direct naar inhoud van 3.2 Algemeen beleid
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

3.2 Algemeen beleid

3.2.1 Rijksbeleid

Nota Ruimte

Tilburg is aangewezen als één van de 13 economische kerngebieden in Nederland.

Dit economische kerngebied maakt, samen met de kerngebieden Zuidoost-Brabant en

A2-zone (Eindhoven/Den Bosch), alsmede kerngebied A16 - A4-zone (Breda - Roosendaal) weer deel uit van het stedelijk netwerk Brabantstad. De samenwerking tussen de overheden binnen het netwerk is vrijwillig, flexibel en pragmatisch.

In de Nota Ruimte wordt uitgegaan van concentratie van bebouwing en bundeling van voorzieningen in de bestaande stedelijke gebieden en binnen de bestaande (dorps)kernen in plaats van uitbreiden van de bebouwde gebieden.

De voorgenomen ontwikkeling, met ruimte voor wonen en werken in een kwalitatief hoogwaardige omgeving, is te zien als concrete realisatie van de abstracte doelstelling Tilburg te ontwikkelen als economisch kerngebied.

Milieubeleid

Het Nationaal Milieubeleidsplan 4(juni 2001) markeert de afsluiting van het afgelopen decennium en de in die periode verschenen milieubeleidsplannen. Met deze nota wordt een nieuwe beleidscyclus gestart, met een over meerdere decennia vol te houden pad van transitie naar duurzaamheid.

Ook ten aanzien van milieubeleid heeft de gemeente Tilburg eisen en wensen vastgesteld, volgend uit het nationale beleid. Deze zijn ambitieus voor de ontwikkeling van de Overhoeken. In de ontwikkeling van de Overhoek Enschotsebaan zijn deze ambitieuze milieudoelstellingen vertaald in concrete ontwikkeling en realisatie.

Openbare ruimte

De openbare ruimte bepaalt in belangrijke mate de leefbaarheid en herkenbaarheid van onze dagelijkse leefomgeving. De kwaliteit ervan in en om onze steden wordt bedreigd door verval, vervuiling en onveiligheid. Het perspectief is derhalve gericht op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. Dat betreft diverse schaalniveaus: van het directe grensvlak tussen privaat en publiek domein tot en met de groene verbindingszones tussen stad en landelijk gebied.

In de voorgenomen ontwikkeling is veel aandacht geweest voor de inrichting van de openbare ruimte, met als doel het creëren van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, waarin mensen prettig leven en bewegen. Verschillende documenten van de gemeente, zoals de gereedschapskist dorps woonmilieu, zijn gebruikt als hulpmiddel om dit te bereiken.

3.2.2 Provinciaal beleid

Interim structuurvisie 'Brabant in ontwikkeling. Interim structuurvisie Noord-Brabant'

Door de komst van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening vervalt het streekplan als instrument voor de provincie. In juli 2008 heeft Gedeputeerde staten daarom een interim structuurvisie vastgesteld met de titel 'Brabant in ontwikkeling. Interim Structuurvisie Noord-Brabant'.

De hoofdlijnen van het beleid in de interim structuurvisie zijn grotendeels dezelfde als het oude streekplan uit 2002. Wel zijn actualiseringen van het beleid sinds 2002 meegenomen.

De interimstructuurvisie is de opstap naar een integraal herziene structuurvisie.

Tilburg is gelegen in de stedelijke regio Breda-Tilburg (zie kaart: “Ruimtelijke hoofdstructuur” van de interim structuurvisie). Het provinciale beleid is al jaren gericht op het concentreren van verstedelijking, enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Dit concentratiebeleid wordt voortgezet. Op provinciale schaal betekent dit dat het leeuwendeel van de woningbouw en de aanleg van bedrijventerreinen en infrastructuur moet plaatsvinden binnen de vijf stedelijke regio's.
De stedelijke regio's zijn zodanig ruim aangeduid, dat zij – met het perspectief van 20 à 25 jaar – kunnen voorzien in de ruimtebehoefte voor wonen en werken. De stedelijke regio's ontwikkelen zich tot complete stedelijke gebieden. Dit betekent dat ze een aantrekkelijk, in verschillende dichtheden vormgegeven, woon-, werk- en leefmilieu bieden. Bijzondere aandacht is er voor bereikbaarheid, groen, milieu, recreatiemogelijkheden dicht bij huis, en verbrede landbouw die inspeelt op de vraag vanuit de steden. Er wordt gestreefd naar gedifferentieerde wijken met een menging van woningtypen, bevolkingsgroepen en functies.

