat een ondernemer zijn kern- en aanverwante activiteiten op de eigen kavel uitvoert. Zowel parkeren als opslag is dan ook een eigen verantwoordelijkheid en dient op de eigen kavel te geschieden. De bouwgrens speelt een essentiële rol bij dit inrichtingsprincipe. Door voor de bouwgrens een minimum afstand ten opzichte van de openbare ruimte te hanteren, blijft er altijd een deel van de kavel beschikbaar om ruimtevragende aspecten zoals parkeren op te lossen.

In de feitelijke situatie zijn de gebouwen bijna overal in de bouwgrenzen gebouwd, waardoor een aanpassing van de rooilijn conform de inrichtingsprincipes uit het Ruimtelijk-functioneel plan niet reëel is. Om opslag aan de voorzijde van gebouwen te minimaliseren en zo verrommeling te voorkomen dient opslag binnen de bouwvlakken van de bouwpercelen plaats te vinden. Op grond van de Bouwverordening moet altijd voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn op eigen terrein.

  • Principe 8: aanleg dubbele rotonde bij van der Hagenstraat: De aanleg van een dubbele rotondes ter plaatse van de dubbele kruising Fokkerstraat – van der Hagenstraat – Edisonstraat

De uitvoering hiervan heeft inmiddels plaatsgevonden in de vorm van de aanleg van twee enkelstrooks rotondes ter plaatse van de dubbele kruising Fokkerstraat – van der Hagenstraat – Edisonstraat. Dit heeft geleid tot een verbetering van de verkeersstructuur en verkeersveiligheid. Bij de kruising Edisonstraat – Franklinstraat en Edisonstraat – Marconistraat was een soortgelijke verkeerssituatie aanwezig. Ook daar zijn twee enkelstrooks rotondes aangelegd. De rotondes zijn als zodanig verwerkt in dit bestemmingsplan.

In het Ruimtelijk-functioneel plan worden verschillende mogelijkheden genoemd om de wegenstructuur te optimaliseren, bestaande functies op het profiel aan te passen en functies die niet in het toekomstige profiel passen te weren. Daarnaast is aangegeven dat voor nieuwe ontwikkelingen duidelijke richtlijnen ten aanzien van de maatvoering en schaal opgesteld moeten worden. Deze mogelijkheden en richtlijnen alsmede de overige tien principes uit het ruimtelijk-functioneel plan zijn in onderhavig bestemmingsplan niet overgenomen omdat ofwel de financiële en maatschappelijke haalbaarheid niet is verzekerd, dan wel de plannen daaromtrent nog onvoldoende zijn uitgekristalliseerd.

In het Ruimtelijk-functioneel plan is opgenomen dat bij een nieuw bestemmingsplan een nieuwe zonering vastgelegd moet worden. Voor de bedrijventerreinen is mede daarom een milieuzonering toegepast, waarbij geldt dat de hoogst mogelijke milieucategorie mogelijk gemaakt wordt, zonder dat de gevoelige objecten in de omgeving van de bedrijventerreinen daar hinder van ondervinden. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de milieuzonering binnen dit bestemmingsplan.

4.1.2 Ontwikkellocaties

In dit bestemmingsplan is op een viertal locatie sprake van nog onbenutte bouwmogelijkheden. Deze ontwikkellocaties liggen op dit moment braak of zijn in gebruik als tuin. Het betreft de volgende locaties:

  • 1. Fokkerstraat 58, perceel Zegwaard E881
  • 2. Newtonstraat 1, perceel Zegwaard E891
  • 3. Zegwaartseweg 60b, perceel Zegwaard B1433
  • 4. Zegwaartseweg 94a, perceel Zegwaard B5885

De ligging van deze locaties is in onderstaande afbeelding weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0637.BP00023-0004_0012.jpg"

Afbeelding 12: Ontwikkellocaties plangebied Noordelijke Bedrijventerreinen

4.1.2.1 Fokkerstraat 58, perceel Zegwaard E881

Het perceel aan de Fokkerstraat ligt op dit moment braak. Op grond van het geldende bestemmingsplan mogen hier industriële bedrijven, bouwbedrijven en handelsondernemingen gebouwd worden (inclusief dienstwoning), met uitzondering van detailhandel. In dit bestemmingsplan is voor deze locatie de bestemming 'Bedrijventerrein' opgenomen, waarbij bedrijvigheid is toegestaan tot en met milieucategorie 2. De locatie ligt binnen een gebied dat in de Provinciale Verordening is aangeduid als bedrijventerrein. Op grond van artikel 8, lid 2 van de Verordening mogen in gebieden met deze aanduiding geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk worden gemaakt. In dit bestemmingsplan is de woonfunctie voor deze locatie derhalve komen te vervallen.

4.1.2.2 Newtonstraat 1, perceel Zegwaard E891

Het perceel aan de Newtonstraat ligt op dit moment braak. Op grond van het geldende bestemmingsplan mogen hier kleine verzorgende en ambachtelijke bedrijven gebouwd worden (inclusief woningen boven de desbetreffende bedrijfsgebouwen), met uitzondering van detailhandel. In dit bestemmingsplan is voor deze locatie de bestemming 'Bedrijventerrein' opgenomen, waarbij bedrijvigheid is toegestaan tot en met milieucategorie 3.1. De locatie ligt binnen een gebied dat in de Provinciale Verordening is aangeduid als bedrijventerrein. Op grond van artikel 8, lid 2 van de Verordening mogen in gebieden met deze aanduiding geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk worden gemaakt. In dit bestemmingsplan is de woonfunctie voor deze locatie derhalve komen te vervallen.

4.1.2.3 Zegwaartseweg 60b, perceel Zegwaard B1433

Op dit perceel is momenteel een woning met tuin gesitueerd. Op grond van het geldende bestemmingsplan is ook ambachtelijk bedrijvigheid toegestaan. In dit bestemmingsplan is wederom de mogelijkheid opgenomen voor wonen en ambachtelijke bedrijfsfuncties, met dien verstande dat alleen bedrijvigheid tot en met maximaal milieucategorie 2 is toegestaan. Op grond van de regels en de verbeelding zijn op het perceel maximaal 13 woningen (inclusief de bestaande woning) toegestaan.

4.1.2.4 Zegwaartseweg 94a, perceel Zegwaard B5885

Het merendeel van het perceel is thans onbebouwd en wordt gebruikt als tuin bij de naastgelegen woning. Op grond van het geldende bestemmingsplan is de vestiging van een tuincentrum toegestaan (met een daarbij behorende dienstwoning). In dit bestemmingsplan is wederom de mogelijkheid opgenomen voor een bedrijfswoning (binnen het daartoe op de verbeelding aangegeven vlak). De geldende bestemming 'Tuincentrum' is in dit bestemmingsplan vertaald naar de bestemming 'Detailhandel', met dien verstande dat ter plekke alleen een tuincentrum is toegestaan (maximaal milieucategorie 2).