direct naar inhoud van 6.2 Artikelsgewijze toelichting op de planregels
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0285.20100-VS00

6.2 Artikelsgewijze toelichting op de planregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

Artikel 2 Wijze van meten

Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingen

Artikel 3 Agrarisch

Alle agrarische gronden in het plangebied zijn voorzien van de bestemming Agrarisch.

Binnen de bestemmingsomschrijving wordt aangegeven welke productietakken rechtstreeks zijn toegestaan. In de huidige situatie komt het echter voor dat bedrijven een andere agrarische functie uitoefenen dan datgene wat in de betreffende zone is toegestaan. Deze bedrijven worden voorzien van een specifieke functieaanduiding. Hierbij gaat het onder andere om intensieve veehouderijbedrijven, glastuinbouwbedrijven, fruitteeltbedrijven en sierteeltbedrijven.

In bijlage 4 van de regels is een overzicht opgenomen van de in het plangebied aanwezige glastuinbouwbedrijven. Daarbij is per bedrijf aangegeven welke oppervlakte aan kassen thans aanwezig is en welke oppervlakte is toegestaan.

De in het buitengebied aanwezige niet agrarische paardenhouderij is voorzien van een specifieke aanduiding (ph) waarbij in de bouwregels is opgenomen dat maximaal 1.630 m² van de aanwezige bebouwing in gebruik mag zijn ten behoeve van de paardenhouderij. Deze maat is afgestemd op de bestaande situatie en vigerende regeling.

Om te bepalen of er sprake is van een intensieve veehouderij is aangesloten bij de richtlijnen uit het reconstructieplan Veluwe. Hierin is opgenomen dat intensieve veehouderij een agrarisch bedrijf of dat deel van een agrarisch bedrijf is waar tenminste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlak aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer, waar geen melkrundvee, schapen, paarden of dieren biologisch gehouden worden (conform artikel 2 van de landbouwkwaliteitswet) en waar geen dieren gehouden worden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer.

Naast de functieaanduidingen voor een aantal agrarische productietakken, zijn er ook voor specifieke situaties functieaanduidingen opgenomen. Dit is gedaan voor specifieke ontwikkelingen die reeds middels een afzonderlijke procedure zijn toegestaan zoals de bouw van trekkershutten, de realisatie van een feestschuur of een paintballcentrum.

Voor alle agrarische bedrijven geldt dat aan-huis-verbonden beroepen en/of bedrijven (categorie 1 en 2 van de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten) rechtstreeks tot een oppervlakte van 100 m² zijn toegestaan. Dit geldt ook voor nevenfuncties op het gebied van recreatie, dienstverlening en duurzaamheid. Categorie 1- en 2-bedrijven kunnen ook planmer-plichtige bedrijven zijn. Om te voorkomen dat het bestemmingsplan als gevolg van de aan-huis-verbonden beroepen en/of -bedrijven planmer-plichtig wordt, is als voorwaarde opgenomen dat activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage niet zijn toegestaan.

Nieuwbouw ten behoeve van nevenfuncties is toegestaan, met dien verstande dat nieuwbouw ten behoeve van de nevenfunctie caravan- en botenstalling niet is toegestaan.

Voor bed & breakfast geldt dat deze in de woning en in de daarbij behorende bijgebouwen is toegestaan met een maximum van 3 kamers en 8 bedden.

Voor de aanwezige agrarische bedrijven zijn bouwvlakken opgenomen. Binnen het toegekende bouwvlak dienen de bedrijfsgebouwen, de bedrijfswoning, de bijgebouwen en de andere bouwwerken (met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen) te worden gesitueerd. Teeltondersteunende voorzieningen dienen binnen het bouwvlak te worden gesitueerd tenzij er een specifieke bouwaanduiding is opgenomen.

Agrarische bouwvlakken mogen, met inachtneming van de van toepassing zijnde bouwregels, volledig worden bebouwd mits dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering. Voor glastuinbouwbedrijven en intensieve veehouderijen is dit niet van toepassing. In bijlage 4 van de regels is per glastuinbouwbedrijf opgenomen hoeveel m² aan kassen is toegestaan. Voor intensieve veehouderijbedrijven geldt dat geen uitbreiding mogelijk is, tenzij in de regels van de gebiedsaanduiding (artikel 44) anders is bepaald.

