direct naar inhoud van 3.2 Water
Plan: Duurzame Glastuinbouwgebieden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1926.62112-0002

3.2 Water

3.2.1 Huidige situatie

Algemeen
Om te voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect hebben op het watersysteem moet bij het opstellen van een bestemmingsplan een watertoets plaatsvinden. De watertoets is een proces waarbij vanaf het begin van de planvorming de verschillende wateraspecten worden beoordeeld op de gevolgen voor het watersysteem.

Het doel van de watertoets is een betere en evenwichtige afstemming tussen waterbeheer (kwantiteit en kwaliteit) en ruimtelijke plannen. Wanneer knelpunten worden gesignaleerd, moeten alternatieve en/of compenserende maatregelen worden genomen in zowel de planontwikkeling als bij de uitvoering. Bij elk ruimtelijk plan gaat het Hoogheemraadschap van Delfland na of bestaande waterknelpunten kunnen worden opgelost en of er kansen zijn voor het realiseren van een veerkrachtiger, robuuster en veiliger watersysteem.

In de waterparagraaf geeft de gemeente aan hoe invulling wordt gegeven aan het waterbeleid. Naast de effecten en maatregelen voor het watersysteem, worden ook het doorlopen van het proces en de gemaakte afspraken beschreven. Bovendien worden de resultaten van de watertoets vastgelegd in de waterparagraaf.

Plangebied en type ruimtelijke ontwikkeling
In dit bestemmingsplan zijn zes gebieden te onderscheiden, te weten Noukoop, Balijade, Pijnacker-West, Dwarskade, Rijskade en Overgauw. Het gaat in alle gevallen om gebieden die momenteel reeds overwegend als glastuinbouwgebied in gebruik zijn. Het voorliggende bestemmingsplan gaat hoofdzakelijk uit van een voortzetting van het gebruik voor glastuinbouw.

De huidige en toekomstige waterstaatkundige situatie
De ruimtelijke eenheden uit het bestemmingsplan wijken af van de waterhuishoudkundige eenheden. In deze waterparagraaf wordt daarom rekening gehouden met de volgende gebieden:

  • Noukoop
  • Balijade
  • Pijnacker-West, opgedeeld in a en b
      • a. Pijnacker-West (zuidelijk deel)
      • b. Pijnacker-West (noordelijk deel)
  • Dwarskade
  • Rijskade
  • Overgauw

Het onderscheid in deelgebied Pijnacker-West heeft te maken met de polderscheiding die dwars door dit deelgebied loopt. Het zuidelijk deel maakt onderdeel uit van de Zuidpolder van Delfgauw en het noordelijk deel is gelegen in de Noordpolder van Delfgauw. De Pijnackerse Vaart is als boezemwater weer een apart onderdeel.

Per deelgebied wordt omschreven in welke polder en in welk peilvak het gebied ligt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de wijze waarop het deelgebied afwatert. Tevens is voor ieder deelgebied bepaald of er sprake is van een waterbergingsopgave en (indien bekend) op welke wijze die waterbergingsopgave wordt ingevuld.

Met verwijzing naar het Raamplan Landelijk gebied (2009) is voor de diverse peilvakken (ofwel waterstaatkundige eenheden), waarbinnen de deelgebieden zijn gelegen, onderzocht of met het nieuwe bestemmingsplan wordt voldaan aan de vertaling van de waterbergingsnormen in het verhardingspercentage van 75%. Vastgesteld is dat in het theoretische geval dat de betreffende deelgebieden volledig (100%) worden verhard en uitgaande van het huidig grondgebruik in het overige deel van de peilvakken, per peilvak nog altijd ruimschoots wordt voldaan aan het genoemde maximale verhardingspercentage van 75% (ofwel minimaal 25% onverhard).

