direct naar inhoud van 4.3 Agrarische bedrijven
Plan: Haarzuilens
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0344.BPHAARZUILENS-0401

4.3 Agrarische bedrijven

In het plangebied komen verschillende agrarische bedrijven voor. Het grootste gedeelte van de agrarische bedrijven ligt binnen de contouren van het landinrichtingsplan. De overige bedrijven liggen in de zone tussen de spoorlijn en de Dorpeldijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.0344.BPHAARZUILENS-0401_0014.png"

Omdat niet het gehele plangebied binnen de contouren van het landinrichtingsplan valt en het landinrichtingsplan verschillende doelstellingen heeft, gelden er voor de aanwezige agrarische bedrijven verschillende uitgangspunten. Deze uitgangspunten worden beschreven in paragraaf 3.3.2. Om tot de uitgangspunten te komen is onderscheid gemaakt in drie verschillende deelgebieden (zie bovenstaande figuur). In paragraaf 3.3.1 zijn de verschillende deelgebieden, het toekomstperspectief van de bedrijven per deelgebied en de bijbehorende beleidslijnen beschreven.

4.3.1 Beschrijving per deelgebied

Deelgebied 1: agrarisch wordt recreatie
In de bovenstaande figuur is de ligging van dit deelgebied weergegeven. In dit deelgebied is het landinrichtingsplan leidend en zijn de agrarische gronden aangewezen voor functiewijziging.

Beleidslijn

  • omvorming naar recreatiegebied;
  • het bieden van mogelijkheden voor voormalige agrarische bedrijven.

Om de ontwikkelingen zoals genoemd in het landinrichtingsplan mogelijk te maken worden in dit deelgebied de agrarische gronden buiten het bouwvlak zoveel mogelijk voorzien van de bestemming Recreatie.

Regeling bestemmingsplan

De gronden die reeds door Dienst Landelijk Gebied (DLG), Natuurmonumenten, gemeente en Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) verworven zijn krijgen de bestemming Recreatie. Het agrarisch gebruik van deze gronden valt daarmee onder het overgangsrecht. De verwachting is dat binnen de planperiode het argraische gebruik omgezet zal worden naar (deels) recreatief gebruik.

De gronden die nog niet in eigendom zijn van DLG, Natuurmonumenten, gemeente of BBL behouden de bestemming Agrarisch, maar krijgen grotendeels een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Recreatie. Dit betekent dat wanneer de gronden verworven zijn of gaan worden de bestemming gewijzigd kan worden. Dit betekent dat zolang de gronden niet verkocht zijn het agrarische gebruik kan worden voortgezet. Agrarische bedrijven die de gronden niet meer voor agrarische doeleinden gebruiken en de agrarische bedrijfsvoering niet willen voortzetten krijgen een andere functie.

Vergroting agrarisch bouwperceel

Bestaande agrarische bedrijven wordt een blijvend economisch perspectief geboden. De landbouwbedrijven in algemene zin krijgen de ruimte om het agrarisch bouwpeceel te vergroten tot maximaal 1,5 hectare. Dit is voldoende voor een normale bedrijfsvoering.De betreffende agrarische bedrijven zijn gelegen in het polderlandschap wat zich kenmerkt door openheid en de groene structuur. De ontwikkeling van de agrarische bedrijven is alleen mogelijk als deze openheid behouden blijft. Dit betekent dat uitsluitend agrarische bedrijven worden toegestaan die deze waarden niet aantasten. Dit betekent dat glastuinbouw, fruitteelt, sierteelt, intensieve veehouderij, bosbouw, intensieve kwekerij en boomkwekerij niet zijn toegestaan. bestaande fruitteelt bedrijven en glastuinbouwbedrijven mogen blijven bestaan en zijn ook nader aangeduid op de plankaart. Dit is ook in overeenstemming met de provinciale structuurvisie.