Bij nagenoeg alle agrarische bedrijven is één bedrijfswoning aanwezig. Indien reeds een tweede agrarische bedrijfswoning aanwezig is, is dit middels een maatvoeringaanduiding aangegeven. De maximum inhoudsmaat voor agrarische bedrijfswoningen bedraagt 750 m³, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Herbouw van agrarische bedrijfswoningen is uitsluitend ter plaatse van de bestaande fundamenten toegestaan. Indien herbouw buiten de bestaande fundamenten gewenst is, dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Om deze reden is de herbouw van woningen buiten de bestaande fundamenten toegestaan via een algemene afwijkingsregel (artikel 46).

In de tabel voor de bouwregels is een maximum inhoud of oppervlakte opgenomen. Hierbij geldt het volgende:

  • indien het bouwwerk in enkelvoud staat genoemd (bijvoorbeeld bedrijfswoning) dan geldt de genoemde inhoud/oppervlakte per toegestaan bouwwerk. Dit betekent dat wanneer er middels een maatvoeringaanduiding 2 woningen zijn toegestaan, elke woning een inhoud van 750 m³ mag hebben;
  • indien het bouwwerk in meervoud staat genoemd (bijvoorbeeld kassen) en het aantal niet is geregeld, dan geldt de genoemde inhoud/oppervlakte per bouwvlak, ongeacht het aantal bouwwerken dat gerealiseerd wordt.

Afwijkingsregels

Ten behoeve van de flexibiliteit zijn in de planregels de volgende afwijkingsregels van de bouwregels opgenomen:

  • ten behoeve van een tweede agrarische bedrijfswoning;
  • ten behoeve van paardenbakken, kuilvoerplaten, waterbassins en mestbassins;
  • ten behoeve van de oppervlakte van paardenbakken;
  • ten behoeve van teeltondersteunende kassen;
  • ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van fruitteelt;
  • ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van boomkwekerijen en tuinbouwbedrijven;
  • ten behoeve van goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen;
  • ten behoeve van bouwhoogtes silo's en hooibergen;
  • ten behoeve van een bebouwingspercentage een klein agrarisch bedrijf.

Ten aanzien van de regeling voor de tweede agrarische bedrijfswoning is aangesloten bij de beleidsnotitie 'tweede agrarische bedrijfswoningen bij agrarische bedrijven'. Of er sprake is van een dusdanige omvang dat er twee bedrijfshoofden noodzakelijk zijn, dient berekend te worden aan de hand van de 'LEI-methode' zoals deze uitgelegd is in deze notitie. Dat er sprake is van werkzaamheden op niet vooraf te bepalen tijdstippen en dat de woningen niet afzonderlijk verkocht mogen worden, is bestemmingsplantechnisch niet te regelen. Hier dient echter wel rekening mee gehouden te worden.

Naast de afwijkingsregels van de bouwregels zijn er ook afwijkingsregels van de gebruiksregels opgenomen. Hierbij gaat het om omschakeling naar de productietak bosbouw, sierteelt of boomkwekerij, de nevenfunctie kleinschalig kamperen, het vergroten van het gebruiksoppervlak ten behoeve van nevenfuncties en het toestaan van plattelandswoningen.

Wijzigingsbevoegdheid

Naast afwijkingsregels zijn er ook wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen voor ontwikkelingen waarvoor een zwaarder afwegingskader geldt dan bij afwijken. Daarnaast gaat een wijzigingsbevoegdheid gepaard met een aanpassing van de verbeelding. Dit bestemmingsplan kent de volgende wijzigingsbevoegdheden:

  • ten behoeve van het vergroten van agrarische bouwvlakken (naar maximaal 1,5 en 2 ha);
  • ten behoeve van vormverandering van het bouwvlak;
  • ten behoeve van de omschakeling naar Wonen;
  • ten behoeve van wijziging naar Natuur en Bos;
  • ten behoeve van collectieve voorziening voor biomassavergisting en compostering.