Noukoop
Deelgebied Noukoop ligt in de Polder van Nootdorp. Deze polder bestaat uit 12 verschillende peilvakken. Door de vele dwarsverbindingen tussen hoofdwatergangen vormt het watersysteem een netwerk dat langs verschillende tracés wordt afgevoerd naar het hoofdgemaal, waar het op de Tweemolentjesvaart wordt gepompt. In de gehele polder is een waterbergingsopgave van 44.000 m3. Deze opgave is reeds bij het raamplan Nootdorp vastgesteld en voor de invulling ervan zijn maatregelen voorgesteld. De eerste fase van deze maatregelen is vrijwel gereed. De tweede fase wordt meegenomen bij de inrichting van het Laakbos. De laatste fase van de verbreding van de hoofdwatergang door het plangebied met 8 m wordt momenteel afgerond en is op de bestemmingsplankaart ingetekend. Hierdoor is de wateropgave van de polder Nootdorp ingevuld.

Balijade
Balijade is een klein deelgebied dat gelegen is binnen de Nieuwe of Drooggemaakte polder. De polder kent zeven peilgebieden, maar met name nabij de Katwijkerlaan is een groot aantal kleine gebieden met een afwijkend peil (gestuwd of onderbemalen). Balijade valt onder peilvak II. Dit peilvak watert af via het gemaal Thorbeckelaan naar peilvak I en vervolgens via het gemaal Rijskade naar de Pijnackerse Vaart. Binnen dit peilgebied is nog een tekort van 4400 m3. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het oplossen van dit tekort. Inmiddels is in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) een inrichtingsplan gemaakt voor het aangrenzende gebied. Hierin wordt het tekort opgelost.

Pijnacker-West a (zuidelijk deel)
De westelijke vleugel van het glastuinbouwgebied valt waterhuishoudkundig in twee delen uiteen. Het zuidelijk deel is gelegen in de Zuidpolder van Delfgauw. Naast het hoofdpeilvak I zijn er in deze polder nog vele kleine peilgebieden. In totaal zijn 22 peilgebieden benoemd. De polder watert af in westelijke richting naar de Delftsche Schie. De gehele polder kent een grote waterbergingsopgave van 75.000 m3, welke deels (5.650 m3) bestaat uit een afwenteling vanuit het stedelijk gebied van Delfgauw. Hiervoor is in het raamplan Delfgauw geen oplossing gevonden.

Om de waterbergingsopgave in te vullen zijn reeds diverse maatregelen voorgesteld. De voorgenomen aanleg van een bergboezem biedt de mogelijkheid voor het bergen van 215.000 m3. Daarmee wordt de gehele bergingsopgave voor de Zuidpolder inclusief de Droogmaking opgelost. Voor het glastuinbouwgebied wordt wel gesteld dat rekening moet worden gehouden met afvoer van het water naar de Bergboezem. De watergangen moeten van voldoende afmeting zijn.

Pijnacker-West b (noordelijk deel)
Het noordelijk deel van de westelijke vleugel van het glastuinbouwgebied valt onder de Noordpolder van Delfgauw. Het watersysteem van deze polder bestaat uit 12 peilgebieden en enkele gebieden met een afwijkend peil. Het grootste gedeelte van dit deelgebied valt onder peilvak I en watert via het gemaal aan de Delftsestraatweg af op de Pijnackerse Vaart. Een klein deel van het gebied valt onder peilvak V en watert via een stuw af op de Polder van Biesland. De Noordpolder van Delfgauw heeft een waterbergingsopgave van 14.500 m3. Hiervan komt een deel (2.473 m3) uit het stedelijk gebied van Delfgauw. Daarvan wordt 10.500 m3opgelost in peilvak I door middel van een watergang ten noorden van de Vrederustlaan. Er wordt nog onderzoek gedaan naar een mogelijk alternatief in de vorm van berging in het Bieslandse Bos. In peilvlak V dient 4.000 m3 te worden opgelost. Hiervoor zijn nog geen projecten gestart en oplossingen voorzien. In het kader van het raamplan voor het Buitengebied werken de gemeente en het Hoogheemraadschap de maatregelen uit.

