direct naar inhoud van Artikel 12 Leiding - Gas
Plan: Industrieterrein Budel-Dorplein bestaand
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1706.BDO1004-VAS1

Artikel 12 Leiding - Gas

12.1 Bestemmingsomschrijving

De als 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas' een ondergrondse hogedrukgasleiding;
  • b. een beschermings- en veiligheidszone ter breedte van 4 m aan weerszijden van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas';
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de hogedrukgasleiding.
12.2 Bouwregels
12.2.1 Voorrangsregeling

Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leiding als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen, prevaleert de bestemming 'Leiding - Gas'.

12.2.2 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Uitsluitend toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de ondergrondse hogedrukgasleiding tot een maximale bouwhoogte van 5 m.

12.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 en toestaan dat binnen de beschermingszone bouwwerken worden gebouwd, mits:

  • a. de belangen van de leiding niet worden geschaad;
  • b. bij de beheerder van de betreffende leiding schriftelijk advies wordt ingewonnen.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning het volgende werk, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. diepploegen;
    • 2. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
    • 3. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
    • 4. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen;
    • 5. het ophogen, het bodemverlagen of afgraven of het verrichten van andere graafwerkzaamheden, anders dan normaal spitwerk;
    • 6. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze drijven van voorwerpen in de grond;
    • 7. het vellen of rooien van diepwortelende beplantingen of bomen;
    • 8. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen of bomen;
    • 9. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging.
  • b. Het in lid 12.4 sub a bedoelde verbod is niet van toepassing op werk of werkzaamheden die:
    • 1. het normale onderhoud en beheer van de aanwezige leiding(en) betreffen en voorzover het betreft het hiervoor in lid 12.4 sub a onder 2 en 3 bepaalde, indien dit in het kader van de eerder aangewezen bestemming tot het normale onderhoud en beheer behoort;
    • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan of waar reeds een vergunning voor verleend is.
  • c. Een werk en werkzaamheden als bedoeld in lid 12.4 sub a zijn slechts toelaatbaar, indien door werk of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen aantasting van de belangen van de gasleiding ontstaat of kan ontstaan en bij de beheerder van de betreffende leiding schriftelijk advies wordt ingewonnen.