Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Glastuinbouwgebied Westland
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1783.abp00000013-vast

3.4 Externe veiligheid

3.4.1 Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht, waarbij het gaat over het beheersen van de risico's van gevaarlijke stoffen voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren.  
Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (ISO)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt, als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord – worden, omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit.
Voor dit bestemmingsplan is onder andere de toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de daarop gestoelde regeling en de in 2010 geactualiseerde Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (2004) van belang.
 
Risicovolle inrichtingen
Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.
Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR (zie hieronder) geldt daarbij als buitenwettelijke oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties.
 
Gemeentelijk beleidskader Externe Veiligheid
Op het gebied van externe veiligheid is op provinciaal niveau het beleidsplan "Beleidsplan externe veiligheid" in november 2010 vastgesteld. Daarnaast heeft het Stadsgewest Haaglanden, waaronder ook de gemeente Westland behoort, de beleidsnota ‘Samen Werken aan Externe Veiligheid’ opgesteld. Deze nota heeft een looptijd tot en met 2010. In beide nota’s zijn een vijftal kernpunten opgenomen:
  1. het ontstaan van nieuwe knelpunten tegengaan;
  2. het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van inrichtingen;
  3. bestaande knelpunten saneren;
  4. zorgvuldige risicocommunicatie;
  5. hulpverlening: het bevorderen van de samenwerking en de kwaliteit van de uitvoering en het richting geven aan de organisatorische versterking.
 
Vervoer van gevaarlijke stoffen
In de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, wegen en spoorwegen opgenomen. Op basis van de circulaire geldt voor bestaande situaties de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 10-5 per jaar en de streefwaarde 10-6 per jaar. In nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. In 2012 zal het Besluit transportroutes externe veiligheid in werking treden.  
Op basis van de circulaire geldt bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. 
Voor de transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Voor alle in Tabel 7 vermelde buisleidingen in het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland’ geldt dat volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (artikel 14) een belemmeringsstrook van 4 of 5 meter aan weerszijde van de buisleiding op de verbeelding aangegeven is.
De belemmeringsstrook is van belang voor het onderhoud van de buisleiding door de exploitant. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen moet de grenswaarden (10-6 per jaar) in acht worden genomen voor wat betreft de plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten. Voor beperkt kwetsbare objecten moet met het plaatsgebonden risico rekening worden gehouden met de richtwaarde van 10-6 per jaar. Voor het GR geldt een verantwoordingsplicht.
 
Vindplaatsen van explosieven
In de gemeente Westland worden op verschillende plaatsen munitie en explosieven gevonden uit de WOII. Er is een gemeentelijke kaart opgesteld met mogelijk verdachte locaties en vindplaatsen van explosieven Bijlage 8. Ter plaatse van eventuele vindplaatsen wordt in bestemmingsplannen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-munitie' opgenomen. Binnen deze gebiedsaanduiding is het niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren of werken aan te leggen, tenzij uit nader onderzoek blijkt dat dit verantwoord is.
3.4.2 Onderzoek
Binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan zijn een aantal risicovolle inrichtingen gelegen. Het gaat om de inrichtingen genoemd in Tabel 6. Per inrichting is aangegeven op welke deelkaarten de inrichting invloed heeft.
Tabel 6- Risicovolle inrichtingen
 
De risicovolle inrichtingen die zich in het plangebied bevinden, zijn de Intratuin, Carlton en het meet- en regelstation van de Gasunie, gelegen aan het Groeneveld in de Lier. Bij de overige genoemde inrichtingen in tabel 6 hebben de PR- en of de GR- risicocontour in het bestemmingsplangebied liggen. De inrichtingen hebben wel invloed op het plangebied in verband met de verantwoording groepsrisico. In casu is er echter sprake van een consoliderend bestemmingsplan, waardoor er geen gevolgen zijn voor de hoogte van het GR van deze inrichtingen. Voor de hoogte van het GR per inrichting verwezen naar tabel 6. Bij alle genoemde bedrijven blijft de hoogte van het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde.
 
