direct naar inhoud van 2.10 Cultuurhistorie/archeologie
Plan: Emmeloord, Noord en Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0171.BP00484-VS01

2.10 Cultuurhistorie/archeologie

Aspecten van de cultuurhistorie zijn archeologie, historische geografie en historische bouwkunde. Samengenomen leveren ze een meerwaarde op. Vooral bij ontwikkelingen dient te worden bezien in hoeverre aanwezige cultuurhistorische waarden kwetsbaar zijn voor geplande bodemingrepen. Niet ongebruikelijk is dat dan aangegeven wordt op welke manier de cultuurhistorische waarden behouden, hersteld of verder ontwikkeld kunnen worden.

Plangebied

Onderstaand worden enige in het plangebied voorkomende buurten "historisch" beschreven (bron onder andere emmeloord.info).

Onkruidbuurt

Dit betreft de oudste wijk van Emmeloord. De naamgeving van de straten is vernoemd naar het onkruid dat voorheen zo welig tierde en welk met man en macht diende te worden uitgeroeid (Zeeasterstraat, Rietstraat, Moerasandijviestraat, Duizendknoopstraat, Distelstraat, Zeebiesstraat, Meldestraat, Hoefbladstraat en Muurstraat).

Bomenbuurt

Aan de oudste zijde van de Espelerlaan heten de straten naar planten die men in de begintijd van de polder met man en macht trachtte uit te roeien; aan de andere zijde dragen de straten de namen van bomen en struiken die juist zijn aangeplant om de ontstane kaalslag weer wat op te fleuren.

Cultuur naast natuur; de Lijsterbeststraat, de Jasmijnstraat, de Meidoornstraat, de Abelenlaan, de Acacialaan, de Berkenlaan, de Lindelaan, de Peppellaan, de Wilgenlaan en de Goudenregenstraat zijn genoemd naar bomen en heesters die overwegend voor de beplanting van deze straten zijn gebruikt.

De naam Goudenregenstraat was oorspronkelijk bedoeld voor de Koningin Julianastraat, maar omdat deze straat een wijk afsluit, moest het een neutrale naam hebben. In het kroningsjaar 1948 kreeg deze straat de naam van het staatshoofd.

Plannenmakersbuurt

Deze wijk draagt de namen van personen die verbonden zijn geweest aan het ontwerp en drooglegging van de Zuiderzee (Kloppenburgstraat, Faddegonstraat, Van Diggelenstraat, Beijerinkstraat, Stieltjesstraat, Leenmanstraat, Professor Huetstraat, Wenmaekersstraat, Jonkheer Opperdoes Alewijnstraat, Kooystraat, Bumalaan, Professor ter Veenstraat, Professor Lorentzstraat, Leeghwaterstraat en Hendrik Stevinnlaan).

De Espelerlaan

Ooit heeft deze weg de Lischdoddelaan geheten, conform de rest van de straatnamen in deze onkruidbuurt. Echter, omdat later werd gesteld dat de wegen die een wijk begrenzen, een neutrale naam diende te krijgen, werd vanaf 1948 deze weg de Espelerlaan.

Monumenten

Het plangebied kent een aantal monumenten, met name aan de Acacialaan (de houten zogenaamde Oostenrijkse woningen) , Berkenlaan, Koningin Julianalaan en de Meidoornstraat. Monumenten genieten bescherming op basis van een gemeentelijke verordening dan wel de Monumentenwet. Om die reden worden in dit bestemmingsplan voor monumenten geen extra regelingen opgenomen.

In het advies tot plaatsing op de monumentenlijst is het navolgende verwoord:

  • voor wat betreft de Oostenrijkse woningen Acacialaan/Berkenlaan):

Het betreft hier een ensemble van twaalf houten woningen. Alle panden zijn in de periode 1948/1949 gebouwd. In de Noordoostpolder zijn destijds circa 100 van deze uit Oostenrijk geïmporteerde woningen gebouwd, voornamelijk in de kernen van Emmeloord, Marknesse en Ens. De woningen zijn destijds voor tijdelijke huisvesting gebouwd en zijn kenmerkend voor de beginperiode van het pioniersgebied. Het grootste deel van het onderhavige ensemble verkeert in vrijwel oorspronkelijke staat. Hoewel de architectuurhistorische waarde van de individuele woningen gering is en een klein deel relatief ingrijpende wijzigingen heeft ondergaan, is rijksbescherming van alle woningen gerechtvaardigd. De beschermwaardige kwaliteiten worden namelijk voor een belangrijk deel bepaald door het feit dat het hier een unieke concentratie van dit type huizen betreft. De ruimtelijke kwaliteit en het karakter van het ensemble zijn erbij gebaat dat alle objecten van het ensemble beschermd worden.