In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie is aangegeven dat een uitbreiding van een bestaand agrarisch bouwperceel onder voorwaarden tot maximaal 2,5 hectare voor bestaande grondgebonden veehouderijen tot de mogelijkheden behoort. In de regels wordt deze uitbreidingsmogelijkheid in de wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.6) opgenomen, onder de volgende voorwaarden:

  • a. de uitbreiding is ruimtelijk aanvaardbaar;
  • b. voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing;
  • c. de bestaande cultuurhistorische waarden, bebouwingskarakteristiek of bebouwingsbeeld van de omgeving wordt niet aangetast.
  • d. de uitbreiding draagt bij aan het verbeteren van het dierenwelzijn;
  • e. de uitbreiding draagt bij aan vermindering van de milieubelasting;
  • f. de uitbreiding is minimaal 250 meter verwijderd van een gebied met de bestemming Natuur;
  • g. de uitbreiding draagt bij aan verbetering van de volksgezondheid.

In de PRS is naast bovengenoemde mogelijkheden om het agrarisch bouwvlak te vergroten nog een mogelijkheid opgenomen. Namelijk voor het vergroten van het bouwvlak ten behoeve van bouwwerken voor het opwekken van duurzame energie. Deze mogelijkheid tot uitbreiding wordt eveneens overgenomen in de regels van het bestemmingsplan en wel onder de volgende voorwaarden:

    • 1. het bouwvlak mag niet groter worden dan 2,5 hectare;
    • 2. de vergroting van het bouwvlak is noodzakelijk voor plaatsing van gebouwen, bouwwerken voor het opwekken van duurzame energie;
    • 3. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing;
    • 4. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd;
    • 5. de vergroting leidt niet tot milieuhygiënisch bezwaren;
    • 6. de bestaande cultuurhistorische waarden, bebouwingskarakteristiek of bebouwingsbeeld van de omgeving wordt niet aangetast.

Nevenactiviteiten

Om voldoende inkomsten te genereren is het mogelijk dat een gedeelte van de bedrijven zich naast de agrarische productietak richt op verbreding van de landbouw in de vorm van ondergeschikte nevenfuncties:

  • 1. bewerking en opslag van agrarische producten, uitsluitend binnen het bouwvlak;
  • 2. verkoop van zelfgemaakte, -bewerkte, -gekweekte of -geteelde producten tot een oppervlakte van en hoogste 50 m2, uitsluitend binnen het bouwvlak;
  • 3. horeca in de categorie D2 tot een oppervlakte van ten hoogste 50m2, uitsluitend binnen het bouwvlak;
  • 4. natuur- en landschapsbeheer;
  • 5. educatie;
  • 6. zorglandbouw;
  • 7. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  • 8. biovergisting, uitsluitend binnen het bouwvlak, tot maximaal 36.000 ton/per jaar, waarbij 50% van de mest van het eigen bedrijf afkomstig zijn.

De nevenfuncties mogen uitsluitend binnen de bestaande bedrijfsgebouwen worden uitgeoefend.

Naast uitbreiding in functionele zin wordt ook ruimte geboden in de regels voor uitbreiding van het agrarisch bouwvlak. Via een wijzigingsbevoegdheid het mogelijk om het agrarische bouwvlak te vergroten tot maximaal 1,5 hectare, onder de volgende voorwaarden:

  • de diepte van het bouwvlak (gemeten vanaf de voorzijde) mag niet meer bedragen dan 200 meter;
  • aangetoond is dat de vergroting geen onevenredige belemmeringen voor omliggende percelen oplevert;
  • de bestaande cultuurhistorische waarden bebouwingskarakteristiek of bebouwingsbeeld van de omgeving niet worden aangetast;
  • aangetoond moet worden dat de bouwmogelijkheden binnen het opgenomen bouwvlak niet afdoende zijn voor het functioneren van het agrarische bedrijf.

Deelgebied 2: agrarisch blijft agrarisch
In bovenstaande figuur is de ligging van deelgebied 2 weergegeven. Net als in deelgebied 1 is het landinrichtingsplan in dit deelgebied leidend. In tegenstelling tot deelgebied 1 zijn de agrarische gronden in dit deelgebied niet aangewezen voor functiewijziging.

Beleidslijn

  • behoud van de aanwezige agrarische bedrijven;
  • behoud van de landschappelijke openheid;
  • het bieden van mogelijkheden voor nevenfuncties voor agrarische bedrijven;
  • mogelijkheid voor vergroting van de bouwvlakken.