Dwarskade
Dit deelgebied maakt onderdeel uit van peilvak I van de Polder van Nootdorp. De oppervlakte van het deelgebied is 49,3 ha. Momenteel bedraagt de beschikbare berging 14.216 m3. In de toekomstige situatie is 16.018 m3 benodigd. Het tekort bedraagt momenteel 1.802 m3. In het raamplan Nootdorp is aangenomen dat bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan het deelgebied zal gaan voldoen aan de bergingsnormen. Vanuit het Nationaal Bestuursakkoord water is bepaald dat tekorten opgelost moeten worden voor 2015 en daarom binnen de planperiode van het voorliggende bestemmingsplan. Binnen het gebied wordt een hoofdwatergang gegraven om het tekort op te lossen. De watergang is aangegeven op de bestemmingsplankaart. De oppervlakte aan open water bedraagt circa 4,85 ha, een percentage van 10%. De maximaal toelaatbare peilstijging bedraagt 0,33 m. In het raamplan zijn diverse hoofdwatergangen benoemd. Deze watergangen zijn ook opgenomen op de plankaart. Langs de Braslaan wordt een nieuwe watergang gegraven met een profiel van 11 m breed. De lengte van de watergang is circa 720 m en de verbreding van het water bedraagt 6,78 m. Dat levert, bij een peilstijging van 0,33 cm een berging van 1.611 m³ op. Hiermee is het bergingstekort grotendeels opgelost.

Rijskade
Deelgebied Rijskade valt onder het hoofdpeilvak (peilvak I) van de Oude Polder van Pijnacker. De afwatering vindt plaats via twee hoofdwatergangen te weten, de Goudenregensingel en de Wilhelminasingel. Het water gaat via het poldergemaal aan de Delftsestraatweg naar de Pijnackerse Vaart. Dit deelgebied is opgenomen in het Raamplan water voor de kern Pijnacker. Daarin is geconstateerd dat in de huidige situatie met het huidig gebruik van het gebied, dit niet voldoet aan de waterbergingseisen. Er is een tekort van 5387 m3. Een berging wordt aangelegd tussen bedrijventerrein De Boezem en de toekomstige woonwijk AckersWoude. Deze berging kan 20.000 m3 water bergen. De resterende 2.000 m3wateropgave is gevonden in aanvullende maatregelen, zoals het verbreden van watergangen en een verhoging van de maximaal toelaatbare peilstijging van 20 cm naar 23 cm. Hierdoor is er geen wateropgave meer voor dit gebied. Bij een mogelijke transformatie in de toekomst dient de watergang 2 m te worden verbreed.

Overgauw
Deelgebied Overgauw valt, net als deelgebied Rijskade, onder het hoofdpeilvak (peilvak I) van de Oude Polder van Pijnacker. De afwatering vindt plaats via twee hoofdwatergangen, te weten de Goudenregensingel en de Wilhelminasingel. Het water gaat via het poldergemaal aan de Delftsestraatweg naar de Pijnackerse Vaart. Dit deelgebied is opgenomen in het raamplan water voor de kern Pijnacker. Daarin is geconstateerd dat in de huidige situatie met het huidig gebruik van het gebied, dit niet voldoet aan de waterbergingseisen. Er is een tekort van 6980 m3. Bij deelgebied Rijskade is reeds aangegeven dat een berging wordt aangelegd tussen bedrijventerrein De Boezem en de toekomstige woonwijk AckersWoude. Deze berging kan 20.000 m3 water bergen. De resterende 2.000 m3 wateropgave is gevonden in aanvullende maatregelen, zoals het verbreden van watergangen en een verhoging van de maximaal toelaatbare peilstijging van 20 cm naar 23 cm. Hierdoor is er geen wateropgave meer voor dit gebied. Wel dient er rekening te worden gehouden met een tweetal nieuwe hoofdwatergangen door het gebied.

Veiligheid en waterkeringen
Het waarborgen van de veiligheid is een belangrijke taak van het Hoogheemraadschap van Delfland. Hiervoor moeten de waterkeringen aan de normen voldoen. In een waterparagraaf wordt dan ook aandacht besteed aan waterkeringen.