Flora Holland:
Kwantitatieve risicoanalyse FloraHolland Naaldwijk, dd 31-10-2011 doc. nr RB2011001
 
Brinkman Agro BV:
Kwantitatieve risicoanalyse Brinkman Agro BV te ‘s-Gravenzande, dd 1-03-2011 doc. nr 236483-CA96
 
Meet- en regelstation:
Groepsrisico van het meet- en regelstation van de Gasunie gelegen aan het Groeneveld in de Lier. De gegevens komen uit de “QRA gasdruk meet- en regelstation” van 8 februari 2010 rapportnr 196966.01 van SAVE.
 
Vervoer van gevaarlijke stoffen
Op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (artikel 11) dienen transporteurs van gevaarlijke stoffen de kortste route te nemen en de bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. Alleen als de bestemming in de bebouwde kom is gelegen of er geen redelijke alternatieven zijn, dan mag een vervoerder met gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom.
Een gemeente heeft de mogelijkheid om een routering vast te stellen. Het routeren is alleen noodzakelijk als de basisregels uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen niet leiden tot voldoende bescherming. Transporteurs van routeplichtige stoffen zijn dan verplicht deze route te volgen, tenzij ze voor het afwijken van deze route over een ontheffing beschikken. Binnen de gemeente Westland is geen routering vastgesteld. De hoofdroute binnen Westland bestaat voornamelijk uit provinciale wegen, die door de provincie reeds zijn aangewezen als route gevaarlijke stoffen.
Voor de provinciale wegen binnen de Gemeente Westland ligt de plaatsgebonden (PR) 10-6-contour niet buiten de weg. Gezien de hoogte van het groepsrisico - het groepsrisico van de provinciale wegen binnen Westland is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde - kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het GR, waarin aandacht wordt besteed aan zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten.  
 
Planologische relevante kabels en leidingen;
Binnen het plangebied bevinden zich aardgastransportleidingen en aardgascondensaat transportleidingen. Verder bevinden zich in het plangebied overige relevante leidingen, bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen.
Volgens de geldende regelgeving, geldt een belemmeringenstrook van 4 à 5 meter ter weerszijde van de hartlijn van de leiding. De belemmeringsstrook is op de verbeelding weergegeven.
Op de hogedrukleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen vallen zijn de onderstaande veiligheidsafstanden van toepassing.
  
Tabel 6 - Hogedruk transportleidingen
 
Binnen de regio Haaglanden is een project uitgevoerd waar het GR is berekend voor de hogedruk aardgas buisleidingen. De GR berekeningen zijn vastgelegd in de volgende rapporten:
  • Kwantitatieve risicoanalyse voor de Gemeente Westland deel 1, 2, 3 en 4 door AVIV BV, maart 2011.
Ook in de laatste kwantitatieve risicoanalyse van de hogedruk aardgas buisleidingen uit 2012 blijkt dat de groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijft. De hogedruk aardgas buisleidingen waarvan het kilometerdeel boven de overschrijdingswaarde van 0,00 zijn opgenomen. Dit geldt ook voor de hogedruk aardgas buisleidingen die niet in het plangebied liggen maar het invloedsgebied wel in het plangebied ligt. Voor de hogedruk leidingen geldt dat gezien de hoogte van het groepsrisico, het groepsrisico ligt ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het GR, waarin aandacht wordt besteed aan zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten.
In het bestemmingsplangebied loopt een leiding van de NAM. Door deze leiding wordt onder hogedruk aardgascondensaat (K1 brandbare vloeistoffen) vervoerd. Over de hoogte van het groepsrisico van deze leidingen heeft de NAM de volgende uitgangspunt.
Voor deze leidingen is een risicoafstandenlijst van toepassing van het RIVM. Voor een 3” aardgascondensaatleiding met een ontwerpdruk van 95 bar hebben deze een PR afstand van 7 meter aan weerszijden van de leiding. Voor een K1 leiding wordt het aantal van 10 slachtoffers niet gehaald voor dichtheden tot 255 personen per hectare buiten de PR 10-6 risicocontour. Het GR voor deze K1 leidingen in het bestemmingsplangebied liggen hiermee ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Er is in deze gevallen dus geen sprake van groepsrisico waar rekening moet worden gehouden.
 
