direct naar inhoud van 6.4 Milieuzonering bedrijven
Plan: Noordwest, deelgebied 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0503.BP0001-2002

6.4 Milieuzonering bedrijven

6.4.1 Bestaande situatie

In het plangebied bevinden zich ongeveer 50 kleine bedrijven die voornamelijk vallen in categorie 1 en 2, zoals bedoeld in de Lijst van Bedrijfstypen. Over het plangebied ligt de 5 ge/m 3 ,98 percentiel geurcontour (rood) en de 3 ge /m³, 98 percentiel geurcontour (oranje) van het bedrijf DSM/Gist B.V. (zie figuur 23). Over het plangebied loopt ook 50 dB(A) geluidszone industrielawaai van het bedrijf DSM/Gist B.V. (zie figuur 24).

afbeelding "i_NL.IMRO.0503.BP0001-2002_0024.png"

DSM/Gist L afbeelding "i_NL.IMRO.0503.BP0001-2002_0025.jpg" lichte hinder 1 ge / m³, 98 percentiel

H afbeelding "i_NL.IMRO.0503.BP0001-2002_0026.jpg" hinder 3 ge / m³, 98 percentiel
E afbeelding "i_NL.IMRO.0503.BP0001-2002_0027.jpg" ernstige hinder 5 ge / m³ , 98 percentiel

figuur 23: Geurcontouren DSM/Gist BV

afbeelding "i_NL.IMRO.0503.BP0001-2002_0028.jpg"

figuur 24 50 dB(A) contour industrielawaai DSM/Gist BV

6.4.2 Beleid en onderzoek

In de nota Bedrijven en bestemmingsplannen (oktober 2003) staat het gemeentelijke beleid over de wijze waarop bedrijven in bestemmingsplannen worden bestemd. Uitgangspunt is dat er minimale afstanden zijn tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen. Daartoe zijn bedrijven ingedeeld in 6 categorieën. De gemeente Delft is ingedeeld in 8 verschillende gebiedstypes. Het plangebied ligt in gebiedstype woonwijken 2. In dit gebiedstype zijn categorie 1 bedrijven zondermeer toegestaan. Binnen de bestemming wonen is een categorie 1 bedrijf aan huis toegestaan als aan de voorwaarden in het bestemmingsplan wordt voldaan. Bedrijven die vallen in categorie 2 zijn alleen met vrijstelling toegestaan. Nieuwe bedrijven in categorie 3.1 of hoger zijn niet toegestaan.
Een nieuwe nota Bedrijven en bestemmingsplan is reeds in voorbereiding. Daarin zijn tevens 8 gebiedstypen voor de gemeente Delft opgenomen. Het plangebied valt ook in de nieuwe nota in gebiedstype woonwijken 2. De nieuwe nota hanteert ook een functiemengingslijst waarin bepaalde categorie 1, 2 en 3.1 bedrijven zijn toegestaan binnen een rustige woonwijk.

Op 2 november 1999 is het principebesluit voor de vaststelling van de geluidszone van het bedrijf DSM/Gist BV genomen. Op grond van de Wet geluidhinder dient deze geluidszone te worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Als nieuwe gevoelige bestemmingen worden ontwikkeld binnen de 50 dB(A) contour, dienen daarvoor hogere grenswaarden te worden aangevraagd. Binnen de 55 dB(A) contour mogen geen nieuwe gevoelige bestemmingen worden ontwikkeld.

Het landelijke geurbeleid is verwoord in de brief van de minister van VROM aan de Tweede Kamer (juni 1995), welke integraal is opgenomen in de Nederlandse Emissierichtlijn (Ner). Het beleid is er op gericht om nieuw geurhinder te voorkomen, waarbij de mate van hinder die nog acceptabel is, wordt vastgesteld door het bevoegd orgaan.