Binnen het plangebied liggen geen primaire waterkeringen (Zeewering en Delflandsedijk), maar wel diverse andere waterkeringen zoals boezem- en polderkaden. Deze zullen hieronder kort worden beschreven:

De enige boezemkade in het gebied is de Pijnackerse Vaart. De boezemkade heeft een veiligheidsnorm en overschrijdingsfrequentie conform de IPO richtlijn III (1/100). Deze wordt in het bestemmingsplan opgenomen. De kernzone is ter plaatse van de Pijnackerse Vaart een zone van 20 m.

Op de kaart behorende bij de Beleidsregel veendijken zijn zowel de veenkaden als de overige kaden opgenomen. Deze worden op de bestemmingsplankaart vastgelegd. De kernzones variëren sterk van 11 m tot 23 m. De beschermingszone is altijd 15 m. De kern- en beschermingszone worden afzonderlijk op de plankaart aangeduid. In de regels zal worden opgenomen dat bij ontwikkelingen binnen deze zones altijd advies moet worden gevraagd aan het Hoogheemraadschap.

Noukoop

  • een kade in het zuiden van het plangebied: kernzone 12 m, wordt gemeten vanuit de insteek van het water.

Balijade

  • een kade langs de Nieuwkoopseweg: kernzone 23 m, wordt gemeten vanuit de insteek van het water. Deze kade loopt langs de zuidelijke grens van dit deelgebied (richting het spoor).
  • een veenkade langs de Katwijkerlaan: kernzone 22 m, wordt gemeten vanuit de insteek van het water.

Pijnacker-West, opgedeeld in a en b

  • a. Pijnacker-West (zuidelijk deel)
  • een veenkade langs de oostelijke rand (Overgauwseweg) van dit deelgebied: kernzone 11 m, wordt gemeten vanuit de insteek van het water.
  • de boezemkade van de Pijnackerse Vaart zoals hierboven beschreven (kernzone 20 m).
  • b. Pijnacker-West (noordelijk deel)
  • een veenkade langs de oostelijke rand (Rijskade) van het deelgebied: kernzone variërend van 18 m tot 11 m, wordt gemeten vanuit de insteek van het water.

Dwarskade

  • een veenkade langs de westelijke, noordelijke en oostelijke rand van het deelgebied: kernzone overal 21 m, gemeten vanuit de insteek van het water.

Rijskade

  • een veenkade langs de oostelijke rand van het deelgebied (Rijskade): kernzone variërend van 18 m tot 11 m, gemeten vanuit de insteek van het water.
  • een kade met een zone van 11 m, die wordt gemeten vanuit de insteek van het water, die door het plangebied loopt ter hoogte van het perceel Noordweg 71.

Overgauw

  • een veenkade langs de westelijke rand (Overgauwseweg) van dit deelgebied: kernzone 11 m, wordt gemeten vanuit de insteek van het water.

Waterkwaliteit en ecologie
Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het watersysteem en de ecologische condities daarvan. Daarom wordt in de waterparagraaf ingegaan op:

  • 1. de huidige watersysteemkwaliteit inclusief de ecologische toestand en de waterkwaliteitsdoelen voor het gebied;
  • 2. de verwachte effecten van nieuwe ontwikkelingen op de watersysteemkwaliteit en ecologie, alsmede voorgestelde maatregelen om de verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen, de watersysteemkwaliteit te verbeteren en de ecologie te beschermen en te behouden;
  • 3. de huidige situatie voor afvoer van hemelwater (riolering, afkoppelen) en de effecten van toekomstige ontwikkelingen hierop.

Ad 1. Het Waterplan Pijnacker-Nootdorp is op 26 januari 2006 door de gemeenteraad vastgesteld. In dit plan zijn ook uitgangspunten opgenomen over de waterkwaliteit in relatie met de ecologische en recreatieve functies. Voor het plangebied is één locatie aangegeven als een locatie met natuur- en/of recreatieve waarde. Het gaat om de plas De Lepelaar van het Hoogheemraadschap die ligt in deelgebied Pijnacker-West a (zuidelijk deel), nabij de Komkommerweg. De Lepelaar zal in het bestemmingsplan deels als Water en deels als Groen worden bestemd. Voor wat betreft de waterkwaliteitsdoelen worden geen negatieve effecten voorzien. Er wordt gestreefd naar het principe van geen achteruitgang zoals genoemd in de Kaderrichtlijn water. Op termijn kan het Hoogheemraadschap van Delfland vanuit de programma's Kaderrichtlijn Water en Ecologie concreet aanduiden welke ecologische waterkwaliteitsdoelen worden nagestreefd en wat deze concreet inhouden. Momenteel zijn deze nota's nog niet beschikbaar en kunnen derhalve dus ook nog niet worden betrokken bij deze waterparagraaf.