De ontwikkeling van de Overhoeken is een concrete uitwerking van deze stedelijke ontwikkeling van Tilburg; de Overhoeken dienen invulling te geven aan een gedeelte van de benodigde stedelijke capaciteit. Bij het ontwerpproces van de Enschotsebaan (als eerste Overhoek) zijn daarbij de in de interim structuurvisie genoemde uitgangspunten meegenomen.
De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen het provinciale beleid de regio Tilburg verder te ontwikkelen als stedelijk gebied, op duurzame wijze en met aandacht voor kwaliteit.

Beleidsbrief bedrijventerreinen, zelfstandige kantoorvestigingen, detailhandel en voorzieningen

Op 20 juli 2004 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de beleidsbrief bedrijventerrein, zelfstandige kantoorvestigingen, detailhandel en voorzieningen vastgesteld. Deze beleidsbrief geeft ruimtelijke criteria, waarmee bij ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden.

De toetsende criteria zijn: hanteren van een minimale kavelgrootte van 1.000 m, hanteren van minimale bouwhoogtes en het hanteren van een minimaal bebouwingspercentage van 50% van de kavel. Daarnaast worden enkele adviserende criteria genoemd, waaronder milieuzonering, parkeren op eigen terrein en het opstellen van een beeldkwaliteitplan.

Naast randvoorwaarden ten aanzien van de ruimtelijke en functionele mogelijkheden op bedrijventerreinen, vraagt de provincie bij de ontwikkeling tevens om een op het conrete gebied toegespitste economische onderbouwing.

3.2.3 Gemeentelijk beleid

Ruimtelijke Structuurvisie Tilburg 2020

In de structuurvisie is het plangebied aangewezen als lokaal gemengd/ kleinschalig bedrijventerrein. Het overige deel van de 'Enschotse Baan' is aangemerkt als woongebied.

Structuurvisie Noordoost 2020

Op 14 december 2009 heeft Tilburg de structuurvisie Noordoost 2020 vastgesteld. Deze structuurvisie bevat de ruimtelijke visie op het gebied 'Noordoost'. De planvorming voor de Overhoeken wordt als een gegeven beschouwd en maakt geen deel uit van de Structuurvisie, hoewel het plangebied wel gelegen is binnen het plangebied van de structuurvisie Noordoost 2020.

Woonvisie Gemeente Tilburg

In de Woonvisie (18 februari 2002) presenteert de gemeente Tilburg de koers die zij de komende jaren wil gaan varen om de kwaliteit van het wonen binnen de gemeentegrenzen te vergroten. Die kwaliteit is het centrale begrip binnen de Woonvisie - niet alleen op het gebied van de woning an sich, maar ook wat betreft de woonomgeving en het samen leven.

De Woonvisie geeft alleen in hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente de door haar gewenste kwaliteit wil bereiken. De uiteindelijke uitwerking zal plaats vinden in de diverse plannen voor de verschillende wijken en stadsdelen. In deze plannen komen diverse aspecten op het gebied van wonen, werken (economie), veiligheid, milieu, groen en verkeer samen.

Met de Woonvisie presenteert de gemeente een aanzet voor een werkwijze waarbij het leveren van maatwerk centraal staat. Tevens onderstreept de gemeente haar streven om uit te groeien tot een complete en vooral ongedeelde stad.

Een belangrijk streven voor de gemeente Tilburg is het realiseren van diverse woonmilieus waarin verschillende groepen woonconsumenten hun woonwensen kunnen vervullen. Hoofddoel is en blijft het vergroten van de kwaliteit, waardoor ieder gebied een goede positie op de woningmarkt inneemt. Dit streven past volledig bij het principe van de ongedeelde stad. De mix van woonmilieus dient te worden uitgewerkt in de toekomstige wijkplannen en uitbreidingsplannen. Ieder gebied krijgt een zogeheten kwaliteitsprofiel waarin het gewenste woonmilieu en de daarbij horende woningdifferentiatie (koop/huur, prijsklassen, aandeel vrije kavels) staat beschreven.

De in de Woonvisie genoemde kwaliteitsprofielen zijn in het Ontwikkelingsplan Overhoeken nader ingevuld en overgenomen in de voorliggende ontwikkeling. Hiermee voldoet dit initiatief aan het in de Woonvisie genoemde streven diverse en kwalitatief hoogwaardige woonmilieus te realiseren.

