direct naar inhoud van 2.1 Beleidskader
Plan: Kern De Lier
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1783.abp0002-onhe

2.1 Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld.

Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit.

2.1.1 Rijksbeleid

Nota Ruimte/Realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid (2008)

In juni 2008 heeft het kabinet de Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid vastgesteld welke is toegevoegd aan de Nota Ruimte. Deze paragraaf geeft inzicht in welke nationale belangen het kabinet heeft gedefinieerd en op welke wijze het Rijk deze wil verwezenlijken. In het bijzonder welke belangen zullen worden gewaarborgd in de AMvB Ruimte. De Realisatieparagraaf beschrijft enerzijds voor de Nota Ruimte hoe het beleid van de PKB-teksten worden gerealiseerd en anderzijds voor de andere vigerende ruimtelijke nota's hoe de PKB-teksten, die zijn bedoeld door te werken tot op lokaal niveau, worden gerealiseerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0003.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0004.png"
afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0005.png"  

Figuur 2.1 Uitsnede PKB kaart 1

De Lier maakt deel uit van het economisch kerngebied zuidvleugel Randstad. Daarnaast is de hele gemeente Westland aangewezen als greenport.

Centraal thema voor wat betreft dit gebied is dat bundeling van verstedelijking en economische activiteiten in steden en dorpen het mogelijk maakt functies bij elkaar te brengen, waardoor het draagvlak voor voorzieningen, arbeid, zorgtaken en ontspanning beter te combineren zijn. Bundeling van verstedelijking en economische activiteiten vereist een in onderlinge samenhang optimale benutting van het bestaande bebouwde gebied en tegelijk nieuwe bebouwing daar buiten. Volgens de Realisatieparagraaf dient in bestaand stedelijk gebied optimale benutting van bestaand bebouwd gebied plaats te vinden om verrommeling een halt toe te roepen. Hierdoor neemt de noodzaak af om open ruimte te gebruiken voor bebouwing. Het wordt moeilijker gemaakt om nieuwbouw in het buitengebied te realiseren. De bundelingsdoelstellingen uit de Nota Ruimte blijven actueel. Het Rijk toetst of provincies het bundelingsbeleid voor verstedelijking en economische activiteiten in het provinciale en regionale ruimtelijke beleid opnemen.

Het ontwikkelingsperspectief is erop gericht de ruimtelijke, culturele en economische diversiteit van de ruimtevraag binnen de Randstad, waar De Lier deel van uitmaakt, op te vangen. In de Randstad moet tussen 2010 en 2030 rekening worden gehouden met een vraag naar 360.000 tot 440.000 woningen. Een deel van de woningen kan worden gebouwd door 'verdichting' in bestaand stedelijk gebied. Het streefgetal voor de realisatie van woningen en arbeidsplaatsen in het bestaand bebouwd gebied van stedelijke netwerken is 40% van het totale uitbreidingsprogramma, hoewel het Rijk rekening houdt met 25% op basis van de tegenvallende praktijk. Een optimale benutting van het bebouwd gebied blijft van groot belang.

Herstructurering, revitalisering en transformatie van bestaande stedelijke gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de nodige diversiteit van het woningaanbod in de steden. Daarnaast kan met herstructurering, revitalisering en transformatie van bestaande verouderde stedelijke gebieden een belangrijk deel van de ruimtevraag naar wonen en werken in de periode 2010-2030 worden opgelost.

Meer specifiek voor bedrijventerreinen binnen steden en netwerken staan de volgende beleidsdoelen centraal: ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra, versterking van de economische kerngebieden, verbetering van de bereikbaarheid, afstemming van verstedelijking en economie met de waterhuishouding en waarborging van milieukwaliteit en veiligheid. Hiermee komt de nadruk te liggen op economische ontwikkeling.

Het Rijk wil verstedelijking zoveel mogelijk bundelen in nationale, stedelijke netwerken waar Westland deel van uitmaakt. De beschikbaarheid van voldoende bedrijventerreinen van de juiste kwaliteit is essentieel voor het stedelijk vestigingsklimaat en de kracht van de steden. Het Rijk stimuleert de ontwikkeling van nieuwe terreinen en de modernisering van verouderde terreinen. Revitalisering van bedrijventerreinen leidt niet alleen tot een hogere productiviteit en een efficiënter ruimtegebruik, maar kan ook de leefbaarheid vergroten. De nationale opgave voor herstructurering is ruim 21.000 ha (ruim 20% van het huidige areaal). Omdat herstructurering maar in zeer beperkte mate extra terreinwinst oplevert, is tot 2020 naar verwachting nog ruim 23.000 ha nieuwe bedrijventerreinen nodig.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (ontwerp 2011) & AMvB ruimtelijke ordening (ontwerp 2011)

Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De ontwerpstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Doelen

In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport (zie afbeelding).

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0006.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0007.png"  

De Nederlandse open economie raakt steeds meer verweven met die van sterke concurrenten als Duitsland, China en India. De kansen in het internationale speelveld liggen vooral bij de zogenoemde topsectoren: logistiek, water, hightech, creatieve industrie, energie, chemie en voedsel en tuinbouw. Veel van die sectoren zijn geconcentreerd in de stedelijke regio's rond de mainports, brainport en greenports. De ambitie is dat Nederland in 2040 behoort tot de top 10 concurrerende landen van de wereld door een goede ruimtelijk-economische structuur voor een excellent vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers. Dit betekent onder andere een optimale internationale bereikbaarheid van stedelijke regio's in 2040 en uitstekende (logistieke) verbindingen van de mainports Rotterdam en Schiphol, de brainport Zuidoost Nederland en de greenports met Europa en de rest van de wereld.