In de handreiking luchtkwaliteit en ruimtelijke ordening, module stank (Provincie Zuid-Holland, 2002) zijn bedrijven opgenomen die een geurhindercontour hebben, waaronder DSM/Gist BV. Met deze geurhindercontouren dient rekening te worden gehouden bij de ruimtelijke planvorming. De handreiking geeft een zonering op basis van geurhindercontouren die de mate van verwachte geurhinder in de omgeving aangeven. Aan de hand van verblijfsduur, aanwezige gevoelige groepen of omvang van de groepen worden drie omgevingstypen onderscheiden. Dit zijn: omgevingstype 1 bestaande uit woonwijken, ziekenhuizen, bejaardenhuizen, scholen etc, omgevingstype 2 bestaande uit bedrijfswoningen, kantoren, recreatie gebieden, woningen in het landelijk gebied (verspreide ligging) en omgevingstype 3 bestaande uit bedrijventerreinen. Voor nieuwe situaties is het beleid dat in de L-contour (groen contour) worden toegestaan type 1, 2 en 3. In de H-contour (geel) type 2 en 3 en in de E-contour (rood) alleen type 3.

6.4.3 Gewenste ontwikkeling

In het plangebied zijn nieuwe categorie 1 bedrijven zonder meer toegestaan. Nieuwe categorie 2 bedrijven zijn toegestaan als wordt voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden van de nota Bedrijven en bestemmingsplannen (2003). De reeds in het plangebied voorkomende milieubelastende activiteiten van een hogere categorie zijn met een maatbestemming op de verbeelding opgenomen. Het betreft de volgende milieubelastende activiteiten*:

Naam   Adres   Omschrijving   SBI   Cat.   Afstand   aanduiding  
Delftse Tennis Bond   Van Rossemweg 3   Tennisbanen
(met verlichting)  
9261,2   3.1   50 m   (spv)  
Ring Pass   Westblok 1   Veldsportcomplex (met verlichting)   9261,2   3.1   50 m   (spv)  
Sneeuwwit   V.Schuijlenburch-
straat 66  
Wasserijen en
Strijkinrichtingen  
9301.1   3.1   50 m   (sgd-wst)  
Sportfondsenbad N.V.   Weteringlaan 1   Zwembaden:
- overdekt  
9261,1   3.1   50 m   (zb)  
MJ van Kampen en Z.N. B.V.   Camerlingstraat 1   Aannemersbedrijf   45   3.2   50 m   (b<3,2)  

* Het benzinestation aan de Provincialeweg 15 verkoopt geen LPG en valt daardoor in categorie 2 van de LvB, en is derhalve niet in bovenstaande tabel opgenomen.

De geluidszone industrielawaai als gevolg van het bedrijf DSM/Gist BV loopt ten noorden van het plangebied aan de westzijde van de Provincialeweg (zie figuur 21). De 50 dB(A) geluidszone is opgenomen op de verbeelding. Inrichtingen als bedoeld in artikel 41 Wetgeluidhinder (Wgh) en artikel 2.4 Inirichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb) zijn uitgesloten binnen het plangebied.

Wat betreft geur bevindt het plangebied zich voornamelijk in de L-contour en een klein deel in de H-contour en de E-contour (zie figuur 20). Nieuwe geurgevoelige objecten zijn niet gewenst. Er worden geen nieuwe geurgevoelige objecten bestemd binnen de 5 ge/m³, 98 percentiel-contour. Overigens heeft DSM/Gist BV op grond van zijn Wm vergunning recht om 5 ge/m 3, 98 percentiel geurhinder te veroorzaken.

6.4.4 Conclusie

Het plangebied voldoet aan de nota Bedrijven en bestemmingsplannen 2003, de Wet geluidhinder en de handreiking luchtkwaliteit en ruimtelijke ordening, module stank.
Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zal onderzocht moeten worden of de bedrijfsvoering van bestaande inrichtingen in de nabijheid van de nieuwe ontwikkeling niet wordt beperkt.