direct naar inhoud van 5.1 MER
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

5.1 MER

Ten behoeve van de ontwikkeling van de verschillende Overhoeken rondom Berkel-Enschot heeft de gemeente Tilburg een milieueffectrapportage op laten stellen. Vanwege het feit dat er in het originele plan in totaal een ontwikkeling van meer dan 2.000 woningen is voorzien, is het gehele project Overhoeken m.e.r.-plichtig conform het Besluit milieueffectrapportage 1994. Het milieueffectrapport (MER), welke de resultaten van de milieueffectrapportage bevat, heeft gelijktijdig met de reeds doorlopen vrijstelling ex artikel 19 WRO ter inzage gelegen. Omdat de vrijstelling ex artikel 19 WRO een bevoegdheid is van het college en het aanvaarden van het MER een bevoegdheid van de gemeenteraad, is het MER Overhoeken nog niet ter aanvaarding aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit zal alsnog gebeuren gelijktijdig met de vaststelling van dit bestemmingsplan.

In Mer Overhoeken is het milieueffectrapport ter informatie en ter onderbouwing van in deze paragraaf vermelde conclusies opgenomen. Het MER bestaat uit twee delen: in deel A worden alle Overhoeken als totale ontwikkeling omschreven en getoetst, in deel B wordt nader ingegaan op de ontwikkeling van de Overhoek Enschotsebaan. Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Enschotsebaan voorziet in een aantal wijzigingen. Zo zal een deel van de bestemming 'bedrijf' aan de Rauwbrakenweg worden omgezet naar de bestemming 'kantoor' en krijgt het bestemmingsplan iets meer flexibiliteit door het opnemen van ontheffingsmogelijkheden. De overhoek Enschotsebaan is op zichzelf niet m.e.r.-plichting en de aanpassingen die worden doorgevoerd in dit bestemmingsplan zijn ook niet m.e.r.-plichtig. Er is dan ook besloten om deel B niet aan te passen. Wel zal in dit hoofdstuk de uitgevoerde aanvullende milieuonderzoeken in het kader van de wijzigingen nader worden toegelicht.

Volledigheidshalve wordt er op gewezen dat voor de ontwikkeling welke met onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt geen milieueffectrapportage vereist is. Ter onderbouwing van het bestemmingsplan wordt voor enkele deelaspecten verwezen naar de milieueffectrapportage, deel B. Dit is als zodanig in de tekst aangegeven.

In het MER deel A zijn voor verschillende onderdelen van het plan varianten uitgewerkt. Het gaat hierbij onder andere om varianten voor het woningbouwprogramma, de situering van een aantal voorzieningen (winkelcentrum, begraafplaats, sportpark), de wijze van bouwrijp maken, de ontsluitingsstructuur van het gebied en het benutten van gebiedseigen kwaliteiten van bepaalde deelgebieden (zoals het wel of niet aanwezig zijn van een leemlaag). In het MER zijn de verschillende varianten met elkaar gecombineerd tot een vijftal alternatieven:

  • Nulalternatief. In dit alternatief, dat als referentie voor de effectbeschrijving geldt, gaat realisatie van de Overhoeken niet door. Dit alternatief omvat dus alleen de bestaande situatie en autonome ontwikkelingen.
  • Nulplusalternatief. Conform de richtlijnen van het MER is een tweede referentiesituatie opgenomen. In het nulplusalternatief wordt alleen die nieuwbouw gerealiseerd, die op basis van thans vigerende bestemmingsplannen voor de Overhoeken (uit 1999) is toegestaan.
  • Basisalternatief. Als basis voor het MER geldt de stedenbouwkundige uitwerking voor het plangebied zoals opgenomen in het Stedenbouwkundig Plan voor de Overhoeken uit 2003.
  • Verdichtingsalternatief. In de loop van 2004 is de wens naar voren gekomen om met name rond het nieuwe dorpscentrum en het treinstation in Koningsoord meer woningen te realiseren. Ook is bekeken in hoeverre het wenselijk is om de gemiddelde woningdichtheid in de Overhoek Akker-Heikant op te hogen, zodat beter wordt aangesloten bij de doelstellingen ten aanzien van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
  • Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA). In het MMA zijn diverse aspecten gecombineerd die naar verwachting de minste nadelige en meeste positieve effecten voor het milieu opleveren. De lagenbenadering speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast is gekeken naar thema's als waterberging, mobiliteit, energie en cultuurhistorie.
  • De verschillende Overhoeken worden door afzonderlijke marktpartijen ontwikkeld.
    Door de gemeente Tilburg worden hierbij diverse randvoorwaarden en richtlijnen meegegeven, zoals het Ontwikkelingsplan en het Stedenbouwkundig plan voor de Overhoeken en de gereedschapskist dorpsmilieu. Ook het MER wordt door de gemeente gezien als randvoorwaarden- en richtlijnendocument. De door de private partijen uitgewerkte plannen worden vervolgens door de gemeente getoetst aan deze stukken. Voor de toetsing aan het aspect milieu is in het MER een overzicht opgenomen met diverse relevante milieuaspecten waar de ontwikkelaars in hun plannen rekening mee moeten houden (Grontmij, 2007-I).