Hoofdlijnen economisch beleid Tilburg 2001-2010

De beleidsnota beoogt de hoofdpunten weer te geven van het toekomstige Tilburgse economische beleid en vormt een onderdeel van het totale gemeentelijke beleid zoals onder andere is vastgelegd in het meerjaren investerings- en ontwikkelingsprogramma (MIOP), Perspectiefnota en ABP. In deze beleidsnota is geconstateerd dat Tilburg haar toekomstige economisch beleid moet richten op het verder verbeteren van haar vestigingsklimaat.

Het in het voorliggende initiatief te ontwikkelen bedrijventerrein is relatief beperkt van omvang en is voornamelijk gericht op de lokale vraag binnen de gemeente. Hiermee draagt het bedrijventerrein bij aan de ontwikkeling van capaciteitsaanbod in bepaalde segmenten. Dit geldt tevens voor de zakelijke dienstverlening, middels het realiseren van een kantorenlocatie. Zowel kantoren als bedrijventerrein zijn goed ontsloten.

Ruimte voor Bedrijven

In 1998 heeft de gemeenteraad de kadernota Ruimte voor Bedrijven vastgesteld. Het doel van de nota is het oplossen van de knelpunten op korte termijn en het reserveren van voldoende ruimte op langere termijn om in de vraag naar bedrijventerreinen te kunnen voorzien. Gezien de lange productietijd van bedrijventerreinen wordt als planhorizon het jaar 2015 aangehouden.

In de nota is de behoefte aan bedrijventerreinen in kaart gebracht. De behoefte is sterk afhankelijk van de conjunctuur en alleen globaal te ramen. Kwantitatief wordt de behoefte tot 2015 geraamd op 519 hectare.

Kwalitatief wordt daarbij onderscheid gemaakt in twee typen terreinen:

  • grootschalige gemengde terreinen (voor milieuhinderlijke bedrijven en bedrijven die verkeer aantrekken): totaal 252 ha;
  • kleinschalige gemengde terreinen (voor het midden- en kleinbedrijf en voor kantoorachtige bedrijven): totaal 267 ha.

Binnen beide typen worden twee subtypen onderscheiden: standaardterreinen en hoogwaardige terreinen.

Het in het voorliggende initiatief te ontwikkelen bedrijventerrein is relatief beperkt van omvang en is voornamelijk gericht op de lokale vraag binnen de gemeente. Hiermee draagt het bedrijventerrein bij aan de ontwikkeling van kleinschalige gemengde terreinen.

Verspreide bedrijvigheid

Binnen het voorliggende initiatief wordt op twee manieren bijgedragen aan de ontwikkeling van verspreide bedrijvigheid. Ten eerste bestaat er de mogelijkheid om kleinschalige, niet storende bedrijvigheid te vestigen in de woongebieden (maximaal cat. 2 bedrijven). Specifiek de te realiseren woonwerkkavels dragen hiertoe bij. Daarnaast biedt de ontwikkeling van het bedrijventerrein de mogelijkheid om hinderlijke bedrijven welke nu in woongebieden gelegen zijn, te verplaatsen.

Ruimte voor Detailhandel

Het uitgangspunt van het gemeentelijke detailhandelsbeleid (nota Ruimte voor Detailhandel, 2002) is een bijdrage te leveren aan versterking en verbreding van de detailhandel in de buurten, in de wijken, in de dorpen, in de binnenstad en in de werkgebieden teneinde de werkgelegenheid te versterken en de inwoners van stad en regio een winkelaanbod te bieden dat past bij de status van Tilburg als zesde stad van het land.

De voorgenomen ontwikkeling laat geen grootschalige detailhandel toe op het bedrijventerrein. Daarnaast is er in het plangebied zelf geen ruimte gereserveerd voor detailhandel; binnen de Overhoeken worden deze functies vooral binnen Koningsoord voorzien. Hiermee is de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig met het beleid ten aanzien van detailhandel.

Ruimte voor Kantoren

In 1998 heeft de gemeenteraad de nota Ruimte voor Kantoren tot 2015 vastgesteld. Deze nota bevat het gemeentelijk kantorenbeleid voor de periode tot 2015. Ontwikkeling van de stationszone als hoogwaardige kantorenboulevard heeft hierin de hoogste prioriteit.
Verder wordt gesteld dat buiten de stationszone de gemeente zeer selectief is met het ontwikkelen van ruimte voor kantoren.