De meeste topsectoren concentreren zich in stedelijke regio's en dan vooral in de stedelijke regio's rond de mainports, brainport en greenports. Vanwege deze concentratie en de nationale baten die daarmee gemoeid zijn, wil het Rijk in deze regio's extra inzetten op versterking van de concurrentiekracht. Hiervoor wordt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak ingezet waarin afspraken over de versterking van de ruimtelijk-economische structuur in brede zin worden gemaakt met de decentrale overheden.

Nationale belangen

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de ontwerp AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de ontwerp AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het plangebied is de volgende bepaling relevant:

  • 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. In dit kader blijft het Rijk gebiedsgerichte afspraken maken met de stedelijke regio's (zoals Rotterdam) over de programmering van verstedelijking (woningbouw), zowel kwantitatief als kwalitatief.

2.1.2 Provinciaal beleid

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2020 (2010)

Een concurrerend, aantrekkelijk internationaal profiel, een duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie, divers en samenhangend stedelijk netwerk, stad en land verbonden en een vitaal, divers en aantrekkelijk landschap, dat zijn de vijf integrale ruimtelijke hoofdopgaven die de basis vormen voor de structuurvisie 'Visie op Zuid-Holland'. De structuurvisie 'Visie op Zuid-Holland' vervangt het interim-beleid op basis van de huidige vier streekplannen in Zuid-Holland. Met de vaststelling van de provinciale structuurvisie en de provinciale Verordening Ruimte wordt aansluiting gezocht bij de instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De visie is vastgesteld op 2 juli 2010.

Het plangebied wordt op de functiekaart aangegeven als een stads- en dorpsgebied, zie figuur 2.2. Daarnaast zijn de sportvelden in het noorden van het plangebied aangewezen als stedelijk groen. Het bedrijventerrein Lierweg Oost is als zodanig aangewezen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0008.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0009.png"  

Figuur 2.2 Uitsnede functiekaart Structuurvisie

De functiekaart geeft de gewenste ruimtelijke functies weer die in de structuurvisie zijn geordend, begrensd en vastgelegd als ruimtelijk beleid tot 2020. Zo biedt de kaart ruimte aan de diverse belangen in Zuid-Holland. De functiekaart is vergelijkbaar met de voormalige streekplankaarten.

Het provinciaal belang voor bestaand bebouwd gebied richt zich op de volgende ambities:

  • bundeling van verstedelijking, infrastructuur, voorzieningen en economische activiteiten gericht op concentratie en functieafstemming (knopen- en locatiebeleid);
  • stedelijke detailhandelsstructuur versterken;
  • culturele en toeristische voorzieningen versterken (stedelijk).

Het uitgangspunt voor de leef-, werk- en woonomgeving in 2020 is bundeling van verstedelijking. Dit is meer dan het concentreren van wonen in steden. Zuid-Holland richt zich op een betere relatie tussen infrastructuur en verstedelijking, het onderling afstemmen van de verschillende voorzieningen en intensivering van het stedelijk gebied vooral in de invloedssfeer van hoogwaardig openbaar vervoer.

De verstedelijkingsopgave richt zich vooral op het bestaand stads- en dorpsgebied. Hier staat gedifferentieerd ruimtegebruik centraal. Dit maakt dit gebied aantrekkelijk voor mensen om te wonen en voor bedrijven om zich te vestigen. Dit betekent een verdergaande concentratie en intensivering van stedelijke functies in de stedelijke centra en rond haltes van het Zuidvleugelnet. Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen stedelijk gebied met hoogwaardig openbaar vervoer en het 'overig' stedelijk gebied. De Lier maakt onderdeel uit van het 'overig' stedelijk gebied.

De provincie kiest ervoor om verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied te concentreren. Hiermee worden investeringen in de gebouwde omgeving gebundeld, waardoor de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden blijft en versterkt wordt. Alle kernen in de provincie zijn omgeven door bebouwingscontouren. Deze geven de grens van de bebouwingsmogelijkheden voor wonen en werken weer. De bebouwingscontouren zijn strak getrokken om het bestaand stedelijk gebied en de kernen, rekening houdend met plannen waar de provincie al mee heeft ingestemd en waarbinnen de woningbouwopgave tot 2020 kan worden geaccommodeerd.

Provinciale Verordening Ruimte (2010)

Samen met de Provinciale Structuurvisie is op 2 juli 2010 ook de provinciale Verordening Ruimte vastgesteld door Provinciale Staten. Waar de visie een zelfbindend document is voor de provincie, daar bevat de Provinciale Verordening regels die algemeen bindend zijn. De regels die voor dit plan het meest relevant zijn, zijn hierna per artikel kort toegelicht.

Kantoren - artikel 7

Vergelijkbaar met de regels voor detailhandel, stelt de verordening dat buiten een aantal aangewezen gebieden en buiten bestaande kantoorbestemmingen, geen nieuwe mogelijkheden voor de bouw van kantoren mogelijk wordt gemaakt.

Ook in dit geval zijn er een limitatief aantal uitzonderingen, waaronder het bieden van de mogelijkheid voor kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van maximaal 1.000 m² per vestiging, kantoren met een lokaal verzorgingsgebied zoals gemeentehuizen en bankfilialen, bedrijfsgebonden kantoren met een bruto vloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak met een maximum oppervlakte van 3.000 m² en uitbreiding van bestaande kantoren, eenmalig met hoogste 10% van het bestaande bruto vloeroppervlak.

