direct naar inhoud van 4.9 Externe veiligheid
Plan: Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1

4.9 Externe veiligheid

Algemeen

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft onder andere betrekking op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op het huidige industrieterrein worden gevaarlijke stoffen toegepast en getransporteerd. De overheid stelt grenzen aan de risico's van deze activiteiten. De grenzen zijn vertaald in een norm voor het plaatsgebonden risico (PR) en een oriëntatiewaarde en verantwoordingsplicht voor het groepsrisico (GR).

Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), voor zover de risico's door een inrichting worden veroorzaakt. Voor het transport van gevaarlijke stoffen zijn de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen uit 2010 (Circulaire Rnvgs) en de Nota vervoer gevaarlijke stoffen (2006) van toepassing. Voor ondergrondse buisleidingen gelden het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

In figuur 4.6 is een uitsnede van de Risicokaart Noord-Brabant opgenomen. Navolgend wordt ingegaan op de risicovolle inrichtingen in en nabij het plangebied, het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse buisleidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0017.png"

Figuur 4.6: Uitsnede risicokaart Noord-Brabant

BEVI

Nyrstar Budel B.V. is een bevi bedrijf, NedZink niet. Voor Nyrstar is een kwantitatieve risico analyse (QRA) uitgevoerd. Uit de risicoberekeningen blijkt dat de PR 10-6 contour binnen de inrichting van Nyrstar blijft. Doordat de contouren evenmin over de gebouwen van Nedzink liggen, wordt voldaan aan de grenswaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) zoals deze zijn vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). Binnen de veiligheidszones zijn geen kwetsbare objecten aanwezig. Ten aanzien van het groepsrisico blijkt dat de berekende fN curve zich beneden de oriënterende waarde bevindt.

Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt een gasontvangststation (GOS), dat tevens onder de Wet Milieubeheer valt. De maximale uurafname van < 40.000 m3/h resulteert in een minimale bebouwingsafstand van 4 meter voor beperkt kwetsbare objecten. De veiligheidszone voor het GOS is opgenomen op de verbeelding.

Brzo 1999

Het huidige complex van Nyrstar Budel B.V. valt onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen (Brzo) 1999. Het Brzo stelt eisen aan bedrijven die op grote schaal met gevaarlijke stoffen werken. NedZink valt niet onder het Brzo 1999. Nyrstar Budel B.V. beschikt over een Veiligheidsrapport (in 2005 door bevoegde overheden vastgesteld). Op basis van het besluit heeft het bedrijf daarnaast een preventiebeleid Zware ongevallen (PBZO beleid) en een VeiligheidsBeheerSysteem (VBS). Het PBZO beleid en de VBS voldoen aan de internationale norm van arbozorg.

Kempen Airport

De 10-6 /jaar plaatsgebonden risicocontour van het vliegveld Kempen Airport valt over een deel van het plangebied. Binnen het plangebied zijn alleen beperkt kwetsbare objecten gelegen.
Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Bij vliegvelden is bebouwing binnen de PR 10-6 contour alleen toegestaan wanneer een verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven door het bevoegd gezag.
De 10-6 risicocontour is op de verbeelding opgenomen middels de aanduiding "veiligheidszone - luchtvaart 2".

afbeelding "i_NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1_0018.png"

Figuur 4.7: Plaatsgebonden risicocontour vliegveld Kempen Airport

Vervoer gevaarlijke stoffen via weg, spoor en water

Het vervoer van de gevaarlijke stoffen vindt door beide bedrijven via een vaste aan- en afvoerroute plaats. De woonbebouwing ligt op voldoende afstand van deze route.

Transport door ondergrondse buisleidingen

In het plangebied liggen twee ondergrondse hogedrukaardgas leidingen. Een aanpassing hiervan is niet voorzien. Voor de leidingen geldt op grond van het Bevb een belemmeringenstrook aan weerszijden van de leiding. Binnen deze strook gelden beperkingen voor het gebruik. In de belemmeringenstrook mag niet gebouwd worden, tenzij wordt afgeweken middels een omgevingsvergunning. Werkzaamheden in deze strook mogen alleen worden uitgevoerd door of met instemming van de leidingbeheerder. Hiervoor zijn in de Regels voorwaarden opgenomen waarmee voldaan wordt aan artikel 14, lid 2 Bevb. De leidingen en de bijbehorende belemmeringenstroken zijn op de verbeelding weergegeven. Het plaatsgebonden risico is berekend en de 10-6 contour blijkt voor alle leidingen op de leiding zelf te liggen.

Opslag gevaarlijke stoffen

Beide bedrijven hebben een bovengrondse opslag van vloeibare aardolieproducten van 0,2 tot 150 m3. Deze voldoen aan de richtlijnen beschreven in PGS 30. De aanwezige gasflessen en transportreservoirs zijn gekeurd door het Stoomwezen8.

Daarnaast voldoen de opslag en het gebruik van chloor aan de PGS 11 en de opslag van propaan in reservoirs van 5-150 m3 aan de PGS 21. De opslag, het vervoer en de toepassing van ammoniak voldoen tenslotte aan PGS 12 en 13.

Procesapparatuur, procesleidingen, drukvaten en opslagtanks worden periodiek door de Dienst van het Stoomwezen gekeurd. Binnen beide bedrijven is een registratiesysteem aanwezig waarin de locatie, de aard en de hoeveelheid van alle binnen de inrichting opgeslagen chemicaliën worden bijgehouden. Bij beide bedrijven worden gevaarlijke (afval)stoffen in emballage in hoeveelheden van 0 tot 10 ton opgeslagen conform PGS 15. Nyrstar Budel beschikt bovendien over opslag van gevaarlijke stoffen boven de10 ton. Ze voldoen hierbij aan de voorschriften die gesteld zijn in PGS 15. Chemicaliën op het terrein worden slechts verladen op de daarvoor ingerichte verlaadplaatsen.

Conclusie

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van verschillende risicobronnen. Het voorliggende bestemmingsplan legt alleen de bestaande situatie vast waardoor het groepsrisico niet wijzigt.

Het plaatsgebonden risico 10-5 en 10-6 van de Kempen Airport is opgenomen op de verbeelding, alsmede de veiligheidszone van het gasontvangststation. De PR 10-6 contour van de aanwezige gasleidingen liggen op de leidingen zelf de PR 10-6 contour van Nyrstar blijft binnen de inrichting. Omdat het voorliggende plan geen nieuwe ontwikkelingen toestaat, vormt het plaatsgebonden risico geen knelpunt.

Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan treedt geen verslechtering op van het veiligheidsniveau. Daarmee kan voorliggend bestemmingsplan ten aanzien van het aspect externe veiligheid verantwoord worden geacht.