| Plan: | 1e Herziening De Beekse Akkers |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1659.BPBDdba1eherz-VG01 |
Het bestemmingsplan voor de uitbreidingslocatie De Beekse Akkers is vastgelegd in het Bestemmingsplan De Beekse Akkers, Gemeente Laarbeek, vastgesteld bij besluit van de raad d.d. 31 januari 2008, onherroepelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 1 september 2008, nr. 1381292. Het vastgestelde bestemmingsplan (moederplan) voorziet in een planologische regeling voor de uitbreidingslocatie De Beekse Akkers in de gemeente Laarbeek.
De 1e herziening van het bestemmingsplan De Beekse Akkers heeft betrekking op het wooneiland gelegen in de bergingsvijver tussen de Lieshoutseweg en de De Ruijterweg. Destijds is het eiland gedetailleerd bestemd voor woningbouw in de vorm van een appartementencomplex van circa 12 woningen met een halfverdiepte parkeergarage. Door economisch moeilijke jaren is de snelheid van de woningbouw afgenomen en is de vraag naar woningen veranderd. Dit heeft tot gevolg dat ook voor De Beekse Akkers de ontwikkeling trager is gegaan dan aanvankelijk was beoogd en het bestemde programma niet meer aansluit op de huidige gewenste vraag uit de markt. In de afgelopen 10 jaar is de ontwikkeling van een appartementencomplex met een halfverdiepte parkeergarage financieel en markttechnisch niet haalbaar gebleken. Op het moment is er een concreet verzoek om op het eiland 6 grondgebonden woningen te realiseren. De 6 grondgebonden woningen passen niet binnen de vigerende bestemming Wonen-1 en het vigerende bouwvlak.
De 1e herziening heeft betrekking op situering en vergroting van het bouwvlak en bestemmingsvlak. Daarnaast zijn in de paragraaf beeldkwaliteit de beeldkwaliteitcriteria met betrekking tot het wooneiland geactualiseerd.
Afbeelding: Globale ligging plangebied
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek heeft een positief besluit genomen om tot de ontwikkeling van de 6 grondgebonden over te gaan. Om de 6 grondgebonden woningen mogelijk te maken is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Onderhavige bestemmingsplan voorziet in dit juridisch-planologisch kader.
In het bestemmingsplan De Beekse Akkers zijn de uitgangspunten uit het Masterplan De Beekse Akkers van september 2005 (zie ook paragraaf 3.3 Beleid) vastgelegd. Het masterplan beschrijft het planconcept van een dorpse uitbreiding met woningen in een groene setting. De wijk dient niet geïsoleerd te zijn, maar integraal deel uit te maken van Beek en Donk. Het masterplan bestaat uit fase 1,2 en 3. Het vigerende bestemmingsplan De Beekse Akkers heeft slechts betrekking op fase 1A, 1B en 1C, zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding: Woonbuurten en fasering, Masterplan De Beekse Akkers september 2015
Het bestemmingsplan heeft een globaal karakter voor het gehele plangebied, uitgezonderd deelplan 1A. Voor dit deelplan zijn gedetailleerde bestemmingen vastgelegd met een directe bouwtitel voor 84 woningen (zie afbeelding deelplan 1A). Het wooneiland is onderdeel van deelplan 1A.
Wonen -1
Het wooneiland in de bergingsvijver heeft de bestemming Wonen - 1, waar gestapelde woningen binnen het bouwvlak met de aanduiding “woningklasse g, gestapelde woning” zijn toegestaan, met de daarbij behorende bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde . De nokhoogte van de gestapelde woningen mag ten hoogste 13,5 meter bedragen. Het hoofdgebouw dient te worden voorzien van een kap met een dakhelling van tenminste 30° en ten hoogste 60°.
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn binnen de bestemming Wonen - 1 tevens bevoegd nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering, de afmeting, dakbeëindiging, de detaillering, de kapvorm en de nokhoogte, zoals neergelegd in het vastgestelde beeldkwaliteitsplan “Beeldkwaliteit De Beekse Akkers, deelplan 1a” van de gemeente Laarbeek.
Afbeelding: Bestemmingsplan De Beekse Akkers kaartblad 2 (deelplan 1A)
In het vastgestelde beeldkwaliteitsplan “Beeldkwaliteit De Beekse Akkers, deelplan 1a” van de gemeente Laarbeek, zijn de beeldkwaliteitcriteria van het wooneiland beschreven in paragraaf 4.2 De Appartementenvilla. Met betrekking tot de appartementenvilla zijn de volgende criteria opgenomen:
Bouwhoogte, Bouwblokken en typologie
De appartementenvilla die is gelegen in de vijver aan De Ruijterweg bestaat uit maximaal 4 bouwlagen in de vorm van 3 lagen met kap en vormt daarmee het hoogtepunt van woonbuurt 1 en een belangrijk stedenbouwkundig accent voor de hele buurt. De appartementenvilla bestaat uit gestapelde woningen in de vorm van appartementen voor senioren en heeft 3 woningen per laag. Het parkeren vindt plaats in een verdiepte stallingsgarage onder het woongebouw.
Dakenlandschap
Als uitgangspunt geldt dat voor de appartementenvilla wordt gekozen voor een afwijkende kapvorm met een vrije nokrichting. Voor woonbuurt 1 geldt een uniforme kleur en materiaalgebruik voor de gevels en kappen. Om de appartementenvilla als stedenbouwkundig accent te benadrukken wordt gekozen voor een afwijkende kleur en materiaalgebruik en detaillering ten opzichte van de woonbuurt.
In paragraaf 3.5 Beeldkwaliteit zijn de beeldkwaliteitcriteria herzien naar aanleiding van de nieuwe ontwikkeling op het wooneiland met 6 grondgebonden woningen in plaats van een appartementengebouw.
Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 een planbeschrijving opgenomen over de ontwikkeling van het wooneiland met grondgebonden woningen. In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe de beoogde ruimtelijke indeling vormgegeven zal worden binnen het plangebied. Na de planbeschrijving volgt in hoofdstuk 3 een planologische afweging omtrent de herziening. In dit hoofdstuk komen de afweging vanuit de markt, het beleid, de verschillende omgevingsaspecten, beeldkwaliteit en tot slot de conclusie van de planologische afweging. Het juridische gedeelte van een bestemmingsplan wordt gevormd door de verbeelding en de regels. Hiervan wordt in hoofdstuk 4 een juridische planbeschrijving gegeven. Hierin wordt de wijze van bestemmen uiteengezet. Daarnaast wordt per artikel uitleg gegeven over bouw- en gebruiksmogelijkheden. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan behandeld.
In het (nog steeds actuele) masterplan 2009 Beekse Akkers is sprake van een aantal accenten. Achterliggend idee is dat langs de lanen en het parksnoer een aantal grotere elementen geplaatst wordt. Als thema is gekozen voor de hoeve die refereert aan de boerderijcomplexen die zich van oudsher langs de Brabantse landwegen bevonden. De hoeves zijn in het masterplan voorzien als: “kleinschalige wooncomplexen op een erf en vormen bijzondere elementen in de wijkstructuur”.
Twee van de hoeves zijn inmiddels in aanbouw dan wel gerealiseerd: langs de Lieshoutseweg is enkele jaren geleden Merenstein gebouwd en er schuin tegenover aan het Isiodorusplein zijn nu de boerderij- en stalwoningen in aanbouw. De andere locaties moeten nog ingevuld worden.
Eén van deze locaties is het wooneiland ten oosten van het Berkendijkje aan de De Ruijterweg. Verschillende ontwikkelaars hebben zich stukgebeten op deze locatie. Dit kwam enerzijds door het door de gemeente gewenste programma van eisen (appartementen) en anderzijds door de beperkte omvang van het eiland die een rendabele oplossing van gestapelde woningbouw en parkeren op het eiland feitelijk onmogelijk maken.
