direct naar inhoud van TOELICHTING
Plan: Veerallee
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP17022-0004

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Dit bestemmingsplan Veerallee biedt een toekomstgerichte juridisch-planologische regeling voor de wijk Veerallee.

Grondslag voor het actualiseren van bestemmingsplannen is de actualiseringsplicht voor gemeenten in de Wet ruimtelijke ordening die inhoudt dat bestemmingsplannen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar.

De gemeente Zwolle heeft onder het project 'Zwolle op Orde' van 2003-2013 een grote inhaalslag gemaakt in het actualiseren van bestemmingsplannen. Voor grote delen van de stad, waarbij in grote lijnen de wijkindeling is gevolgd, en voor het buitengebied zijn de planologische regelingen herzien. De bestemmingsplannen die onder het project Zwolle op Orde zijn vernieuwd en de bestemmingsplannen die voor het buitengebied zijn opgesteld zijn in de onderstaande overzichtskaart weergegeven.

Met het voorliggende bestemmingsplan worden de planologische regelingen voor de wijk Veerallee wederom geactualiseerd. Het bestemmingsplan Veerallee voorziet weer in een toekomstgerichte, uniforme, digitale en gestandaardiseerde regeling.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0001.png"

kaart: Overzicht bestemmingsplannen Zwolle op Orde en Buitengebied

1.2 Plangebied

Het plangebied wordt globaal begrensd door de Nieuwe Veerallee, de IJsselallee, de rijksweg A28 en de Rieteweg. Woonbuurt Prinsenpoort is buiten het plangebied gelaten omdat deze op het moment van totstandkomen van dit bestemmingsplan nog volop in ontwikkeling is.

De ligging en begrenzing van het plangebied zijn aangegeven op de volgende kaart.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0002.png"

kaart 1: Plangebied

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende plannen:

Bestemmingsplan Veerallee
NL.IMRO.019300001950-, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 september 2008, nr. EC0807-0023, goedgekeurd door gedeputeerde staten op 12 december 2008, nr. 2008/0185214, onherroepelijk geworden op 26 februari 2009.

Bestemmingsplan Prinsenpoort
NL.IMRO.0193.BP12010, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 mei 2014, nr. EC1304-0018, onherroepelijk geworden op 14 augustus 2014.

Bestemmingsplan IJsselallee
NL.IMRO.019300009003-, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 december 2009, nr. EC0910-0108, onherroepelijk geworden op 28 januari 2010.

Bestemmingsplan Spoolde - Grote Voort
NL.IMRO.019300001700-, vastgesteld bij raadsbesluit van 15 maart 1976, nr. 77, goedgekeurd door gedeputeerde staten op 24 mei 1977, nr. 1813.

Bestemmingsplan Zwolle, parapluplan parkeren
NL.IMRO.0193.BP16012-0003, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 juli 2017, nr. 2017-36744, onherroepelijk geworden op 24 augustus 2017.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Inleiding

2.2 Ruimtelijk beleid

2.2.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028.

Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als:

  • een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of;
  • over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of;
  • het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.

Conclusie

Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.

2.2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie art. 1.1.1 Bro) mogelijk maakt.

Het voorliggende bestemmingsplan Veerallee voorziet niet in meer bouwmogelijkheden dan in de geldende plannen reeds waren opgenomen.

Conclusie

Het bestemmingsplan Veerallee voorziet niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet aan de orde.

2.2.2 Provinciaal beleid

Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 in werking getreden.

Omgevingsvisie Overijssel 2017

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

  • Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.
  • Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed', mooi, functioneel en toekomstbestendig.
  • Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en natuur.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal:

  • 1. Of – generieke beleidskeuzes
  • 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven
  • 3. Hoe – gebiedskenmerken

Aangezien het voorliggende plan Veerallee een conserverend bestemmingsplan is, zijn de stappen uit het Uitvoeringsmodel niet aan de orde.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

2.2.3 Gemeentelijk beleid

Structuurplan Zwolle 2020

Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020.

Op de structuurplankaart is het plangebied aangeduid als 'woongebied'. Het woongebied heeft een 'stedelijk' woonmilieu wat wordt omschreven als een gevarieerd woongebied met de nadruk op compacte voor- en naoorlogse woonmilieus (bruto dichtheid 30-50 woningen per hectare). Er zijn veel regionale voorzieningen zoals onderwijs, zorg en overheidsinstellingen.

Het Prins Clauspark is aangeduid als 'structuurgroen'. Verder staat structuurgroen aangeduid langs de IJsselallee, Veerallee en rondom de spoorlijn/Kamperweg. De Willemsvaart is aangeduid als 'water'.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0003.jpg"

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke structuurplan.

2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid

Archeologisch beleid

Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988.

Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's).

Cultuurhistorisch beleid

In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren.

Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid.

2.4 Verkeersbeleid

Mobiliteitsvisie

Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 2 februari 2009.

Uit de Mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet opgevangen kan worden door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.

Regeling Parkeernormen 2016

Op 20 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Regeling Parkeernormen 2016 vastgesteld. De Regeling is op 28 september 2016 gepubliceerd en op 29 september 2016 in werking getreden. De Regeling Parkeernormen 2016 is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. En tenslotte is dit ook het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of gebruik. De parkeeropgave wordt in al deze gevallen op basis van deze Regeling bepaald.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

2.5 Groenbeleid

Groenbeleidsplan en Structuurplan 2020

Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Buurtgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus.

Bomenverordening en Groene Kaart

Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening.

Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben.

Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid.

2.6 Waterbeleid

Europees en nationaal beleid

Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water.

Europese Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen.

Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).

In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.

Waterwet

De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn.

Waterbeheer 21e eeuw

WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer:

  • vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren;
  • schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd.

Deltawet

Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden.

De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. Deze zaken worden opgepakt door het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Stadsdijken Zwolle. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris, waarvan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de coördinerende bewindspersoon is.

Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken.

Provinciaal beleid
Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer.

Waterschapsbeleid
Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl.

Gemeentelijk beleid
Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.

2.7 Volkshuisvestingsbeleid

Woonvisie 2005-2020 en Woonagenda 2013-2017

Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid, waaronder de woningbouw, is vastgelegd in de Woonvisie 2005-2020 (vastgesteld raad april 2005). De Woonvisie 2005-2020 geeft de gemeentelijke koers voor de woningbouw in de komende jaren weer. Naast blijvende aandacht voor het realiseren van productieaantallen (bouwopgave) ligt de ambitie in een versterking van de woonmilieudifferentiatie waarbij wordt ingespeeld op de woonwensen vanuit de leefstijlprofielen.

Vanaf medio 2008, dus na de vaststelling van de Woonvisie, is de woningmarkt echter sterk teruggevallen als gevolg van de financiële en economische crisis. De wereld om ons heen is sindsdien ingrijpend gewijzigd, dit geldt ook voor de woningbouw. De raad heeft in december 2012 ingestemd met de gedachte dat het beleid minder programmerend moet zijn, en meer faciliterend. Tevens is besloten de verwachtingen omtrent de woningproductie in de komende vijf jaar te halveren tot gemiddeld 400 woningen per jaar, waarvan de helft op locaties in bestaand stedelijke gebied. Voor de jaren na 2017 zou van een iets hogere productie mogen worden uitgegaan.

Deze nieuwe inzichten zijn uitgewerkt in de Woonagenda 2013-2017 (vastgesteld raad juni 2013). In de Woonagenda is onder meer vastgelegd dat voor ontwikkelaars op woningbouwlocaties in beginsel programmatische vrijheid bestaat, maar dat de plannen worden beoordeeld op basis van de 'kleurenwaaier'. De kleurenwaaier heeft als toekomstbeeld: toevoeging sociale huurwoningen, geen grootschalige clustering van koopwoningen met matige kwaliteit, toevoeging van de vrije sector huurwoningen, toevoeging ruime en goede middeldure koopwoningen, realiseren bijzondere architectuur en/of woonmilieus, realiseren functiemenging, realiseren pauzewoningen.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het volkshuisvestingsbeleid.

2.8 Economisch beleid

Beroep- en bedrijf aan huis

Beroep aan huis wordt toegestaan.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het economisch beleid.

2.9 Coffeeshopbeleid

Het Zwolse coffeeshopbeleid gaat, onder andere, uit van de handhaving van maximaal 5 te gedogen coffeeshops in Zwolle. Geen van de aanwezige coffeeshops bevindt zich in het plangebied.

2.10 Prostitutiebeleid

Het Zwolse prostitutiebeleid gaat uit van een maximaal stelsel. Het maximum aantal seksinrichtingen is daarbij gesteld op 10 (inclusief escortbedrijven). Deze mogen zich alleen bevinden in het zogenaamde vestigingsgebied. Dit gebied bestaat uit het gebied binnen de stadsgrachten, enige uitvalswegen (Willemskade, Harm Smeengekade, Pannekoekendijk, Schuttevaerkade, Zamenhofsingel, Diezerkade, Thomas à Kempisstraat tot de hoek Vechtstraat, Groot Wezenland, Assendorperstraat tot Molenweg), alsmede het gebied buiten de bebouwde kom. Het vestigingsgebied bevindt zich buiten het plangebied.

2.11 Milieubeleid

Algemeen beleid

De gemeenteraad heeft in 2005 de milieuvisie 'Milieu op scherp' vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enzovoort) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment (anno 2017) is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval, luchtkwaliteit en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieukwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied.

Voor het bestemmingsplan Veerallee worden de verschillende milieuthema's hierna kort beschreven en wordt het bestemmingsplan getoetst aan het Zwolse milieubeleid.

Geluid

In de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven. Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied en ook de geluidbelasting binnen het gebied is gerelateerd aan de functie van het gebied. Dit is vastgelegd in de 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle'. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling.

In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Bij de beoordeling van een plan komt het onderzoeken van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden bij aanpak bij de bron (o.a. stillere wegdeksoorten), in het overdrachtsgebied (scherm of wal) en als laatste een hogere grenswaarde waarbij weer specifiek wordt gekeken naar maatregelen binnen het plan waardoor er ondanks een hogere milieubelasting toch een goed woon- en leefklimaat ontstaat.

Het bestemmingsplan Veerallee valt in de volgende gebiedstypes: 'stedelijk' en 'stroomzone' vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de rijksweg A28 en de spoorlijn.

In de volgende tabel zijn de geluidnormen voor deze gebiedstypen weergegeven.

Gebiedstype   Bron   Ambitie
Gemeentelijk beleid  
Grenswaarde
Gemeentelijk beleid  
Stedelijk   Wegverkeer   48 dB   58 dB  
  Railverkeer   -   63 dB  
Stroomzone   Wegverkeer   -   63 dB  
  Railverkeer   -   68 dB  

Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat kan worden voldaan aan de grenswaarde en indien aan één of meer van de volgende criteria wordt voldaan:

  • door de gekozen situering of bouwvorm gaan de woningen een doelmatige akoestisch afschermende functie vervullen voor andere woningen of voor andere geluidsgevoelige objecten, of:
  • de woningen zijn ter plaatse noodzakelijk om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of:
  • door de gekozen situering vullen de woningen een open plaats tussen aanwezige bebouwing op, of:
  • de woningen worden ter plaatse gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing,

kan een hogere grenswaarde worden verleend.

Hogere grenswaarden worden slechts vastgesteld indien de toepassing van maatregelen (gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting op de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen tot de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde) onvoldoende doeltreffend zal zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

Milieuzonering bedrijven

De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan worden gekoppeld aan de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering 2009'. In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van typen bedrijven. Vervolgens wordt in de lijst op basis van een aantal indicatoren (waaronder geluid, gevaar en verkeer) een indicatie gegeven van de afstanden tussen bedrijfstypen en een rustige woonwijk waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Deze afstand is gebaseerd op de grootste indicatieve afstand van de diverse indicatoren.

