direct naar inhoud van Regels
Plan: Hoogspanningsverbinding Maasgouw
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1641.BPL078-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan "Hoogspanningsverbinding Maasgouw" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL078-VG01 van de gemeente Maasgouw;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.6 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.7 moederplannen

de bestemmingsplannen:

  • "Heel - Panheel" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL036-DO01;
  • "Bedrijventerreinen - Maasbracht" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL003-DO01;
  • "Linne" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL027-OH01;
  • "Maasbracht - Brachterbeek" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL037-OH01;
  • "Reparatieplan" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL061-OH01;
  • "Ohé en Laak" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL009-OH01;
  • "Stevensweert" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL017-OH01;
  • "Beegden" met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL014-OH01.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Toepassingsbereik regels

De regels behorende bij de moederplannen zijn onverminderd van toepassing, met uitzondering van de begrippen zoals in artikel 1 van dit plan in lid 1.1 tot en met 1.7 zijn opgenomen. Artikel 3 komt in de plaats van de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' van de moederplannen. Het gaat daarbij om de volgende artikelen:

Geldende bestemmingsplannen   dubbelbestemming
"Leiding - Hoogspanningsverbinding"  
bestemmingsplan "Heel - Panheel"   art. 31  
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen - Maasbracht"   art. 14  
bestemmingsplan "Linne"   art. 26  
bestemmingsplan "Maasbracht - Brachterbeek"   art. 29  
bestemmingsplan "Reparatieplan"   art. 26  
bestemmingsplan "Beegden"   art. 24  
bestemmingsplan "Stevensweert"   art. 18  
bestemmingsplan "Ohé en Laak"   art. 21  

Voor de anti-dubbeltelregel, het overgangsrecht en de slotregel uit de moederplannen komen respectievelijk artikel 4, 5 en 6 van dit plan in de plaats.

Artikel 3 Leiding - Hoogspanningsverbinding

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, bestemd voor een hoogspanningsverbinding en bij de hoogspanningsverbinding behorende beschermingszone.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

3.2.2 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de maximum hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de maximum bouwhoogte van hoogspanningsmasten 65 meter.
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b. bedraagt ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - 1 - 'afwijkende hoogte 100 m' de maximum bouwhoogte 100 meter.
  • d. in afwijking van het bepaalde onder b. bedraagt ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - 2 - 'afwijkende hoogte 80 m' de maximum bouwhoogte 80 meter.
3.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning af laten wijken van het bepaalde in 3.2 en toestaan dat binnen de beschermingszone bouwwerken worden gebouwd, mits:

  • a. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder(s).
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1 Verbod

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming:

  • a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen;
  • c. het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen en/of bomen;
  • d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  • e. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies;
  • f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen;
  • g. het permanent opslaan van goederen.

Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • h. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;
  • i. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder;
  • j. het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit;
  • k. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is;
  • l. het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening.
3.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 4 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 5 Overgangsrecht

5.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
5.2 Overgangsrecht gebruik
  • 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 6 Slotregel

Deze regels worden aangehaald: Regels van het bestemmingsplan 'Hoogspanningsverbinding Maasgouw'.