Omdat door de verschillende ontwikkelaars geen levensvatbare plannen zijn ontwikkeld, heeft de gemeente eind 2015 de supervisor en de extern stedenbouwkundige gevraagd een vrije inrichtingsstudie te verrichten. De vraag luidde: Welke kleinschalige woningbouwmogelijkheden biedt het eiland? Al snel werd duidelijk dat gestapelde woningbouw hier geen oplossing zou bieden. Daarom is gezocht naar grondgebonden woningen. De studie leidde begin februari 2016 tot een modellenboek waarin drie scenario's waren uitgetekend. In overleg met de gemeente, en al snel hierna met de ontwikkelaar, bleek het scenario met de patiowoningen het meest kansrijk, zowel uit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt als vanuit praktische haalbaarheid. Nadat dit patiomodel verder was verfijnd en referentiebeelden waren toegevoegd, is de architect van de ontwikkelaar aan de slag gegaan.
Uitgangspunt in het patiomodel is een centrale noord-zuid as over het eiland met aan weerszijden drie woningen met hun patio respectievelijk op het water.
Afbeelding: Vogelvluchten ontwikkeling wooneiland met 6 grondgebonden woningen
Het bouwplan bestaat uit grondgebonden woningen van één bouwlaag met kap. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 3,5 meter en 8,5 meter.
Er is gekozen voor één woningtype, zes vrijstaand geschakelde patiowoningen waarbij de dakopbouwen verschillend zijn. De woningen zijn hetzelfde waarbij opgemerkt wordt dat gevelindelingen en ook de interne indeling op maat van de eerste bewoners kan worden aangepast. Hendriks Coppelmans (HC) is voornemens kopers een aantal meerwerk opties aan te bieden die van invloed kunnen zijn op de gevelbeelden zoals; een carport aan de voorzijde en een tuinkamer aan de achterzijde. Door de speelse opzet met gedraaide kappen wordt het beeld vanuit de centrale straat minder traditioneel en minder herkenbaar als woonstraatje en meer beleefbaar als hofje.
De woningen aan de noordwestzijde van het eiland hebben een epresentatieve gevel aan de Lieshoutseweg door middel van een opvallende dakkapel en een a-symmetrische gevelindeling. Dit wordt versterkt door een vlonder grenzend aan de patio, waarmee het contact met het water wordt vergroot.
Aan de achterzijde van de woningen wordt tussen de tuin/patio en het water een groenstrook aangebracht van 1 meter. Deze groenstrook dient als overgang tussen de woningen en het water. Hiermee wordt duidelijk onderscheid gemaakt in beeld tussen de reeds bestaande Hoeve die direct in het water staat met terrassen en het wooneiland met een groene rand. De definitieve technische uitwerking van het talud wordt opgepakt met de voorbereidingen van het bouw- en woonrijp maken van het eiland.
De inrichting van de openbare ruimte en parkeren is ook een belangrijk aandachtspunt. De woningen zijn zo aan de binnenstraat gesitueerd dat een prettig binnenhof ontstaat.
De ontsluiting van het wooneiland vindt bij voorkeur plaats door middel van een brug via de De Ruijterweg en ontsluit de 6 woningen. Het hofje is alleen bedoeld voor bestemmingsverkeer, de bewoners van het eiland. Het aantal woningen wordt gehalveerd, van 12 appartementen naar 6 grondgebonden woningen. Dit betekent dat dit een positief effect heeft op de verkeersgeneratie, deze zal ten opzichte van de vigerende situatie afnemen.
Doel is om de parkeerplaatsen dusdanig in te passen dat het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht is van de openbare ruimte. Voor de parkeernormen van het wooneiland wordt aangesloten bij de CROW-normering. Conform de CROW-normering moet voor het wooneiland tussen de 1,9 en 2,7 p.p. per woning worden aangeboden (pag. 24; koop, vrijstaand; weinig stedelijk; rest bebouwde kom).
Voor het wooneiland wordt uitgegaan van een parkeernorm van 2 parkeerplaats per woning, waarvan 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers. Hierbij wordt aangesloten bij de parkeerrichtgetal van de CROW. De aanwezigheid van een openbaar vervoer halte aan de overzijde van de Lieshoutseweg is meegenomen bij het maken van de keuze voor deze parkeernorm.
Op het eiland worden 6 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Elke woning heeft één opstelplaats naast de woning. Aan het einde van het hofje is voldoende keermogelijkheid. In de openbare ruimte aan de De Ruijterweg worden 6 parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerplaatsen zijn groen ingepast en zo gesitueerd dat ze nauwelijks zichtbaar zijn vanuit de zichtlijn van de Lieshoutseweg. Van de 6 parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn tevens 2 parkeerplaatsen voor bezoekers bestemd.
In totaal worden er 12 parkeerplaatsen gerealiseerd, 6 op eigen terrein en 6 in de openbare ruimte. Het wooneiland heeft hiermee een sluitende parkeerbalans.
Het wooneiland in de bergingsvijver vormt één van de accenten aan de ruimtelijke hoofdstructuur van de wijk. Het accent is niet gezocht in bouwhoogte, maar in een eigentijdse architectuurstijl en een afwijkende materiaal- en kleurgebruik ten opzichte van woonbuurt 1 met een traditionele architectuurstijl van de Delftse School.
In paragraaf 3.5 Beeldkwaliteit zijn in overleg met de supervisor de actuele beeldkwaliteitcriteria opgesteld voor het wooneiland met grondgebonden woningen. Het wooneiland voldoet aan deze criteria.
Voor het bouwplan is gekozen in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan voor een afwijkend kleur - en materiaalgebruik ten opzichte van woonbuurt 1. De woningen in de Delftse School zijn in het plangebied uitgevoerd met donkerbruine tot donkerpaarse bakstenen met antraciete daken. Voor het wooneiland is juist gekozen voor een licht en fris kleurgebruik. Gekozen is voor een witte of gekeimde bakstenen met antraciete dakpannen.
Om de beleving van het eiland en water te versterken heeft het de voorkeur om een brug vanaf de De Ruijterweg naar het wooneiland te realiseren. De brug wordt vormgegeven in aansluiting op de architectuurstijl van de woningen op het eiland. De brug is een onderdeel van het wooneiland en vormt een bijzonder element aan de De Ruijterweg. De technische haalbaarheid in relatie tot de DWA en RWA van de oeververbinding moet nog worden onderzocht.
De herziening heeft betrekking op het wijzigen van het ruimtebeslag van het bestemmingsvlak Wonen -1 en het bijbehorende bouwvlak. De overige bouwregeling van Wonen-1 blijft identiek en wordt één op één overgenomen uit het moederplan. Om de specifieke kwaliteiten van het wooneiland te borgen zijn in de nieuwe bestemming Wonen de lagere goot-en nokhoogte, het maximaal aantal woningen van 6 en de typologie van grondgebonden woningen vastgelegd. Om te zorgen dat het parkeren van het wooneiland niet afgewenteld wordt op de openbare ruimte is parkeren op eigen terrein geborgd in de regels. Het binnenhof is bestemd voor Verkeer - Verblijfsgebied. De bestemming Water is opgenomen tussen het wooneiland en De Ruijterweg. Tussen het water en de achterzijde van de woningen wordt een groenstrook aangelegd als zijnde oever en wordt bestemd met Groen.
