direct naar inhoud van Artikel 14 Waterstaat - Beschermingszone watergang
Status: vastgesteld
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.IPAFC2009-0002

Artikel 14 Waterstaat - Beschermingszone watergang

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waterstaat - Beschermingszone watergang aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. de herinrichting alsmede het behoud en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden en voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang;
  • b. instandhouding en ontwikkeling van de bestaande en nog te ontwikkelen ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding "ecologische verbindingszone";
  • c. een kadefaciliteit ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - kadefaciliteit";
  • d. ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan aanwezige bebouwing.
14.2 Bouwregels

Op de voor Waterstaat - Beschermingszone watergang aangewezen gronden is het niet toegestaan nieuw te bouwen.

Op de voor Waterstaat - Beschermingszone watergang aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat:

  • a. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - kadefaciliteiten" een bouwhoogte van maximaal 40 meter geldt;
  • b. binnen de aanduiding "ecologische verbindingszone" geen bouwwerken zijn toegestaan.
14.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 14.2sub b ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge ter plaatse op de verbeelding aangewezen andere bestemmingen, indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de watergang en het functioneren van de ecologische verbindingszones.

14.4 Aanlegvergunning
14.4.1 Aanlegverbod

Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of het roeren en omwoelen van gronden voor zover dieper dan 0,30 meter onder peil;
  • b. het verlagen van de bodem en/of het afgraven van grond, dieper dan 0,30 meter onder peil;
  • c. het aanbrengen, vellen en/of rooien van beplantingen en/of bomen;
  • d. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en/of waterpartijen, dieper dan 0,30 meter onder peil;
  • e. het wijzigen van waterlopen en het uitvoeren van afgravings- en/of ontgrondingswerkzaamheden anders dan normaal spitwerk, dieper dan 0,30 m;
  • f. het ophogen van gronden.
14.4.2 Uitzonderingen aanlegverbod

Het bepaalde in lid 14.4.1 is niet van toepassing op:

  • a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
  • b. het rooien of vellen van bestaand houtgewas in het kader van normale verzorging en onderhoud;
  • c. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • d. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik.
14.4.3 Criteria aanlegvergunningverlening

Een aanlegvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 14.4.1 mag slechts worden verleend indien door deze werken of werkzaamheden geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de watergang; hiertoe wordt tevoren advies ingewonnen van de beheersinstantie van de watergang. De beslissing met betrekking tot de aanlegvergunning wordt aan de beheersinstantie meegedeeld.

14.4.4 Strafregel

Overtreding van het bepaalde in lid 14.4.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten.

14.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de gronden met de dubbelbestemming "Waterstaat - Beschermingszone watergang" te wijzigen in die zin dat hier tevens een dubbelbestemming "Leiding" wordt opgenomen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden in het gebied en van de aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • b. door middel van onderzoek dient te worden aangetoond dat er geen overwegende bezwaren bestaan vanwege de aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem;
  • c. door middel van een flora- en faunaonderzoek dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving;
  • d. door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat het waterbelang voldoende is meegewogen; hiertoe wordt tevoren advies ingewonnen bij de bevoegde waterbeheerder;
  • e. ter bescherming van de leiding wordt in het wijzigingsplan een beschermingszone en een aanlegvergunningstelsel opgenomen.