De lijst is algemeen aanvaard als uitgangspunt bij het opstellen van bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen, zoals onder meer blijkt uit jurisprudentie van de Raad van State. De milieuzonering is erop gericht een ruimtelijke scheiding aan te brengen tussen milieubelastende en milieugevoelige activiteiten.

Van de in de brochure opgenomen lijst mag echter niet zonder meer gebruik worden gemaakt. Deze VNG-brochure heeft een indicatief en globaal karakter en dient als een hulpmiddel om te komen tot een goede afweging voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Luchtkwaliteit

Het Luchtkwaliteitplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteit situatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit.

Daartoe zijn de volgende doelen geformuleerd:

  • voldoen aan wet- en regelgeving;
  • anticiperen op de toekomst;
  • knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen;
  • beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving.

Bodem

Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle op 9 december 2008 een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied van bestemmingsplan Veerallee valt binnen het functieklassengebied wonen.

Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Op 24 augustus 2015 heeft de gemeente de bodemkwaliteitskaart vastgesteld gebaseerd op de kwaliteitsklassen van het Besluit bodemkwaliteit. Het plangebied valt binnen de bodemfunctie wonen, dat de kwaliteitsklasse 'industrie' heeft.

Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan (van kracht per 11 januari 2010) mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het her ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is.
Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd.
Het bodembeleidsplan (2010) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond.

Ondergrond

In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten:

  • Werken met ondergrondse bestemmingen/functies;
  • Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte-/koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer;
  • Bodemsanering gebiedsgericht benaderen;
  • Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied;
  • Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte.

Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door:

  • Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering;
  • De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond;
  • De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning.

Externe veiligheid

De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. In de visie wordt streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid.

Dit betekent dat:

  • Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico (PR);
  • Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid;
  • Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering(en) van het gebied worden ontwikkeld;
  • Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau.

Op 20 januari 2009 heeft het college van B&W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico.

Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen.

Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd.

Het plangebied behoort tot het gebiedstype 'stedelijk' en ligt binnen het gebiedstype 'stroomzone'.
Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A28 en van het spoor. Beide vervoersassen behoren tot het landelijke basisnet en hebben een veiligheidszone. Ook hebben beide vervoersassen een zogenaamd plasbrandaandachtsgebeid dat 30 meter bedraagt. Het plangebied ligt buiten de veiligheidszones van de A28 en het spoor. Ook ligt het plangebied buiten het plasbrandaandachtsgebeid (PAG-zone). De basisveiligheid is daarmee gewaarborgd.

Voor het gebiedstype 'stedelijk' geldt dat de risicoruimte zeer beperkt is vanwege de hoge personendichtheid en de lage organisatiegraad (met het oog op preparatie op calamiteiten met gevaarlijke stoffen). Voor dit gebiedstype geldt een 'stand still-beleid' voor het groepsrisico, met andere woorden een overschrijding van de oriëntatiewaarde en een toename van het groepsrisico als gevolg van interne gebiedsontwikkelingen is niet toegestaan. Voor dit gebied geldt dat er geen plek is voor nieuwe risicovolle activiteiten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine risicovolle activiteiten waarvan de PR 10-6 contour binnen de inrichtingsgrens blijft en die geen noemenswaardige invloed op het groepsrisico hebben.

Duurzaam bouwen

De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven, namelijk; voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen.

  • Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid;
  • Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Het is een kans doe de mogelijkheid biedt om sociale en economische meerwaarde te creëren voor de stad;
  • Benutting van lokale bronnen;
  • Transitie en innovatie; deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes.

Klimaatadaptatie en Energietransitie zijn belangrijke pijlers in het coalitieakkoord en in de contouren van de nog te ontwikkelen Zwolse omgevingsvisie. Het college heeft klimaatadaptatie en energietransitie benoemd als speerpunten voor de toekomstige stad Zwolle waarin het prettige wonen, werken en recreëren is. Zwolle wil koploper zijn in het praktisch maken van het energieakkoord en de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie en ziet klimaatadaptatie en energietransitie als kans om te innoveren en als verdienmodel.

Klimaatadaptatie (aanpassing) gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering (zowel fysiek als mentaal = acceptatie) en het profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Belangrijk is om schade door (weers)extremen te voorkomen en de woon-werkomgeving zodanig in te richten dat mensen zo min mogelijk last hebben van extreme weersomstandigheden. Kenmerken van een veranderd klimaat zijn bijvoorbeeld extreme regenbuien en langdurige hitte. Voorbeelden van uitwerking zijn een groene inrichting/gevel, waterdoorlatende verharding, beperkte zoninval in de zomer, maar ook een regenafvoer met een noodoverlaat zodat er bij een hoosbui geen regenwater het gebouw instroomt. Rekening houden met een veranderd klimaat levert tevens wooncomfort op. Denk bijvoorbeeld aan slapen of werken in (te) warme ruimten wat onprettig is en bij langdurig aanhoudende hitte zelfs negatieve effecten heeft op de gezondheid. Door bij het ontwerp hier rekening mee te houden kunnen gebouwen en openbare ruimte robuust, gezond en comfortabel worden ingericht én voorbereid zijn op extremen.

De ambities ten aanzien van de energietransitie zijn vastgelegd in het document 'Zwolle geeft je energie! - Ambitiedocument Energietransitie' (juni 2017).

  • Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn;
  • In lijn met de hoofdambitie wordt in 2025 de hoeveelheid CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 gereduceerd met 25 % en wordt 25 % van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt;
  • De energietransitie zet Zwolle in als katalysator voor economische en sociale groei.

Voor energietransitie is gasloos opleveren het uitgangspunt. Daarnaast is in de woonvisie opgenomen dat energieneutraal bij nieuwbouw het uitgangspunt is.

Afval

In de gemeente Zwolle wordt het huishoudelijk afval op verschillende manieren ingezameld. In de eerste plaats wordt groente-, fruit, en tuinafval (gft-afval), oud papier (OPK) en PMD (plastic, metaal, drankenkartons) gescheiden bij de huishoudens opgehaald. Hiervoor worden bij laagbouwwoningen een drietal minicontainers afgegeven. GFT wordt elke 14 dagen ingezameld. Oud papier en PMD 1 keer per vier weken. Bij hoogbouw zal per situatie moeten worden gekeken welke oplossing het beste is (maatwerk).

Restafval wordt ingezameld met ondergrondse restafvalcontainers op buurtniveau. De locaties zijn meestal gelegen bij de uitgang van de buurt. Per 100 aansluitingen wordt één ondergrondse restafvalcontainer geplaatst. Voor fracties als glas en textiel worden op wijkniveau ondergrondse verzamelcontainers geplaatst, meestal in de directe omgeving van winkels. Hiervoor dient wel rekening te worden gehouden in het planontwerp (ruimtelijke inpassing en budget). Overigens worden de textielcontainers betaald door de textielinzamelaar.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1 Stedenbouw

3.1.1 Huidige situatie

Gebiedsbeschrijving

Veerallee is een van de oudere uitbreidingswijken. De wijk is gebouwd op een van de relatief hoog gelegen dekzandruggen rondom de binnenstad.

Het grootste deel van de woningen is van voor de tweede wereldoorlog en heeft een eenvoudige blokverkaveling. De ontwikkeling van de wijk is, even afgezien van enige bebouwing langs de Veerallee, omstreeks 1900 begonnen met bebouwing aan met name de Prins Hendrikstraat en Koningin Wilhelminastraat. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw kwam de noordelijke grens van de buurt te liggen bij de Dillenburgstraat / Prins Mauritsstraat. In de periode van de wederopbouw na de tweede wereldoorlog werd tenslotte het meest noordelijke deel van de buurt gerealiseerd Rondom de Koningin Wilhelminastraat en Prins Hendrikstraat bestaat de bebouwing uit statige herenhuizen, met aaneengesloten gevels. Voortuinen ontbreken hier. De andere delen van de buurt hebben meer een tuindorpkarakter. Deze delen zijn voor het overgrote deel projectmatig opgezet en weerspiegelen door hun bouwstijl de heersende mode van de tijd waarin de woningen zijn gebouwd.

Bebouwing en ontsluitingsstructuur

De wijk kenmerkt zich door een planmatige opzet en een grote diversiteit aan openbare ruimte en straatprofielen. De opzet wordt gedomineerd door een hiërarchie in wegen en groenstructuur.
Vanouds is de Veerallee een belangrijke invalsroute vanuit het westen maar de (binnen)stad. Na de bouw van Zwolle-Zuid is de Veerallee daarnaast ook onderdeel van een van de routes van Zwolle-Zuid naar de binnenstad. In de jaren negentig is dan ook de Nieuwe Veerallee aangelegd, zodat de Veerallee kan dienen als wijkontsluitingsweg voor de achtergelegen woonbuurt.
De oude verbindingslijn vanuit de stad is duidelijk herkenbaar door de bijzondere bebouwing en het ruime straatprofiel. Ook de wijkontsluitingswegen zijn op deze manier herkenbaar.

Bebouwingsstructuur

Binnen het plangebied zijn de volgende gebieden te onderscheiden:

  • het centrale woongebied;
  • de parkachtige rand langs de rijksweg A28;
  • de strook langs de spoorlijn naar Kampen.


Het centrale woongebied

De woningbouw in dit gebied bestaat uit eengezinshuizen. De vooroorlogse woningbouw wordt hierbij gekenmerkt door ambachtelijke detaillering en de naoorlogse woningbouw wordt getypeerd door systeembouw en sobere detaillering. De woningen bestaan voornamelijk uit een of twee lagen met een kap.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0004.png"

afbeelding: vooroorlogse bebouwing in de Prins Hendrikstraat

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0005.jpg"
afbeelding: naoorlogse bebouwing in de Prinses Beatrixstraat

Een speciale plaats wordt ingenomen door de Veerallee. Door de ligging aan de Willemsvaart en de vroegere functie als invalsroute kent deze lijn een bijzondere karakteristiek met vooral monumentale villabebouwing. Aan het einde van de Veerallee is een belangrijk deel van de Willemsvaart gedempt voor de ontsluiting van de binnenstad. Het gebied heeft hierdoor een stedelijk karakter gekregen met gemengde functies.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0006.jpg"

afbeelding: monumentale villabebouwing aan de Veerallee

De parkachtige rand langs de rijksweg A28

De parkachtige rand langs de rijksweg A28, waarin ook het Prins Clauspark is gelegen, vormt een groene afronding van de wijk en de overgang naar de rijksweg A28.


De strook langs de spoorlijn naar Kampen

In de strook langs de spoorlijn bevinden zich geen woonfuncties, maar meer maatschappelijke functies. Te denken valt hierbij aan de tennisvelden, schoolgebouwen en een moskee.

3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. De stedenbouwkundige structuur van het plangebied blijft ongewijzigd. De bebouwing en het openbaar gebied in het plangebied wordt in bestemmingsplan Veerallee conserverend bestemd.

3.2 Archeologie

3.2.1 Huidige situatie

Het grootste deel van de Veerallee betreft een gebied met een archeologische waarde van 10%. In gebieden met een archeologische waarde van 10% is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Aan de zuidzijde van de Veerallee ligt een klein gebiedje met een archeologische waarde van 50%. Voor dit gebied geldt dat een Inventariserend Veldonderzoek middels proefsleuven noodzakelijk is. Dit onderzoek zal vooral gericht zijn op de mogelijk voor aanwezigheid van prehistorische en middeleeuwse bewoning. Daarnaast kunnen ook sporen uit een minder ver verleden worden vastgelegd en gedocumenteerd. Voorbeelden zijn sporen van de wielerbaan of andere aan de uitspanning gerelateerde gebouwen of objecten.

De archeologische waardering van het plangebied is aangegeven de onderstaande kaart. Het nummer in de tekst correspondeert met het nummer op deze kaart.