Afbeelding: uitsnede wooneiland vigerend bestemmingsplan De Beekse Akkers
Afbeelding: Situering nieuwe bestemmingsvlak Wonen-1 en bouwvlak
Zes grondgebonden patiowoningen inclusief 6 parkeerplaatsen en een ontsluitingsstraat neemt op maaiveldniveau meer ruimte in beslag dan een appartementengebouw met een halfverdiepte parkeergarage. Dit betekent dat het bestemmingsvlak Wonen-1 wordt vergroot conform het ruimtebeslag van het bouwplan. Zoals eerder toegelicht is het bestemmingsvlak Wonen-1 tevens afgestemd op het aanwezige eiland in de bergingsvijver.
De patiowoningen worden centraal op het eiland gepositioneerd, aan weerszijden van het binnenhof. De herziening bestaat daardoor uit twee aangepaste bouwvlakken. Dit betekent dat in plaats van één bouwvlak gesitueerd aan de zuidwest zijde van het eiland, nu één bouwvlak komt te liggen ter plaatste van het huidige bouwvlak en het tweede bouwvlak iets naar het noordoosten opschuift.
In de bouwvlakken worden de hoofdgebouwen van de patiowoningen gerealiseerd. Bij de herziening wordt tevens de bouwhoogte aangepast. In plaats van de geldende bouwhoogte van 13 meter wordt de maximale goothoogte vastgelegd op 3,5 meter en de maximale bouwhoogte op 8,5 meter. Daarnaast is door middel van de bouwaanduiding 'vrijstaand' de gewenste typologie vastgelegd. Gestapelde woningen zijn in de herziening niet meer toegestaan. Dit betekent ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan een aanzienlijke verlaging van de bouwhoogte, wat ten goede komt aan de dorpse uitstraling van de woonwijk De Beekse Akkers.
Om één parkeerplaats per woning te kunnen borgen op eigen terrein is er een functieaanduiding aan het bouwvlak toegevoegd, specifieke vorm van wonen - parkeren. In de regels is het parkeren op eigen terrein daarmee geborgd.
De woningmarkt heeft een diepe crisis gekend, waar we nu weer geleidelijk uitkrabbelen. Een crisis die de overgang van een oude naar een nieuwe realiteit markeert. Jarenlang was de woningmarkt een bijzondere markt, bijzonder vanwege het sterk aanbodgedreven karakter. De dominantie van het aanbod verliest echter snel aan kracht. Behalve laag consumentenvertrouwen met als gevolg de kopersstaking, hebben banken en overheid de spelregels veranderd. Dit leidt tot een verschuiving op de woningmarkt van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd met een verlangen van consumenten naar meer invloed op haar woning en woonomgeving. Dit verlangen krijgt geleidelijk invulling als gemeenten en ontwikkelaars hun expertise inzetten ten behoeve van de woonconsument. Niet langer moeten gesprekken gaan over ‘wat’ & ‘waar’ wordt gebouwd, maar moeten we ons afvragen ‘voor wie’ & ‘onder welke condities’ nieuwbouw mogelijk is. Door de woonwens als uitgangspunt te nemen van een ontwikkeling ontstaan wijken die duurzamer zijn, omdat ze beter toegesneden zijn op de leefstijlen van haar bewoners.
Het masterplan en bestemmingsplan van De Beekse Akkers is in 2005-2006, net voor de crisis, opgesteld. Zoals in de aanleiding al benoemd, is de gemeente geconfronteerd met een vertraging in de planvorming. Nu 10 jaar later blijkt het aanbodgestuurde plan voor een aantal deellocaties van De Beekse Akkers niet meer realiseerbaar op basis van de vigerende uitgangspunten.
Heroverweging:
Het feit dat er sprake is van een vraaggestuurde markt betekent dat er op een nieuwe manier naar de ontwikkeling van de Beekse Akkers moet worden gekeken. Dit betreft ook de locatie van het wooneiland in de bergingsvijver.
Omdat de planvorming inmiddels 10 jaar oud is moet dit opnieuw tegen het licht worden gehouden en worden geactualiseerd. Dit betreft zowel de bestemmingsplansystematiek als het woningbouwprogramma.
De vraaggestuurde markt heeft geleid tot een concreet verzoek om op het eiland 6 grondgebonden woningen te realiseren. Er blijkt dus geen vraag te zijn naar appartementen maar naar grondgebonden woningen. Het ruimtebeslag van grondgebonden woningen is groter dan het ruimtebeslag van appartementen. Een gevolg van deze marktverandering is dat het bestemmingsplan moet worden herzien om dat grotere ruimtebeslag mogelijk te maken. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin.
Een bestemmingsplan dient te voldoen aan het beleid van de gemeentelijke, provinciale en rijksoverheid. Dit beleid dient opgenomen en verantwoord te zijn in de toelichting van een bestemmingsplan. De beleidsanalyse is opgenomen in het moederplan ‘De Beekse Akkers'.
Onderhavige herziening betreft een herziening ten behoeve van de veranderende marktsituatie met een ruimer bestemmingsvlak en bouwvlak met minder woningen. Aangezien in de herziening geen nieuwe bestemmingen zijn opgenomen en de huidige bestemmingen worden gehandhaafd, heeft het plan geen gevolgen voor de motivering van de verschillende rijks en provinciale beleidsdocumenten zoals opgenomen in het 'moederplan'. De ontwikkeling past daarnaast binnen beleidsdoelen van de gemeente Laarbeek.
Verordening ruimte 2014 - Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 17 december 2010 hebben Provinciale Staten de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 vastgesteld. Omdat er jaarlijks wijzigingen zijn op het gebied van ruimtelijke ordening actualiseert de provincie de verordening ieder jaar. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergaderingen van 7 februari 2014 en 14 maart 2014 de Verordening ruimte 2014 vastgesteld. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in hun vergadering van 18 maart 2014 besloten de Verordening ruimte 2014 op onderdelen te wijzigen. De Verordening bevat regels over verschillende onderwerpen zoals stedelijke ontwikkeling, intensieve veehouderij, ecologische hoofdstructuur en glastuinbouw. De onderwerpen die zijn opgenomen in de Verordening werken door in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Het onderwerp stedelijke ontwikkeling is van toepassing op het voorliggende plan, omdat hiermee een woningbouwontwikkeling wordt beoogd.
In het kader van de ontwikkeling van het wooneiland wordt in onderhavige paragraaf een korte motivering gegeven van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Provinciale verordening ruimte is opgenomen dat het van belang is om zorgvulding om te gaan met ruimte. Voor zorvuldig ruimtegebruik moet in het geval van een stedelijke ontwikkeling de Ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd (artikel 3.1).
De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Milieu van het Rijk en per eind 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening. Overheden moeten op grond van het Bro alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder.
De Ladder (artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening) bestaat uit 3 stappen;
Een Laddermotivering is verplicht wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor woningbouw is hiervan sprake vanaf circa 10 woningen (ECLI:NL:RVS:2015:2921). De 1e herziening maakt de ontwikkeling van 6 woningen mogelijk. De 1e herziening betreft het wijzigen van de bestemming Wonen gestapeld met 12 woningen naar de bestemming Wonen met 6 grondgebonden woningen met een ruimer bouwvlak. De ontwikkeling van het betreffende wooneiland is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is de ontwikkeling van het wooneiland reeds opgenomen in het vigerende bestemmingsplan De Beekse Akkers met circa 12 appartementen, daarmee heeft toetsing aan regionale woningbouwafspraken plaatsgevonden. De vraag naar appartementen blijkt na 10 jaar in verkoop te zijn geweest niet van de grond te komen, terwijl de vraag naar woningen op deze locatie groot is, zie ook de motivatie in 3.2 Afweging vanuit de markt. De aanpassing van het stedenbouwkundig plan is dan ook in goed overleg met betrokken partijen tot stand gekomen. Aangezien de herziening slechts enkele woningen betreft en niet gezien wordt als stedelijke ontwikkeling is de Ladder voor duurzame verstedelijking in dit geval niet van toepassing. Daarnaast passen de nieuwe woningen binnen de regionale afspraken. Trede 2 en 3 is niet van toepassing omdat de ontwikkeling is gelegen in bestaand stedelijk gebied en een herziening betreft van de reeds in ontwikkeling zijnde woonbuurt De Beekse Akkers.
