direct naar inhoud van Regels
Plan: Rhenoy Noord
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0236.RHEwprhenoynoord-VSG1

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

De Begrippen uit het bestemmingsplan 'Rhenoy Noord' zijn onverminderd van toepassing, met dien verstande dat het volgende lid wordt toegevoegd:

1.1 wijzigingsplan:

het wijzigingsplan Rhenoy Noord met identificatienummer NL.IMRO.0236.RHEwprhenoynoord-VSG1 van de gemeente Geldermalsen;

Artikel 2 Wijze van meten

De Wijze van meten uit het plan is onverminderd van toepassing.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden

Voor de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden' is het plan onverminderd van toepassing.

Artikel 4 Groen

Voor de bestemming 'Groen' is het plan onverminderd van toepassing, met dien verstande dat lid 4.5 komt te vervallen.

Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

Voor de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is het plan onverminderd van toepassing.

Artikel 6 Water

Voor de bestemming 'Water' is het plan onverminderd van toepassing.

Artikel 7 Woongebied

De bestemming 'Woongebied' komt als volgt komt te luiden:

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woningen met bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken;
  • b. de uitoefening van aan huis gebonden beroep, met in achtneming van het bepaalde in lid 7.4;
  • c. tuinen en erven;
  • d. parkeren, ontsluitingswegen en verkeersruimte;
  • e. groenvoorzieningen en beplanting;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. openbare nutsvoorzieningen;

een en ander met de daarbij behorende voorzieningen.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen

Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. hoofdgebouwen;
  • b. bijbehorende bouwwerken;
  • c. overige bouwwerken.
7.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangeduide bouwvlakken, waarbij de gehele voorgevel in of ten hoogste 5 meter achter de voorste bouwgrens dient te worden gebouwd;
  • b. het totaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan 80, met dien verstande dat ten minste 25% van het aantal te realiseren woningen als tussenwoning dient te worden gebouwd;
  • c. de woningen mogen vrijstaand, twee-aan-een of aaneengebouwd worden gebouwd met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' de woningen aaneen dan wel twee aaneen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat het bepaalde onder b onverminderd van toepassing is;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder b kan worden toegestaan dat maximaal twee tussenwoningen worden vervangen door hoekwoningen, mits deze worden uitgevoerd als sociale huur- of koopwoning;
  • e. er mogen niet meer dan 5 woningen aaneen worden gebouwd;
  • f. de diepte van hoofdgebouwen bedraagt:
    • 1. van aaneengebouwde woningen ten hoogste 10 m;
    • 2. van twee-aan-een gebouwde woningen 12 m;
    • 3. van vrijstaande woningen 15 m;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer dan 7 m bedragen;
  • h. in afwijking van het bepaalde in lid g mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' de goothoogte van vrijstaande en twee aaneen gebouwde woningen niet meer bedragen dan is aangeduid;
  • i. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • j. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met een kap met een dakhelling van tenminste 400 en ten hoogste 800;
  • k. de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw dan wel één zijde van een twee-aaneen gebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt tenminste 3 m;
  • l. de afstand van een hoekwoning van aaneengebouwde woningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt tenminste 1 m.
7.2.3 Bijbehorende bouwwerken
  • a. bijbehorende bouwwerken mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. bijbehorende bouwwerken zijn tenminste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw gelegen, met uitzondering van een uitbouw met een diepte van maximaal 1,5 m en een resterende diepte van de voortuin van tenminste 2 m;
  • c. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 0,30 m boven de begane grondlaag van het hoofdgebouw waar tegenaan wordt gebouwd, met een maximum van 3,50 m;
  • d. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • e. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk maximaal 3 m bedraagt;
  • f. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk op een afstand van tenminste 3 meter van de perceelsgrens bedraagt maximaal 5 meter;
  • g. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk op een afstand kleiner dan 3 meter van de perceelsgrens bedraagt maximaal 3 meter;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste:
    • 1. 60 m2 voor bouwpercelen kleiner of gelijk aan 200 m2;
    • 2. 80 m2 voor bouwpercelen groter dan 200 m2 en kleiner of gelijk aan 500 m2;
    • 3. 100 m2 voor bouwpercelen groter dan 500 m2 en kleiner of gelijk aan 1.000 m2;
    • 4. 125 m2 voor bouwpercelen groter dan 1.000 m2;
  • i. in aanvulling op het bepaalde onder h. mag het van toepassing zijnde bebouwingspercentage, dat hieronder is aangegeven en afhankelijk is van de bouwwijze van het hoofdgebouw op het betreffende bouwperceel, niet worden overschreden;
Bebouwingspercentage    
Vrijstaand   30%  
Twee-aaneen   40%  
Aaneengebouwd   50%  
7.2.4 Overige bouwwerken
  • a. overige bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn maximaal 2 m bedragen en voor de voorgevel maximaal 1 m;
  • c. de hoogte van vlaggenmasten en antennes bedraagt niet meer dan 10 m;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van zwembaden mag niet meer dan 0,50 m bedragen;
  • e. de hoogte van andere overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.
7.3 Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Bouwen voor de voorgevel