In de nota is vastgelegd dat het kantorenbeleid in 2001 geëvalueerd en zo nodig bijgesteld zou moeten worden. Dit is gedaan in de nota Ruimte voor Kantoren 2001.
Uit de evaluatie is gebleken dat het tot dan toe gevoerde kantorenbeleid slechts gedeeltelijk effect heeft gehad. Conclusie is dat een bijstelling van het beleid noodzakelijk is.

Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:

  • 1. een zodanige differentiatie van het aanbod dat Tilburg aan de vraag in alle segmenten kan voldoen;
  • 2. het loslaten van het restrictief beleid buiten de stationszone en het ontwikkelen van locaties langs goed bereikbare uitvalswegen met acquirerend vermogen.

De binnen het voorliggende initiatief te ontwikkelen kantoren vallen binnen de categorie “kantoren langs uitvalswegen”, en daarbinnen in het eerstgenoemde segment: de te realiseren kantoren zijn goed bereikbaar vanaf de Burgemeester Bechtweg en de te ontwikkelen locatie biedt kleine, zelfstandige kantoorpanden in een representatieve, groene omgeving (de dorpsentree). Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling binnen het gemeentelijk beleid ten aanzien van kantoren.

Factsheets kantoren- en bedrijfsruimtemarkt, medio 2009,DTZ Zadelhoff

De Factsheets kantoren- en bedrijfsruimtemarkt zoals opgesteld door DTZ Zadelhoff geven een inzicht in de situatie op de markten voor kantoorgebouwen en bedrijventerreinen in Tilburg voor medio 2009 (DTZ Zadelhoff Research, 2009). Daarnaast is een overzicht gegeven van de ontwikkelingen in de achterliggende jaren.
Door deze vergelijking met de achterliggende jaren ontstaat een kader om de geconstateerde ontwikkelingen in perspectief te plaatsen. De ontwikkelingen in Tilburg zijn ook getoetst door vergelijking met de andere BrabantStad-gemeenten (Breda, Eindhoven, Helmond en
's- Hertogenbosch).

Zowel voor wat betreft kantoren als bedrijventerrein wordt in de trendrapportage geconcludeerd dat er de komende jaren een behoefte is binnen de gemeente Tilburg.
De voorliggende ontwikkeling geeft de mogelijkheid tot invulling van deze behoefte, zij het op een beperkt schaalniveau.

Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (Mobiliteit in balans)

Leefbaarheid en bereikbaarheid staan voorop in het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Om zich verder te kunnen ontwikkelen met de stad goed bereikbaar zijn per auto, fiets en openbaar vervoer. De planhorizon van het TVVP is 2015.

Voorafgaand aan de concrete ontwikkeling van het plangebied is op het niveau Overhoeken gekeken op welke wijze verkeer en vervoer binnen, tussen, van en naar de Overhoeken ingepast wordt in het TVVP, waardoor verkeerskundige gevolgen van de ontwikkeling van het projectgebied reeds zijn meegenomen in het vigerende beleid.

Fietsplan “Tilburg fietst”

Nabij het projectgebied ligt een fietssnelweg (Bosscheweg), en twee Sternetroutes (Enschotsebaan en Rauwbrakenweg) snijden het projectgebied, wat daarmee zeer goed ontsloten is voor fietsers. Ook is er in het plan ruime aandacht geweest voor de verkeersveiligheid en de menging / ontmenging van auto- en langzaam verkeer.

Tilburgs Openbaar vervoerplan

Het 'Tilburgs Openbaar Vervoer Plan' (2000) is een aanscherping van het collectief vervoerbeleid.

De doelstelling van het collectief vervoer is het structureel zeker stellen van een integraal pakket van collectief-vervoerdiensten, waarmee een substantiële bijdrage kan worden geleverd aan de bereikbaarheid en het sociaal functioneren van de stad. Er wordt voorzien in de aanleg van expresselijnen, T-bussen en Combitaxen.

Direct naast het projectgebied (te weten overhoek Koningsoord) wordt in de nabije toekomst een Tilburgse op- en overstappunt (TOP) gerealiseerd. Daarnaast wordt het gebied goed ontsloten door de expresselijn naar Berkel-Enschot.

Waterplan en waterstructuurplan

Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Waterplan (1997) en verder uitgewerkt en ruimtelijk vertaald in het Waterstructuurplan (2002). In het Waterplan zijn algemene doelstellingen geformuleerd met betrekking tot het gemeentelijk waterbeleid op de lange termijn, gebaseerd op de duurzaamheidsgedachte.

