De op de plankaart voor Verkeer - Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- woonstraten;
- paden;
- parkeervoorzieningen;
- groenvoorzieningen;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- waterlopen en -partijen;
- speelvoorzieningen;
- evenementen;
- een geluidsscherm, ter plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm'.
Op of in de in lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
- uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn toegestaan;
- de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen;
- de hoogte mag niet meer dan 3,5 m1 bedragen.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
- de hoogte van verlichtingsarmaturen, kunstobjecten, bewegwijzering, bouwwerken voor de verkeersregulering en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m1;
- de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m1;
- ter plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm', mag de hoogte niet meer bedragen dan 3 m1;
- de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m1.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de situering van het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat er uitsluitend gewijzigd mag worden in 'Wonen' met de nadere aanduiding 'tuin of onbebouwd erf' of 'achtertuin of bebouwd erf'. Het toevoegen van een bouwvlak is niet toegestaan.
De wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de verkeersveiligheid;
- de inrichting van de openbare ruimte;
- een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 6 geldt de procedure als bedoeld in artikel 26.