2000
Wijk: Veerallee
toponiem: Nijromen. waardering: 50%

Nijromen was een wijn- en theehuis dat al voor 1800 bestond. In het Markeboek van Spoolde komt rond 1645 al de aantekening voor van ene “Henrick Lichthart woonend aen den Spoelderberch in Romen de grontplaatsen daer het oude en het nieuwe huis op staat”. Naast Nijromen bestond er dus ook nog een huis Oudromen. Nijromen komt in openbare stukken die betrekking hebben tot de aanleg van de Willemsvaart veelvuldig voor. De bestekken voor de aanleg lagen hier ook ter inzage. Ook de officiële opening van de Willemsvaart op 24 augustus 1819 werd op Nijromen gevierd.

Nijromen was in 1835 in handen van uitbater Willem Hoogeveen die het draaiende hield tot 1854. In dat laatste jaar is de functie opgeheven en is het omgedoopt tot woonhuis. De tuin werd verkocht aan Johannes Rademaker, die het in 1870 overdeed aan de weduwe Brantsen-Bacher. In 1880 werd de tuin gekocht door Johannes Bernardus Scheuer, inspecteur van de veestalling. Deze Johannes zal pas in 1882 het gehele complex inclusief huis verkrijgen.

Scheuer liet het complex afbreken. Na de sloop in 1890 is op deze plek Villa Maria gebouwd. In 1901 kwam deze villa in bezit van een ander familielid Egbertus Bernardus Scheuer uit Bussum. Deze eigenaar verhuurde het aan de familie Aberson, die druk bezig was met een villa aan de Ruiterlaan. In 1920 werd het verkocht aan de Haagse architect Derk Winkel. Na 1932 kwam het in handen van Jacob Matthijs van Gasselt, eigenaar van N.V. Automobielmaatschappij Swaagman die er een garage exploiteerde.

In 1987 zijn op deze plaats twaalf luxe appartementen gebouwd. De grond van het garagebedrijf was zwaar vervuild. Ter plaatse van het appartementengebouw heeft daarom een diepgaande bodemsanering plaats gevonden. De provincie Overijssel was bevoegd gezag. Het gedeelte van de locatie ter plaatse van het appartementengebouw heeft daarom een waardering gekregen van 0%.

1029
Wijk: Veerallee
toponiem: oude huisplaats 1e Lure. waardering: 50%

Op deze plek is op het kadastrale minuutplan van 1832 een huis/erf met tuin aanwezig onder sectie E589. Het heeft de naam 1e Lure. Het maakt onderdeel uit van het groter gebied Blalo en heeft als toponiem De Luuren. Het huis is eigendom van Derk Diesselhof in deze periode. Derk Diesselhof was van beroep tuinman en wordt omschreven als wonende Buiten de Kamperpoort. Hij was getrouwd met Willemina van den Berg. In 1869 komt het in handen van Johanna Maria Leopoldine Catharine Brantsen, douairière Backer. Het is onder douairière Backer uitgebreid met een tuinmanswoning, oranjerie en nieuwe boerderij. In 1883 wordt het complex bestaande uit de perceelnummers E1427-1430 verkocht aan Jan Disselhof. In 1889 is Willem Dirk Jacob Brouwer de eigenaar. Hij verkoopt het in 1901 aan landbouwer en warmoezenier Gerhardus Vilsterman.

De wijk Veerallee behoorde in het verleden tot een groot gebied dat werd aangeduid als "Buiten de Kamperpoort". Veel huizen en erven op de kadastrale kaart van 1832 gaan terug op voorgangers uit de Middeleeuwen. Dit kan ook het geval zijn voor deze huisplaats. Naast de huisplaats is ook de voormalige tuin E588 op de kaart meegenomen. Dit om tevens te kunnen achterhalen wat de natuurlijke ondergrond van deze locatie is geweest. De verwachting is dat het op een natuurlijke dekzandrug ligt.

1030
Wijk: Veerallee
toponiem: oude huisplaats 2e Lure. waardering: 50%

Op deze plek is op het kadastrale minuutplan van 1832 een huis/erf met tuin de 2e Lure aanwezig onder sectie E593. Het maakt onderdeel uit van het groter gebied Blalo en heeft als toponiem De Luuren.

Het huis is eigendom van Jan van Dijk senior in deze periode. In 1843 komt in handen van zijn zoon bierbrouwer Jan van Dijk. In 1846 is de weduwe van Arnoldus Strabbe, Hendrina Maria Bodel de eigenaar. Zij verkoopt het in 1864 aan commissionair Johannes Antonius van Esch. In 1867 is de douariere weduwe van mr. C. Backer de eigenaresse. In deze periode is ook het oude huis gesloopt. Het perceel wordt vanaf dan omschreven als tuingrond en krijgt een nieuw nummer E1353. In 1883 wordt het verkocht aan slager Julius Everhard Wentzel. In 1891 is fabrikant Theodorus Heerkens de eigenaar. Hij verkoopt het in 1905 aan het consortium van loodgieter Gerrit Theodorus Ridder uit Zwolle, aannemer Treep uit Zwolle en aannemer Bijker uit Zwolle. In 1908 wordt het perceel opgesplitst in E2704 (tuingrond), E2705 (bouwterrein). Het bouwterrein wordt eigendom van aannemer Wiebe Bijker. Hij splitst het in twee percelen E2713 (huis en tuin) en E2714 (huis). Na wat kadasterwijzigingen komt E2943(voorheen E2713) in 1914 in handen van hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat Abraham van Linden van den Heuvel. Latere eigenaren zijn de familie van der Ven.

Het andere huis E2942 (voorheen E2714) wordt in 1917 verkocht aan exportslager Gerrit Nijman. Nijman verkoopt het in 1919 aan koopman Herman Koch. In 1922 wordt het gekocht door de NV Vloerzeilfabriek de Vogel en van Calcar uit Zwolle. In 1957 komt het aan de Staat Justitie . Veel huizen en erven op de kadastrale kaart van 1832 gaan terug op voorgangers uit de Middeleeuwen. Dit kan ook het geval zijn voor deze huisplaats. In dit geval is daarom rond het huis een groter gebied aangeven. Dit om tevens te kunnen achterhalen wat de natuurlijke ondergrond van deze locatie is geweest. De verwachting is dat het op een natuurlijke dekzandrug ligt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0007.jpg"

kaart 2: Archeologie

3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

De archeologische waardering van het plangebied blijft ongewijzigd. De gronden met een archeologische waardering van 50% hebben in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de kans op archeologische vondsten. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen in paragraaf 4.3 Bestemmingsregels, Waarde - Archeologie.

3.3 Cultuurhistorie

3.3.1 Huidige situatie

Voor de Veerallee is een inventarisatie van de aanwezige cultuurhistorische waarden uitgevoerd. Dit is de Cultuurhistorische quickscan Veerallee met bijbehorende waardenkaart, die als bijlagen bij de toelichting zijn gevoegd. Met name is onderzoek verricht naar de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, maar ook andere aspecten zoals de historisch-ruimtelijke structuren zijn geanalyseerd en gewaardeerd.

Algemene beschrijving plangebied

De wijk Veerallee bevindt zich in het zuidwestelijke deel van de bebouwde kom van Zwolle en ligt tussen de A28 en de Nieuwe Veerallee. Het gebied kwam vanaf de periode rond 1900 in beeld als stadsuitbreiding, aanvankelijk voor de beter gesitueerden die er langs de Veerallee grote villa's lieten bouwen. Ook aan de rond 1900-1905 aangelegde woonstraten haaks op de Veerallee werden in die periode grote woonhuizen gerealiseerd. Voor de midden- en arbeidersklassen werd eveneens in de wijk gebouwd, vooral gedurende de eerste helft van de vorige eeuw. Langs de Veerallee vestigden zich twee bekende Zwolse onderwijsinstellingen, de Christelijke HBS en het Gymnasium Celeanum, beide in representatieve schoolgebouwen. Met de komst van de A28 kwam een duidelijke afbakening aan de noordzijde van de wijk tot stand. Langs de in de jaren 70 verlegde snelweg werd als buffer een brede groenzone aangelegd. In de jaren 50 en 60 is de Veerallee grotendeels afgerond met kleine woonbuurten met vrijstaande en geschakelde middenstandswoningen en rijtjeshuizen.

Omgeven door de bedrijventerreinen, spoortrajecten en brede verkeersstructuren ligt de Veerallee enigszins geïsoleerd van de andere Zwolse woongebieden. Het gebied heeft zijn historische karakter, bepaald door de karakteristieke en zeer gevarieerde woonbebouwing uit vooral de eerste helft van de twintigste eeuw goed behouden. De schilderachtige zuidelijke wijkrand met zijn vele villa's is voor het binnenkomende verkeer een fraai visitekaartje voor de stad.

Historisch-ruimtelijke structuren

Het onderzoeksgebied heeft als totaal grote historische betekenis vanwege de markante en nog grotendeels goed afleesbare ontwikkelingsgeschiedenis vanaf de late negentiende eeuw. Eerdere fasen, bijvoorbeeld van de landschapsvorming en het historische landgebruik zijn door de aanleg van de wijk uit het zicht geraakt.

Bij de waardenbepaling van de historische structuren betreft het die aanwezige c.q. zichtbare en nog goed herkenbare structuren, die kenmerkend zijn voor de perioden waarin ze zijn ontstaan, dan wel voor een specifieke ontwikkeling binnen het gebied (functie).

De belangrijkste historische ruimtelijke structuren zijn:

Uit de periode voor 1900:

  • De structuur van de Veerallee als representatieve lommerrijke laan langs de Willemsvaart, tevens het tracé van oudere structuren en linie tussen Zwolle en het Katerveer.
  • De sterk aangepaste restanten van de Willemsvaart;
  • De spoorlijn Zwolle-Kampen langs de noordzijde;
  • Enkele perceelsstructuren ten noorden van de Veerallee in het bouwblok tussen Prinses Julianastraat en Prins Hendrikstraat. Eén van deze oude structuren wordt gemarkeerd door een reeks oude linden;
  • Locatie en restanten van de buitenplaats Villa Flora.


Uit de periode 1900-1940:

  • Het stratenplan en de bebouwing van de in verschillende fasen ontwikkelde woonwijk; de fasegewijze ontwikkeling van straten en huizenblokken is zeer goed afleesbaar gebleven. De wijkopzet en het stratenplan bezitten herkenbare en markante aspecten, die in de eerste helft van de twintigste eeuw gangbaar waren, zoals de eenvoudige villaparkopzet met centrale allee met middenberm in het zuidelijk deel van Veerallee, en het stratenplan met geknikte straten en kleine pleinruimtes met schuin geplaatste woningblokken in het centrale deel van Veerallee. Karakteristiek voor de wijk is dat er geen grootschalig en uitgewerkt stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt, maar een groot aantal, waarschijnlijk nauw met de woningbouwprojecten samenhangende deelplannen.

Uit de periode 1945-1965:

  • In feite de afronding van de wijk binnen de toen (voor de verlegging van de A28) beschikbare ruimte, waarbij het vooroorlogse stratenplan verder is uitgelegd en aangevuld. Vooral de invulling met geschakelde woningen in een halfopen verkaveling wijkt duidelijk af van de vooroorlogse periode.

De historische gelaagdheid uit zich onder meer in de aanwezigheid van interessante ruimtelijke deelstructuren en ensembles met cultuurhistorische waarde. Samen vertellen deze ensembles het verhaal van het plangebied. In Veerallee betreft het de volgende historische ensembles:

  • Het ensemble representatieve lintbebouwing langs de oude Veerallee;
  • Het ensemble geschakelde herenhuizen in het plan Noorman-van Essen (Koningin Wilhelminastraat, Prins Hendrikstraat, Veerallee);
  • Het “villapark” in het zuidelijke deel van Veerallee;
  • Woningbouw dmv geschakelde woningen in grote en kleine complexen, middenstands- en arbeidersklasse uit het interbellum;
  • Het ensemble naoorlogse woningbouw langs de noordflank van de woonwijk.

