direct naar inhoud van 6.12 Overige functies
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1701.0000BP000000000509-0010

6.12 Overige functies

6.12.1 Zandwinning

Voor de zandwinlocatie in het plangebied is een speciale regeling opgenomen die aansluit bij de verleende vergunning. Het bestaande zandwingebied is als zodanig bestemd. De regeling voor de winning is afgestemd op de bestaande (planologische) situatie.

6.12.2 Waterwinning

Rondom de waterwingebieden ligt een beschermingszone. Het totale grondwaterbeschermingsgebied wordt primair beschermd op grond van de Provinciale milieu verordening (Pmv). Voor het eigenlijke waterwingebied geldt de meest stringente bescherming; voor het daaromheen liggende grondwaterbeschermingsgebied betreft het een beperking op activiteiten en bedrijven die een risico kunnen vormen voor de grondwaterkwaliteit. Op de verbodsbepalingen kan ontheffing verleend worden voor activiteiten die door het stellen van regels een acceptabel en beheersbaar risico vormen. Zo is vestiging van lichte vormen van bedrijvigheid, zoals kantoren, binnen het grondwaterbeschermingsgebied wel mogelijk. Ingevolge de Provinciale milieu verordening is een lijst van verboden (bedrijfs)activiteiten opgesteld. De grondwaterbeschermingsgebieden zijn onder een gelijknamige aanvullende bestemming ondergebracht. De gronden naast de basisbestemmingen zijn tevens bestemd voor drinkwaterwinning, drinkwaterproductie, drinkwaterdistributie en bescherming van de grondwaterkwaliteit.

6.12.3 Zendmasten en installaties

Voor het plaatsen van hoge zendmasten geldt dat de nadelige invloed voor het landschap zoveel mogelijk beperkt moet worden. Om die reden geldt de volgende locatievoorkeursvolgorde:

  • op of nabij hoge gebouwen of bouwwerken;
  • op bedrijventerreinen;
  • langs grote infrastructuurlijnen.

Voor de plaatsing van zendmasten tot ten hoogste 45 meter is in het plan een algemene bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning opgenomen.

6.12.4 Windmolens

Ten aanzien van windmolens wordt aangesloten bij het provinciaal beleid (zie paragraaf 4.3.1).

6.12.5 Militaire terreinen

Binnen het plangebied zijn meerdere oefenterreinen gesitueerd en drie bebouwde objecten (Johannes Postkazerne, Brigadegebouw KL en Brigadegebouw KMar aan de Helomaweg). Voor alle militaire terreinen in Nederland is een planologische kernbeslissing opgesteld, het 2e Structuurschema Militaire Terreinen (SMT). Hierin zijn de hoofdlijnen van het rijksbeleid voor militaire terreinen en complexen opgenomen. In het SMT zijn de plannen van het ministerie van Defensie vastgelegd met betrekking tot de locaties en het gebruik van oefenterreinen, kazernes en andere complexen, militaire vliegvelden en havens. In algemene zin is het ruimtelijk beleid volgens het structuurschema gericht op een doeltreffende uitvoering van de krijgsmachttaken die uit het defensiebeleid voortvloeien.

De Johannes Postkazerne heeft in het bestemmingsplan een specifieke bestemming gekregen met bijbehorende veiligheidszones. Van het militair natuurgebied Havelte-Oost met een oppervlakte van ongeveer 1300 hectare, is in het SMT 260 hectare aangewezen als 'overig oefenterrein'. Dit betekent dat het begrensde gebied alleen gebruikt wordt voor lichte oefeningen (oriƫntatie, lopen en bivak; geen gebouwen). Het overgrote deel van het militair natuurgebied verliest de militaire functie. De verwachting is dat dit gebied binnenkort zal worden overgedragen aan een natuurbeherende instelling of particulier.

Aan de westzijde van de van Helomaweg ligt het dubbel Eenheids Oefenterrein Havelte-West. Het oefenterrein ligt voor een deel in de gemeente Steenwijkerland. Het betreft een intensief gebruikt militair terrein, waar geoefend wordt door gemechaniseerde eenheden van de Koninklijke Landmacht. Bij de militaire oefeningen ligt de nadruk tegenwoordig op het beoefenen van crisisbeheersing en vredeshandhaving, waaronder het beoefenen van het optreden in bebouwd gebied.

In de gemeente liggen ook laagvlieggebieden voor jachtvliegtuigen en helicopters. In deze gebieden zijn geen bouwmogelijkheden voor masten, windmolens en andere hoge objecten. De laagvlieggebieden zijn op de verbeelding opgenomen.