Bedrijventerreinen - artikel 8

De verordening stelt in lid 2 dat bestemmingsplannen voor gronden, die zijn gelegen op bedrijventerreinen, geen nieuwe (bedrijfs)woningen mogelijk maken. Dit uitgezonderd woningen behorende bij woonwerkeenheden op (delen van) bedrijventerreinen waar maximaal milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten is toegestaan. Deze dienen niet binnen de invloedsfeer te liggen van (delen van) bedrijventerreinen waar bedrijven in een hogere milieucategorie zijn toegestaan.

In lid 3 van het artikel wordt aangegeven dat bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen, bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein mogelijk moeten maken, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die mogelijk zijn op grond van een onherroepelijk bestemmingsplan of de Provinciale Structuurvisie. De toelichting van het bestemmingsplan moet hierover een verantwoording bevatten.

Tot slot is in lid 4 bepaald dat van lid 3 kan worden afgeweken indien in regionaal verband afspraken zijn gemaakt over het voorzien in voldoende ruimte voor bedrijven uit de hoogste mogelijke milieucategorie die mogelijk zou zijn op het betreffende bedrijventerrein. De toelichting van het bestemmingsplan moet hierover een verantwoording bevatten.

Detailhandel - artikel 9

De verordening stelt dat voor gronden die zijn gelegen buiten de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken of nieuwe wijkgebonden winkelcentra, geen nieuwe detailhandel mogelijk wordt gemaakt. Hierop is een limitatief aantal uitzonderingen, voor onder andere het bieden van mogelijkheden voor perifere detailhandel, nieuwe regionale winkelcentra op daarvoor in de verordening aangewezen locaties, uitbreiding van bestaande detailhandel, eenmalig met ten hoogste 10% van het bruto vloeroppervlak per vestiging en kleinschalige detailhandel tot een bruto vloeroppervlak van 200 m², zoals buurt- en gemakswinkels.

Waterkeringen - artikel 10

Over waterkering schrijft de verordening voor dat de primaire en regionale waterkeringen als zodanig bestemd worden, waarbij de regels voorzien in een onbelemmerde werking, instandhouding en onderhoud van die keringen.

Andere functies zijn ter plaatse slechts toelaatbaar voor zover er geen sprake is van significante belemmeringen voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de betreffende keringen. Daarbij is advies nodig van de beheerder van de waterkering.

2.1.3 Regionaal beleid

Regionaal structuurplan Haaglanden (2008)

Het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden heeft in april 2008 het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP 2020) vastgesteld.

Het RSP is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden en het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen. Het vastgestelde Regionaal Structuurplan Haaglanden kijkt naar 2020 (en soms 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen, zoals verkeer, wonen, werken, water, groen, etc.

De ambitie is dat het in heel Haaglanden voor iedereen goed wonen, werken en ontspannen is. De ruimtelijke structuur moet mensen stimuleren maatschappelijk actief te zijn en zicht te ontwikkelen. Voldoende (ruimte voor) werkgelegenheid, een goed leefmilieu, een veilige leefomgeving, sociale cohesie en een herkenbare omgeving met identiteit zijn hiervoor van belang. Ook moeten de gewenste voorzieningen voor onderwijs, zorg, cultuur en sport goed bereikbaar zijn. Het RSP 2020 heeft voor deze onderwerpen vooral een faciliterende, stimulerende en attenderende rol.

De vraag naar woningen, bedrijven en kantoren houdt aan, maar de ontwikkeling van nieuw stedelijk gebied gaat al snel ten koste van het groen, de Greenport of de ruimte voor water. Dit betekent dat deze ruimte in het bestaande stedelijke gebied gevonden moet worden en efficiënt moet worden gebruikt. Herstructurering en intensief ruimtegebruik zijn hierbij belangrijke middelen. Als onderdeel van het intensief en meervoudig ruimtegebruik in binnenstedelijke wijken en buurten moet functiemenging mogelijk zijn.

Het beheer en onderhoud van groengebieden heeft aandacht nodig. Onvoldoende en versnipperd beheer van bestaande bossen en recreatiegebieden leidt tot verwaarloosde zones die ongewenste activiteiten aantrekken. In het onderhoud van deze gebieden is het ontwikkelen van de 'tweede generatie' beplanting achterwege gebleven. Bovendien moet de inrichting worden aangepast aan de wensen van de hedendaagse recreanten. Barrières en onaantrekkelijke, niet onderhouden entrees van bestaande groengebieden dragen bij aan slechte bereikbaarheid. Een goed bomenbeleid helpt om landschappelijke eigenheid te waarborgen.