Gebiedsdelen met beperkte/ geen cultuurhistorische waarde

  • De zone met thans braak liggend terrein en het Prins Clauspark ten noorden van de Prins Bernhardstraat.
  • Gebied met sportvelden ten noordoosten van de Koningin Wilhelminastraat.
  • Terrein tussen de Kamperweg en spoortracé Zwolle-Kampen.


Waardering van objecten en ensembles 

De waardering van objecten en sensembles is onderverdeeld in de waarden:

  • zeer hoge cultuurhistorische waarde; kleur rood;
  • hoge cultuurhistorische waarde; kleur oranje;
  • attentiewaarde (regulier welstandstoezicht volstaat); kleur geel;
  • indifferente waarde; kleur wit.

De waardering wordt weergegeven op de bijbehorende Cultuurhistorische waardenkaart Veerallee
De wijze van waardering is in de Cultuurhistorische quickscan Veerallee verder omschreven in de paragraaf Historische bouwkunde. In de lijst van objecten en ensembles in de Cultuurhistorische Quickscan Veerallee is van objecten/ensembles een beschrijving gegeven van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Historische groenstructuren

Ook de waardevolle historische groenstructuren en groenelementen zijn op de cultuurhistorische waardenkaart weergegeven. In de cultuurhistorische quickscan wordt een beschrijving gegeven van de cultuurhistorische waarden hiervan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0008.jpg"

afbeelding: de Veerallee (rond 1885), de weg waaraan de wijk haar naam dankt. Deze bomenrijke allee verbond de stad met het Katerveer, en zo over land met west Nederland. De Veerallee liep sinds 1819 parallel aan de Willemsvaart, de voormalige waterverbinding tussen Zwolle en de IJssel. De foto is genomen richting de stad, met links de locatie van huis Nijromen, op de weg de rails voor de paardentram, rechts de Willemsvaart.

3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

De aanwezige cultuurhistorische waarden van de ruimtelijke structuur en de bebouwing in de Veerallee worden in de opzet van dit bestemmingsplan gerespecteerd. Zie voor de beschrijving van deze waarden de Cultuurhistorische analyse als bijlage bij deze toelichting.

De meeste gebouwen zijn in dit bestemmingsplan al voorzien van een conserverende bestemming. Er is echter nader onderzoek nodig naar de wijze en mate van verdere bescherming.

3.4 Verkeer

3.4.1 Huidige situatie

Categorisering van wegen

Om de gewenste afstemming tussen vormgeving en functie van de weg te kunnen bereiken, is het Zwolse wegennet gecategoriseerd naar een aantal te onderscheiden verkeersfuncties.

De rijksweg A28, die de noordwestgrens van de Veerallee vormt, is een zogenaamde stroomweg. Hier staat de onbelemmerde doorstroming van het verkeer centraal. De IJsselallee maakt deel uit van de buitenring en fungeert als zogenaamde gebiedsontsluitingsweg A met een maximumsnelheid van 70 km/uur. De Nieuwe Veerallee fungeert als zogenaamde gebiedsontsluitingsweg B, en heeft een belangrijke functie voor de bereikbaarheid van de Veerallee. De maximumsnelheid is 50 km/uur.
De overige wegen binnen de Veerallee zijn aangewezen en ingericht als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De inrichting is sober uitgevoerd middels de aanleg van drempels, plateaus en andere verkeersremmende maatregelen.

De voor autoverkeer belangrijkste toegang tot de wijk is de aansluiting van de Prinses Julianastraat op de Nieuwe Veerallee. Daarnaast zijn er de aansluiting van de Koningin Wilhelminastraat op de Nieuwe Veerallee en op de Kamperweg. Ten behoeve van Prinsenpoort is een ontsluiting via de Prinses Margrietstraat en Spoolderparkweg op de Grote Voort mogelijk gemaakt.

Openbaar vervoer

Het plangebied ligt op relatief korte afstand van het NS station en openbaar vervoerknooppunt. Het deel van de wijk, dat het dichtst bij het centrum is gelegen, ligt op circa 700 meter afstand van het station. Aan de rand van het plangebied, aan de Nieuwe Veerallee liggen op twee plekken bushaltes. Deze haltes worden bediend door streekbussen richting de Veluwe. In 2018 wordt aan de zuidzijde van het NS station een nieuw busstation gerealiseerd dat via de nieuwe busbrug een directe verbinding krijgt naar de Willemskade. Voor de bussen vanaf de Nieuwe Veerallee biedt deze nieuwe infrastructuur een korte rechtstreekse verbinding met het openbaar knooppunt. De oplevering van deze nieuwe infrastructuur wordt verwacht ca. 1 januari 2019.

Fietsverkeer

Om het fietsgebruik te stimuleren heeft de gemeente hoofdfietsroutes aan gewezen, die de woonwijken met het centrum, het station of werkgebieden verbinden. Aan deze routes wordt in Zwolle een aantal eisen gesteld, ondermeer op het gebied van comfort, vlotheid, veiligheid en herkenbaarheid. De wegen in de wijk Veerallee die onderdeel uit maken van een hoofdfietsroute zijn de Nieuwe Veerallee, de Kamperweg, de Oranje Nassaulaan en de Prinses Margrietstraat. De Kamperweg is vormgegeven als fietsstraat.

Parkeren

In de wijk Veerallee is parkeren niet gereguleerd. Voor de parkeernormen wordt verwezen naar het parkeerbeleid dat is vastgelegd in de 'Regeling Parkeernormen 2016'.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0009.png"

kaart 3: Verkeersstructuur

3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. De verkeersstructuur van het plangebied blijft ongewijzigd. Het openbaar gebied en de wegen in het plangebied worden in bestemmingsplan Veerallee conserverend bestemd.

3.5 Natuur

3.5.1 Huidige situatie

Hoofdgroenstructuur

Het gedeelte van de wijk langs de Veerallee wordt gekenmerkt door grote vrijstaande huizen met grote tuinen met oude bomen, die een belangrijke ondersteunende functie hebben van het groen langs de allee en de vaart. Daarachter liggen grotendeels gesloten woonblokken met kleinere tuinen. De westelijke rand wordt gevormd door veelal twee onder één kap en vrijstaande woningen met meer groen.

Het groen van stedelijke betekenis maakt deel uit van de hoofdgroenstructuur die voor Zwolle is vastgesteld. Deze wordt onder meer gevormd door de Veerallee, het water van de Willemsvaart en de Nieuwe Veerallee en het begeleidende groen. Deze groene structuur vormt een essentiële schakel tussen de binnenstad en het gebied langs de IJssel. Een doorgaande laanbeplanting en de aanwezigheid van water zijn cruciaal. Ook het groen rond de Kamperweg, de Rieteweg en het tussenliggende spoor naar Kampen hoort bij de Stedelijke hoofdgroenstructuur. Hier is het groene, enigszins informele ruderale en zandige milieu karakteristiek. Tenslotte maakt ook het begeleidende groen van het knooppunt Spoolde en de IJsselallee deel uit van de hoofdgroenstructuur, als groene begeleiding van het stedelijk hoofdwegennet. Dit onderdeel strekt zich wat het groen betreft uit tot de particuliere tuinen langs de Strick van Linschotenlaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0010.png"

kaart 4: Groenstructuur


Wijkgroenstructuur

De wijk Veerallee is dicht bebouwd en toch een groene wijk. Dat komt in de eerste plaats door de grote tuinen langs de Veerallee zelf. Plaatselijk komen hier groepen van bijzondere bomen voor. Ook zijn er enkele straten met een ruim groen profiel, zoals de Oranje Nassaulaan en de Prins Bernhardstraat. Deze worden tezamen met de andere straten met een duidelijke wijkontsluitingsfunctie tot de wijkgroenstructuur gerekend. In de wijk zelf zijn slechts twee open groene ruimten, namelijk aan de Koningin Anna Pawlonastraat en op het Prins Frederikplein. Deze worden beide tot het wijkgroen gerekend. Alleen op de laatstgenoemde locatie is genoeg ruimte voor een speelplek.
Voor activiteiten in het groen die meer ruimte vergen is plaats in het Prins Clauspark aan de noordwestelijke rand van de wijk, waar langs de rijksweg A28 het meest omvangrijke wijkgroen is gelegen in de vorm van speelterreinen, een nutstuin en een dierenweide. De sportvoorzieningen langs de Kamperweg worden ook tot het wijkgroen gerekend, vanwege hun functie voor de wijk, maar zij kennen een veel meer gereguleerd gebruik in school- of verenigingsverband.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0011.jpg"

afbeelding: Prins Clauspark

3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. De groenstructuur van het plangebied blijft ongewijzigd. Het structuurgroen en buurtgroen in het plangebied worden in bestemmingsplan Veerallee conserverend bestemd.

3.6 Water

3.6.1 Huidige situatie
3.6.1.1 Waterstructuur

Watergangen

De waterstructuur in het plangebied is voor het grootste deel in de periode 1830 - 1980 tot stand gekomen. Van de oorspronkelijk naar het Zwarte Water afvoerende Zandwetering is geen enkel relict meer aanwezig. De Willemsvaart doorsneed in 1819 deze Zandwetering en vormt daarmede de zuidoostelijke plangebiedbegrenzing. De Zandwetering bleef vanaf de Willemsvaart haar functie behouden totdat in 1964 het Zwolle-IJsselkanaal werd gegraven. De afwatering vond vervolgens plaats via een gemaal aan de Oude Veerweg op de Willemsvaart.

Van oorsprong is het plangebied een rivierklei gebied met een maaiveldhoogte van ±0,10 tot ±0,60 meter +NAP. In de periode 1920 tot 1956 is het plangebied gerealiseerd. Het maaiveld is met zand opgehoogd tot 1,50 / 1,60 meter +NAP. De Willemsvaart en de bermsloten binnen het plangebied zijn qua oppervlak afgestemd op het bergen van overstortwater uit het gemengde rioolstelsel en de afvoer van regenwater.

De primaire watergangen in het plangebied (zie volgende afbeelding) zijn onderdeel van het stedelijk oppervlakte water en worden beheerd en onderhouden door het waterschap Drents Overijsselse Delta. De beschermingszone bevindt zich 5 meter uit de insteek van de watergang. Op en rondom de hoofdwatergangen is de keur van het waterschap van toepassing. Eigenaren en gebruikers van een woning, bedrijf of perceel grond nabij een hoofdwatergang zijn verplicht om zich aan de keur te houden. De keur behoudt te allen tijde zijn zelfstandige werking.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0012.jpg"

afbeelding 1: primaire watergangen Veerallee

Het waterschap streeft door bemaling een vast peil in het stedelijke gebied na. Het peil is afgestemd op een goede drooglegging van de wijk. Sinds de opheffing in 2005 van het gemaal aan de Oude Veerweg wordt het gehele plangebied bemalen door het gemaal Katerveer en wordt een waterpeil van -0,20 meter NAP nagestreefd.

Riolering

In de wijk Veerallee ligt deels een gemengd riool en deels gescheiden riolering. In Prinsenpoort wordt hemelwater geïnfiltreerd in de bodem en bij hevige regenval loost het infiltratieriool op het aanwezige oppervlaktewater. Het vuilwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De droogweerafvoer en ook de hemelwaterafvoer vanuit het oudere deel wordt afgevoerd naar het bestaande gemeentelijke gemengde rioolstelsel.

Op het rioolstelsel in Veerallee komt ook het afvalwater van omliggende bemalingsgebiedjes binnen. Vanuit het gemend riool kan een overstort plaatsvinden op de Willemsvaart. Dit vindt plaats via een bergbezinkbassin.

Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat hemelwaterinfiltratie plaatsvindt en het relatief schone water dus niet naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie gaat.