Milieuthema   Toetsingscriteria  
Programma en verkaveling   Aantal woningen
Woningbouwprogramma (dichtheden, typen, verdeling)
Kavelmaten
Situering, omvang en aard bedrijvigheid
Situering, omvang en aard voorzieningen  
Geologie, geomorfologie en bodem   (Gesloten) grondbalans
Wijze van bouwrijp maken (aantasting leemlagen)
Verontreinigingen  
Grond- en oppervlaktewater   Te hanteren ontwateringsdiepte
Wijze van waterafvoer, waterberging en infiltratie
Omvang van waterberging / infiltratievoorzieningen
Type rioleringssysteem
Benodigde capaciteit waterzuivering  
Landschap, cultuurhistorie en archeologie   Landschappelijke structuren
Ruimtelijke relaties en zichtlijnen
Inpassing cultuurhistorische waarden
Inpassing archeologische waarden
Groenstructuur
Aard en omvang groenvoorzieningen
Ecologische waarde groenvoorzieningen
Inpassing bestaande groenelementen  
Infrastructuur   Ontsluitingsstructuur (auto, OV en fiets)
Wegprofielen/inrichting openbare ruimte
Bereikbaarheid winkelcentrum
Parkeervoorzieningen (privé, openbaar)
Ondergrondse infrastructuur  
Geluid, lucht en trillingen   Resultaten geluidonderzoek
Wijze van geluidafscherming
Overige geluidwerende voorzieningen
Maatregelen tegen trillinghinder
Resultaten luchtonderzoek  
Energie en materiaalgebruik   Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC)
Energie Prestatie op Locatie (EPL)
Percentage en situering woningen zongerichte oriëntatie
Duurzame energie (woningen, openbaar gebied)
Collectieve energiesystemen
Materiaalgebruik  
Veiligheid en gezondheid   Verkeersveiligheid
Sociale veiligheidToegankelijkheid voor politie, brandweer, hulpdiensten e.d.
Externe veiligheidscontouren
Gezondheidseffecten bij hoogspanningsleidingen  

Tabel 5.1Te toetsen milieuaspecten voor de Overhoeken; overzicht uit het MER. Bron: Grontmij, 2007-I

Deze toetsonderdelen zijn in het MER deel B verder uitgewerkt, aangescherpt en verantwoord voor het gedeelte Enschotsebaan (Grontmij, 2007-II). Ten behoeve van de toetsing van de uitwerkingsplannen wordt in deel B inzicht verschaft in de wijze waarop met de genoemde milieuaspecten is omgegaan. Na goedkeuring van een uitwerkingsplan door de gemeente, vormt het plan zoals omschreven in dit bestemmingsplan het voorkeursalternatief voor de betreffende Overhoek. In de navolgende subparagrafen worden deze verschillende milieuaspecten omschreven. Per aspect wordt hierbij – waar relevant – een overzicht gegeven van de belangrijkste punten uit het MER. Vervolgens wordt inhoudelijk ingegaan op het milieuaspect. Voor een uitgebreide verantwoording van de toetsing uit het MER wordt verwezen naar het MER deel B.

Milieuprofielen voor ontwikkeling

Ten behoeve van de ontwikkeling van de Overhoeken heeft de gemeente Tilburg twee milieuprofielen opgesteld (projectgroep Overhoeken Berkel-Enschot, 2002; Grontmij, 2007-I), één milieuprofiel op wijkniveau en één milieuprofiel op woningniveau.

Het milieuprofiel op wijkniveau (niveau Overhoeken) is nadrukkelijk bedoeld als richtinggevend voor de ontwikkelingen. In dit milieuprofiel is voor diverse thema's een ambitieniveau vastgesteld, weergegeven op een schaal van A naar C (waarbij A als ambitieus aangemerkt kan worden, B als vooruitstrevend en C als gangbaar niveau). In tabel 5.2 is dit milieuprofiel weergegeven.

Milieuthema   Ambitie   Opmerking  
Water   A   Nagenoeg geen hemelwaterriolering, 10% verhardingsreductie, aandacht autowasplaatsen, experimenten riolering.  
Groen en natuur   B   Groene Mal is uitgangspunt. Handhaven bestaande groene contouren. Realiseren verbindende groenstructuur. Schaalniveau dorp respecteren.  
Mobiliteit   B   Bevorderen langzaam verkeer (30km zones), ontsluiting via bestaande wegen, beperking infrastructuur met 10% t.o.v. thans gangbaar, handhaven sociaal-economische functie voorzieningencentrum.  
Ruimtegebruik   B   Compact bouwen in centrumfunctie en waar mogelijk in woonfunctie, flexibel bouwen + combinatie wonen/werken, verbindende groenstructuur binnen stedenbouw.  
Geluid   B   Bevorderen langzaam verkeer (30km zones), vermijden harde straatwanden, geluidzonering (regelgeving).  
Lucht   C   Voldoen aan besluit luchtkwaliteit.  
Bodem   B   Gesloten grondbalans, geen uitlogende en uitspoelende materialen.  
Externe veiligheid   C   Scheiding kwetsbare functies en risico, scheiding routes gevaarlijk transport en kwetsbare functies (volgens regelgeving).  
Energie   B   Actieve en passieve zonne-energie, EPL min. 7.0, zuidgerichte oriëntatie, 10% woningen energieneutraal, alle woningen LTV, openbare voorzieningen 100% groene stroom.  
Afval   B   Aandacht juist locatie voorzieningen, realiseren adequate gezamenlijke afvalinfrastructuur.  

Tabel 5.2 Milieuprofiel op wijkniveau voor Overhoeken. Bron: projectgroep Overhoeken Berkel-Enschot, 2002