2.1.4 Gemeentelijk beleid

Visie Greenport Westland 2020 (2005)

De in 2005 vastgestelde Visie Greenport Westland 2020 (zie figuur 2.3) schetst het ruimtelijk kader voor toekomstige ontwikkelingen op hoofdlijnen in de gemeente en daarbuiten. De ruimtelijke component en hoe om te gaan met de glastuinbouwcluster (inclusief de niet-ruimtelijke component) staan in de visie voorop. Naast een ruimtelijke vertaling op hoofdlijnen, biedt de visie ook de onderlinge afstemming van de ambities van de gemeente op de gebieden water en groen, verkeer en vervoer, wonen, glastuinbouw, maatschappelijke en economische voorzieningen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0010.png"

In de Visie Greenport Westland 2020 wordt aangegeven dat de kernen een belangrijke rol spelen in de aantrekkelijkheid en diversiteit van de gemeente Westland. Versterking van de Greenport door behoud van het duurzame glas, heeft als consequentie dat uitbreiding en versterking van de functies wonen, maatschappelijke voorzieningen en detailhandel, infrastructuur, groen, water en milieu zo veel mogelijk binnen de bestaande kernen dienen plaats te vinden. Er ligt een stevige verdichtingsopgave. De noodzakelijke inhaalslag voor het bouwen van woningen voor jongeren en ouderen dient in de kernen plaats te vinden. In de kernen zijn dan ook de beste combinaties te maken tussen woningen en voorzieningen.

De Lier is in de visie aangeduid als een 'compact dorpsgebied'. De visie geeft verder aan dat voor de compactdorpse kernen hoogbouw op daarvoor geschikte locaties op beperkte en passende schaal kan worden ingezet.

Evaluatie Greenport Visie Westland 2020 (2010)

Deze evaluatie van de Greenportvisie verwoordt het standpunt van de gemeenteraad over de (tussen-) resultaten van de Greenportvisie over met name de periode 1-1-2004 tot 1-1-2009 met voorstellen per onderdeel over hoe nu verder. De evaluatie bepaalt de koers voor de gemeentelijke structuurvisie. Voor het wonen (de belangrijkste functie in het plangebied) zijn de volgende beleidsuitgangspunten relevant.

Analyse van de woningbouw laat zien dat de woningvoorraad tussen 2004 en 2009 met 2.000 woningen is toegenomen. De uitleglocaties zijn vrijwel allemaal in ontwikkeling genomen maar de verdichting van de kernen blijft achter bij het gestelde doel. Tot 2020 kan de woningbehoefte opgevangen worden met de bestaande locaties zoals aangegeven op de plankaart van de Greenportvisie inclusief een bijgestelde verdichtingsopgave.

De woningbouwopgave blijft ambitieus maar wel realistisch. De oorspronkelijke woningbouwopgave tot 2020 wordt naar beneden bijgesteld. Voor de periode 2009 tot 2020 is de ambitie om 6.300 woningen netto aan de woningvoorraad, inclusief Westlandse Zoom, toe te voegen. Het gaat daarbij om 2.000 woningen op inbreidingslocaties in de kernen.

Uitgangspunten ruimtelijke ontwikkelingskaders voor de kernen (2007)

In de beleidsnota 'Uitgangspunten voor de kernen' die in september 2007 is vastgesteld, is een aantal uitgangspunten voor De Lier geformuleerd. Meer in het algemeen hebben de kernen in de gemeente Westland een verdichtingsopgave gekregen van 4.500 woningen via inbreiding in de kernen. Verdichting in de kernen mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en de spaarzame open (groene) ruimte in de kernen.

Om aan te sluiten bij het karakter van De Lier wordt de verdichting in deze kernen compact gerealiseerd, waarbij op daarvoor geschikte locaties hoogbouw op beperkte en passende schaal kan worden ingezet.

Specifiek voor De Lier geldt dat het van belang is betere verbindingen naar buiten toe te krijgen voor langzaam verkeer. Zowel de herkenbaarheid als de leefbaarheid van De Lier worden daarmee versterkt. Dat is goed mogelijk door (groene) recreatieve verbindingen naar de groene gebieden in de omgeving te maken. Voor de versterking van de sociale structuur is het noodzakelijk dat er meer woningen voor jonge gezinnen komen en het voorzieningenniveau van de kern op peil blijft. Een grondige aanpak met grootse veranderingen is ongewenst en wordt niet nagestreefd.

Ruimtelijk ontwikkelingskader De Lier 2020

In de visie 'Ruimtelijk ontwikkelingskader De Lier 2020', die in juli 2009 is vastgesteld, is aan alle relevante sectorale beleidsuitgangspunten ruimtelijke vertaling gegeven voor de betrokken kern. Ook in verband hiermee is gekeken naar de typering van de kernen en de rol ten opzichte van elkaar.

De kern De Lier is te typeren als compactdorps. Deze kern is ontstaan langs historische wegen en waterlopen. De bebouwing kenmerkt zich door een compacte bebouwingsstructuur, afwisseling in bouwvorm en menging van functies. Om aan te sluiten bij het karakter van deze kern wordt de verdichting in deze kern compact gerealiseerd, waarbij op daarvoor geschikte locaties hoogbouw op beperkte en passende schaal kan worden ingezet.

In de SWOT-analyse van de visie staat verwoord dat De Lier dient te groeien in aantal woningen om de voorzieningen in het dorp op peil te houden. Hiertoe zal er vooral voor jonge gezinnen extra moeten worden gebouwd. De as Hoofdstraat-Lierweg is de centrale straat in de woonservicezone De Lier. De detailhandel in het centrum van het dorp zal qua ligging compact moeten worden aan de Hoofdstraat tussen het Rankplein en de Kerklaan. De belangrijkste wegen worden beter herkenbaar gemaakt door plaatsing van voorzieningen en hogere of markantere bebouwing. De ligging tussen groene gebieden als Zwethzone, Blakervaart en Midden Delfland wordt benut door meerdere verbindingen tussen de kern en dit groen in de omgeving te maken. Het versterken van het centrum en de Sportlaan vindt plaats door het realiseren van een beter herkenbare structuur met voorzieningen, woningen en een herkenbare openbare ruimte. Aan de N223 komen parallelwegen om het lokale verkeer van het doorgaande verkeer te scheiden. De voorzieningen worden geconcentreerd op 3 locaties, de Sportlaan, het centrum en de Van Rijnstraat. Aan de sociale structuur zal in de Visie 'Vereniging van Dorpen' de nodige aandacht worden gegeven.