Voor de ontwikkeling van de overhoek Enschotsebaan is ten aanzien van water een hoog ambitieniveau vastgesteld. Er wordt dan ook op duurzame wijze omgegaan met water in het projectgebied, en water is een ordenend principe geweest bij het ontwerp.

Welstand

In de Woningwet is het wettelijk kader opgenomen waarbinnen gemeenten hun welstandstoezicht moeten vormgeven. Iedere gemeente moet de gehanteerde welstandscriteria hebben vastgelegd in een welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld.

Een belangrijk onderdeel daarbij is, dat de gehanteerde welstandscriteria expliciet worden vastgelegd. Bij de uitvoering van de welstandstoets mogen geen andere criteria worden gebruikt dan die vastliggen in de welstandsnota.

Op basis hiervan heeft de gemeente Tilburg haar welstandsbeleid geformuleerd.

Het plangebied valt binnen het welstandsniveau 2. Hierbij geldt dat de gereedschapskist dorps woonmilieu de basis biedt voor het te ontwikkelen beeldkwaliteitsplan, waarmee de gewenste welstand wordt vastgelegd. Hoofdstuk 7 gaat specifiek in op dit aspect.
Ten aanzien van de cultuurhistorische waarde van de bebouwingslinten Enschotsebaan en Rauwbrakenweg worden specifieke eisen gesteld (ook planologisch-juridisch) zodat de hoge kwaliteit van deze linten behouden blijft en versterkt wordt.

Groenstructuurplan, Groenstructuurplan Plus en Kadernota De Groene Mal

Het Groenstructuurplan (GSP) dateert uit 1992 en geeft een lange termijnvisie op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte met speciale aandacht voor groen. Enerzijds gaat het om het scheppen van kwaliteit, anderzijds om het in stand houden van deze kwaliteit door een effectief beheer.

Bij de belangrijke groenelementen in het projectgebied, te weten een ecologische corridor als onderdeel van de Groene Mal (ecologisch raamwerk) en de landschappelijke zone, is rekening gehouden met de in deze nota's gestelde eisen en wensen.

Kunstenplan Openbare Ruimte Tilburg

Het Kunstenplan Openbare Ruimte Tilburg (KORT, 2002) vormt het kader voor de realisatie van kunstprojecten in de openbare ruimte.

De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Zij is dus opdrachtgever voor de kunstenaar en financiert de kunstprojecten uit het Fonds Beeldende Kunst. De middelen uit het fonds zijn niet gebonden aan de locatie of aan het project waar het geld oorspronkelijk vandaan komt.

Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde

In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. Het rapport is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering

Het bodembeleid van de gemeente heeft ten grondslag gelegen aan de onderzoeken die in dit kader in het projectgebied zijn gedaan. Ook de hieruit komende vervolgacties passen binnen dit beleid.

Energiebeleidsplan Tilburg 2002 t/m 2005: energiekoers en energiedaden

Er is bij de opzet van het energiebeleidsplan aangesloten op de landelijke ontwikkelingen. Daarbij is gebruik gemaakt van een uniforme ambitietabel voor gemeenten (de zogenaamde MENUkaart).

Het energiebeleidsplan ligt ten grondslag aan de ambities die ten aanzien van dit onderwerp zijn gesteld voor het projectgebied.

Luchtkwaliteitsplan gemeente Tilburg 2005 – 2010

Het niet voldoen aan de grenswaarden uit het Besluit luchtkwaliteit kan ernstige consequenties hebben voor nieuwe ruimtelijke plannen, verkeersplannen en milieuvergunningen.

Ten aanzien van lucht zijn er berekeningen uitgevoerd voor het projectgebied. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het Besluit luchtkwaliteit.

Duurzame ontwikkeling

Het milieubewust denken en handelen behoort een steeds grotere plaats in te nemen bij de inwoners en ondernemers van de gemeente Tilburg. Het aspect duurzaam bouwen dient in de planontwikkeling de nodige aandacht te krijgen.

Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen mogen de bestaande milieukwaliteiten niet aantasten en moeten deze waar mogelijk zelfs verbeteren. Tevens moeten ze leiden tot een afname van de milieudruk. Dit vraagt om een zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik.

In de gemeentelijke Milieubeleidsvisie worden de uitgangspunten en doelen van het milieubeleid beschreven.