Conclusie
De geplande woningbouw wordt gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied waarbij er gebruik wordt gemaakt van de benutting van bestaande gronden en rechten uit het vigerende bestemmingsplan. De aantallen nieuwe woningen passen binnen regionale afspraken en zijn programmatisch te verantwoorden ten opzichte van de regionale woningbehoefteprognose.
Masterplan De Beekse Akkers
Ook past de nieuwe ontwikkeling nog steeds in het masterplan 2009 De Beekse Akkers. In het masterplan is sprake van een aantal accenten. Achterliggend idee is dat langs de lanen en het parksnoer een aantal grotere elementen geplaatst worden. Als thema is gekozen voor de hoeve die refereert aan de boerderijcomplexen die zich van oudsher langs de Brabantse landwegen bevonden. De hoeves zijn in het masterplan voorzien als: “kleinschalige wooncomplexen op een erf en vormen bijzondere elementen in de wijkstructuur”. (zie de 4 afbeeldingen ruimtelijke hoofdstructuur) Het wooneiland in de bergingsvijver vormt nog steeds één van de accenten aan de ruimtelijke hoofdstructuur van de wijk. Het accent is niet gezocht in bouwhoogte, maar in een eigentijdse architectuurstijl en een afwijkende materiaal- en kleurgebruik ten opzichte van woonbuurt 1.
Afbeelding: 1 De Lanen, 2 Parkensnoer, 3 De Hoeves, De 4 buurten
Structuurvisie Laarbeek 2010-2020 en de Woonvisie 2011-2016
Volkshuisvesting, kwalitatief :
De ontwikkeling van het wooneiland met 6 grondgebonden woningen is niet in strijd met de doelstellingen uit de Structuurvisie Laarbeek 2010-2020 en de Woonvisie 2011-2016 van de gemeente Laarbeek. Zowel in de structuurvisie als in de woonvisie heeft de gemeente Laarbeek aangegeven dat er behoefte is aan grondgebonden seniorenwoningen. Differentiatie blijft nadrukkelijk noodzakelijk om een verhuisketen (doorstroming) tot stand te kunnen brengen. De patiowoningen op het wooneiland dragen hieraan bij en voorzien in de behoefte van de lokale bevolking.
Beleidsdoel verhogen van de kwaliteit
Het dorpse karakter van Laarbeek is een belangrijk aspect van de kwaliteit. Dit dorpse karakter uit zich bijvoorbeeld in korte straten, lage bebouwingsdichtheden, groen, slingerende wegen en hofjes. Voor het dorps karakter zijn vooral de randen van de kernen belangrijk.
Daarom zal de gemeente waarborgen dat die randen dorps blijven. Dit betekent bijvoorbeeld dat daar niet in hoge dichtheden wordt gebouwd. Het wooneiland ligt aan de rand van de uitbreidingswijk De Beekse Akkers langs de Lieshoutseweg en vormt één van de visitekaartjes van de woonwijk en Beek en Donk. Door de komst van grondgebonden woningen wordt ruimtelijke kwaliteit vergroot en het dorpse karakter behouden.
Beeldkwaliteitsplan
In het vastgestelde beeldkwaliteitsplan “Beeldkwaliteit De Beekse Akkers, deelplan 1a” van de gemeente Laarbeek, zijn de beeldkwaliteitcriteria van het wooneiland beschreven in paragraaf 4.2 De Appartementenvilla. Door het gewijzigde programma naar grondgebonden woningen zijn niet alle criteria zoals opgesteld voor het appartementen gebouw meer actueel. In paragraaf 3.5 Beeldkwaliteit wordt kort de gewenste beeldkwaliteit beschreven en een aantal criteria herzien, zodat het aspect beeldkwaliteit weer afgestemd is op de nieuwe ontwikkeling.
Ten behoeve van het bestemmingsplan De Beekse Akkers is uitgebreid onderzoek gedaan naar de uitvoerbaarheid van het plan, ook voor het betreffende plangebied. De omgevingsaspecten dienen opgenomen en verantwoord te zijn in de toelichting van een bestemmingsplan. De onderzoeken zoals uitgevoerd voor het 'moederplan' zijn nog actueel behoudens de onderzoeken voor geluid, luchtkwaliteit en flora en Fauna. Deze onderzoeken zijn verouderd en de regelgeving is op dat gebied sindsdien alweer enkele malen aangepast. In onderstaande paragraaf worden de verschillende omgevingsaspecten toegelicht en gemotiveerd dat betreffende aspecten geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van het bouwplan. Voor geluid, luchtkwaliteit en flora en Fauna is een nieuw onderzoek opgesteld.
In het Besluit milieueffectrapportage (MER) is omschreven in welke gevallen een m.e.r. (beoordelings)procedure gevolgd moet worden. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten opgenomen waarvoor respectievelijk een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen moet worden. Met betrekking tot stedelijke ontwikkelingsprojecten moet op grond van D 11.2 bij het bestemmingsplan een planMER opgesteld worden bij de stedelijke ontwikkelingsprojecten als de activiteit betrekking heeft op:
De herontwikkeling is dermate kleinschalig en heeft niet of nauwelijks milieueffecten, zodat ruimschoots onder de drempelwaarden wordt gebleven. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet noodzakelijk.
In opdracht van de gemeente Laarbeek is door UDM Adviesbureau b.v. te Udenhout een verkenning bodemonderzoek uitgevoerd voor de nieuwbouwlocatie De Beekse Akkers. De onderzoekslocatie betrof een agrarisch gebied met een oppervlakte van circa 41,5 hectare.
De Provincie heeft op 5 januari 2007 een ontwerpbeschikking (AB/1659/00005) genomen en ingestemd met de voorgestelde uit te voeren deelsanering die voornamelijk betrekking hadden op het saneren van verontreinigde wegen, de zogenaamde zinkassen in het plangebied. Nog in het jaar 2007 zijn tegelijkertijd met het bouwrijp maken de zinkassen gesaneerd. Ter plaatste van het plangebied van de herziening aan de De Ruijterweg is geen bodemvervuilig aanwezig.
In opdracht van de gemeente Laarbeek heeft bureau Archimil in 2016 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 1.
Kader
Sinds 1 juli 2008 is het besluit bodemkwaliteit van kracht voor het toepassen van grond. Deze wetgeving vervangt het eerdere bouwstoffenbesluit. In de regeling bodemkwaliteit wordt zowel in de ontvangende bodem als toe te passen grond ingedeeld in achtergrondwaarden, maximale waarden voor wonen en maximale waarden voor industrie.
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013. Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725.
Onderzoek
Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek bestaat uit een vooronderzoek en een nader onderzoek (veld- en chemisch onderzoek).
Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Op basis van verzamelde gegevens in het vooronderzoek kan de locatie vooralsnog als onverdacht worden beschouwd.
Het vervolgonderzoek bestaat uit een veld- en chemisch onderzoek. Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de onderzoekslocatie onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst.
De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit:
Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater.