3.6.1.2 Waterwinning

Het waterwingebied 'Engelse werk' ligt buiten het plangebied. Dit waterwingebied is door de provincie Overijssel beschermd door een er omheen gelegd grondwaterbeschermingsgebied. In het kader van de verplaatsing van het waterwingebied is de ligging van het grondwaterbeschermingsgebied in 2008 gewijzigd. Een klein deel van het grondwaterbeschermingsgebied 'Engelse Werk' ligt binnen het plangebied van bestemmingsplan Veerallee.

Het provinciaal beleid met betrekking tot waterwinning is verwoord in de Omgevingsvisie Overijssel 2017. Uitgangspunt is dat er een voldoende voorraad grondwater is, die goed wordt beschermd en zorgvuldig wordt gebruikt zonder achteruitgang in kwantiteit en kwaliteit. De provincie zet dan ook in op het zo groot mogelijk houden van de grondwatervoorraad. Via de ruimtelijke ordeningslijn wil de provincie de openbare drinkwatervoorziening beschermen en verbeteren, waarbij de meest doelmatige bescherming is via verbodsbepalingen gericht op ruimtelijke functies die risico hebben voor grondwaterverontreiniging. De regelgeving over de bescherming van grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Overijssel.

Voor het kleine deel van het plangebied dat onderdeel is van het grondwaterbeschermingsgebied zijn geen veranderingen aan de orde. Deze gronden worden planologisch beschermd door middel van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' met bijbehorende regels (zie Artikel 24).

3.6.1.3 Overstromingsrisico

Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist.

Risico-inventarisatie

Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject nabij het plangebied (IJsseldijk) geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”.

Met behulp van de provinciale digitale Wateratlas wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,8 tot 2,0 meter (zie volgende afbeelding). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als ondiep.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0013.png"

afbeelding 2: Maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: Wateratlas Provincie Overijssel)

De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In de volgende afbeelding is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de IJsselcentrale weergegeven. Dit is snel, namelijk 0 tot 6 uur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0014.png"

afbeelding 3: Tijd tot overstroming na dijkdoorbraak t.h.v. IJsselcentrale (bron: Provincie Overijssel)

Maatregelen

Bij nieuwe ontwikkelingen in het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is onder andere te vinden op de website www.onswater.nl.

3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. Het watersysteem van het plangebied blijft ongewijzigd.

3.7 Wonen

3.7.1 Huidige situatie

Bevolking

Veerallee heeft op 1 januari 2016 1.484 bewoners en 527 huishoudens. Er wonen relatief meer jongeren en minder ouderen dan gemiddeld in Zwolle. De werkloosheid is laag en er zijn meer huishoudens met een hoog en minder met een laag inkomen. Er zijn relatief minder eenoudergezinnen en minder mensen met een niet-westerse achtergrond dan gemiddeld in Zwolle.

Woonsituatie

Goed zichtbaar is dat de wijk Veerallee in verschillende perioden tot stand is gekomen. Monumentale rijenhuizen staan aan de Koningin Wilhelminastraat en de Prins Hendrikstraat. Langs de Oude Veerallee en de Strick van Linschotenlaan staan merendeels vrijstaande huizen van verschillende leeftijden. Het gebied achter de Veerallee is in de loop der jaren successievelijk bebouwd met rijenwoningen en tweeonder-een-kapwoningen. Het seniorencomplex op de hoek Veerallee – Jhr. Strick van Linschotenlaan is een recenter gebouwd gestapeld woongebouw. De eerste woningen in de nieuwbouwbuurt Prinsenpoort zijn in 2015 verrezen.

Van de woningen in Veerallee is bijna 90 procent koop en er is weinig etagebouw. Van alle woningen in Veerallee is 90 procent gebouwd in de periode voor 1970 en daarbinnen is ruim 60 procent gebouwd vóór 1946.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0015.png"

Onzelfstandige woonruimte

Bij onzelfstandige woonruimte is er sprake van woonruimte die niet kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte (zoals een toegang, keuken, toilet en douche). Bij onzelfstandige woonruimte worden voorzieningen als bijvoorbeeld de keuken, toilet en douche gedeeld door meerdere bewoners. Kamerverhuur aan studenten is een bekende vorm van onzelfstandige woonruimte.

Het beleid over het toestaan van onzelfstandige woonruimte is vastgelegd in de 'Beleidsregel voor onzelfstandige woonruimte' die in werking is getreden op 28 maart 2014 (zie ook paragraaf 2.7 Volkshuisvestingsbeleid). Het gemeentelijk beleid voor onzelfstandige woonruimte in de wijk Veerallee ziet er als volgt uit:

Het beleid geeft aan dat voor de wijk Veerallee geen afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte.

Het reeds bestaand (legaal) gebruik van woningen voor onzelfstandige woonruimte, mag ongewijzigd worden voortgezet. Dit betekent dat het bestaand gebruik van een woning voor onzelfstandige woonruimte, waarvoor al een onttrekkingsvergunning op grond van de Huisvestingsverordening of een afwijking van het bestemmingsplan was verleend, ongewijzigd mag worden voortgezet.

3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. De functionele structuur van het plangebied blijft ongewijzigd. De woningen in het plangebied wordt in bestemmingsplan Veerallee conserverend bestemd.

De bestaande woningen met onzelfstandige woonruimte zijn op de verbeelding van het bestemmingsplan aangeduid met een aanduiding voor afwijkend gebruik en opgenomen op de Lijst van afwijkend gebruik die als bijlage bij de regels is gevoegd. Hierbij is aangegeven hoeveel bewoners maximaal zijn toegestaan.

De woonbuurt in aanbouw Prinsenpoort is buiten het plangebied gelaten.

3.8 Voorzieningen

3.8.1 Sport & recreatie

Sport

In de wijk Veerallee is een aantal mogelijkheden voor sportbeoefening. Op het gebied van buitensportvoorzieningen heeft de tennisaccommodatie van ZLTB een belangrijke rol voor de buurt met daarnaast een aantal trapveldjes en parkvoorzieningen. Voor de binnensport zijn minder voorzieningen beschikbaar. Deze blijven beperkt tot de gymzaal aan de Wilhelminastraat 28.

Aan de noordoostzijde van de wijk liggen de sportvelden die gebruikt worden door verenigingen en scholen.

Recreatie

Aan de noordwestzijde van de wijk, langs de rijksweg A28, ligt het wijkpark, het Prins Clauspark. In dit park liggen de grote recreatieve voorzieningen van de wijk, zoals een nutstuincomplex en buurtweide 'de Wollewei'. Alsmede een hondenspeeltuin en wandelpaden.

De spreiding van de speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar is over het algemeen voldoende. Bovendien is de wijk rustig en ruim van opzet waardoor kinderen in de woonomgeving veilig kunnen spelen. Er zijn twee grote speelvoorzieningen, te weten op het Frederikplein en in het Prins Clauspark. In dit park ligt behalve een speelplek voor 0–12 jarigen ook een trapveld en een pannakooi voor de jeugd vanaf 12 jaar. Op het schoolplein van het Agnietencollege is een basketbalpaal geplaatst die ook door de buurt gebruikt mag worden. In de nieuwe woonbuurt Prinsenpoort is één speelplek voor kinderen tot 6 jaar. Voor oudere kinderen zijn de speelvoorzieningen in het Clauspark goed bereikbaar.

3.8.2 Maatschappelijk

Onderwijsvoorzieningen

In de wijk Veerallee bevinden zich geen scholen voor basisonderwijs.
De wijk kent wel een school voor voortgezet onderwijs: het Carolus Clusius College, welke onderdeel uitmaakt van het Agnietencollege. De school kent een breed onderwijsaanbod, van VMBO tot en met gymnasium en heeft een stedelijke, zelfs regionale functie. De school is gevestigd aan de Prinses Julianastraat 66 en heeft daarnaast het schoolgebouw aan de Koningin Wilhelminastraat 93 in gebruik.
Het schoolgebouw aan de Koningin Wilhelmastraat 93 wordt ook gebruikt door DOC93. DOC93 is een onderwijsvoorziening die extra zorg biedt aan leerlingen die dit nodig hebben.

Belangrijkste aanbod overige maatschappelijke voorzieningen

Het aantal in de Veerallee gevestigde maatschappelijke voorzieningen is niet groot. Aan de Koningin Wilhelminastaat 91 is een kinderopvangvoorziening gevestigd. In de Veerallee bevindt zich aan de Koningin Wilhelminastraat 95 de moskee Ghulzar-e-Madina. Aan de Koningin Wilhelminastraat 5 bevindt zich balletstudio Carla Nijland.

In de omliggende wijken kunnen bewoners terecht voor andersoortige kerken, de huisarts, tandarts, apotheek, postkantoor en bank.

3.8.3 Commercieel

Detailhandel

In de Veerallee is geen buurt- of wijkwinkelcentrum aanwezig. De dagelijkse boodschappen kunnen buiten de wijk gedaan worden. De dichtsbijzijnde supermarkt is de Jumbo aan de Veemarkt.

Motorbrandstofverkooppunt

Aan de Nieuwe Veerallee 12, in de uiterste noordoosthoek van het plangebied, bevindt zich tankstation Shell Express. Dit motorbrandstofverkooppunt verkoopt geen brandstof met LPG.

Horeca

In het pand aan de Koningin Wilhelminastraat 6 bevindt zich hotel Fidder.

Bedrijven c.q. kantoren

In de uiterste noordoosthoek aan de Nieuwe Veerallee 10-12 bevinden zich nabij het tankstation de Kwik-Fit, de Stichting Kringloop Zwolle en de ICT Kringloop.

Het kantoor van woningcorporatie DeltaWonen is gevestigd in het voormalige gebouw van het Gymnasium Celeanum aan de Veerallee 30 en het naastgelegen pand Veerallee 29.

Aan de Veerallee 18 is reclamebureau Puur!fct gevestigd en aan de Veerallee 38 De Bruin architecten.
Aan de Prins Alexanderstraat 8 bevindt zich Pierik Horeca Exploitatie (o.a. automatenverhuur).

Beroepen aan huis c.q. afwijkend gebruik

Verspreid door de wijk bevinden zich een aantal beroepen aan huis.

3.9 Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod.

3.9.1 Geluid

Zwolle heeft in 2014 een actieplan geluid opgesteld. Op basis van een analyse van de geluidssituatie in de stad is bepaald waar de geluidhinderknelpunten zich bevinden. In de wijk Veerallee bevinden zich geen geluidhinderknelpunten, zo volgt uit het actieplan geluid.

Wegverkeerslawaai

Volgens de Wet geluidhinder moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de actuele geluidsbelasting indien een ruimtelijk plan geluidsgevoelige functieverandering toestaat voor gebieden die binnen de geluidzone liggen van zoneplichtige wegen. Dit bestemmingsplan is gericht op beheer van de bestaande situatie en het vastleggen van de bestaande structuur en leidt niet tot nieuwe geluidsgevoelige functieveranderingen binnen geluidzones van wegen.

Het plangebied Veerallee valt binnen de geluidszone van de volgende wegen: rijksweg A28, Kamperweg, Rieteweg, Nieuwe Veerallee en IJsselallee.
Langs de zoneplichtige wegen in het plangebied zijn geen nieuwe geluidsgevoelige functies opgenomen, zodat een nader akoestisch onderzoek achterwege kan blijven.

Geluidreducerende voorzieningen
Rondom het plangebied zijn geluidreducerende voorzieningen aanwezig die van invloed zijn op het woon- en leefklimaat.

In het kader van de reconstructie van de rijksweg A28 (benutting extra rijstrook in de spits) zijn geluidsreducerende en geluidwerende maatregelen getroffen (zeer open asfaltbeton (zoab), verhoging geluidscherm, en maximum snelheid van 80 kilometer per uur gedurende de spits).

