direct naar inhoud van Artikel 14 Recreatie - Verblijfsrecreatie
Plan: Buitengebied Leerdam
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0545.BPBUITENGEBIED-VS01

Artikel 14 Recreatie - Verblijfsrecreatie

14.1 Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving

De voor Recreatie - Verblijfsrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  • b. waterhuishoudkundige doeleinden;
  • c. behoud en herstel van aanwezige poelen en watergangen;
  • d. onderhoudspaden langs watergangen;

één en ander met bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 14.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.

14.1.2 Nadere detaillering van de bestemming
a Staat van verblijfsrecreatieve voorzieningen

Op de gronden met deze bestemming zijn ter plaatse van de aanduiding, zoals opgenomen in de navolgende Staat van verblijfsrecreatieve voorzieningen in de kolom 'Aanduiding' uitsluitend de verblijfsrecreatieve voorzieningen toegestaan zoals deze zijn opgenomen onder de bijbehorende kolom 'Betekenis':

Aanduiding   Betekenis   Verblijfsrecreatieve voorziening   Adres   Gebruiksoppervlakte  
(sr-cam1)   specifieke vorm van recreatie - camping1   camping, kleinschalig   Recht van Ter Leede 25   max 40 kampeermiddelen + twee trekkershutten  
(sr-cam2)   specifieke vorm van recreatie - camping2   camping   Recht van Ter Leede 28/28A   max 41 plaatsen  
(sr-cam3)   specifieke vorm van recreatie - camping3   camping   Lingedijk 6   bestaand  
b Camping

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1', 'specifieke vorm van recreatie - 2' en 'specifieke vorm van recreatie - 3' bedraagt de onderlinge afstand tussen kampeermiddelen ten minste 3 m.

c Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het overige mogen worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze dienen aan de volgende bepalingen te voldoen:

  • a. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.
d Bedrijfswoningen

Een bedrijsfwoning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Een en ander met dien verstande dat wanneer een bedrijfswoning door afsplitsing of vervreemding niet langer deel uitmaakt van het bedrijf, daarvoor in de plaats geen nieuwe woning mag worden gebouwd; in dergelijke gevallen vervalt het recht op die bedrijfswoning.

14.2 Bouwregels
14.2.1 Algemeen

Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming.

14.2.2 Bebouwde oppervlakte

De bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan de bestaande bebouwde oppervlakte.

14.2.3 Maatvoeringseisen

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

Gebouwen   Min.   Max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  

Bedrijfswoning   Min.   Max.  
Goothoogte   N.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   N.v.t.   9 m  
Inhoud inclusief aan-, uit- en bijgebouwen   N.v.t.   650 m3  
Afstand vrijstaande bedrijfswoning tot zijdelingse bouwperceelgrens   5 m   N.v.t.  

Bijgebouwen bij bedrijfswoning   Max.  
Inhoud bijgebouwen: zie tabel bedrijfswoning    
Goothoogte   3 m  
Bouwhoogte   6 m  

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Max.  
Hoogte erfafscheidingen   1 m voor voorgevelrooilijn;
Overige: 2 m  
Hoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   6 m  
14.2.4 Afwijkingenregeling

In afwijking van het bepaalde in 14.2.3 geldt, dat voorzover de bestaande goot- of bouwhoogte, de bebouwde oppervlakte of de inhoud meer bedraagt dan ingevolge bovenstaande tabel is toegestaan, de bestaande goot- of bouwhoogte, de bestaande bebouwde oppervlakte of de bestaande inhoud als maximum, voorzover het gebouw legaal is gebouwd. Nieuwbouw hiervan is niet toegestaan.

14.3 Ontheffing van de bouwregels
14.3.1 Ontheffing bebouwde oppervlakte

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in 14.2.2 opgenomen maximale bebouwde oppervlakte, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de in 14.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag éénmalig met maximaal 15% worden vergroot;
  • b. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast;
  • c. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats;
  • d. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats;
  • e. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • f. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • g. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.
14.3.2 Ontheffing voor vergroting inhoud bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van de maximale inhoud van bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 850 m3 onder de volgende voorwaarden:

  • a. er is sprake van een zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing in de omgeving;
  • b. binnen het bestemmingsvlak ontstaat een ruimtelijke eenheid van bebouwing;
  • c. binnen het bestemmingsvlak is sprake van een aanvaardbare verhouding tussen het bebouwde en onbebouwde oppervlak;
  • d. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
  • e. de uitbreiding mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.
14.4 Specifieke gebruiksregels
14.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van:

  • a. zelfstandige bewoning of afhankelijke woonruimte van een bijgebouw;
  • b. permanente bewoning van kampeermiddelen of verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  • c. het gebruik van gronden en opstallen voor een seksinrichting;
  • d. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest strijdig is tenzij noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik.
14.5 Aanlegvergunning
14.5.1 Aanlegvergunningenplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de in het schema onder 14.5.3 opgenomen aanlegvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren.
De aanlegvergunning kan uitsluitend worden verleend als wordt voldaan aan de in de tabel genoemde criteria.

14.5.2 Uitzonderingen vergunningenplicht

Het onder 14.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning is verleend;
  • b. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. die betreffen het normale beheer en/of onderhoud.
14.5.3 Schema aanlegvergunningen

Aanlegvergunningplichtige werken/werkzaamheden   Criteria voor verlening van de aanlegvergunning  
het dempen van sloten en kleine oppervlaktewateren   1. het verkavelingspatroon mag niet onevenredig worden aangetast;
2. er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden;
3. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.  
het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosschages   1. de activiteiten mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden.  
14.5.4 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in 14.5.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2 van de Wet op de economische delicten.