De wijzigingsbevoegdheid naar Natuur is opgenomen om agrariërs mogelijkheden te bieden voor particulier natuurbeheer. Indien gronden gewijzigd worden naar Natuur ten behoeve van de realisatie van de ecologische hoofdstructuur en eigendomsverhoudingen van de gronden wijzigen, dient gebruik gemaakt te worden van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in de bestemming Waarde - Ecologie - EHS.

In een aantal wijzigingsbevoegdheden is als voorwaarde opgenomen dat er sprake moet zijn van een doelmatige bedrijfsvoering. Dit is niet verder in te kaderen omdat een 'doelmatige bedrijfsvoering' een dynamisch begrip is en in de komen jaren aan verandering onderhevig. Op het moment van toetsen dient bepaald te worden wat een doelmatige agrarische bedrijfsvoering omvat.

In een aantal wijzigingsbevoegdheden is als voorwaarde opgenomen dat er voorzien moet worden in een voldoende landschappelijke inpassing. In alle gevallen dienen de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig te worden aangetast.

Reconstructiewet

Naast de verschillende mogelijkheden voor agrarische bedrijven, leidt de Reconstructiewet tot verschillende mogelijkheden voor agrarische bedrijven en om specifiek te zijn van de intensieve veehouderij. Omdat de reconstructiewetgebieden zijn opgenomen door middel van een gebiedsaanduiding, zijn de regels die hiermee samenhangen in een artikel ten behoeve van de gebiedsaanduiding opgenomen (artikel 44).

Milieuhygiënische inpasbaarheid

In verschillende flexibiliteitsbepalingen wordt als voorwaarde gesteld dat de ontwikkeling 'milieuhygiënisch inpasbaar' is. Milieuhygiënisch inpasbaar is een verzamelbegrip voor verschillende aspecten. Hieronder is weergegeven waar tijdens de toetsing rekening mee gehouden dient te worden:

- toetsing aan de eisen uit de Natuurbeschermingswet;
- toetsing van de geurhinder ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten (waarbij ook wordt
gekeken naar mogelijke cumulatie van geurhinder);
- toetsing aan de eisen uit de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen;
- aantonen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en geen onevenredige negatieve gevolgen voor het waterbeheer optreden;
- beoordeling van de inpasbaarheid voor de thema's verkeer, externe veiligheid en geluid;
- toetsing aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen.  

Artikel 4 Bedrijf

De bestemming Bedrijf is toegekend aan alle niet-agrarische bedrijven. Voor de bestemming Bedrijf is gebruikgemaakt van een zogenaamde standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten (milieucategorieën). Verwezen wordt naar bijlage 6 van de toelichting.

In zijn algemeenheid worden bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 van de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de bestemming Bedrijf toegestaan. Bestaande bedrijfsactiviteiten uit een hogere categorie worden specifiek bestemd. Dit betekent dat na bedrijfsbeëindiging uitsluitend een soortgelijk bedrijf is toegestaan of een bedrijf in de categorie 1 of 2 van de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten.

De uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven zijn afhankelijk van de uitbreidingen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Tevens is de Provinciale Ruimtelijke Verordening hier van belang. Deze biedt de mogelijkheid om het bestaande bebouwingsoppervlak met maximaal 20% uit te breiden, waarbij de totale hoeveelheid bebouwing ten behoeve van de bedrijfsbestemming niet meer mag bedragen dan 375 m². Om deze reden is in bijlage 3 (regels) aangegeven welke uitbreidingsruimte elk bedrijf heeft.

Bij nagenoeg alle bedrijven is één bedrijfswoning aanwezig. Indien reeds een tweede bedrijfswoning aanwezig is, is dit middels een maatvoeringaanduiding aangegeven. De maximum inhoudsmaat voor bedrijfswoningen bedraagt 750 m³, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Herbouw van bedrijfswoningen is uitsluitend op de bestaande fundamenten toegestaan. Indien herbouw buiten de bestaande fundamenten gewenst is, dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Om deze reden is de herbouw van woningen buiten de bestaande fundamenten toegestaan via een algemene afwijkingsregel (artikel 46.2).