In het kader van de ontwikkeling van Prinsenpoort is de geluidswal langs de toerit van de A28 doorgetrokken tot onder aan de afrit als geluidreducerende maatregel. Langs de IJssellallee is een geluidsscherm aanwezig.

Spoorweglawaai

Het plangebied ligt binnen de geluidzones van 2 spoorwegen. De spoorlijn Zwolle-Kampen (trajectnummer: 112) heeft een geluidzone van 200 meter aan weerszijden van het spoor. De spoorlijn Zwolle-Amersfoort (trajectnummer 252) heeft een geluidzone van 300 meter aan weerszijden van het spoor.
Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen van geluidsgevoelige functies voorzien. Nader akoestisch onderzoek is dan ook niet nodig.

Industrielawaai

In de omgeving van het plangebied zijn het gezoneerde industrieterrein Voorst en het gezoneerde industrieterrein Stork Wärtsilä Diesel / Nederlandse Spoorwegen N.V. gelegen. Dit zijn industrieterreinen, waar inrichtingen toegelaten zijn die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. (zie onderstaande kaart).

Een deel van de geluidszone van het industrieterrein Voorst bevindt zich in het noordelijke gedeelte van het plangebied in de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Erftoegangsweg'. Deze zone is op de plankaart weergegeven. De zonegrens vormt de toegelaten 50 dB(A) contour van het industrielawaai.
Er worden geen wijzigingen in de bestaande zonegrens aangebracht. Binnen deze zone bevinden zich geen bestaande geluidsgevoelige functies en zijn ook geen nieuwe geluidsgevoelige functies voorzien. Nader akoestisch onderzoek is dan ook niet nodig.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0016.jpg"kaart 5: Geluid

3.9.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Er is geïnventariseerd welke bedrijvigheid voorkomt binnen en in de nabijheid van de Veerallee. Voor zover er geen milieuvergunning van deze bedrijvigheid aanwezig is, vindt een inschatting van de milieu-invloeden plaats aan de hand van de lijst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) getiteld "Bedrijven en milieuzonering". De VNG-lijst geeft per bedrijfstype indicaties voor afstanden aan tussen bedrijven en woningen om de hinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Daarbij gaat het vooral om de milieu-invloeden die ruimtelijke consequenties hebben zoals geluid, geur- en luchtverontreiniging en externe veiligheid.

De verspreid door de wijk aanwezige kleinschalige bedrijvigheid, vooral praktijken, dienstverlenende instellingen, kantoren en detailhandel hebben weinig milieu-invloeden en behoren tot de lagere milieu categorieën.

Bedrijven op woonlocaties

In het plangebied is een aantal functies (kantoren, detailhandel, dienstverlening, aan huis verbonden beroep of bedrijf) in woningen, of een gedeelte daarvan, gevestigd. Het beleid is er op gericht om (voormalige) woonhuizen de bestemming eengezinshuizen of meergezinshuizen te geven. De woonfunctie is uiteindelijk de belangrijkste functie in de wijk. Dit betekent echter niet dat een afwijkende bestemming niet is toegestaan. Er is een inventarisatie gemaakt van de afwijkende bestemmingen in woonhuizen, groter dan de bij recht toegestane praktijk aan huis (30% van het vloeroppervlak van de woning tot een maximum van 50 m²). Op de plankaart staan de woningen aangegeven waar een afwijkende bestemming is toegestaan. In de regels is een Lijst van afwijkend gebruik opgenomen waarin staat aangegeven welke afwijkend gebruik is toegestaan en in welke omvang (bijvoorbeeld het gehele pand of alleen de begane grond).

Bedrijvenlocatie aan de Veerallee  

Voor de bedrijvenlocatie aan de Veerallee nabij het spoor van Zwolle naar Kampen is de bestemming Bedrijf opgenomen. De bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging bij regels geeft aan welke bedrijvigheid in de bestemming Bedrijf is toegestaan. Zie voor meer informatie in hoofdstuk 1van de Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging.

In het geldende bestemmingsplan zijn op de locatie bedrijfsactiviteiten van de lichte categorieën (1 en 2) toegestaan. Deze toegestane bedrijfsactiviteiten zijn in dit bestemmingsplan Veerallee wederom overgenomen als toelaatbaar. Deze lichte categorieën bedrijfsactiviteiten zijn in de actuele systematiek opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging en zijn daarin aangeduid als toegestaan.

Voor de toelaatbare bedrijfsactiviteiten is verder aansluiting gezocht bij de tegenovergelegen bedrijvigheid aan de Willemsvaart. Hierom is ook het merendeel van de bedrijfsactiviteiten van categorieën A en B opgenomen als toelaatbaar (mits programmatisch wenselijk).

De aanwezige kringloopwinkel en het tankstation (met aanverwante zaken) zijn rechtstreeks in de bestemmingsomschrijving opgenomen als toegestane bedrijfsactiviteiten.

3.9.3 Luchtkwaliteit

Met de jaarlijkse monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten (die zijn opgenomen in het NSL) bijgehouden. Om de monitoring van het NSL uit te kunnen voeren, heeft destijds het ministerie van VROM, op basis van de Saneringstool/Rapportagetool, de Monitoringstool ontwikkeld.

Hieruit blijkt dat er binnen de gemeente Zwolle geen overschrijdingen van de normen voor luchtkwaliteit zijn gevonden. Ook het plangebied voldoet daarmee aan de normen voor luchtkwaliteit.

In het kader van de ontwikkeling van woonbuurt Prinsenpoort is onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit ter plaatse en het effect van de woonbuurt op de luchtkwaliteit. Uit de resultaten blijkt dat er op geen enkele locatie in de directe nabijheid van de hoofdwegen (in dit geval rijksweg A28, verkeersplein Spoolde en IJsselallee) sprake is van een overschrijding of een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Daarnaast is gebleken dat vanwege de ontwikkeling van woonbuurt Prinsenpoort geen overschrijding van de grenswaarden kan optreden.

In dit bestemmingsplan zijn geen nieuwe planologische mogelijkheden opgenomen, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit in het plangebied.

3.9.4 Bodemkwaliteit

De Veerallee is een oude woonwijk met enige kleinschalige bedrijvigheid. Industrie komt er niet voor en is er ook vroeger niet geweest. Op grond van historische informatie worden er dan ook geen grote bodemverontreinigingen verwacht. Als gevolg van jaren wonen met her en der wat kleinschalige bedrijvigheid zullen er voor een aantal stoffen voor deze wijk verhoogde achtergrondwaarden worden vastgesteld.

3.9.5 Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's. Het gaat hierbij om de risico's van het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen in bedrijven alsmede het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen.

Risicocontouren

In het kader van het Registratiebesluit Externe Veiligheid is de gemeente verplicht de risico's van gevaarlijke stoffen te registreren. Daartoe is een zogenaamde signaleringskaart gemaakt, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Deze gemeentelijke signaleringskaart is gebaseerd op de risicovolle inrichtingen die in het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) zijn geregistreerd.

Het plangebied moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het besluit externe veiligheid transportroutes, het basisnet en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het bestemmingsplan Veerallee heeft een conserverend karakter en bevat geen ontwikkelingen die effect hebben op externe veiligheid. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied geen ontwikkelingen geweest die zullen leiden tot een toename van het risico. Wel zal hierna worden ingegaan op de huidige situatie. Er bevinden zich een tweetal bedrijven met externe veiligheidsrisico die betrekking hebben op het plangebied van Veerallee.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0017.jpg"

1. Gasontvangststation (N108), Kamperweg 25

Deze inrichting ligt in het plangebied. De afstand tussen het ontvangststation en de IJsselhallen (het eerste kwetsbare binnen het plangebied) is ca. 170 meter.

Voor wat betreft de aan te houden veiligheidsafstanden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bestaande gasontvangstations is het Activiteitenbesluit van de Wet Milieubeheer en de NEN 1059 'Eisen voor gasdrukregel- en meetstations met een inlaatdruk lager dan 100 bar' van toepassing. Volgens artikel 3.12 van het Activiteitenbesluit, dient de minimale bebouwingsafstand voor 'kwetsbare objecten' 25 meter en voor 'beperkt kwetsbare objecten' 4 meter te bedragen bij stations vanaf 40.000 m³/uur.

Het plaatsgebonden risico is 0 meter. Het gasontvangststation levert geen beperkingen op.

2. Tankstation Rieteweg 6

Buiten het plangebied is aan de Rieteweg 6 een tankstation gelegen. Dit is een Bevi inrichting met een plaatsgebonden risicocontour is 35 meter. De doorzetbegrenzing is vastgelegd in de milieuvergunning. Binnen de plaatsgebonden risicocontour zijn geen kwetsbare objecten gelegen en het bestemmingsplan biedt geen ruimte om dit mogelijk te maken. De risicocontour is opgenomen in de hierna volgende uitsnede van de risicokaart Overijssel.

Het invloedsgebied van het LPG tankstation is het gebied rondom het vulpunt van de LPG opslag met een straal van 150 meter. Hier zijn op sommige momenten grote groepen mensen aanwezig. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat binnen dit gebied een moskee en sportcomplex en een evenementencomplex aanwezig zijn.

Als gevolg hiervan is gebleken dat de berekende waarde voor het groepsrisico op deze momenten de oriëntatiewaarde overschrijdt. Het groepsrisico kan aanzienlijk worden verlaagd indien voorkomen wordt dat de LPG installatie wordt bevoorraad op momenten dat er veel mensen in de directe omgeving aanwezig zijn. De gemeente heeft in overleg met de exploitant van de IJsselhallen in voorschriften vastgelegd dat LPG bevoorrading alleen tussen 24.00 en 7.00 uur mag plaatsvinden. Het groepsrisico komt hierdoor ruim onder de oriënterende waarde te liggen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP17022-0004_0018.jpg"

afbeelding: uitsnede digitale risicokaart Overijssel

Transport gevaarlijke stoffen over de weg

Door het plangebied lopen geen routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Wel ligt het bestemmingsplan binnen de invloedsgebieden van dergelijke routes.

Aan de westzijde ligt de A28. Deze weg maakt onderdeel uit van het landelijke basisnet. Het basisnet Gevaarlijke stoffen vervoeren is risicovol. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes moeten aan speciale eisen voldoen. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.

De A28 is een onderdeel van het basisnet. Ter hoogte van het plangebied bedraagt het PR plafond (PR 10-6) 13 meter gerekend vanaf de as van de A28. De PAG zone (plasbrand aandachtsgebied) bedraagt 30 meter gerekend vanaf de rand van de weg. Een GR plafond ontbreekt voor dit deel van de A28.

Er bevinden zich geen kwetsbare bestemmingen binnen het PR plafond of de PAG zone. Aan de normstelling van het plaatsgebonden risico van de A28 wordt dus voldaan.

Toets aan het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid

Het bestemmingsplan Veerallee voorziet geen ontwikkelingen.
Ten aanzien van de verantwoordingsopgave bij ontwikkelingen geldt dat deze toeneemt naarmate de afstand tot de A28 kleiner wordt en het aantal relevante (stoffen)scenario's groter wordt. Delen van het plangebied liggen in zone 2 (30-250 meter, maatgevend BLEVE), 3 (250-300 meter, maatgevend brandbaar gas) en 4 (300-1500 meter, maatgevend toxisch gas).

Als het gaat om effectieve maatregelen wordt in het gemeentelijk beleidskader voor deze zones aan het volgende gedacht:

  • Maatregelen om vluchttijd en -mogelijkheden te vergroten (zone 2 en 3)
  • Mechanisch afsluitbare ventilatie of andere maatregelen om schuilmogelijkheden in geval van een toxisch gas te vergroten (zone 2 en 4)
  • Aandacht voor risicocommunicatie: wat te doen in geval van een calamiteit (zone 2, 3 en 4).

Transport gevaarlijke stoffen over het spoor

Door het plangebied zijn geen routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen aangewezen. Wel ligt het bestemmingsplan binnen de invloedsgebieden van dergelijke routes.