Risicoberekening gastransportleiding W-522-01-KR002 t/m 008
FN-curve worst-casesegment W-522-01-KR-002 t/m 008. Overschrijdingsfactor 0,09.
 
FN-curve worst-casesegment W-522-01-KR-002 t/m 008, weergegeven in rood.
 
Risicoberekening gastransportleidingen W-509-01-KR-012 t/m 019 en W-509-12-KR-001
 
FN- curve worst-casesegment W-509-01-KR-012 t/m 019. Overschrijdingsfactor 0,01.
FN- curve worst-casesegment W-509-01-KR-012 t/m 019, weergegeven in rood.
FN- curve worst-casesegment W-509-12-KR-001. Overschrijdingsfactor 0,00. Geldt alleen voor het glastuinbouwgebied.
         
Risicoberekening gastransportleidingen A-617-KR-014 t/m 023, W-509-01-KR-003 t/m 009 en W-509-02-KR-001 t/m 004-1 en W-514-01-KR-008 t/m 012.
FN- curve worst-casesegment A-617-KR-014 t/m 023. Overschrijdingsfactor 0,07.
FN- curve worst-casesegment A-617-KR-014 t/m 023, weergegeven in rood.
FN- curve worst-casesegment W-509-01-KR-003 t/m 009. Overschrijdingsfactor 0,05.
FN- curve worst-casesegment W-509-01-KR-003 t/m 009, weergegeven in rood.
FN- curve worst-casesegment W-509-02-KR-001 t/m 004-1. Overschrijdingsfactor 0,05.
FN- curve worst-casesegment W-509-02-KR-001 t/m 004-1, weergegeven in rood.
FN- curve worst-casesegment W-514-01-KR-008 t/m 012. Overschrijdingsfactor 0,01.
FN- curve worst-casesegment W-514-01-KR-008 t/m 012, weergegeven in rood.   
Risicoberekening gastransportleidingen A-617-KR-014 t/m 019 en W-509-02-KR-001 t/m 004.
FN- curve worst-casesegment A-617-KR-014 t/m 019. Overschrijdingsfactor 0,14.
FN- curve worst-casesegment A-617-KR-014 t/m 019, weergegeven in rood.
FN- curve worst-casesegment W-509-02-KR-001 t/m 004. Overschrijdingsfactor 0,19.
FN- curve worst-casesegment W-509-02-KR-001 t/m 004, weergegeven in rood.
Ligging van de leiding W-509-02in het bestemmingsplangebied met daarbij aangegeven de 10-6 contour.
De groepsrisiconiveau is zo laag dat deze niet in een grafiek te weergeven is.
   