Artikel 5 Bos

Deze bestemming is opgenomen voor de reeds bestaande bosgebieden. Als bron voor het opstellen van de verbeelding is het vigerende bestemmingsplan aangehouden. Na vaststelling van het vigerende bestemmingsplan heeft er nog een inventarisatie plaatsgevonden. De gronden die in deze inventarisatie zijn opgenomen hebben eveneens de bestemming Bos gekregen.

De bestemming Bos heeft een multifunctioneel karakter. Binnen deze bestemming aanwezige functies als houtproductie, natuur en recreatie zijn toegestaan. Ter bescherming van de bosbouwkundige, landschappelijke en of natuurlijke waarden is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Om het omzetten van de bestemming Bos in de bestemming Natuur mogelijk te maken is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.

Artikel 6 Detailhandel

Detailhandel is opgenomen voor de bestaande winkels en tuincentra. Omdat voor tuincentra specifieke regels gelden en niet zonder meer overal zijn toegestaan, worden tuincentra aangegeven middels een functieaanduiding. Net als bij de bestemming Bedrijf is het maximum bebouwd oppervlak opgenomen in bijlage 3 (regels).

Artikel 7 Gemengd

Voor twee locaties is een bestemming Gemengd opgenomen. Voor de mogelijkheden wordt aangesloten bij de mogelijkheden zoals opgenomen in de bestemming Bedrijf.

Artikel 8 Groen

Deze bestemming is opgenomen voor de groenbestemmingen in het plangebied.

Artikel 9 Horeca

De bestemming Horeca is toegekend aan de bestaande horecabedrijven. Voor wat betreft de toegestane horeca-activiteiten, is gebruikgemaakt van de Staat van Horeca-activiteiten. In deze Staat zijn de horeca-activiteiten gecategoriseerd (zie bijlage 2 van de regels). Horecabedrijven uit categorie 1 en 1b zijn algemeen toelaatbaar. Horecabedrijven uit een hogere categorie worden daarom specifiek aangeduid. De uitbreidingsmogelijkheden worden, net als bij de bestemming Bedrijf, in bijlage 3 van de regels opgenomen.

Artikel 10 Maatschappelijk, artikel 11 Maatschappelijk - Begraafplaats en artikel 12 Maatschappelijk - Militaire zaken.

Maatschappelijke functies zijn voorzien van de bestemming Maatschappelijk. Binnen deze bestemming zijn culturele, educatieve, wetenschappelijke, sociale, religieuze en algemeen maatschappelijke functies toegestaan. Ook voor de begraafplaatsen en Militaire zaken gelden bijzondere bepalingen. Omdat deze van structurele aard zijn is ervoor gekozen om deze functies te voorzien van aparte bestemmingen. Maatschappelijk - Begraafplaats en Maatschappelijk - Militaire Zaken.

Artikel 13 Natuur

De bestemming Natuur is toegekend aan bestaand natuurgebied. Net als bij de bestemming Bos, is als bron voor het opstellen van de verbeelding het vigerende bestemmingsplan aangehouden. Na vaststelling van het vigerende bestemmingsplan heeft er nog een inventarisatie plaatsgevonden. De gronden die in deze inventarisatie zijn opgenomen hebben eveneens de bestemming Bos gekregen.

Ook het Gagelven, een zogenaamd HEN-ven (een ven van Hoog Ecologisch Niveau) gelegen binnen het Landgoed Beekzicht is bestemd als Natuur.

Aan deze gronden kunnen belangrijke natuur- en landschapswaarden worden toegekend. De bestemmingsregeling is er dan ook op gericht om deze waarden te handhaven en te versterken. Voor het handhaven is een omgevingsvergunningplicht in het artikel opgenomen.

Ten behoeve van het beheer van natuurgebieden wordt de mogelijkheid geboden om een beheergebouw te realiseren. Dit beheergebouw dient functioneel gebonden te zijn aan het betreffende gebied. Waar dat aan de orde is, is een bouwvlak aangegeven.