Conclusie
Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merkt Archimil het volgende op:
Het aspect bodem levert geen belemmeringen op voor de ontwikkeling
Het plangebied is gelegen aan de Lieshoutseweg. Op de 'Cultuurhistorische Waardenkaart' van de provincie Noord-Brabant is het plangebied niet gelegen binnen historische-stedenbouwkundige structuren. Het plangebied is altijd onderdeel geweest van oude akkercomplexen (bolle akkers met esdekken), dijken en kaden en de patronen van wegen en waterlopen. Het realiseren van een wooneiland in de bergingsvijver verstoort niet de aanwezige cultuurhistorische structuur. Cultuurhistorie heeft derhalve geen consequenties voor het bestemmingsplan.
Vanwege de ‘hoge of middelhoge’ archeologische verwachtingswaarde zijn ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan De Beekse Akkers verschillende onderzoeken uitgevoerd. Het vooronderzoek heeft bestaan uit een bureau- en booronderzoek en een Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in fase 1 en 2 van het plangebied De Beekse Akkers. In het onderzoek “IVO-proefsleuven fase 1 en 2, De Beekse Akkers”, is aangetoond dat op twee plekken binnen fase 1 sprake is van te behouden archeologische waarden (Bijlage 2).
In maart 2009 is een aanvullend vlakdekkend definitief Archeologisch Onderzoek (DAO) uitgevoerd voor vindplaats B en C in het plangebied (Bijlage 3). Het onderzoek is niet alleen verricht met het oog op behoud ex situ, waarbij het documenteren van sporen en het verzamelen van sporen voorop staat, maar ook vanuit vraagstelling die verband houden met eerder archeologisch onderzoek in de micro-regio.
De planlocatie van de herziening is gelegen binnen het onderzochte vindplaats C. De vindplaatsten zijn opgegraven en het plangebied is vrijgegeven van archeologie. Het aspect archeologie levert geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
Door Waardenburg bv is op 27 april 2004 een rapport uitgebracht met gegevens over de (eerste) verkenning naar de ecologische kwaliteiten van De Beekse Akkers (Bijlage 4). Op 6 mei 2004 is reeds een aanvraag voor ontheffing, ingevolge artikel 75 van de Flora- en Faunawet, door de gemeente ingediend. Door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Agentschap Laser, is op 11 november 2004 een ontheffing verleend voor de periode 1 januari 2005-31 december 2010. De geëxpireerde F&F-ontheffing is niet meer nodig omdat alle soorten inmiddels op de Algemene soortenlijst staan.
Quick scan flora en fauna 2016
Op 28 juni 2016 heeft Waardenburg BV een notitie met daarin de conclusies van een quick scan flora en fauna van het wooneiland Beekse Akkers (Bijlage 5) opgesteld. Het onderzoek uit 2016 is voor het deelgebied 'wooneiland' een actualisatie van het eerdere onderzoek uit 2004.
Onderzoek
Het plangebied is op 18 juni 2016 bezocht. Aanvullend op het terreinbezoek heeft beperkt bronnenonderzoek plaatsgevonden. Op het terrein is gelet op de potenties voor beschermde soorten, met name ook op potenties voor beschermde planten, amfibieën en vissen.
Conclusie
Het plangebied heeft geen betekenis voor (strikt) beschermde soorten van Tabel 2/3 van de AMvB artikel 75. Wel kunnen in de periode half maart tot half augustus binnen het plangebied vogels tot broeden komen. De werkzaamheden dienen buiten deze periode te worden aangevangen of uitgevoerd om te voorkomen dat verbodsbepalingen ten aanzien
van vogels worden overtreden.
Het plangebied heeft betekenis voor enkele algemeen voorkomende soorten zoogdieren. Voor deze soorten geldt volgens de huidige geldende Flora- en faunawet vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Op 1 januari 2017 treed de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking. Hierin worden aangepaste lijsten met beschermde soorten gehanteerd. Provincies kunnen deels zelf bepalen welke soorten op een vrijstellingslijst komen in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Noord-Brabant heeft nog geen conceptlijst hiervoor bekend gemaakt. Afgaande echter op conceptlijsten die andere provincies ter inzage hebben gelegd zal voor zover nu kan worden voorzien er echter ook geen sprake zijn van overtreding van de regels van de nieuwe Wet Natuurbescherming.
Samenvattend
Het aspect Flora en Fauna levert geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
Voor de planherziening is het aspect luchtkwaliteit onderzocht. De te verwachten effecten van het plan op de luchtkwaliteit dienen getoetst te worden aan de eisen van de Wet Milieubeheer.
BURO DB heeft op 15 mei 2017 een rapport uitgebracht met daarin de resultaten van het onderzoek naar de luchtkwaliteit (Bijlage 6).
Wettelijk kader
In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet Milieubeheer (Wm) zijn bepalingen en voorschriften opgenomen betreffende de luchtkwaliteit in Nederland. Bestuursorganen dienen op grond van artikel 5.16, eerst lid Wm, bij de uitoefening van in het tweede lid limitatief opgesomde bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, gebruik te maken van één of meer van de volgende gronden;
Het NSL werd op 1 augustus 2009 van kracht en had een looptijd van 5 jaar. Op 12 december 2013 is het NSL verlengd tot 1 januari 2017.
In de ''Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'' zijn de omstandigheden vastgelegd voor het gebruik maken van grond ''c'' zoals hierboven aangeven. Ten aanzien van woningbouwlocaties is in deze ministeriële regeling vastgelegd dat een project niet in betekenende mate bijdraagt als het project minder dan 1500 woningen betreft.
Het project 'De Beekse Akkers' in Beek en Donk wordt in verschillende fasen gebouwd. In de nieuwe wijk zullen in totaal circa 300 woningen worden gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van 'De Beekse Akkers' als geheel, en daarmee ook voor de verschillende fasen/onderdelen, is het wettelijk gezien niet nodig om voor de uitoefening van de bevoegdheden de gevolgen voor de luchtkwaliteit door het plan vast te stellen. Dit neemt niet weg dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit wel vastgesteld mogen en kunnen worden. Inzicht in de luchtkwaliteit en de gevolgen voor bijvoorbeeld gezondheidseffecten kan een (positieve) rol spelen voor het imago van de wijk.
Uitgangspunten
Het wooneiland in 'De Beekse Akkers' zal worden ontsloten via de De Ruijterweg en de Nassaustraat op het hoofdwegennet (Oranjelaan). Het plangebied van de zes woningen ligt op korte afstand (circa 25 meter) van de Lieshoutseweg.
Niet alle wegen hebben een significante bijdrage in de luchtkwaliteit. Bij het onderzoek is ervoor gekozen om de wegvakken die door de gemeente Beek en Donk en de provincie Noord-Brabant zijn opgenomen in de Monitoringstool (NSL) als uitgangspunt te nemen. Van deze wegen hebben alleen de Lieshoutseweg (N615) en de Oranjelaan invloed op de luchtkwaliteit in het plangebied. In de afbeelding is de situering van het plangebied weergegeven op de kaart van de Monitoringstool.
Afbeelding: Situering plangebied op kaart Monitoringstool
Bij het onderzoek naar de luchtkwaliteit is voor de Lieshoutseweg uitgegaan van de beschikbare verkeerscijfers van de provincie Noord-Brabant. De verkeerscijfers van de Oranjelaan zijn ontleend aan verkeerstellingen van de gemeente Laarbeek. Een deel van de gegevens beschrijven de verkeerssituatie voor een gemiddelde werkdag. Om dat bij het onderzoek luchtkwaliteit verkeersgegevens voor een gemiddelde weekdag dienen te worden gebruikt, zijn deze gegevens eerst om gerekend.
Voor het onderzoeken van de luchtkwaliteit zijn de etmaalintensiteit, verkeersverdeling, en de verdeling van het verkeer over voertuigcategorieën onderzocht. Voor ieder aspect zijn de Lieshoutseweg en de Oranjelaan apart onderzocht.