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 onder b voor de bouw van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel met een groter diepte met dien verstande dat die uitsluitend bij hoekwoningen is toegestaan, mits:

  • a. de bouwhoogte niet meer dan 4 m zal bedragen;
  • b. de verkeersveiligheid in het gebied niet in het gedrang komt;
  • c. geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
7.3.2 Bouwhoogte:

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.2 onder h voor een grotere goothoogte voor vrijstaande en tweeaaneen gebouwde woningen, met dien verstande dat:

  • a. de goothoogte niet meer bedraagt dan 7 m;
  • b. geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Parkeren:

Het gebruik van vrijstaande woningen en twee aaneengebouwde woningen is toegestaan mits per woning ten minste 2 bruikbare parkeerplaatsen op eigen terrein in stand worden gehouden.

7.4.2 Aan huis gebonden beroep

De uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte gebruikte voor beroepsmatige activiteiten maximaal 40% van de woning bedraagt met een maximum van 45 m2;
  • b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving;
  • c. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt;
  • d. wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein;
  • e. de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is;
  • f. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd in ondergeschikte vorm een beperkte verkoop in verband met een beroepsmatige activiteit in of bij een woning.
7.4.3 Aan huis gebonden bedrijf

De uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf is niet toegestaan.

7.5 Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1 Omgevingsvergunning aan huis gebonden bedrijf

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.4.3, teneinde de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf toe te staan, mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. de bedrijfsactiviteit geen onevenredige hinder voor het woonmilieu zal opleveren en geen onevenredige afbreuk zal doen aan het woonkarakter van de wijk of de buurt;
  • c. de aanleg van parkeervoorzieningen mag niet tot gevolg hebben dat er een onevenredige aantasting van het groene karakter van de omgeving plaatsvindt;
  • d. degene die de bedrijfsactiviteit in hoofdzaak uitvoert tevens gebruiker van de woning is;
  • e. het niet betreft activiteiten welke een zodanige verkeersaantrekking hebben, dat deze leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer;
  • f. door degene die de activiteit gaat ontplooien, dient te worden aangetoond dat de activiteit geen parkeerruimte vereist binnen het openbaar gebied;
  • g. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd in ondergeschikte vorm een beperkte verkoop in verband met de bedrijfsmatige activiteit; in afwijking hiervan kan een internetwinkel wel worden toegestaan, mits er geen sprake is van een afhaalpunt;
  • h. geen buitenopslag plaatsvindt;
  • i. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten in gebruik is, zulks met een maximum van 45 m2;
  • j. in geval de activiteit de exploitatie van een theetuin/terras betreft dient te worden voldaan aan het hierboven onder a. t/m f. bepaalde met inachtneming van het volgende:
    • 1. in afwijking van het bepaalde in de definitie met betrekking tot het aan huis gebonden bedrijf mag de activiteit op het perceel plaatsvinden buiten de woning en de daarbij behorende bijgebouwen;
    • 2. de omvang van het terras, veranda e.d. ten behoeve van het gebruik van consumpties door bezoekers mag ten hoogste 100 m2;
  • k. in geval de activiteit bed & breakfast/kamerverhuur voor verblijfsrecreatieve doeleinden betreft, is permanente bewoning ten behoeve van deze activiteit niet toegestaan;
  • l. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden genoemd in 7.4.

Artikel 8 Leiding - Riool

Voor de bestemming 'Leiding - Riool' is het plan onverminderd van toepassing.

Artikel 9 Waterstaat - Waterkering

Voor de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' is het plan onverminderd van toepassing.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel

De Anti-dubbeltelregel uit het plan is onverminderd van toepassing.

Artikel 11 Algemene bouwregels

De Algemene bouwregels uit het plan zijn onverminderd van toepassing.

Artikel 12 Algemene gebruiksregels

De Algemene gebruiksregels uit het bestemmingsplan zijn onverminderd van toepassing.

Artikel 13 Algemene aanduidingsregels

De Algemene aanduidingsregels uit het plan zijn onverminderd van toepassing.

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels

De Algemene afwijkingsregels uit het plan zijn onverminderd van toepassing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 15 Overgangsrecht

15.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
15.2 Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van lid 15.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1 met maximaal 10%.

15.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 15.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

15.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

15.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het wijzigingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

15.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 15.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

15.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 15.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het wijzigingsplan Rhenoy Noord.