Transformatie van enkele bedrijfsterreinen zal de komende tijd plaatsvinden. De bedoeling is dat zich in 2020 in woonbuurten geen bedrijven meer bevinden. De Lee zal in hogere mate gezichtsbepalend kunnen worden voor De Lier. Bij bouwplannen aan de Lee zullen publieksaantrekkelijke en -toegankelijke (groene) ruimtes gemaakt moeten worden. De herkenbare eenheid van een buurt in De Lier ligt rond de 180 woningen. De N223 blijft de belangrijkste verkeersader. Het weinige en versnipperde groen binnen en buiten De Lier wordt met elkaar verbonden via de wegen- en waterstructuur. De Sportlaan en Molensloot zijn twee gebieden waarin in belangrijke mate water en groen kan worden toegevoegd met een structurele kwantitatieve én kwalitatieve verbetering. De Sportlaan neemt centraal een belangrijke positie in als locatie voor waterlopen voor drainage van de grondwaterstand.

Samenvattend kan worden gesteld dat De Lier dient te groeien in aantal woningen om de voorzieningen in het dorp op peil te houden. Hiertoe zal er vooral voor jonge gezinnen extra moeten worden gebouwd. Dit zal vooral gebeuren in Molensloot-West, dat gelegen is buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Verder is aangegeven dat het de bedoeling is dat zich in 2020 in woonbuurten geen bedrijven meer bevinden. Tot slot zal er rekening worden gehouden met het realiseren van publieksaantrekkelijke en -toegankelijke (groene) ruimtes bij te realiseren bouwplannen aan de Lee.

Centrumplan De Lier 2007-2012 (2007)

Het stedenbouwkundige plan voor het centrum van De Lier is een vervolg op een aantal eerder opgestelde plannen voor het centrumgebied. Het plan beoogt een kader te scheppen voor de ontwerpregels en de bebouwingsregels voor de verdere ontwikkeling van het centrum van De Lier. In het stedenbouwkundig plan zijn uitgangspunten en doelstellingen geformuleerd, die dienen als toetsingskader voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in het centrum. Deze integrale aanpak zal de ruimtelijke samenhang, structuur en kwaliteit verbeteren. Hierbij wordt rekening gehouden met de wensen van specifieke doelgroepen op de woningmarkt in De Lier, te weten starters en senioren.

Het uiteindelijk resultaat is een consistent, samenhangend stedenbouwkundig plan met een aantal nog nader uit te werken gebieden, zoals de locaties van de Rabobank en het gemeentekantoor.

In de voorlopers van het Centrumplan, de structuurvisie van RBOI en het plan van bureau Kroner, is een aantal knelpunten geformuleerd. In de structuurvisie van RBOI stonden de volgende knelpunten opgenoemd:

  • de langgerektheid van het centrum;
  • de dichtslibbende Hoofdstraat;
  • de huidige inrichting van de Hoofdstraat;
  • de slechte kwaliteit van de meeste dwarsverbindingen tussen de Hoofdstraat en de achterliggende gebieden;
  • de geringe ruimtelijke kwaliteit van de omgeving van de Vredeskerk;
  • de geringe ruimtelijke kwaliteit van het Rankplein;
  • het gebrek aan duidelijke invulling van de entreegebieden van het centrum;
  • een tekort aan winkelruimte voor C1000 en Albert Heijn;
  • de benodigde ruimte voor een gezondheidscentrum en een zorgloket;
  • een ruim tekort aan parkeerplaatsen.

In het plan van het bureau Kroner zijn een aantal zwakke en sterke punten geformuleerd.

Hoofdstructuur

Sterk

  • duidelijke hoofdstructuur en verkeershiërarchie;
  • sterke oriëntatiepunten.

Zwak

  • functie Hoofdstraat verandert op 2/3 van winkelgebied in verkeersontsluiting, zonder ruimtelijke indicatie (Kerklaan);
  • spreiding, aantal en bereikbaarheid van parkeerplaatsen;
  • dwarsverbindingen langzaam verkeer zijn onduidelijk.

Bebouwingsstructuur

Sterk

  • de relatie met De Leede bij bruggen en doorkijkjes;
  • gevelbeeld en opbouw in de Hoofdstraat;
  • aanzet tot voorkanten aan 't Perron en de Prinses Irenestraat.

Zwak

  • contrasten voor- en achterkanten;
  • contrasten open vs. gesloten Centrum-Zuid;
  • schaalsprongen Centrum-Zuid.

Openbare ruimte

Sterk

  • het karakter van de Hoofdstraat;
  • plaatselijke verbredingen in de Hoofdstraat;
  • de verbindende stegen;
  • de potentie van het Rankplein als activiteitenplein en verblijfsruimte.

Zwak

  • het gebrek aan een heldere inrichting;
  • de openbare ruimte is slecht gedefinieerd;
  • te weinig groen en te slechte verbindingen tussen de groene ruimtes.