Verantwoording Groepsrisico
Over zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH).
Uit dit advies (d.d. 10 juli 2012, kenmerk: VRH 2012/5432/MvV)blijkt dat de regionale brandweer onder de volgende voorwaarden kan instemmen met de voorgestelde invulling van het plangebied:
  1. Kans- en effectreducerende maatregelen zoals het plaatsen van een technische voorziening zodat de ventilatie eenvoudig kan worden uitgeschakeld. Deze maatregelen gelden voor de kwetsbare locaties 1 t/m 8 zoals genoemd in het advies. Het betreft voornamelijk horecagelegenheden langs de provinciale wegen.
  2. Er moet voorkomen worden dat grond-of graafwerkzaamheden en/of voorwerpen in de grond worden gedreven in de nabijheid van ondergrondse buisleidingen waar gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. In het bestemmingsplan is een belemmeringsstrook opgenomen.
  3. Om de zelfredzaamheid te verhogen moet voldoende vluchtwegen zijn voor mensen om veilig te kunnen vluchten. Dit geldt voornamelijk voor de horecabedrijven gelegen aan de provinciale weg.
  4. Bij evenementen en objecten waarin groepen mensen bevinden die beperkt of niet zelfredzaam zijn, moet personeel aanwezig en voorbereid zijn om de bezoekers in veiligheid te brengen.
  5. Risico- & crisiscommunicatie plaatsvindtaan diegene die een evenement organiseert en aan instellingen zoals de zorgboerderijen die gelegen zijn aan de provinciale weg.
  6. Geadviseerd wordt dat bij de herconstructie van het glastuinbouwgebied en bij andere ontwikkelingen die van invloed kunnen hebben op de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van ‘dagelijkse incidenten, zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn. Van belang is dat de plannen besproken wordt met de afdeling Risicobeheersing Westland van de Veiligheidsregio Haaglanden.
Effecten van de geadviseerde maatregelen op de risico’s per scenario.
 
Aan de voorwaarde onder B wordt in dit bestemmingsplan voldaan door het op te nemen van belemmeringsstroken op de planverbeelding. Hiermee kunnen de risico’s verkleind worden. De voorwaarde onder F kan worden voldaan bij initiatieven vooraf de VRH erbij te betrekken. De voorwaarden A, C t/m E moeten op een andere traject dan dit bestemmingsplan opgepakt en uitgevoerd worden.
 
Verantwoording groepsrisico
Het groepsrisico is verantwoord conform artikel 13, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
Ons besluit motiveren wij conform de CHAMP-methodiek zoals opgenomen in de regionale visie EV van het Stadsgewest Haaglanden. De Veiligheidsregio Haaglanden heeft in verband met de verantwoording van het groepsrisico advies uitgebracht over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.
 
Communicatie
Op 18 december 2008 is het Regionaal Beleidskader Risicocommunicatie vastgesteld. Op 26 oktober 2009 is het Regionaal Uitvoeringsplan Risicocommunicatie 2009-2011 Haaglanden vastgesteld.
De Veiligheidsregio Haaglanden en de gemeente Westland zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van dit uitvoeringsplan. In samenwerking met de overige Haaglanden gemeenten wordt hiermee een adequate invulling gegeven aan risicocommunicatie.
 
Communicatie ten tijde van een incident of ramp
Indien zich in het plangebied met een risicovolle inrichting, transportroute gevaarlijke stoffen of transportleiding een incident voordoet dat effecten op de omgeving heeft of nog kan hebben, vindt afhankelijk van de aard en omvang van deze effecten communicatie plaats naar de in het effectgebied liggende bedrijven en bewoners.
Bij een eenvoudig incident met geringe effecten zal de communicatie - voor zover nodig - op reguliere wijze en dus routinematig plaatsvinden door de ter plaatse aanwezige functionarissen van de hulpverleningsdiensten.
Indien een incident zich ontwikkelt tot een groot incident of ramp zal binnen de regio Haaglanden opschaling plaatsvinden. Van een routinematige aanpak wordt overgegaan naar een meer gecoördineerde aanpak.
Deze gecoördineerde aanpak is beschreven in het Regionaal Crisisplan Haaglanden, vastgesteld op 1 februari 2012, ten behoeve van multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing.
 
Horizon
In en in de directe nabijheid van het plangebied bevinden risicovolle installaties, leidingen en wegen. Aangezien dit bestemmingsplan een consoliderend is neemt de bevolkingsdichtheid niet toe en daarmee ook niet het Groepsrisico.
 
