direct naar inhoud van Artikel 20 Algemene aanduidingsregels
Plan: Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1

Artikel 20 Algemene aanduidingsregels

20.1 geluidzone - industrie
20.1.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van een geluidzone vanwege industrielawaai.

20.1.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 18) mogen geen nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd vanwege een hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai.

20.1.3 Afwijken van de bouwregels

Mits de geluidbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen en/of functies niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een door het bevoegd gezag verleende hogere grenswaarde, kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.1.2 en toestaan dat nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gebouwd dan wel functies worden toegestaan.

20.2 luchtvaartverkeerzone
20.2.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een invliegfunnel en obstakelvrije ruimte ten behoeve van het luchtvaartterein.

20.2.2 Bouwregels
  • a. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 18) mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten niet hoger worden gebouwd dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone – 1' de hoogtematen van 20 m en
      30 m;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone – 2' de hoogtematen van 30 m en
      40 m;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone – 3' de hoogtematen van 40 m en
      45 m;
  • b. In afwijking van het bepaalde sub a. geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwhoogte schoorsteen', een schoorsteen is toegestaan met een maximale hoogte van 70 m.
20.2.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen voor zover deze de maximaal aangeduide bouwhoogte kunnen overschrijden;
    • 2. het verlagen of verhogen van het maaiveld;
    • 3. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan de binnen de aanduiding aangegeven bouwhoogte.
  • b. Het in lid 20.2.3 sub a bedoelde verbod is niet van toepassing op werk of werkzaamheden die:
    • 1. tot het normale onderhoud en beheer behoren;
    • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan of waar reeds een vergunning voor verleend is.
  • c. Het werk en werkzaamheden als bedoeld in lid 20.2.3 sub a zijn slechts toelaatbaar, indien door dat werk of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de luchtvaartverkeerzone ontstaat.
  • d. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 20.2.3 sub a wordt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport of eventueel de opvolger van deze instantie advies ingewonnen.
20.3 overig - attentiegebied ehs
20.3.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overig - attentiegebied ehs' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de ecologische hoofdstructuur.

20.3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overig - attentiegebied ehs' het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet;
    • 2. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage;
    • 3. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
    • 4. het buiten een agrarisch bouwblok aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een bouwwerk;
  • b. Het in lid 20.3 sub a. gestelde verbod is niet van toepassing op werk en/of werkzaamheden die tot het normale onderhoud en beheer behoren;
  • c. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld sub a wordt het betrokken waterschapsbestuur gehoord.
20.4 overig - ecologische hoofdstructuur
20.4.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overig - ecologische hoofdstructuur' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken.

20.5 overig - groenblauwe mantel
20.5.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overig - groenblauwe mantel' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

20.6 veiligheidszone - bedrijven
20.6.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bedrijven' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in verband met een gasontvangststation.

20.6.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 18) mogen geen gebouwen worden gebouwd die kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

20.7 veiligheidszone - luchtvaart
20.7.1 Aanduidingomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - luchtvaart 2' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in verband met het luchtverkeer van Kempen Airport.

20.7.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 18) mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd die kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

20.7.3 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veiligheidsrisico van de kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 20.7.2, voor de bouw van bouwwerken welke zijn toegelaten krachtens de onderliggende bestemming indien die bouwwerken als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten kunnen worden aangemerkt in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, mits aangetoond wordt dat deze objecten voldoen aan de normen van plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) verantwoord is.