De wijzigingen in het Centrumplan zijn de invulling van het Oranjeplein en het Rankplein. Zo zal in tegenstelling tot de eerdere plannen er geen bebouwing aan het Oranjeplein worden gerealiseerd vanwege onder andere de parkeernormering. Daarbij zullen er extra parkeerplaatsen aan het Rankplein dienen te worden gerealiseerd, indien meer ruimte wordt gecreëerd voor terrassen voor de horeca. Tot slot kent het centrum een bijzonder grote en complexe wateropgave. Op de plankaart is het niet bebouwen van het Oranjeplein en het realiseren van extra parkeerplaatsen aan het Rankplein vertaald in de functie van 'Verkeer - Verblijfsgebied' (V-VB) en/ of 'Verkeer' (V).

Alle geconstateerde knelpunten uit de analyses van RBOI en bureau Kroner zullen worden aangepakt. Hiervoor is een prioriteitenlijst gemaakt. Het Rankplein, het Oranjeplein en de herindeling van de Hoofdstraat staan bovenaan deze lijst. Het parkeren zal worden geoptimaliseerd. Het functioneren van de Hoofdstraat wordt versterkt, de aantrekkelijkheid van het winkelen verhoogd. Het winkelcentrum zal in de toekomst worden beperkt tot een gebied dat globaal loopt vanaf het voormalig gemeentehuis tot aan de Kerklaan. Uitlopers naar het Westen (voornamelijk horeca) en naar het oosten (voornamelijk dienstverlening) vormen de introductie tot het kernwinkelapparaat.

De supermarkten C1000 en Albert Heijn werken hard aan hun tekort aan winkelruimte. Voor C1000 heeft dit tot concrete bouwplannen geleid. Zo is er voor de C1000 een artikel 19-procedure (WRO (oud)) doorlopen, die is opgenomen in dit bestemmingsplan. Albert Heijn verkeert in een onderzoeksfase waarin wordt bezien op welke wijze dit het beste gestalte kan krijgen. Voor de locatie Rabobank worden plannen ontwikkeld om tot een andere invulling te komen.

Detailhandelsstructuurvisie gemeente Westland 'Kleine kernen kordaat' (2007)

Om sturing te geven aan de ontwikkeling van detailhandel binnen de verschillende kernen, heeft de gemeente Westland meegedaan in de ontwikkeling van de Regionale Structuurvisie Detailhandel Haaglanden 2005-2010. Naast dit globale afstemmingskader heeft de gemeente haar eigen detailhandelsstructuurvisie opgesteld, die richting geeft aan de ontwikkelingen in de 11 kernen. De visie is opgesteld om sturing te geven aan de detailhandelsontwikkeling binnen de verschillende kernen van de gemeente.

Geconcludeerd wordt dat De Lier naar verhouding een sfeervol, groen winkelcentrum kent dat als gemakscentrum goed functioneert. In de recreatieve en doelgerichte sector is naar verhouding een ruime mate van aanbod aanwezig, dat echter te incompleet is om het centrum een echte winkelfunctie te geven. Voor De Lier komen onder andere de volgende aanbevelingen naar voren:

  • uitbreiding in de recreatieve en doelgerichte sectoren is niet wenselijk;
  • enige schaalvergroting in de dagelijkse sector is daarentegen wel mogelijk.

Het winkelaanbod van De Lier is met name gesitueerd in de Hoofdstraat. Deze straat kenmerkt zich door een groene, sfeervolle uitstraling met enkele historische panden. Het winkelaanbod kent een lineaire structuur afgewisseld met horecavestigingen. Hierdoor is de samenhang tussen deze twee functies groot. Er zijn in het centrum twee supermarkten aanwezig, te weten een Albert Heijn en een C1000.

Kwaliteitsscores

In De Lier bevinden zich geen trekkers in de niet-dagelijkse sector. In de Hoofdstraat is een behoorlijke branchedifferentiatie aanwezig, hoewel het modisch aanbod beperkt is. De leegstand in winkels is beperkt. Er is een goede relatie aanwezig met horecafuncties. De winkels zijn goed bereikbaar. Het aantal parkeerplaatsen in de winkelstraat is beperkt, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door het centrale parkeerterrein op het Oranjeplein. Het winkelaanbod is compact van aard door de aaneengesloten strip winkels aan beide zijden van de Hoofdstraat, die een zeer gezellige uitstraling heeft met veel groen en een goed verzorgde openbare ruimte. Er bevinden zich enkele historische panden in de Hoofdstraat. Dit komt ten goede aan de uitstraling van het winkelvastgoed.

Samenvattend bevat de detailhandelsstructuurvisie de volgende belangrijke aanbevelingen:

  • uitbreiding in de recreatieve en doelgerichte sectoren is niet wenselijk;
  • enige schaalvergroting in de dagelijkse sector is daarentegen wel mogelijk.

Er kan worden gesteld dat de detailhandelsstructuurvisie geen concrete gevolgen heeft voor dit bestemmingsplan. Alleen het kernwinkelgebied is op de plankaart aangeduid. Hiervoor is de bestemming 'Centrum' opgenomen. Voor de doorsteken/aanloopgebieden richting de Hoofdstraat is het van belang deze kwalitatief aantrekkelijk te maken.

Kadernota wonen, zorg en welzijn

In deze nota zijn vier pilotprojecten Woonservicezone gedefinieerd, waaronder De Lier rondom de zorginstelling De Triangel aan de Hoofdstraat. In De Lier wordt de zone opgerekt, opdat tevens het centrum en de welzijnsdiensten hierin worden betrokken. Aandachtsgebieden zijn:

  • de vitalisering van het centrum, zo mogelijk in combinatie met een onderzoek naar de mogelijkheden om een VG-winkel te openen;
  • verhogen van de zorg en dienstverlening;
  • vervoer en afstemming van de dienstverlening tussen de verschillende instellingen (VG, LG, GGZ, VV en Welzijn) en een woongroep.