Zo worden ook over het spoor Zwolle-Amersfoort gevaarlijke stoffen vervoerd. Ook over de toekomstige spoorlijn (Hanzelijn) richting Lelystad worden (of gaan) gevaarlijke stoffen vervoerd. De genoemde spoorwegen maken ook onderdeel uit van het Basisnet. Over de spoorlijn Zwolle-Kampen vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.

Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor kent een PR plafond. Deze ligt echter op het spoor. Dit risico blijft binnen de gestelde norm en vormt geen beperking. Ook de PAG-zone, die 30 meter bedraagt ter hoogte van Veerallee, ligt niet over het plangebied.

In het plangebied van bestemmingsplan Veerallee zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien, het is een conserverend bestemmingsplan. Het groepsrisico blijft onveranderd en blijft onder de oriëntatiewaarde.

Buisleidingen

In de omgeving van het plangebied liggen twee planologisch relevante gasleidingen. Op deze leidingen zijn de gegevens uit de onderstaande tabel van toepassing.

Soort leiding   Diameter   Druk (bar)   Afstand PR 10-6 contour (meters)   Invloedsgebied (inventarisatie- afstand in meters)   Belemmeringenstrook
(in meters)  
A.
Gastransportleiding
N-570-19-KR-001  
8 inch   40   0   95   4  
B.
Gastransportleiding
N-570-20-KR-011  
12 inch   40   0   140   4  

Buisleiding A

Vanaf het gasontvangstation aan de Kamperweg 25 loopt een aardgastransportleiding (N-570-19-KR-001) in noordwestelijke richting. Het tracé ligt parallel aan de Kamperweg.

De PR 10-6 contour van deze leiding ligt binnen de belemmeringenstrook van de leiding (4 meter), maar ligt binnen het plangebied.

Een deel van het invloedsgebied (95 meter) voor het groepsrisico (GR) ligt in het plangebied. Daardoor dient het GR te worden verantwoord. Aangezien het bestemmingsplan een conserverend karakter heeft en het GR onder de oriënterende waarde ligt, volstaat een beperkte verantwoording van het GR. Hieronder volgt een verantwoording van het groepsrisico van buisleiding A.

Personendichtheid

Binnen het invloedsgebied dat ligt in het plangebied zijn geen woningen gelegen. Een beperkt deel van het tankstation aan de Rieteweg 6 valt er wel binnen. Hier werken een beperkt aantal personen.

Daarnaast loopt er een spoorlijn en een tweetal wegen (Rieteweg en Kamperweg) door het invloedsgebied (grotendeels buiten het plangebied gelegen). Het gebruik van deze (spoor)wegen levert een bijdrage aan het aantal personen binnen het invloedsgebied. Het is niet bekend om hoeveel personen het gaat. De verblijftijd van deze groep is in ieder geval zeer kort.

Zelfredzaamheid

Ten aanzien van de zelfredzaamheid komen er in het relevante invloedsgebied geen groepen voor die verminderd zelfredzaam zijn. Er zijn voldoende vluchtroutes van de risicobron af. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn daarmee goed te noemen.

Bestrijdbaarheid

Ten aanzien van de bestrijdbaarheid geldt dat het relevante deel van het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Ook zijn er voldoende opstelplaatsen voor hulpdiensten aanwezig binnen het invloedsgebied van het GR.

Concluderend wordt bij buisleiding A aan de grenswaarde van het PR voldaan. Het plangebied ligt deels binnen het invloedsgebied van het GR. Vaststelling van het bestemmingsplan leidt echter niet tot een verhoging van het GR. Het GR is verantwoord. De aanwezige leiding is opgenomen in het bestemmingsplan Veerallee door middel van een dubbelbestemming.

Buisleiding B

Ten noordwesten van de A28 en buiten het plangebied ligt het tracé van een gastransportleiding (N-570-20-KR-011). De leiding ligt grotendeels parallel aan de A28 op een afstand van circa 150 meter tot het plangebied. Aan de zuidzijde van het plangebied komt de gastransportleiding het plangebied binnen om vervolgens via Spoolde-zuid verder te gaan. De PR 10-6 contour ligt binnen de belemmeringenstrook van de leiding en ligt binnen het plangebied.

3.9.6 Kabels, leidingen en straalpaden

Door het plangebied lopen hoofdtransportleidingen voor drinkwater langs de Kamperweg, door de Oranje Nassaulaan, langs de Prins Bernhardstraat, door de Veerallee en de IJsselallee.

Ook loopt er net ten noorden van het plangebied een gastransportleiding vanaf Nijkerk langs de rijksweg A28. Vanaf deze leiding loopt een aftakking het plangebied in langs de Kamperweg naar het gasverdeelstation aan deze weg. Het externe veiligheidsrisico van deze transportleiding wordt in de paragraaf 3.9.5 Externe veiligheid beschreven.

Tevens loopt er een ondergrondse hoogspanningsleiding langs de Kamperweg (110 kV Frankhuis-Weteringkadekabel 1). Een tweede ondergrondse hoogspanningsleiding loopt door de Oranje Nassaulaan en langs de Prins Bernhardstraat (110 kV Frankhuis-Weteringkadekabel 2) .

Deze leidingen zijn op de plankaart aangegeven door middel van een dubbelbestemming.

Boven het plangebied bevinden zich geen straalpaden.

Op de volgende kaart zijn de bovengenoemde leidingen aangegeven. In paragraaf 4.1 van deze toelichting wordt ingegaan op het begrip dubbelbestemming.

kaart 6: Beperkingen

3.10 Duurzaamheid

Op 8 januari 2007 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Duurzaam Bouwen vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden. De beleidsvisie biedt 2 mogelijkheden voor het realiseren van het minimale niveau. Bouwpartijen kunnen een keuze kunnen maken voor één van beide. De methodes verschillen in flexibiliteit. Eén methode, toepassing van GPR Gebouw geeft maximale flexibiliteit voor de bouwpartijen. Hierbij wordt het minimale niveau meegegeven, waarbij bouwpartijen door selectie uit een keur van maatregelen aan dit niveau kunnen komen. Het andere betreft een lijst van acht maatregelen, waaruit minimaal vijf maatregelen gekozen moeten worden. Dit geeft minder flexibiliteit aan bouwpartijen, maar wel duidelijkheid. Ook het minimale niveau is bovenwettelijk en ligt dus boven het niveau van het Bouwbesluit. Daarom zal gewerkt moeten worden met andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld een convenant met de projectontwikkelaars.

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten

4.1 Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Veerallee zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Veerallee.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken:

Gevolgd door de volgende bijlagen:

Hoofdstuk 1 Inleidende regels:

De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels:

Artikel 1 Begrippen;

Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels:

Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen:

Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen.

Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht.

Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden.

De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt:

  • 1. Bestemmingsomschrijving;
  • 2. Bouwregels;
  • 3. Nadere eisen;
  • 4. Afwijken van de bouwregels;
  • 5. Specifieke gebruiksregels;
  • 6. Afwijken van de gebruiksregels;
  • 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
  • 8. Wijzigingsbevoegdheid.

Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven.

  • 1. Bestemmingsomschrijving:

In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten.

  • 2. Bouwregels:

In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld.

Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'.

De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden.

De hoogte van de gebouwen wordt op de verbeelding aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak.

  • 3. Nadere eisen:

Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.

De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 27 Algemene procedureregels.

  • 4. Afwijken van de bouwregels:

Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen.

De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

  • 5. Specifieke gebruiksregels:

In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.

  • 6. Afwijken van de gebruiksregels:

Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro

De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo.

  • 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.

Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen).

  • 8. Wijzigingsbevoegdheid:

Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen.

Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen:

Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied.

Het betreft in dit plan:

Artikel 16 Leiding - Gas;

Artikel 17 Leiding - Hoogspanning;

Artikel 18 Leiding - Riool;

Artikel 19 Leiding - Water;

Artikel 20 Waarde - Archeologie;

Artikel 21 Waarde - Cultuurhistorie;

Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd.

De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels:

In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen:

Artikel 22 Anti-dubbeltelregel;

Artikel 23 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie;

Artikel 24 Algemene aanduidingsregels milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied;

Artikel 25 Algemene afwijkingsregels;

Artikel 26 Algemene wijzigingsregels;

Artikel 27 Algemene procedureregels;

Artikel 28 Overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels:

In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS:

Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd:

4.2 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd.

Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft.

Artikel 2 Wijze van meten

Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3 Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven:

Artikel 3 Bedrijf

Deze bestemming betreft de bedrijvenlocatie aan de Veerallee nabij het spoor van Zwolle naar Kampen.

De hier toegestane bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in de bestemmingsomschrijving, en opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging die als Bijlage 2 bij de regels is gevoegd. Zie ook paragraaf 3.9.2.

Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening

Uitgangspunten:

  • Nutsgebouwtjes met een oppervlakte van minder dan 15 m² en een hoogte van minder dan 3 meter zijn vergunningvrije bouwwerken. In de regels werd er daarom tot nu toe al geen rekening mee gehouden.
  • In het kader van de deregulering worden openbare nutsvoorzieningen tot een oppervlakte van 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter in de groen en verkeersbestemmingen toegestaan.
  • Nutsgebouwen met een oppervlakte van meer dan 50 m² worden specifiek op de plankaart aangegeven. Deze bestemming wordt ook op de plankaart aangegeven op plaatsen waar bestaande kleinere nutsgebouwtjes tot meer dan 50 m² moeten kunnen worden uitgebreid.

Artikel 5 Groen

Uitgangspunten:

  • Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming 'Verkeer - Erftoegangsweg' gevoegd. In de bestemming Groen zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van kan worden afgeweken.
  • Bermen en groenstroken langs wegen, die geen structuur- of buurtgroen zijn, zijn opgenomen in de verkeersbestemmingen. Binnen deze laatste bestemmingen is een uitwisseling van groen, verkeer en parkeren overal toegestaan.
  • Binnen de bestemming Groen zijn overal trapveldjes en speelvoorzieningen mogelijk.
  • Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.

Artikel 7 Maatschappelijk

Deze bestemming betreft de locatie van onder andere de school (het CCC) aan de Koningin Wihelminastraat 66. Daarnaast hebben ook de kinderopvang, onderwijsinstelling en moskee aan de Koningin Wilhelminastraat 91-95 de bestemming Maatschappelijk.

De begrippen maatschappelijke voorzieningen: en bijzondere woonvorm: die in deze bestemming genoemd worden staan omschreven in de lijst van begrippen.

Artikel 8 Sport

Op de gronden met deze bestemming mogen sportterreinen worden aangelegd en gebouwen ten behoeve van sportvoorzieningen worden gebouwd, waaronder ook een kantine is begrepen. Voor het bouwen van tribunes en gebouwen van meer dan 15 m² geldt dat deze uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd.

De bestaande rechten voor één opblaashal (van 1 oktober tot 1 april) ten zuidoosten van de kantine van tennisvereniging Zwolse Lawn Tennis Bond aan de Koningin Wilhelminastraat 32 zijn in bestemmingsplan Veerallee overgenomen.

Artikel 9 Tuin

Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en carports bij recht worden gebouwd.

Artikel 11 Verkeer - Erftoegangsweg

Deze bestemming is opgenomen voor het verkeers- en verblijfsgebied met een erftoegangsfunctie. Het heeft een inrichting gericht op gemengd verkeer in een 30 kilometer gebied. Behalve de rijbanen zelf worden ook de bijbehorende bermen, voetpaden, fietspaden en parkeerplaatsen in de bestemming opgenomen. Ook groenvoorzieningen en speelvoorzieningen zijn als onderdeel van de verblijfsfunctie mogelijk in deze bestemming. Binnen deze bestemming mogen ook gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.

Artikel 13 Water

Deze bestemming omvat al het water dat van belang is voor de waterhuishouding van het gebied. Water dat voor de waterhuishouding niet van belang is, is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van andere bestemmingen.