Artikel 14 en 15 Recreatie - Dagrecreatie - 1 en 2

Recreatieve activiteiten waarbij geen sprake is van nachtverblijf, zijn bestemd als Recreatie -Dagrecreatie. Alle dagrecreatieve bestemmingen zijn voorzien van de bestemming Recreatie -Dagrecreatie - 1. Omdat voor het recreatiegebied Bussloo een specifieke regeling geldt, is hiervoor de bestemming Recreatie - Dagrecreatie - 2 opgenomen. Binnen deze bestemming is een bedrijfswoning toegestaan en is het toegestaan om ten behoeve van een meerdaags evenement ter plaatse te kamperen. De functies, anders dan dagrecreatie gelegen binnen het recreatiegebied Bussloo, zijn voorzien van afzonderlijke bestemmingen zoals Wonen, Horeca en Maatschappelijk.

Artikel 16, 17 en 18 Recreatie - Verblijfsrecreatie 1, 2 en 3

Binnen deze bestemming is er in tegenstelling tot dagrecreatie wel sprake van nachtverblijf. Hierbij is onderscheid gemaakt in nachtverblijf in permanente kampeermiddelen (artikel 16), mobiele kampeermiddelen (artikel 17) en kampeerterrein Bussloo (artikel 18). De solitaire recreatiewoningen zijn dus in artikel 16 opgenomen waarbij ze tevens zijn voorzien van de aanduiding 'recreatiewoning'. Hiervoor zijn tevens specifieke bouwregels opgenomen. Voor de overige recreatiewoningen binnen de terreinen gelden de algemene bouwregels.

Artikel 19 Sport

Binnen deze bestemming is sport en spel toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'manege' zijn tevens maneges toegestaan. De bebouwingsoppervlakte van deze bestemming is eveneens opgenomen in bijlage 3.

Artikel 20 Verkeer, Artikel 21 Verkeer - Onverhard en Artikel 22 Verkeer - Railverkeer

In het plan is voor de wegen, alsmede opstelstroken, busstroken en voet- en fietspaden de bestemming Verkeer opgenomen. Binnen de bestemming Verkeer zijn tevens bijbehorende voorzieningen toegestaan. Op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. Een uitzondering wordt gemaakt voor apparatenruimten ter plaatse van de aanduiding 'antennemast'. Deze zijn binnen deze bestemming toegestaan waarbij de oppervlakte ten hoogste 40 m² bedraagt.

Ter bescherming van de in het plangebied aanwezige zandwegen is de bestemming Verkeer -Onverhard opgenomen. Deze bestemming voorkomt dat zandwegen verhard kunnen worden.

Voor de bestaande spoorweg is de bestemming Verkeer - Railverkeer opgenomen.

Artikel 23 Water

De bestemming Water is toegekend aan alle hoofdwatergangen in het plangebied. Andere in het plangebied aanwezige watergangen zijn niet apart bestemd.

Omdat ter plaatse van het recreatiegebied Bussloo bijzondere voorzieningen zoals glijbanen zijn toegestaan, zijn deze gronden voorzien van de aanduiding 'recreatie'.

Artikel 24 Wonen

Alle burgerwoningen en bijbehorende bijgebouwen en tuinen zijn voorzien van de bestemming Wonen. De inhoud van een woning mag maximaal 750 m³ bedragen. Onder een woning worden alle aan elkaar gebouwde ruimten verstaan die voor het wonen worden gebruikt. Op het perceel mogen daarnaast nog maximaal 100 m² aan bijgebouwen aanwezig zijn die worden gebruikt ten dienste van het wonen. Het maakt niet uit of deze vrijstaan of aan de woning vastzitten.

Een woning mag bewoond worden door meerdere huishoudens, maar dit geeft geen recht op meer bouwmogelijkheden, noch wat betreft de inhoud van de woning, noch wat betreft de oppervlakte van de bijgebouwen.