Beleidskader wonen

Belangrijk uitgangspunt in het beleidskader wonen is het op peil brengen van het aantal sociale woningen in het Westland. Als eis wordt gesteld dat van elk woningbouwplan minimaal 30% uit sociale woningbouw bestaat. Specifiek voor De Lier wordt extra aandacht gevraagd voor doelgroepen voor jongeren en 55+.

Milieubeleidsplan 2005-2010 'Westland, glashart voor het milieu'/MUP 2011

De inspanningen uit het verleden waren voornamelijk gericht op het verbeteren van de sectorale milieukwaliteit. In de toekomst moet ook een bredere kwaliteitsverbetering worden gerealiseerd. Het milieubeleidsplan moet een bijdrage leveren aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving.

Het milieubeleidsplan is door de raad in 2005 vastgesteld en heeft als doelstelling: 'Het verbeteren van de leefbaarheid op de korte termijn en het leveren van een bijdrage aan de duurzaamheid van de gemeente op de lange termijn, waarbij aansluiting bij actuele en toekomstige ontwikkelingen kansen biedt om eventueel bestaande knelpunten op te lossen en toekomstige te voorkomen'.

Het Milieu-uitvoeringsprogramma (MUP) 2011 is een overgangsprogramma tussen het inmiddels aan het eind van zijn looptijd gekomen Milieubeleidsplan 2005-2010 en een te ontwikkelen 'Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid'. Het zal daarbij gaan om een concreet uitvoeringsprogramma, dat bijdraagt aan te formuleren gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Het MUP is een instrument om onder meer de uitvoering van de milieuambities te kunnen sturen.

Voor wat betreft het aspect ruimtegebruik is de milieustrategie gericht op de volgende doelstelling: 'Functiemenging waar het kan en functiescheiding waar het moet.' Deze en alle andere relevante milieu-ambities en uitgangspunten worden ingebracht in ruimtelijke

ontwikkelingsprojecten.

Beleid Duurzaam Bouwen 2006-2010

De doelstelling van de gemeente is door middel van duurzaam bouwen de milieubelasting terug te dringen: bouwen met zorg voor het milieu. Dit betekent dat in een vroeg stadium de schade voor het milieu moet worden beperkt, dus al tijdens het ruimtelijk en stedenbouwkundig ontwerp en in alle fasen van de bouw. De gemeente stelt beleid Duurzaam Bouwen op, op gebouwniveau en op het gebied van de grond-, weg- en waterbouw. Beleid Duurzaam Bouwen op stedelijk niveau, voor ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling, is opgenomen in het Milieubeleidsplan 2005-2010. Als instrument voor duurzaam bouwen bij nieuwbouw woning- en utiliteitsbouw wordt het pakket Gemeentelijk Praktijk Richtlijn (GPR-gebouw) gebruikt. Dit is een digitaal instrument om de duurzaamheid van nieuwbouwwoningen en utiliteitskantoren (kantoren en schoolgebouwen) in kaart te brengen door middel van rapportcijfers, met als doel duurzaam bouwen meetbaar en bespreekbaar te maken. Thema's van dit instrument zijn energie, materiaal, afval, water, gezondheid en integrale woonkwaliteit.

Westlands Verkeers- en Vervoersplan 2005-2015

Met het Westlands Verkeers- en Vervoersplan (WVVP) wordt vanuit het oogpunt van verkeer en vervoer invulling gegeven aan het strategische beleid voor de gemeente Westland, zoals dat is beschreven in de Greenportvisie 2020. Op basis van deze vertaling zijn concrete projecten en maatregelen benoemd. Daarbij zijn prioriteiten bepaald en is een volgorde voor uitwerkingen realistisch weergegeven.

Door het uitvoeringsprogramma wordt de stap gezet van papier (beleid) naar de praktijk (uitvoering). Het uitvoeringsprogramma en bijbehorende investeringsprogramma passen binnen de huidige begroting.

Verkeersplan De Lier 2010

Op 2 maart 2010 is het Verkeersplan De Lier vastgesteld. Dit plan is bedoeld om op verkeerskundig gebied De Lier aan te passen aan het huidige en toekomstige gebruik. Het stratenpatroon zal niet wezenlijk veranderen, maar de hoeveelheid verkeer zal door ruimtelijke ontwikkelingen en de autonome groei wel toenemen.

Om ook in de toekomst de bereikbaarheid en leefbaarheid voor de kernen te bewaken, wordt het verkeerskundig ideaalbeeld vanuit het WVVP vertaald naar de praktische invulling voor de kernen. Daarvoor is gedetailleerder invulling gegeven aan de uitgangspunten en een inventarisatie onder bewoners en belangengroepen gehouden. Dit is gecombineerd met onderzoek naar de parkeersituatie, ongevallenregistratie en verkeersbewegingen voor nu en in de toekomst.