Anticipatie
Lokaal
Er zijn twee mogelijkheden waardoor gas uit de hoofdtransportleiding kan ontsnappen. Het meest waarschijnlijke en meest voorkomende ongeval is beschadiging van de buisleiding door grondwerkzaamheden. Daarbij zal een beperkte hoeveelheid gas uitstromen. De lekkage is moeilijk te detecteren. Aangenomen wordt dat door snel en adequaat optreden van alle betrokkenen deze wolk niet zal ontbranden. Bij dit scenario zal uit voorzorg de omgeving ontruimd moeten worden.
Daarnaast is er een ongeval mogelijk waarbij uitstromend aardgas door een grote breuk in de transportleiding explosief tot ontbranding komt.
Er is dan geen tijd meer om te vluchten. Het optreden van de hulpverleners zal bemoeilijkt worden door de hittestraling en het mogelijke instortingsgevaar van beschadigde gebouwen.
Bewoners en medewerkers van bedrijven moeten zich in eerste instantie zelf in veiligheid brengen.
Door werkzaamheden nabij de aardgasleiding zoveel mogelijk te voorkomen én bij werkzaamheden aan de leiding vooraf contact met de Gasunie op te laten nemen zal de kans op een breuk van de transportleiding verkleind worden.
In het bestemmingsplan is in de toelichting een alinea opgenomen over de hoofdaardgastransportleiding. Daarnaast is een artikel in de planvoorschriften opgenomen waarin staat dat binnen de belemmeringsstrook niet gebouwd mag worden. In de zogenaamde grondroerdersregeling is en geen grondwerkzaamheden mogen worden verricht. Vrijstelling kan verleend worden in overleg met de Gasunie en bevoegd gezag.
Het meest waarschijnlijke scenario voor een incident op de transportroute gevaarlijke stoffen is een ongeval en/of lekkage van een tankwagen. Het grootste effect zal optreden wanneer de tankwagen een brandbaar gas vervoerd. Teneinde mensen in staat te stellen te vluchten is een snelle en juiste melding van groot belang.
 
Omgeving
In de ontwikkeling van het plangebied wordt rekening gehouden met bouwtechnische voorzieningen en aspecten als nooduitgangen, bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen en vluchtwegen.
 
Hulpverlening (Brandweer)
Belangrijk blijft dat de hulpdiensten tot het gebied goede toegang hebben als er een calamiteit voordoet. De brandweer zal bij gebieden waar herstructurering plaatsvindt betrokken willen zijn als het gaat om bereikbaarheid en het voldoende hebben van bluswatervoorzieningen.
 
Motivatie
Door de realisatie van het plangebied, waaronder bedrijfsgebouwen en woningen neemt de personendichtheid in het gebied toe. In de toekomstige situatie en uitgaande van de nog vigerende berekeningsmethodiek en wetgeving is er echter geen sprake van een groepsrisico dat boven de oriëntatiewaarde ligt. Gezien de belangen (zoals planologische, volkshuisvestelijke, etc.) en het feit dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt, is het niet aan de orde om naar alternatieven te kijken met een lager groepsrisico.
  
Preparatie
Rampenplan
De gemeente Westland beschikt over een Rampenplan. Op regionaal niveau bestaat een operationeel basisplan. Indien een incident zich ontwikkelt tot een groot incident of ramp zal binnen de regio Haaglanden opschaling plaatsvinden. Van een routinematige aanpak wordt over­gegaan naar een Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdingsprocedure (GRIP 1, GRIP 2 en GRIP 3).
 
Alarmering
De dekking van de alarmsirenes in het plangebied is voldoende en worden bij een calamiteit gebruikt om de bewoners te waarschuwen. De inzet van de alarmsirenes is afhankelijk van de omvang van een calamiteit en de gevaren voor de omgeving.
 
Oefenen
In het rampenplan is een goede geoefendheid van de brandweer opgenomen. De brandweer oefent met regelmaat, zowel lokaal als regionaal, op het bestrijden van calamiteiten en andere rampenscenario’s.
3.4.3 Conclusie
Het aspect externe veiligheid staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Aan de norm voor het plaatsgebonden risico wordt voldaan. Als gevolg van het bestemmingsplan zal het groepsrisico niet toenemen.
Van de genoemde risicobronnen in dit bestemmingsplan is geen overschrijding van de oriëntatiewaarde geconstateerd.