Percelen in gebruik door hobbyboeren hebben ook de bestemming Wonen gekregen. Omdat hobbyboeren vaak behoefte hebben aan ruimere mogelijkheden voor bijgebouwen, is hier een afwijkingsbevoegdheid voor opgenomen. Middels deze afwijkingsbevoegdheid is uitbreiding van de bijgebouwen tot 150 m² onder voorwaarden mogelijk. Uitbreiding wordt uitsluitend toegestaan indien de uitbreiding noodzakelijk is om een bijdrage te kunnen leveren aan het beheer en de instandhouding van het agrarisch cultuurlandschap. Daarnaast dient de oppervlakte grond in eigendom of duurzaam gehuurd of gepacht ten minste 1,0 ha te bedragen.

Indien woningen in de bestaande situatie meer dan 100 c.q. 150 m² aan bebouwing hebben staan is dit toegestaan. Het is niet zonder meer toegestaan deze bebouwing af te breken en nieuw te bouwen. Indien er in deze gevallen sprake is van nieuwbouw, dient voldaan te worden aan de saneringsregels.

Net als bij agrarische bedrijven, zijn ook binnen de bestemming Wonen aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, bed & breakfast en nevenfuncties mogelijk. Deze functies dienen plaats te vinden in de bestaande bebouwing.

Artikel 25 Wonen - Landhuis

In de gemeente komt een aantal aanzienlijke woningen of voormalige buitenverblijven met bijbehorende tuinmanswoningen of koetshuizen en met parkachtige gronden voor. In het vigerende bestemmingsplan zijn deze woningen voorzien van de bestemming 'Landhuizen'. Deze bestemming wordt in dit bestemmingsplan gecontinueerd. Als gevolg van de SVBP2008-verplichting wordt de bestemming Wonen - Landhuis opgenomen.

Deze bestemming geldt alleen voor de kern van het landgoed. Voor de kern inclusief de omliggende gronden wordt een dubbelbestemming opgenomen (zie artikel 37).

Artikel 26 tot en met 29 Leidingen

De planologisch relevante leidingen zijn in deze dubbelbestemmingen als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Alvorens het bevoegd gezag over een verzoek om af te wijken beslissen, wint zij schriftelijk advies in bij de desbetreffende leidingbeheerder. Ter bescherming van aanwezige leidingen is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.

Artikel 30 t/m 35 Waarde - Archeologie (1 t/m 6)

Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van bepaalde werkzaamheden.

De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover ingeval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud overeenkomstig de toegekende bestemming.

Artikel 36 Waarde - Ecologie - EHS

Deze dubbelbestemming is opgenomen voor gronden die aangewezen zijn als Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit betreft zowel gerealiseerde als nog te realiseren natuur. Om te voorkomen dat ontwikkelingen de realisatie van de EHS in de weg staan, dient bij alle ontwikkelingen getoetst te worden aan de aanwezige waarden binnen de EHS. In de bestemmingsomschrijving zijn de kernkwaliteiten weergegeven die genoemd worden in de streekplanuitwerking Kernkwaliteiten en omgevingscondities van de Gelderse Ecologische HoofdStructuur (mei 2006).

 

Artikel 37 Waarde - Landgoed

Voor de landhuizen inclusief de bijbehorende gronden is de dubbelbestemming Waarde - Landgoed opgenomen. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud en samenhangend beheer van landgoederen en het behoud van de cultuurhistorische waarden van de landgoederen. Daarnaast biedt deze dubbelbestemming een specifieke regeling voor gronden behorende tot een landgoed. Dit betekent dat onder andere de verplichting als gevolg van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals opgenomen in de enkelbestemmingen en in een aantal dubbelbestemmingen, niet van toepassing is. Ook is de onderlinge uitwisselingen van functies binnen de bestemming Waarde - Landgoed mogelijk gemaakt.