Ad 2. In het gebied worden geen nieuwe, potentieel verontreinigende functies voorzien, die vanuit het oogpunt van waterkwaliteit bijzondere aandacht vragen. In paragraaf 3.4 wordt verder ingegaan op de ecologische doelstellingen.

Ad 3. In het gebied worden geen grootschalige functiewijzigingen voorzien. Ten aanzien van de situatie van de afvoer van hemelwater zijn geen bijzonderheden te vermelden. Het uitgangspunt is wel dat het water van schoon naar vuil stroomt.

Afwatering en riolering
De gemeente Pijnacker-Nootdorp werkt, overeenkomstig de afspraken uit het Waterplan Pijnacker-Nootdorp, aan het aansluiten van alle panden (woningen en (glas)tuinbouwbedrijven) in het buitengebied op de riolering. Daarbij wordt de verbrede zorgplicht ingevoerd en zullen vanaf 1 januari 2009 geen ongezuiverde lozingen, van zowel huishoudelijk afvalwater als bedrijfsafvalwater, op het oppervlaktewater meer plaatsvinden. Dit heeft een positieve uitwerking op de waterkwaliteit.

Beheer en onderhoud
Watergangen dienen, overeenkomstig de richtlijnen, ook bereikbaar te zijn voor beheer en onderhoud. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van de hoofdwatergangen. De overige watergangen worden onderhouden door de aangelanden. Het Hoogheemraadschap controleert de staat van onderhoud van de overige watergangen. Het is dus van belang dat het mogelijk is om te schouwen. Vaak is dit al mogelijk doordat langs de kassen een strook onbebouwd blijft, mede voor het onderhoud van de kas. Om voldoende opvangcapaciteit te hebben van het hemelwater dat van de kassen afstroomt, adviseert het Hoogheemraadschap om watergangen van een voldoende breedte aan te leggen, bij voorkeur minimaal 4 m. In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de eisen van het Hoogheemraadschap inzake beheer en onderhoud.

In het bestemmingsplan is onderscheid gemaakt tussen hoofdwatergangen en scheidingssloten tussen percelen en/of sloten langs glastuinbouwbedrijven. In het bestemmingsplan hebben deze laatste twee watergangen niet de bestemming Water gekregen. Enerzijds omdat ze geen onderdeel vormen van het hoofdwatersysteem en anderzijds omdat vanuit de doelstelling van een duurzaam glastuinbouwgebied de mogelijkheid moet blijven bestaan om bedrijven samen te voegen. Daarbij kan een watergang gedempt worden en elders worden teruggegraven.

Proces watertoets
De vier raamplannen water die voor de verschillende onderdelen van de gemeente zijn gemaakt, zijn in samenwerking met het Hoogheemraadschap tot stand gekomen. De raamplannen worden ook door het Hoogheemraadschap vastgesteld. De vier raamplannen zijn Nootdorp, Pijnacker, Delfgauw en Buitengebied.

Daarnaast is er eens in de zes weken regulier overleg tussen de gemeente en het Hoogheemraadschap over in ontwikkeling zijnde ruimtelijke plannen. Hierin is ook de waterparagraaf van dit bestemmingsplan meerdere malen besproken. In de initiatieffase is gesproken over de gewenste opzet van een waterparagraaf voor glastuinbouwgebieden die verspreid over de gemeente liggen. Vervolgens is in de ontwikkelfase meerdere malen een concept waterparagraaf besproken. Deze concepten zijn aangepast aan de wensen en aandachtspunten vanuit waterbeheer en waterkeringen en de mogelijke ruimtelijke oplossingen. De overleggen hebben plaatsgevonden op 1 april 2008, 15 april 2008, 15 mei 2008 en 22 september 2008). In het laatste overleg is aangegeven dat de waterparagraaf voldoende tegemoet komt aan de eisen die daaraan worden gesteld en geschikt is om op te nemen in het bestemmingsplan.