Bij het uitvoeren van de berekeningen van de luchtkwaliteit is voor de Lieshoutseweg en de Oranjelaan uitgegaan van een geldende wettelijke maximum snelheid van 50 km/uur.
Bevindingen
Concentraties
Voor de luchtkwaliteit als gevolg van het wegverkeer zijn de volgende stoffen van belang:
Alleen van de eerste twee genoemde stoffen zijn wettelijke normen van kracht. Voor ultra fijn stof gelden alleen streefwaarden. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de concentraties luchtverontreiniging in het plangebied van het wooneiland 'De Beekse Akkers' in het planjaar 2027, uitgaande van de (hoge) achtergrondconcentraties in rekenjaar 2015, ruim beneden de wettelijke grenswaarden liggen. De concentraties luchtverontreiniging langs de Lieshoutseweg liggen een fractie hoger dan de concentraties langs de Oranjelaan.
NIBM
NIBM staat voor 'Niet in betekenende mate'. Met behulp van de NIBM-tool van Infomil (versie 18 april 2017) is op globale wijze beoordeeld of er met de realisatie van de zes woningen op het wooneiland sprake is van een al dan niet in betekenende mate bijdrage van het plan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarbij is uitgegaan van een gemiddelde ritgeneratie per woning van circa 8,33.
Conclusie
Het plan voor de zes woningen ligt binnen het invloedsgebied van twee drukke wegen. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is daarom een onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd. De te verwachten concentraties stoffen ter plaatste van de nieuwbouw en de effecten van het aan het plan verbonden verkeer op de omgeving zijn bepaald en beoordeeld aan de hand van de wettelijke normen en streefwaarden.
Uit het onderzoek blijkt dat het plan ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen substantiële nadelige effecten voor de leefbaarheid van de omgeving heeft. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast voldoen de concentraties stoffen ter plaatste van de nieuw te bouwen woningen aan de wettelijke normen en streefwaarden. Het plan voldoet ruimschoots aan de wettelijke bepalingen en kan zonder nadere maatregelen worden gerealiseerd.
Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor het planvoornemen.
BURO DB heeft op 21 juni 2016 een rapport uitgebracht met daarin de resultaten van het onderzoek naar geluid (Bijlage 7). Het plan voor de zes woningen ligt binnen het invloedsgebied van een drukke (hoofd)weg. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is daarom akoestisch onderzoek nodig. De te verwachten geluidsbelasting op de gevel(s) van de woningen moet worden vastgesteld en getoetst aan de wettelijke normen.
Wettelijk kader
De wet- en regelgeving omtrent het geluid in Nederland is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich langs alle wegen een geluidszone bevindt. Uitzonderingen hierop zijn wegen waarvoor een wettelijke maximum snelheid geldt van 30 km /uur en voor woonerven.
De breedte van de geluidszone hangt af van het aantal rijstroken waaruit de weg bestaat en van de ligging van de weg in stedelijk dan wel buiten stedelijk gebied. Doel van de geluidszone is het vaststellen van de geluidsgevoelige bestemmingen die deel (moeten) uitmaken van het akoestisch onderzoek.
De Lieshoutseweg is ter plaatste van het plangebied een 50 km /uur-weg en daarmee voor de Wet geluidhinder gezoneerd. Het plangebied valt in zijn geheel binnen deze zone en daarom moet deze weg getoetst worden.
De Oranjelaan is ook een 50 km /uur-weg en op basis daarvan wettelijk gezoneerd. Het plangebied valt geheel buiten de wettelijke geluidszone van 200 meter van de Oranjelaan. De geluidsbelasting van de weg hoeft niet te worden getoetst.
Rondom het plangebied zijn nog enkele 30km/uur-wegen aanwezig. Deze wegen zijn wettelijk niet gezoneerd en de geluidsbelasting hoeft niet te worden getoetst. In dit onderzoek is de geluidsbelasting van de wegen wel onderzocht en beoordeeld op de randvoorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening.
Geluidsnorm (en)
Bij de beoordeling van de in het onderzoek beschouwde geluidssituatie geldt voor de geluidscriteria als ruimtelijk uitgangspunt: 'bestaande weg en nieuwe woning'. Het gaat hierom de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen.
De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting op de gevel(s) van woningen bedraagt 48 dB (artikel 82 lid 1 Wgh).
In het geval dat deze norm wordt overschreden dan dient eerst nader onderzoek plaats te vinden naar de mogelijkheden voor het toepassen van geluidsbeperkende maatregelen. Als het treffen van maatregelen niet goed mogelijk is of niet (volledig) mogelijk is om te kunnen voldoen aan de norm.
Dan is ontheffing voor een hogere grenswaarde en het stellen van (extra) randvoorwaarden aan de geluidwering van de gevels van de woningen een vereiste. De maximale ontheffingswaarde in deze binnenstedelijke situatie is 63 dB (artikel 83 lid 2 Wgh).
Uitgangspunten
Het akoestisch onderzoek voor de nieuwe woningen op het wooneiland van 'De Beekse Akkers' is uitgevoerd op basis van Standaardrekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder (RMG 2012). De berekeningen zijn uitgevoerd met het program m a GeoMilieu V3.11.
Bij het akoestisch onderzoek ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing voor het wooneiland 'De Beekse Akkers' is voor de Lieshoutseweg uitgegaan van beschikbare verkeerscijfers van de provincie Noord-Brabant.
Conclusie
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de 30 km /uur-wegen valt binnen de categorie 'goed leefklimaat' van de MKM-classificatie. De geluidsbelasting is maximaal 50 dB (ongecorrigeerd) en daarmee wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening.
Ten gevolge van het verkeer op de Lieshoutseweg wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij vijf van de zes woningen overschreden. De maximale geluidsbelasting is 57 dB.
Het toepassen van een geluidsreducerend wegdek kan de geluidsbelasting verminderen met circa 4 dB. Dit leidt er niet toe dat er bij de woningen wordt voldaan aan de norm.
Uit het onderzoek blijkt dat door het (aanvullend) toepassen van een geluidsscherm er wel kan worden voldaan aan de norm. De benodigde omvang van het scherm, zowel bij een normale asfaltverharding als bij een stil wegdek, is dermate groot dat er geen sprake is van een doelmatige oplossing.
Aanbevelingen
Aanbevolen wordt daarom om voor de vijf woningen ontheffing aan te vragen/te verlenen voor een hogere grenswaarde volgens de aangegeven geluidswaarden in het rapport. Verder wordt aanbevolen om in het plan op te nemen dat aan de gevels van de woningen aanvullende eisen worden gesteld ten aanzien van de (karakteristieke) geluidwering. De gevels moeten voldoende geluidwering bieden om te kunnen voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Bij het vaststellen van de benodigde karakteristiek geluidwering per gevel dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidsbelasting zoals opgenomen in het rapport.
Met de benodigde ontheffing en gevel maatregelen kunnen de woningen volgens plan worden gerealiseerd.
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:
bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.
In het kader van het moederplan De Beekse Akkers is onderzoek gedaan of het plan zich bevindt binnen de invloedssfeer van een bedrijf waarop Bevi van toepassing is. Om dit te kunnen beoordelen zijn de bedrijven welke gelegen zijn op het kleinschalig bedrijventerrein aan de Rijakkerweg onder de loep genomen. Op grond van bovenstaand onderzoek is geconcludeerd dat voornoemde inrichtingen geen belemmering vormen voor onderhavig plan.
Afbeelding: Risicokaart provincie Noord-Brabant
In en in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich dus geen inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Het plangebied is niet gelegen in een invloedsgebied voor vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor, water of buisleiding. Ook zijn in de directe omgeving van het plangebied geen planologisch relevante leidingen gelegen. Het aspect kabels en leidingen zal daarom ook geen belemmering opleveren voor de verdere procedure van het bestemmingsplan.