Regeling bestemmingsplan

Omdat dit deelgebied niet is aangewezen voor functiewijziging kunnen de agrarische bedrijven in dit deelgebied blijven voortbestaan. Om de agrarische bedrijven een blijvend economisch perspectief te bieden, krijgen de landbouwbedrijven in algemene zin de ruimte om door te groeien tot een bouwperceel van maximaal 1,5 hectare. Dit is voldoende voor een normale bedrijfsvoering.De betreffende agrarische bedrijven zijn gelegen in het polderlandschap wat zich kenmerkt door openheid en de groene structuur. De ontwikkeling van de agrarische bedrijven is alleen mogelijk als deze openheid behouden blijft. Dit betekent dat uitsluitend agrarische bedrijven worden toegestaan die deze waarden niet aantasten. Dit betekent dat glastuinbouw, fruitteelt, sierteelt, intensieve veehouderij, bosbouw, intensieve kwekerij en boomkwekerij niet zijn toegestaan. bestaande fruitteelt bedrijven en glastuinbouwbedrijven mogen blijven bestaan en zijn ook nader aangeduid op de plankaart. Dit is ook in overeenstemming met de Provinciale Structuurvisie.

Aangesloten wordt bij de bouwmogelijkheden uit het oude bestemmingsplan en het beleid voor landelijk gebied met kwaliteit uit de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028. Om zich te kunnen handhaven maakt de landbouw een proces van schaalvergroting door. Om de landbouw een blijvend economisch perspectief te bieden wordt de ruimte gegeven om het bouwperceel te vergroten.

Voor de mogeljkheden voor het vergtoten van het agrsisch bouwperceeel en de mogeiljke evenactivteiten geldden dezelfde mogeiljkheden als hieroboven opgesomd onder deelgebied 1.

Deelgebied 3
Dit gebied valt niet binnen de contouren van het landinrichtingsplan. Dit deelgebied is wat de provinciale structuurvisie 'landbouwkerngebied' noemt. In dit gebied heeft de landbouw het primaat. De gebieden worden zoveel mogelijk gevrijwaard van andere functies. Het bestemmingsplan draagt bij aan het behoud van de bouwpercelen en de landbouwgrond voor de landbouw. Voor de overige mogelijkheden wordt verwezen naar deelgebied 1 en 2.

4.3.2 Uitgangspunten agrarische bedrijven

Uit de beleidslijnen, beschreven in de vorige subparagraaf, is gebleken dat de uitgangspunten voor agrarische bedrijven niet geheel gelijk zijn.

Met de uitvoering van het landinrichtingsplan wordt een groot gedeelte van het plangebied getransformeerd van een overwegend agrarisch gebied naar een gebied waar recreatie en natuur leidend zijn. In deelgebied 1 worden de gronden van agrarische bedrijven daarom zoveel voorzien van de bestemming Recreatie (dit is afhankelijk van de eigendomssituatie ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan). De bouwvlakken van de aanwezige agrarische bedrijven behouden de bestemming Agrarisch. De bedrijven kunnen voortbestaan als beheerbedrijven of aansluiten bij het recreatieve uitgangspunt van dit deelgebied. Daarnaast kunnen agrarische bedrijven gebruik maken van de mogelijkheden van de ruimte-voor-ruimte regeling zoals beschreven in paragraaf 7.6.

Voor de deelgebieden 2 en 3 geldt dat alle agrarische bedrijven positief worden bestemd. Bestaande glastuinbouw- en fruitteeltbedrijven worden voorzien van een specifieke aanduiding. Hierdoor is het vestigen van nieuwe glastuinbouw- en fruitteeltbedrijven niet mogelijk en worden de landschappelijke kwaliteiten in de vorm van openheid behouden. Daarnaast zijn sierteelt, intensieve veehouderij, bosbouw, intensieve kwekerij en boomkwekerij niet toegestaan. De overige agrarische bedrijven worden niet voorzien van een specifieke aanduiding. Dit betekent dat voor deze bedrijven omschakeling naar een andere agrarisch grondgebonden landbouwbedrijf zonder verdere procedures mogelijk is. Voor wat betreft de bouwmogelijkheden van de agrarische bedrijven wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bouwmogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan. Om het toekomstperspectief van agrarische bedrijven te verbeteren, zijn, naast vergroting van het bouwperceel, tevens nevenfuncties toegestaan.