3.2.2 Ontwikkelingen

Rol van water
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet de rol van water mede bepalend zijn, zodat er bijvoorbeeld voldoende ruimte is voor waterberging. Daarnaast kunnen nieuwe ontwikkelingen mogelijkheden bieden om knelpunten op te lossen of specifieke wensen te realiseren.

Klimaatverandering
De komende jaren wordt een klimaatsverandering voorzien, waarbij buien intensiever worden en daarnaast meer droge perioden optreden. Tijdens intensieve buien moet in korte tijd veel water worden afgevoerd vanuit de polders in de gemeente via het boezemstelsel naar de zee. Bij intensieve buien neemt de afvoerpiek toe. Doordat in de gemeente meer verhard oppervlak wordt aangelegd, zal het neerslagwater sneller in de sloten terecht komen dan in een gebied met veel weilanden. Hierdoor neemt de afvoerpiek nog meer toe. Als het watersysteem de afvoerpiek niet meer kan verwerken, treedt wateroverlast op. Zonder aanvullende maatregelen zal in de komende jaren de kans op wateroverlast daarom steeds meer toenemen.

Glastuinbouwgebied
Bij het glastuinbouwgebied ligt de nadruk vanuit water vooral op:
- Het verbeteren van de waterkwaliteit van het huidige watersysteem;
- Voorkomen dat in de toekomst bedrijfswater nog in het watersysteem komt.

Aanbevelingen voor visie en planopzet vanuit water:  
*





















*











*



*


 
Waterberging

Noukoop
De laatste fase van de verbreding van de hoofdwatergang (8 m) zal op de plankaart worden verwerkt.

Pijnacker-West
Voor het glastuinbouwgebied wordt gesteld dat rekening moet worden gehouden met afvoer van het water naar de Bergboezem. De watergangen moeten dus van voldoende afmeting zijn.
In het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met maatregelen om het waterbergingstekort van 10.500 m3 op te lossen. In het noordelijk gedeelte van het deelgebied is ruimte voor een waterbergingslocatie.

Dwarskade
In het raamplan zijn diverse hoofdwatergangen benoemd. Deze zullen ook in het bestemmingsplan worden opgenomen. Daarnaast moet het waterbergingstekort in de komende planperiode van het bestemmingsplan worden opgelost. Deze bergingsopgave bedraagt 1798 m3. Dit wordt opgelost door middel van een watergang langs de Braslaan.

Overgauw
Rekening houden met de aanleg van twee nieuwe watergangen.

Veiligheid en waterkeringen
Voor de enige boezemkade in het gebied, de Pijnackerse Vaart, de veiligheidsnorm en overschrijdingsfrequentie conform de IPO richtlijn III (1/100) opnemen in het bestemmingsplan. De boezemkade heeft ter plaatse van de Pijnackerse Vaart een kernzone van 20 m.
Op de kaart behorende bij de Beleidsregel veendijken zijn zowel de veenkaden als de overige kaden opgenomen. Alle kaden moeten worden vastgelegd op de bestemmingsplankaart.
De kern- en beschermingszone worden afzonderlijk op de plankaart aangeduid. In de regels zal worden opgenomen dat bij ontwikkelingen binnen deze zones altijd advies moet worden gevraagd aan het Hoogheemraadschap van Delfland. Zie voor de specifieke afmetingen per gebied de subparagraaf 'veiligheid en waterkeringen' van deze paragraaf.

Waterkwaliteit en ecologie
De plas (De Lepelaar) van het Hoogheemraadschap die ligt in deelgebied Pijnacker-West a (zuidelijk deel), nabij de Komkommerweg in het bestemmingsplan als Water en Groen bestemmen.

Beheer en onderhoud
Om voldoende opvangcapaciteit te hebben van hemelwater van de kassen in het bestemmingsplan rekening houden met een voldoende breedte van de watergangen, bij voorkeur minimaal 4 m.