direct naar inhoud van 2.1 Rijksbeleid
Plan: Maastricht-West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bpMtrichtWest-vg01

2.1 Rijksbeleid

2.1.1 Beleidslijn Grote Rivieren

Het uitgangspunt van de Beleidslijn grote rivieren is het waarborgen van een veilige afvoer en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden. De Beleidslijn Grote Rivieren geldt voor alle grote rivieren en is bedoeld om plannen en projecten in het rivierbed te kunnen beoordelen. Onder voorwaarden worden zo mogelijkheden geboden voor wonen, werken en recreëren in het rivierbed. Deze voorwaarden hebben betrekking op de afvoercapaciteit van de rivier ter plaatse: nieuwe activiteiten mogen de waterafvoer niet hinderen en geen belemmering vormen voor toekomstige verruiming van het rivierbed.

De Beleidsregels Grote Rivieren bieden een kader voor de beslissing omtrent de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht die nodig is voor het verkrijgen van een vergunning op grond van de Waterwet / Waterbesluit. Het Waterbesluit bevat in de bijlagen een lijst van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk die dienst doen als grondslag om een begrenzing van de verguningsplicht voor het gebruik van waterstaatwerken.

Relevantie voor het bestemmingsplan

Het plangebied ligt niet in het rivierbed en de Beleidslijn Grote Rivieren is derhalve niet relevant voor onderhavig bestemmingsplan.

2.1.2 Nota Ruimte

De Nota Ruimte (Ministerie van VROM, 2006) bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen voor de komende decennia. Met de bekendmaking op 27 februari 2006 in onder andere de Staatscourant is de Nota Ruimte formeel in werking getreden.

In de Nota Ruimte zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland vastgelegd en worden de inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020 met een doorkijk naar 2030 aan de orde gesteld. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland (RHS) een belangrijke rol zal spelen.

In de Nota zijn de nationale stedelijke netwerken benoemd. Het nationaal ruimtelijk beleid voor steden en netwerken richt zich op voldoende ruimte voor wonen, werken en mobiliteit en de daarbij behorende voorzieningen, groen, recreatie, sport en water. In het beleid en de uitvoering daarvan is het van belang dat een goede koppeling tussen verstedelijking, economie, infrastructuur, groen, recreatie, natuur, waterhuishouding, milieu en veiligheid wordt gelegd.

Meer variatie in het aanbod van woningen, voorzieningen en woonmilieus is in dit verband cruciaal. Herstructurering, stedelijke vernieuwing, transformatie en ontwikkeling van stedelijke centra hebben om die reden een plek gekregen in deze Nota Ruimte.

In deze context wordt in de Nota Ruimte opgemerkt dat bundeling van verstedelijking en economische activiteiten gewenst is. Dit betekent dat nieuwe functies of bebouwing grotendeels geconcentreerd tot stand moet komen: in bestaand bebouwd gebied, aansluitend op het bestaande bebouwde gebied of in nieuwe clusters daarbuiten. De ruimte die in het bestaande stedelijke gebied aanwezig is, moet door verdichting optimaal gebruikt worden. De openheid van het landelijke gebied dient namelijk zo veel mogelijk behouden te blijven.

Op economisch en sociaal-cultureel gebied verandert de samenleving. Dit komt tot uitdrukking in de ontwikkeling van de netwerksamenleving en -economie. Deze zijn onder meer het resultaat van verdergaande internationalisering en specialisatie die optreedt in veel economische sectoren en van verdergaande schaalvergroting van de steden in aansluiting op de eerdere suburbanisatie. Er is tegelijkertijd sprake van verdergaande individualisering, emancipatie en integratie van diverse bevolkingsgroepen, een afnemende bevolkingsgroei en een steeds grotere diversiteit en pluriformiteit van de Nederlandse samenleving.