Artikel 14 Wonen

Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten.

Uitgangspunten:

  • Alle bestaande eengezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd.
  • De bestaande bebouwing wordt conform het huidige legale gebruik en volume bestemd. Indien het geldende plan ruimere mogelijkheden geeft dan er gerealiseerd zijn, wordt volgens die ruimere mogelijkheden bestemd, indien realisatie nog aanvaardbaar is qua licht- en luchttoetreding.
  • Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd. Van het begrip 'overige bouwwerk' is een omschrijving opgenomen in artikel 1.72.
  • Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten.
  • Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven.
  • In het kader van de deregulering mag het erf binnen deze bestemming aan de zijkant en de achterkant van het bouwvlak zonder afwijking worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 50% en 100 m².
  • Ter wille van de openheid in het stedenbouwkundig beeld blijft het uitgangspunt waar mogelijk van toepassing om bijbehorende bouwwerken in de zijtuin achter de voorgevel van het hoofdgebouw te plaatsen.
  • Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend.
  • In de voortuinen komt de bestemming 'Tuin', waar in principe geen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en carports zijn toegestaan.
  • Indien in de voortuinen gebouwen aanwezig zijn, wordt ter wille van de eenvoud van regeling en beheer een gebied met de bestemming 'Wonen' aangegeven dat voor 100% mag worden bebouwd.
  • Carports in de voortuinen worden niet wegbestemd, maar binnen de bestemming 'Wonen' met de 'specifieke bouwaanduiding-carport' aangegeven. Carports in de voortuinen worden alleen daar aangegeven waar de bouw van andere bijbehorende bouwwerken niet kan worden toegestaan.
  • Zelfstandige complexen van garageboxen worden binnen de bestemming 'Wonen' met een aparte aanduiding aangegeven.
  • Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen.
  • De huidige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, die groter zijn dan de standaardregeling worden als afwijkend gebruik toegestaan.

Beroep aan huis:

Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'.

Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden.

Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken.

In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is.

Bouwwerken, zonder dak:

Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte. Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening.

Afwijkend gebruik:

De hoofdgebouwen met een afwijkend gebruik dat niet valt onder beroep aan huis of met een beroep aan huis groter dan 30% / 50m² zijn met een aanduiding op de plankaart aangegeven. In de Lijst van afwijkend gebruik behorend bij de regels staat aangegeven welk afwijkend gebruik is toegelaten en voor welk deel van het hoofdgebouw dit afwijkende gebruik is toegestaan.

Onzelfstandige woonruimte / kamerverhuur:

In de bestemmingen Wonen en Wonen - Meergezinshuis is geen (nieuwe) onzelfstandige woonruimte toegestaan. Zie hiervoor ook paragraaf 3.7. Het is echter ongewenst om de bestaande onzelfstandige woonruimte onder het overgangsrecht te brengen. De regeling is er immers niet op gericht om deze onzelfstandige woonruimte binnen de planperiode van 10 jaar laten te verdwijnen. Dit betekent dat er een regeling voor opgenomen dient te worden.

Er is voor gekozen omde bestaande onzelfstandige woonruimte in Veerallee aan te duiden als afwijkend gebruik. Vervolgens zijn in Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik de adressen opgenomen met daarbij aangegeven hoeveel bewoners maximaal zijn toegestaan. Het aantal bewoners gezien als ruimtelijk relevant voor en van invloed op het woon- en leefklimaat van de omgeving.

Mocht het gebruik voor onzelfstandige woonruimte op een adres uit de lijst vrijwillig worden beëindigd, dan kan door middel van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid de regels met bijlage zo gewijzigd worden dat het gebruik voor onzelfstandige woonruimte op het adres niet meer wordt toegestaan.

Artikel 15 Wonen - Meergezinshuis

Deze bestemming is bedoeld voor meergezinshuizen. Dit zijn flats en andere gebouwen met meerdere naast en/of boven elkaar gelegen woningen, welke in tegenstelling tot het eengezinshuis qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kunnen worden. De definitie van eengezinshuis en meergezinshuis is opgenomen in de begrippen. Voor deze bestemming gelden de zelfde uitgangspunten en regels als voor de bestemming 'Wonen'.

Bijgebouwenregeling:

De regels voor bijbehorende bouwwerken wijken af van de regeling voor de eengezinshuizen. Per afzonderlijke gestapelde woning mag buiten het bouwvlak 25 m² worden gebouwd. Daarnaast mag er een onbeperkte oppervlakte worden gebouwd ten behoeve van algemene voorzieningen voor het meergezinshuis. Dit voorzover het bestemmingsvlak dit toelaat. Waar geen bijbehorende bouwwerken gewenst zijn, komt de bestemming 'Tuin'.

Afwijkend gebruik:

De hoofdgebouwen met een afwijkend gebruik dat niet valt onder beroep aan huis of met een beroep aan huis groter dan 30% / 50m² zijn met een aanduiding op de plankaart aangegeven. In de Lijst van afwijkend  behorend bij de regels staat aangegeven welk afwijkend gebruik is toegelaten en voor welk deel van het hoofdgebouw dit afwijkende gebruik is toegestaan.

Artikel 19 Leiding - Water

Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd. Deze dubbelbestemming omvat het in het plangebied gelegen ondergrondse net van hoofdtransportleidingen voor de drinkwatervoorziening. Deze leidingen transporteren drinkwater van de productielocatie naar centrale punten in de verderop gelegen voorzieningsgebieden (zie kaart in paragraaf 3.9).
In een brief van 27 februari 2004 heeft waterleidingbedrijf Vitens de gemeente verzocht de voor het bedrijf cruciale hoofdtransportleidingen in de bestemmingsplannen op te nemen. Het bedrijf beriep zich daarbij op de 'Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen' van de provincie Overijssel. Voor de invoer van de juiste gegevens heeft Vitens de gemeente later een digitaal bestand met de bedoelde hoofdtransportleidingen toegezonden. De leidingen zijn conform dit bestand opgenomen.
Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, nadat advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.
Ter bescherming van de leidingen is voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel van toepassing.

Artikel 20 Waarde - Archeologie

Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn:

  • De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied (zie kaart in 3.2).
  • Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg.

Bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan 100 m² zijn specifieke bouwregels en een omgevingsgunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing.

Artikel 21 Waarde - Cultuurhistorie

Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn:

  • De percelen met objecten die volgens de Cultuurhistorische quickscan Veerallee als hoog of zeer hoog worden gewaardeerd zijn mede bestemd als cultuurhistorisch waardevol (zie kaart in 3.2).
  • Bij het toepassen van deze regeling wordt beoordeeld of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.4 Algemene regels

Artikel 22 Anti-dubbeltelregel

De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de 'Regeling Parkeernormen 2016'.

Artikel 23 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie

Deze gebiedsaanduiding betreft de vastlegging van de bestaande geluidszone rond het industrieterrein Voorst. Deze zone ligt op de groenstrook langs de A28 en een gedeelte van het Prins Clauspark. Er worden geen wijzigingen in de zonegrens aangebracht (zie kaart in paragraaf 3.9.1 Geluid).

Artikel 24 Algemene aanduidingsregels milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

Deze milieuzone heeft betrekking op een deel van het grondwaterbeschermingsgebied van het waterwinningsgebied Engelse Werk dat binnen het plangebied is gelegen. Ter bescherming van de drinkwatervoorziening zijn een aanlegvergunningenstelsel en specifieke gebruiksregels opgenomen.

Artikel 25 Algemene afwijkingsregels

In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn.

Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Artikel 26 Algemene wijzigingsregels

Deze regel maakt het mogelijk de bestemmingen 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Erftoegangsweg', 'Wonen' alsmede 'Wonen - Meergezinshuis' onder in deze regel omschreven voorwaarden zodanig te wijzigen dat de situering en de vorm van de in het plan aangegeven bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden aangegeven.

Artikel 27 Algemene procedureregels

Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.

Artikel 28 Overige regels

In dit artikel wordt geregeld dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de “Regeling Parkeernormen 2016 ". Zie paragraaf 2.4 Verkeersbeleid. Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.

4.5 Overgangs- en slotregels

Artikel 29 Overgangsrecht

Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven.

Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen.

Artikel 30 Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6 Bijlagen

Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik:

Deze bijlage omvat per adres het afwijkend gebruik dat binnen de bestemmingen 'Wonen' en 'Wonen - Meergezinshuis' is toegestaan.

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging:

De staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging is een algemene staat die toegepast wordt bij bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle. De staat is gebaseerd op het VNG-rapport 'Bedrijven en milieuzonering' van maart 2009. De staat behoort bij de bestemming 'Bedrijf'.
De staat maakt als Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven. Een zodanig bedrijf kan in een concreet geval qua aard en invloed op de omgeving toch wel aanvaardbaar zijn. Daarom is voorzien in een afwijking voor gelijkwaardige bedrijven. De formulering is afgestemd op de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt.
In Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging is voorafgaand aan de staat een algemene verklaring van de opzet van de staat en de betekenis van de gebruikte afkortingen opgenomen.

4.7 Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan is conserverend van karakter. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is het niet nodig om bij het bestemmingsplan een exploitatieplan te voegen.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1 Uitkomsten overleg

Op 18 januari 2018 is het voorontwerpbestemmingsplan Veerallee in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar 11 instanties verzonden met het verzoek om uiterlijk 16 februari 2018 schriftelijk te reageren.

Het plan is toegezonden naar de volgende instanties:

  • 1. Provincie Overijssel;
  • 2. Waterschap Drents Overijsselse Delta;
  • 3. Veiligheidsregio IJsselland;
  • 4. Rijkswaterstaat Oost Nederland;
  • 5. N.V. Nederlandse Gasunie;
  • 6. TenneT TSO B.V.;
  • 7. Vitens Overijssel N.V.;
  • 8. ProRail;
  • 9. Stichting deltaWonen;
  • 10. Wijkvereniging Veeralleekwartier;
  • 11. Tennisvereniging ZLTB.

Onderstaand de vooroverlegreacties die ontvangen zijn.

1. Provincie Overijssel

Opmerking:
Aangegeven wordt dat het plan bijdraagt bij aan het provinciale ruimtelijk beleid.
Indien het plan ongewijzigd in procedure wordt gebracht, zijn er vanuit het provinciaal belang geen beletselen voor het verdere vervolg van deze procedure.
Hiermee is, voor zover het de provinciale diensten betreft, voldaan aan het ambtelijke vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.

Reactie:
Van de vooroverlegreactie is kennisgenomen.

2. Waterschap Drents Overijsselse Delta

Opmerking:
Het waterschap geeft een positief advies op dit plan.

Reactie:
Van de vooroverlegreactie is kennisgenomen.

3. Veiligheidsregio IJsselland

Opmerking:
De Veiligheidsregio adviseert om bij vergunningen voor verbouw en nieuwbouw binnen het plangebied zoveel mogelijk afsluitbare mechanische ventilatie te laten toepassen. Dit maakt het binnen schuilen van de aanwezigen bij een incident in de omgeving met een toxische stof veiliger.

Reactie:
Dit advies gaat verder dan in het kader van het bestemmingsplan kan worden geregeld. Het advies is om die reden niet van invloed op de inhoud van bestemmingsplan Veerallee. Bij overleg op bouwplanniveau kan dit advies ingebracht worden.

4. Rijkswaterstaat Oost Nederland

Aangegeven wordt dat het bestemmingsplan Rijkswaterstaat geen aanleiding geeft tot opmerkingen.

5. TenneT TSO B.V.

Opmerking:
Aangegeven wordt dat de belangen van TenneT voldoende geborgd zijn in het bestemmingsplan.

Reactie:
Van de vooroverlegreactie is kennisgenomen.

6. ProRail

Aangegeven wordt dat ProRail in dit stadium van de procedure geen opmerkingen heeft.