Artikel 38 Waarde - Landschap

Voor de verschillende zone uit het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is één dubbelbestemming Waarde - Landschap opgenomen. De aangewezen beschermingszones Natte Landnatuur en Weidevogel- en ganzengebieden binnen de dubbelbestemming Waarde - Landschap aangegeven door middel van een specifieke functieaanduiding. In de bestemmingsomschrijving zijn de aanwezige landschappelijke waarden omschreven. Om de aanwezige waarden te beschermen of te versterken, is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Middels regels wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bepaalde werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die een aantasting van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden dan wel de cultuurhistorische waarde betekenen. Dit vergunningenstelsel is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden binnen het bouwvlak. Voor elke zone is dit vergunningenstelsel gelijk. De mate waarin de werken of werkzaamheden van belang zijn, dient per waarde afzonderlijk bepaald te worden op het moment van de aanvraag. Indien er ontwikkelingen plaatsvinden in het gebied die via een afwijkingsregel of een wijzigingsbevoegdheid worden mogelijk gemaakt, dient tevens te allen tijde rekening gehouden te worden met de waarden zoals opgenomen in de bestemmingsomschrijving.

Artikel 39 Waterstaat - Waterkering

Voor waterkeringen is de functie tot uitdrukking gebracht in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de onderliggende bestemming is uitsluitend toegestaan als hiervoor vergunning is verleend door het bevoegd gezag. Vergunning wordt verleend als de functie hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de beheerder, voordat ze beslist op het verzoek om af te wijken.

Artikel 40 Waterstaat - Waterstaatkundige functie

Dit artikel is opgenomen om de 'ruimte voor die rivier' te waarborgen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 41 Antidubbeltelbepaling

Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaars verschillen. De regeling is met name van belang met het oog op woningbouw.

Artikel 42 Algemene bouwregels

Herbouw (bedrijfs)woningen

In het kader van het bestemmingsplan is geen akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit betekent dat de afstandsmaten van woningen tot wegen niet bekend zijn. Om deze reden is de herbouw van (bedrijfs)woningen buiten de bestaande fundamenten uitgesloten. Middels een algemene afwijkingsregel of een algemene wijzigingsbevoegdheid wordt herbouw mogelijk gemaakt.

Tevens zijn er bouwregels opgenomen voor de bestaande maten, het overschrijden van bouwgrenzen, ondergronds bouwen en het aaneenbouwen van woningen.

Artikel 43 Algemene gebruiksregels

Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als die niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze specifieke gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten. Ook permanente bewoning van recreatiewoningen is niet toegestaan.

Het gebruik van panden ten behoeve van een seksinrichting is uitsluitend toegestaan indien het gebruik logischerwijs in de bestemmingsomschrijving past. In dit bestemmingsplan zijn geen bestemmingen en bestemmingsomschrijvingen opgenomen waar deze activiteit binnen past. Om deze reden zijn seksinrichtingen in het plangebied niet toegestaan en is het niet noodzakelijk dit in de algemene gebruiksregels specifiek op te nemen.

Artikel 44 Algemene aanduidingsregels

In het Reconstructieplan Veluwe is een aantal verschillende zones opgenomen. In de gemeente Voorst komen de volgende zones voor:

  • extensiveringsgebied bos en natuur;
  • extensiveringsgebied landbouw;
  • verwevingsgebied;
  • verwevingsgebied met sterlocaties.

De zones extensiveringsgebied bos en natuur en extensiveringsgebied landbouw zijn voorzien van de gebiedsaanduiding 'reconstructiezone - extensiveringsgebied'. In de aan deze gebiedsaanduiding gekoppelde regels, zijn de regelingen opgenomen zoals deze gelden voor de zone extensiveringsgebied - landbouw. Hierbij gaat het voornamelijk over de uitbreidingsmogelijkheden (zowel oppervlak bebouwing als omvang bouwvlak) van intensieve veehouderijbedrijven. In deze zone zijn de aanwezige intensieve veehouderijbedrijven als zodanig aangeduid. De gronden gelegen in de zone extensiveringsgebied bos en natuur hebben alle als enkelbestemming Bos of Natuur gekregen. Daarmee zijn de daar aanwezige waarden voldoende beschermd.