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
Voor De Beekse Akkers is in het moederplan De Beekse Akkers het uitgangspunt geformuleerd om een duurzaam watersysteem te realiseren, waarbij het schone hemelwater mogelijk in het plangebied geborgen en geïnfiltreerd wordt. Het vuilwater wordt via een rioolstelsel afgevoerd. Uitgangspunt daarbij is het zo min mogelijk verstoren van het natuurlijke afvoerregime. Er is aansluiting gezocht bij het bestaande waterhuishoudingssysteem in het gebied, waarbij onder andere is gekeken naar de aanwezige hoogteverschillen en de grondwaterstanden.
Voor het plangebied is gekozen voor een bewezen waterhuishoudingssysteem. Daartoe is het plangebied onderverdeeld in twee deelgebieden, te weten het lage oostelijk deel (Masterplan fase 1) en het hogere westelijk plangebied (Masterplan fase 2/3). De herziening vormt een onderdeel van het lage oostelijke deel fase 1. In dit deel van het plangebied wordt gebruik gemaakt van een traditioneel gescheiden riool in combinatie met de aanleg van een retentiebekken.
Retentiebekken
Het retentiebekken (in fase 1) is gerealiseerd op het laagste punt van het plangebied aan de Lieshoutseweg, aan weerszijden van het Berkendijkje. Ondanks het feit dat het aanwezige stelsel qua diameter niet fors is, gaat afvoer van water uit de retentievijver plaats vinden in noordelijke richting. De retentievijver ligt op een hoogte van 13,60 meter, hetwelk een afwatering in noordelijke richting garandeert. De lozing is niet meer dan in de bestaande situatie plaats vindt. De retentievijver heeft een zodanige omvang dat hierin ook een extreme regenbui kan worden opgevangen. Voor de maatgevende winterperiode is voor fase 1 een retentievijver gerealiseerd met een wateroppervlakte van circa 10.468 m2. Er wordt uitgegaan van een toegestane peilstijging bij T=25 van 0,5 meter en een gemiddelde constante landbouwkundige afvoer van 1,4 l/s/ha. Aan de westzijde langs de ontsluitingsweg wordt tijdelijk een sloot aangelegd voor een betere afwatering ter plaatse.
De huidige eisen voor de watertoets zijn inmiddels gewijzigd ten opzichte van die uit de tijd van het moederplan 'De Beekse Akkers'. De inmiddels gerealiseerde retentiebekken voldoet echter ook aan de huidige eisen. In het kader van het bestemmingsplan Ontsluiting Lieshoutseweg is dit door middel van HNO berekening getoetst door het waterschap.
Omdat er op het eiland in de bergingsvijver nu 6 grondgebonden woningen komen in plaats van één appartementengebouw, neemt het grondoppervlak ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan toe. Echter de ontwikkeling van de grondgebonden woningen past (nagenoeg, noordelijke kant een kleine overschrijding) op het nu aanwezige gereserveerde eiland in de bergingsvijver. De bergingsvijver blijft daardoor dezelfde capaciteit behouden.
Bij ieder ruimtelijk plan is een watertoets verplicht, omdat de ontwikkeling geen negatieve invloed mag uitoefenen op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de omgeving. In de provincie-brede Algemene keur van de Brabantse waterschappen is echter een uitzondering op deze watertoets-plicht opgenomen: bij een bebouwingsoppervlak onder 2.000 m2 wordt vrijstelling verleend van de watertoets-plicht. Bij de onderhavige herziening wordt deze oppervlakte niet overschreden.
Grondwater
De afwatering van fase 1 vindt plaats in noordelijke richting. Het noordelijke gedeelte van het plangebied watert af via de Trekgraaf in noordelijke richting en het westelijk gedeelte watert richting de bergingsvijver af.
Afwatering
Het vuilwater en hemelwater worden beiden aan de binnenzijde van het eiland (ontsluitingsweg) aangeboden. Het HWA watert in noordelijke richting af op de bergingsvijver . Het zou wenselijk zijn om nog een kunstzinnige uitstroomconstructie op te nemen. Het RWA watert in zuidelijke richting af op het bestaande riool in de De Ruijterweg.
Verspreid over Nederland staat een aantal militaire en burger radarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en civiele luchtverkeer. Objecten hoger dan 65 m boven NAP binnen 15 nautische mijl (circa 28 km) van een radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en kunnen derhalve niet worden toegestaan, tenzij uit onderzoek is gebleken dat de mate van verstoring aanvaardbaar is.
Beek en Donk is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radar die staat op vliegbasis Volkel. In het plangebied wordt echter nergens de bouw van bouwwerken met een hoogte, die boven de 65 m boven NAP uitkomt, mogelijk gemaakt. Het radarverstoringsgebied heeft derhalve geen consequenties voor het bestemmingsplan en omgekeerd.
Het plan is op onderdelen strijdig met de locatiegerichte criteria in het beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 1.3 Vigerend beeldkwaliteitsplan). Echter in het beeldkwaliteitsplan heeft de supervisor de mogelijkheid om, waar sprake is van een ruimtelijke verbetering, gemotiveerd af te wijken van deze criteria. De supervisor meent dat het voorstel te prefereren is boven de appartementenvilla. Hij onderschrijft dan ook het verkavelingsprincipe en de voorgestane woningtypologie van harte. In deze paragraaf zijn in overleg met de supervisor de actuele beeldkwaliteitcriteria opgesteld voor het wooneiland met grondgebonden woningen. Na vaststelling van onderhavige bestemmingsplan zijn de criteria zoals opgenomen in deze beeldkwaliteitsparagraaf leidend en komen de criteria voor de appartementenvilla te vervallen.
Op twee punten wijkt het nieuwe ontwerp af van de locatiecriteria appartementenvilla: de massaopzet en het parkeren. Voor de actuele beeldkwaliteitcriteria is waar mogelijk aansluiting gezocht bij de reeds vastgestelde criteria. Voor het wooneiland met grondgebonden woningen gelden de volgende actuele criteria:
Bouwhoogte, Bouwblokken en typologie
Dakenlandschap
Oeververbinding
Om de beleving van het eiland en water te versterken komt er een brug of oeververbreding vanaf de De Ruijterweg naar het wooneiland. De brug wordt vormgegeven in aansluiting op de architectuurstijl van de woningen op het eiland. De brug is een onderdeel van het wooneiland en vormt een bijzonder element aan de De Ruijterweg. De technische haalbaarheid van de oeververbinding in relatie tot DWA en RWA moet nog worden onderzocht.
Zeven jaar geleden is het masterplan opgesteld. Inmiddels is het gehele plangebied aangepast en verder ontwikkeld. Ook zijn er in de loop der jaren andere inzichten gekomen. Nu woonbuurt 1 zijn afronding nadert, is het belangrijk het proces en de wijk te evalueren en voor de nog open liggende gebieden de uitgangspunten te heroverwegen. De keuze voor een appartementencomplex op het eiland is niet meer legitiem, noch vanuit ruimtelijk/landschappelijk oogpunt, noch vanuit de markt.
Met de realisatie van Merenstein is al een duidelijk accent in De Beekse Akkers gekomen. Om hier letterlijk naast nog een hoogte accent te maken is ongewenst. Het zal gaan concurreren met Merenstein en zal het gelijktijdig ontkrachten. Een subtieler accent door in architectuur, kleur- en materiaal te contrasteren zorgt voor een voldoende gedifferentieerd beeld vanaf de Lieshoutseweg, zonder dat beide projecten elkaar 'overschreeuwen'.
