De op de kaart als 'Molenbiotoop' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het beschermen van de functie van de in de nabijheid van dit gebied voorkomende molen als werktuig en van zijn waarde als beeldbepalend cultuurhistorisch betekenisvol element.
Waar een hoofdbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven op de plankaart, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
Om voor de molen vrije windvang te garanderen en het zicht op de molen veilig te stellen geldt binnen de op de plankaart als molenbiotoop aangeduide gronden dat:
- binnen een straal van 100 m¹, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht hoger dan het onderste punt van de verticale staande wiek;
- binnen de straal van 100 tot 400 m¹, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande wieken van de molen.
Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op de bebouwing binnen de aanduiding 'woongebied'. Het bepaalde in lid 3 met betrekking tot beplanting is wel van overeenkomstige toepassing binnen de aanduiding 'woongebied'.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3 voor de bouw van bouwwerken welke zijn toegelaten krachtens de voorgaande artikelen mits de vrije windvang of het zicht ter plaatse niet wordt beperkt.
Alvorens te beslissen over het verlenen van ontheffing, zoals bedoeld in lid 5, wordt advies ingewonnen van een door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ter zake deskundige, eventueel met raadpleging van de Vereniging Hollandsche molen.
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) op de gronden gelegen binnen de op de kaart aangeduide Molenbiotoop de navolgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur;
- het ophogen van gronden;
- het beplanten met bomen, heesters en andere hoog opgaande begroeiing:
- tot maximaal 4 meter binnen een straal van 100 m¹ gerekend vanaf het middelpunt van de molen;
- tot maximaal 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande molen, binnen een straal van 100 tot 400 m¹ gerekend vanaf het middelpunt van de molen.
Het bepaalde in lid 7 geldt niet voor:
- werken en werkzaamheden binnen het kader van het op de bestemming van die grond gerichte normale onderhoud en beheer, dan wel die voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
- werken en werkzaamheden, welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren.
De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 7 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, het huidige en/of het toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of waarde van de molen als landschapsbepalend element, niet onevenredig in gevaar wordt of kan worden gebracht.
Bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in lid 5 en een aanlegvergunning als bedoeld in lid 7 geldt de procedure als bedoeld in artikel 26.