Voor het verwevingsgebied en het verwevingsgebied met sterlocaties is eveneens 1 gebiedsaanduiding opgenomen. Dit omdat gronden in het verwevingsgebied zonder sterlocaties onder voorwaarde alsnog als sterlocaties aangewezen kunnen worden. Voor de regeling is aangesloten bij het Reconstructieplan Veluwe.

Naast de gebiedsaanduidingen voor de reconstructiegebieden zijn ook de molenbiotopen en het waterwingebied voorzien van een gebiedsaanduiding. Voor het waterwingebied geldt een strenger regiem dan voor de boringsvrije zone. Omdat het waterwingebied en de boringsvrije zone in de gemeente Voorst samenvallen zijn alleen de regels voor het waterwingebied opgenomen. De boringsvrije zone is hiermee automatisch beschermd. Voor de regeling Vrijwaringszone Molenbiotoop (zie artikel 44.2) is aansluiting gezocht bij de recent ter inzage gelegde 1e herziening van de Ruimtelijke Verordening Gelderland.

Ook de luchthavenverkeerszones rondom luchthaven Teuge hebben een gebiedsaanduiding gekregen. Tot slot is de aanduiding 'geluidszone - industrie' als gebiedsaanduiding opgenomen. De geluidszone heeft betrekking op het bedrijf Betonindustrie Terwolde en de voormalige kartingbaan op het recreatieterrein Scherpenhof.

Artikel 46 Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingsregels zijn opgenomen voor zaken die niet voor één specifieke bestemming gelden, maar in meerdere bestemmingen voorkomen en bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een aanduiding. In dit bestemmingsplan is er een afwijkingsregel opgenomen voor 10% uitbreiding (welke niet van toepassing is voor de inhoud van woningen), openbare nutsvoorziening, antennemasten en mantelzorg. Tevens is een afwijkingsregel opgenomen voor de herbouw van (bedrijfs)woningen buiten bestaande funderingen. Indien aangetoond kan worden dat aan de voorkeursgrenswaarde en de overige voorwaarden wordt voldaan, is herbouw buiten de bestaande funderingen, maar binnen het bouwvlak toegestaan.

Artikel 47 Algemene wijzigingsregels

Naast de algemene afwijkingsregels zijn er ook een aantal algemene wijzigingsregels. Concreet gaat het om:

  • overschrijden bestemmingsgrenzen;
  • verbreden watergangen;
  • bestemmingswijziging Agrarisch naar Natuur in het kader van de EHS;
  • verwijderen van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 t/m 6.

Artikel 48 Overige regels

Voor een aantal bouwvlakken is een relatieteken opgenomen. Dit betekent dat deze bouwvlakken bij elkaar horen en samen 1 bedrijf vormen. Het relatieteken regelt dat voor het gebruik, het bouwen, de bevoegdheid tot afwijken en wijzigingsbevoegdheden, de bepalingen met betrekking tot een 'enkel' bouwvlak van overeenkomstige toepassing. Een uitzondering hierop vormt het gebruik dat specifiek door middel van een functieaanduiding is aangegeven. Indien de functie op beide bouwvlakken van toepassing is, dient deze functieaanduiding op beide bouwvlakken opgenomen te zijn.

Indien er bijvoorbeeld sprake is van twee bedrijfswoningen, is dus op slechts 1 bouwvlak de maatvoeringaanduiding opgenomen. Op welke van de twee bouwvlakken de woningen komen te staan is om het even. Omdat in een aantal gevallen dit wel belangrijk is (bijvoorbeeld als er op elke gekoppeld bouwvlak 1 bedrijfswoning staat, waarbij het niet gewenst is beide bedrijfswoningen te concentreren op 1 bouwvlak), is hiervoor een uitzondering opgenomen. In dit geval is niet gewerkt met een maatvoeringaanduiding voor 2 woningen, maar met de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Op elk bouwvlak waar een bedrijfswoning is toegestaan, is deze functieaanduiding opgenomen. Deze uitzondering is geregeld in artikel 3, lid 3.2.1 onder c.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregel

Artikel 49 Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in lid 49.1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag.

Overgangsrecht gebruik

Lid 49.2 betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt.

Artikel 50 Slotregel

Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.