  • voor wat betreft de woningen Konigin Julianalaan:

Het betreft hier twee woonblokken van elk zes woningen. De objecten zijn in 1948 gebouwd ten behoeve van de middenstand. In architectuurhistorisch opzicht is het complex interessant doch niet specifiek voor de Noordoostpolder. Omdat de Raad er evenwel aan hecht dat naast de voor de polder karakteristieke agrarische en waterstaatkundige bouwwerken ook voorbeelden van vroege woningbouw beschermd worden, heeft de Raad deze objecten vergeleken met de eveneens ter bescherming voorgedragen woningen in de Meidoornstraat te Emmeloord. De monumentwaarde van het beeldbepalende complex in de Koningin Julianastraat wordt hoger ingeschaald dan die van het ensemble in de Meidoornstraat.

Archeologie

Archeologische waarden worden in toenemende mate in de planvorming betrokken. Een instrument hiervoor is de Archeologische monumentenkaart (AMK), hierop zijn de bekende en gewaardeerde vindplaatsen aangegeven. Er zijn in het plangebied geen archeologische monumenten bekend.

Complementair aan deze kaart zijn de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) en de Archeologische Basis- en Beleidsadvieskaart (ABB) voor het grondgebied van Noordoostpolder. Op de speciaal voor de gemeente Noordoostpolder in 2007 ontwikkelde beleidskaart is aangegeven welke gebieden een hoge, een gematigde, dan wel een lage verwachtingskans op archeologische vondsten hebben. Verder is op de kaart aangegeven waar zich scheepswrakken bevinden en welke gebieden een archeologisch monument betreffen.

De door de gemeenteraad vastgestelde ABB geeft aan in welke gebieden er onderzoek gedaan moet worden en in welke gebieden onderzoek achterwege kan blijven. Uit de kaart blijkt dat in het oosten van het (bestemmings)plangebied een strook grond gelegen is met een hoge archeologische verwachtingswaarde. In deze gebieden geldt op basis van geologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Dit gebied zal worden beschermd door een aanlegvergunningstelsel. Een aanlegvergunning kan enkel worden verleend als uit een nader onderzoek blijkt dat geen sprake is van archeologische waarden of dat geen archeologische waarden worden aangetast.

Voor een deel van het plangebied geldt op basis van geologische en bodemkundige opbouw, en aangetroffen archeologische vondsten en relicten, uitsluitend in het zuidoostelijk deel van het plangebied (omgeving Verhagenlaan) een middelhoge archeologische verwachting (zie Bijlage 2 Archeologie).

Deze zones en gebieden waren net als de gebieden met een hoge verwachting in principe geschikt voor bewoning, echter de conserveringsomstandigheden zijn hier minder gunstig. In deze gebieden is de dichtheid aan vindplaatsen beduidend lager dan in de gebieden met een hoge verwachting. Ook dit gebied wordt beschermd door een aanlegvergunningstelsel.

Voor het overgrote deel van het plangebied geldt een lage verwachtingswaarde .Voor dit gebied geldt geen aanlegvergunningstelsel en gelden geen voorwaarden voor omgevingsvergunningverlening.

Voorliggend bestemmingsplan betreft in hoofdzaak een consoliderend plan en in beginsel gericht op het regelen van de bestaande functies in het plangebied.

Ontwikkelingsmogelijkheid Bosbadhal en Meldestraat

Ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheid bij de Bosbadhal en de Meldestraat kan worden gemeld dat op basis van de beleidsadvieskaart voor het hele gebied een "lage archeologische verwachting" geldt. Nader archeologisch onderzoek is op basis van deze verwachtingswaarde niet noodzakelijk en het opnemen van een aanlegvergunningplicht in de bestemmingsplanregels kan daarom achterwege blijven.

Tijdens de uitvoering kunnen in het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, artikel 53, lid 1 is aangegeven dat de uitvoerder de plicht heeft om eventuele archeologische vondsten tijdens de werkzaamheden te melden bij burgemeester en wethouders.