Deze ontwikkelingen zijn van invloed op het ruimtelijk gedrag in het algemeen en op verplaatsings- en migratiepatronen in het bijzonder. Waar de stedelijke problemen vooral op het niveau van de steden en de buurgemeenten spelen, zo zijn de kansen op langere termijn in belangrijke mate gelegen op een hoger schaalniveau: dat van de stedelijke netwerken. Samenwerking, afstemming en taakverdeling tussen steden en stedelijke regio's zijn hierbij belangrijk. Datzelfde geldt voor behoud van het stedelijk draagvlak voor voorzieningen, benutting van reeds gedane investeringen (in onder meer infrastructuur) en behoud van voldoende stedelijke 'massa' en de daarbijbehorende economische agglomeratievoordelen. Met name in de nationale stedelijke netwerken is het daarnaast van belang dat er ruimte is voor vrijetijdsvoorzieningen ('leisure'). Het kabinet draagt er in de nota aan bij dat de grote en middelgrote steden de problemen kunnen aanpakken en de kansen kunnen benutten en daarmee geschikt zijn voor de hier geschetste veranderende samenleving.

In de nota is de ecologische hoofdstructuur van Nederland vastgelegd en zijn beschermde gebieden aangewezen.

Relevantie voor het bestemmingsplan

Het onderhavige bestemmingsplan is een zogenaamd "beheerplan" waarbij in hoofdzaak de bestaande ruimtelijke situatie bestemd wordt en van een actuele bestemmingsregeling wordt voorzien. In aansluiting op het begrip van "krachtige steden" gaat het binnen die context om het bieden van een ruimtelijke kader voor "krachtige wijken", die, passend binnen hun eigen structuur en functioneren, in alle opzichten voldoen aan de - steeds hogere - eisen die bewoners, bedrijven, instellingen en recreanten eraan stellen.

Daarnaast maakt de Hoge Fronten deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en is hiervoor een beschermingsregime opgesteld.

2.1.3 Structuurvisie infrastructuur en Ruimte

In de structuurvisie geeft het Rijk haar toekomstbeeld op het gebied van infrastructuur en ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Alleen zo kan Nederland zich economisch blijven meten met andere landen. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. Relevantie voor het voornemen: bestemmingsplan past binnen dit algemeen rijkskader.

2.1.4 Kiezen voor karakter

De visie "kiezen voor karakter" richt zich op de modernisering van de monumentenzorg. De gemoderniseerde monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht en benut de instrumenten van ruimtelijke ordening. De Visie erfgoed en ruimte geeft aan hoe het rijk het onroerend cultureel erfgoed borgt in de ruimtelijke ordening, welke prioriteiten het kabinet daarbij stelt en hoe het wil samenwerken met publieke en private partijen. Vanuit een brede erfgoedvisie wordt ingezoomd op de meest actuele en urgente opgaven van nationaal belang. De visie is complementair aan de Structuurvisie infrastructuur en ruimte.


Relevantie voor het bestemmingsplan:

De wijk Pottenberg is in deze visie door het rijk aangemerkt als één van de dertig wederopbouwwijken van 'nationaal cultuurhistorisch belang'. De Maastrichtse parochiewijken genieten nationale bekendheid vanwege de bijzondere sociale opzet als kleine wijken, die qua structuur en opzet anders zijn ingericht dan de gangbare naoorlogse 'stempelwijken'. De verhouding van grondgebonden woningen en etagewoningen zijn op die manier toegepast dat een bewoner zijn gehele levenscyclus binnen dezelfde parochie kan wonen. Landelijke waardering is er bovendien voor de relatie tussen de stedenbouwkundige structuur en de architectonische vormgeving en detaillering, alsmede de samenhang met het landschappelijke idioom.


De doelstelling van het rijk is dat de periode 1940-1965 in de toekomstige inrichting van Nederland herkenbaar aanwezig blijft op gebiedsniveau. Volgens het rijk verdienen de bijzondere eigenschappen van Pottenberg meer publieke aandacht en een publieke bescherming.

Dit zal niet plaatsvinden met een landelijke aanwijzing als beschermd stadsgezicht. Met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn afspraken gemaakt over de bescherming van Pottenberg als cultuurhistorisch attentiegebied in het bestemmingsplan. Verder denkt het rijk mee over het behoud van de bestaande waarden en kwaliteiten van de wijk in relatie tot de mogelijke ontwikkelingen.