De juridische gevolgen van deze wijziging zijn beperkt. Enkel de bouwmogelijkheden veranderen. Het verlagen van de goot- en bouwhoogte heeft bovendien een positief effect op de omgeving. Voor de locatie zelf wordt het beeld veel minder overspannen. De hoeveelheid wooneenheden neemt fors af, waardoor de verkeersaantrekkende werking en parkeerdruk eveneens aanzienlijk minder wordt. Het (half-)verdiept parkeren is dan ook niet meer nodig en wenselijk. Het onderzoek geluid en luchtkwaliteit toont aan dat de ontwikkeling voldoet aan actuele wet- en regelgeving.
Kortom: het realiseren van grondgebonden woningen op het eiland past binnen het bestaande beleid en is uitvoerbaar. Daarnaast is het plan in ruimtelijke als ook sociale zin een verbetering.
De onderhavige herziening is een wijziging van het ruimtebeslag van het bestemmingsvlak Wonen-1 en het bijbehorende bouwvlak. Om de specifieke kwaliteiten van het wooneiland te borgen zijn in de nieuwe bestemming Wonen de lagere goot-en nokhoogte, het maximaal aantal woningen van 6 en de typologie van grondgebonden woningen vastgelegd. Om te zorgen dat het parkeren van het wooneiland niet afgewenteld wordt op de openbare ruimte is parkeren op eigen terrein geborgd in de regels. Het binnenhof is bestemd voor Verkeer - Verblijfsgebied. De bestemming Water is opgenomen tussen het wooneiland en de De Ruijterweg
In het vigerend bestemmingsplan was de entree naar het wooneiland bestemd als Wonen-1. In navolging van de beeldkwaliteitcriteria voor het realiseren van een brug is in het bestemmingsplan tussen het wooneiland en de De Ruijterweg de bestemming Water opgenomen met de aanduiding brug. Hiermee is de vigerende bestemming Wonen-1 wegbestemd en de realisering van een nieuwe oeververbinding geborgd in de regels
Voor de herziening zijn de regels behorende bij het vigerende bestemmingsplan ‘De Beekse Akkers’, voor zover relevant, één op één overgenomen. De herziening bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels samen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
De oevers van het wooneiland zijn bestemd als Groen. Deze groenstrook aan de achterzijde van de woningen tussen de tuin/patio en het water dient als natuurlijke overgang tussen de woningen en het water. Hiermee wordt duidelijk onderscheid gemaakt in beeld tussen de reeds bestaande Hoeve die direct in het water staat met terrassen en het wooneiland met groene oevers. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan van maximaal 3 meter hoog.
Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied
Het binnenhof is bestemd voor Verkeer - Verblijfsgebied. Zowel woonstraten als voet- en fietspaden zijn binnen deze bestemming toegestaan. Ook parkeer-, speel-, en groenvoorzieningen, alsmede voorzieningen van openbaar nut mogen worden gerealiseerd. Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan. Aan het einde van het hofje, waar de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied grenst aan de bestemming Water is een specifieke bouwaanduiding - overbouwing opgenomen. Ter plaatste van deze aanduiding kan binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied een gebouwde pergolaconstructie worden gebouwd ter verfraaiing van de gevelwand aan de Lieshoutseweg en de beëindiging van het hofje.
In het vigerend bestemmingsplan was de entree naar het wooneiland bestemd als Wonen-1. In navolging van de beeldkwaliteitcriteria voor het realiseren van een brug is in het nieuwe bestemmingsplan tussen het wooneiland en de De Ruijterweg de bestemming Water opgenomen met de aanduiding brug. Hiermee is de vigerende bestemming Wonen-1 wegbestemd en de realisering van een nieuwe oeververbinding geborgd in de regels. De bestemming Water regelt verder de aanleg en instandhouding van watergangen en waterberging, bijbehorende oevers en oeverpaden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke wat betreft aard en afmeting passen binnen de hiervoor genoemde doeleinden.
Naast vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde en aaneengebouwde woningen biedt de bestemming tevens ruimte aan beroepsmatige activiteiten aan huis en aan tuinen, erven en bijgebouwen. Binnen de bestemming zijn de bebouwingsvlakken voor de hoofdbebouwing aangegeven, alsmede aanduidingen voor bijgebouwen, die via de regels bepalen welke de gebruiks- en inrichtingsmogelijkheden zijn, zoals die gelden ten aanzien van de situering van de woningen, de bouwhoogte en de situering van bijgebouwen. Door middel van nadere eisen kunnen Burgemeester en wethouders eisen stellen aan de ruimtelijke kwaliteit.
De regels uit Hoofdstuk 3 Algemene regels en Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels zijn overgenomen uit het 'moederplan' en de reeds gerealiseerde uitwerkingsplannen voor De Beekse Akkers.
Bij ontwikkelingen die door middel van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Het exploitatieplan is de basis voor het doorberekenen van de verhaalbare kosten die de gemeente maakt om de aangewezen bouwplannen mogelijk te maken. Op basis van art. 6.2.4 Bro worden daartoe onder andere gerekend kosten van onderzoek en planvorming voor de bestemmingsplanherziening.
Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst. (art. 6.12 lid 2 Wro).
Met de ontwikkelaar is een grondreserveringsovereenkomst gesloten. De gemeente gaat over tot uitgifte van de grond op het moment dat uitzicht bestaat op een omgevingsvergunning voor bouwen. In de koopovereenkomst is het kostenverhaal derhalve anderszins verzekerd.
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voorliggend herziening zal gezien de minimale wijziging niet voor inspraak in procedure worden gebracht
De herziening maakt deel uit van het vigerende bestemmingsplan ‘De Beekse Akkers’. Het voorontwerp van het vigerende bestemmingsplan ‘De Beekse Akkers’ heeft destijds volgens de inspraakverordening van de gemeente Laarbeek gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Over het voorontwerp bestemmingsplan is tevens inzake art. 3.1.1 Bro (voor)overleg gevoerd. Vooroverleg met het waterschap en met die diensten van de Provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening zal voordat het ontwerpbestemmingsplan de procedure in gaat overleg worden gevoerd.
Het ontwerpbestemmingsplan "1e Herziening De Beekse Akkers" is in de periode van 19 mei 2017 tot en met 30 juni 2017 ter inzage gelegd. Openbare kennisgeving heeft plaatsgevonden in de Staatscourant, de lokale 'MooiLaarbeek krant' en op de websites www.laarbeek.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl.
Tijdens de ter inzage legging van zes weken is iedereen de mogelijkheid geboden om schriftelijk of mondeling zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad van de gemeente Laarbeek.
In het kader van het vooroverleg zijn twee reacties ontvangen, één van de provincie Noord-Brabant en één van het Waterschap Aa en Maas. Beide reacties hebben niet geleid tot aanpassingen in het ontwerp-bestemmingsplan. Inzake het ontwerp-bestemmingsplan is één zienswijze ontvangen welke niet heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerp-bestemmingsplan. In een aparte responsnota is de zienswijze samengevat weergegeven, waarna de gemeentelijk reactie is geformuleerd. Tevens is aangegeven dat naar aanleiding van de zienswijze geen aanpassing van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. In deze nota zijn ook de vooroverlegreacties opgenomen. De responsnota in Bijlage 8 opgenomen.
Na de ter visie legging is het plan ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Op 31 augustus 2017 heeft de raad van de gemeente Laarbeek besloten om het bestemmingsplan '1e Herziening De Beekse Akkers' ongewijzigd vast te stellen.
Na de vaststelling ligt het vastgestelde plan gedurende 6 weken ter inzage met de mogelijkheid tot het instellen van beroep en/of het aanvragen van voorlopige voorziening bij de Raad van State. Indien er geen beroep wordt ingesteld, is er sprake van een onherroepelijk bestemmingsplan.