De hieruit verkregen gegevens zijn geanalyseerd om tot oplossingen te komen. De oplossingen zijn vervolgens qua effect tegen elkaar afgewogen om enerzijds te voorkomen dat bij de uitvoering de effecten elkaar zouden kunnen tegenwerken en anderzijds om tot een goede keuze tussen leefbaarheid en bereikbaarheid te komen. Dit heeft onder andere tot de volgende maatregelen geleid:

  • de doorstroming en de veiligheid op de belangrijkste toeleidende weg, de N223, dient te worden verbeterd;
  • om De Lier beter te ontsluiten na aanleg van het 3-in-1-project, wordt de Kasteelweg aangesloten op de verlengde veilingroute;
  • op de erftoegangswegen (30 km/h) binnen de bebouwde kom worden de bestaande voorrangsregelingen opgeheven;
  • voor het openbaar vervoer worden de informatievoorziening en de instapmogelijkheden verbeterd, zodat ook ouderen en mindervaliden makkelijker van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken;
  • de busroute rijdt in de toekomst niet langer via de Kijckerweg, zodat nieuwe haltelocaties op de N223 en de Sportlaan moeten worden gezocht;
  • de Sportlaan is een belangrijke gebiedsontsluitingsweg voor de kern De Lier; om de veiligheid te verbeteren, wordt een rotonde op het kruispunt Veilingweg/Sportlaan voorgesteld;
  • de fietsenstallingen in het centrum en bij openbaarvervoerhaltes zullen worden uitgebreid;
  • de route Hoofdstraat-Oranjestraat-Prinses Irenestraat en Perron wordt belangrijker in het ontsluiten van het centrum.

Er kan worden gesteld dat het Verkeersplan De Lier geen concrete gevolgen heeft voor dit bestemmingsplan.

Beeldkwaliteitsplan karakteristiek gebied De Lier (2011)

In dit beeldkwaliteitsplan is één gebied aangewezen dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt bezien een bijzondere ruimtelijke kwaliteit heeft. Voor dit gebied is het beeldkwaliteitsplan opgesteld, zodat bij eventuele herbouw de beeldkwaliteit gewaarborgd is. Het betreft het gebied rond de Hoofdstraat tussen de Sportlaan en de Kerklaan (zie afbeelding).

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.abp0002-onhe_0011.png"

Karakteristiek waardevol gebied (bron: beeldkwaliteitsplan)

In het bestemmingsplan heeft dit gebied de dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek' gekregen. Het volledige beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 4 bij de regels.

Welstandsnota

De kern De Lier is opgenomen in de welstandsnota van de gemeente Westland. Specifiek voor het kernlint van De Lier geldt een bijzonder welstandsregime. De Lier heeft een heldere structuur en waardevolle bebouwing. Het kernlint kent delen die volop in ontwikkeling zijn en delen die voldoen aan huidige en toekomstige wensen. Nieuwe ontwikkelingen en (ver-)bouwplannen dienen te passen in de lintachtige karakteristieken. Dat betekent dat zowel stedenbouwkundig als architectonisch aansluiting moet worden gezocht bij de schaal, de omvang, de mate en de aard van detaillering van met name de oudere bebouwing.

Voor het centrum van De Lier is een structuurvisie gemaakt. In deze visie worden voorstellen gedaan om de ruimtelijke ontwikkeling van het centrum van de Lier in goede banen te leiden. Een deel van de voorstellen is inmiddels gerealiseerd. Na vaststelling van het ruimtelijk kwaliteitskader voor de kernen, met daarin waardevolle karakteristieken van de openbare ruimte, samenhang met bebouwing en welke eigenschappen te behouden en te versterken zijn, geldt deze ook als aanvullend beleid.

Om de aanwezige lintachtige kenmerken te behouden en te versterken geldt voor dit gebied een bijzonder welstandsniveau. Kleinschaligheid, afwisseling en individualiteit zijn uitgangspunt hetgeen tot uiting komt in de rooilijn, opbouw en detaillering.

Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland

In deze nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.

Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is:

Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding.

Met daarbij de volgende randvoorwaarden:

  • in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen; opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan;
  • iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland;
  • in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan;
  • opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen;
  • nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan;
  • de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsdoeleindenbestemming geldt of in tuincentra;
  • opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten;
  • bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.

In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Aangezien er in het plangebied geen verkooppunten zijn, is ook geen maatbestemming opgenomen.

2.1.5 Conclusie

Het plangebied wordt beschouwd als bestaand stedelijk gebied en valt met uitzondering van de sportvelden aan de noordzijde van het plangebied binnen de rode contour. De noodzakelijke inhaalslag voor het bouwen van woningen voor jongeren en ouderen dient in de kernen plaats te vinden. In de kernen zijn dan ook de beste combinaties te maken tussen woningen en voorzieningen. Herstructurering en intensief ruimtegebruik zijn hierbij belangrijke middelen. Hoogbouw als gevolg van meervoudig en intensief ruimtegebruik dient alleen op daarvoor geschikte locaties en op beperkte en passende schaal in de kern De Lier te worden ingezet. Voor deze hogere bebouwing geldt dat het in een herkenbaar cluster moet staan.

Revitalisering en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen zijn belangrijke speerpunten. Bij ontwikkelingen binnen het plangebied zijn intensief ruimtegebruik, duurzaamheid en segmentering belangrijke uitgangspunten. Voor segmentering geldt enerzijds waar mogelijk streven naar een zo hoog mogelijke milieuhindercategorie, anderzijds aandacht voor omgevingskwaliteit en landschappelijke inpassing.

Een grondige aanpak met grootse veranderingen voor De Lier is ongewenst en wordt niet nagestreefd. Enige schaalvergroting van detailhandel in de dagelijkse sector is echter wel mogelijk om de winkelfunctie van De Lier te versterken.