| Plan: | Bedrijventerrein Enschotsebaan |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001 |
Drie bestemmingsplannen en één Artikel 19 procedure WRO zijn van belang voor het voorgenomen initiatief:
In onderstaande figuur zijn de locaties binnen de overhoek 'Enschotsebaan' weergegeven, waarvoor de desbetreffende bestemmingsplannen gelden; navolgend worden zij toegelicht.
Figuur 2.3. Vigerende bestemmingsplannen in de overhoek 'Enschotsebaan'. Bron foto: vanuitdelucht.nl
Voor de planlocatie is voor een belangrijk deel het bestemmingsplan “Enschotsebaan Berkel-Enschot” van kracht (gemeente Tilburg, 1999).
Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad op 12 april 1999 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 9 november 1999. Het bestemmingsplan is op 19 december 2001 onherroepelijk geworden. Het bestemmingsplan kent een uitwerkingsplicht door de gemeenteraad ex. artikel 11 WRO.
Het bestemmingsplan omvat de realisatie van een woonwijk met 230 tot 285 woningen, een gemengd gebied met woningen / bedrijven (ongeveer 35 kavels) en een bedrijventerrein met lichte bedrijvigheid. Voor dit bestemmingsplan geldt, met uitzondering van de spoorweg, een uitwerkingsplicht. In dit bestemmingsplan heeft de planlocatie de volgende vier bestemmingen:
Daarnaast wordt in het bestemmingsplan aangegeven dat centraal in het gebied een groenzone gerealiseerd dient te worden. Op de bijbehorende plankaart is een indicatie gegeven van de locatie van deze groenzone. Figuur 2.4 geeft deze bestemmingen weer.
Figuur 2.4 Bestemmingen volgens het bestemmingsplan Enschotsebaan Berkel-Enschot Bron foto: vanuit de lucht.nl
Het bedrijventerrein met een bruto oppervlakte van 12,7 hectare dient een kleinschalig karakter te krijgen voor met name dorpse bedrijvigheid vanuit Berkel-Enschot.
De nadruk ligt op de bedrijfscategorieën 2 en 3.1. Tegen de Burgemeester Bechtweg is ook bedrijfscategorie 3.2 mogelijk.
Het bestemmingsplan “Enschotsebaan Berkel-Enschot” is opgesteld met het doel het plangebied te ontwikkelen. Echter, ondanks het feit dat het voorliggende initiatief is ontwikkeld om invulling te geven aan dit in het bestemmingsplan gestelde doel, kan het initiatief niet volledig uitgevoerd worden binnen de kaders en randvoorwaarden die in het huidige bestemmingsplan (in de vorm van uitwerkingsregels en voorschriften) worden gesteld. Deze discrepantie komt tot uiting in enkele verschillen in bestemming en inrichting tussen voorliggend bouwplan en bestemmingsplan.
De Burgemeester Bechtweg met dijklichaam is bestemd in het bestemmingsplan 'Burgemeester Bechtweg 1e fase en knooppunt de Baars'. De bestemming is Verkeersdoeleinden I.
In het voorliggende project wordt een aansluiting gerealiseerd op de Burgemeester Bechtweg, waarvoor tevens de Burgemeester Bechtweg plaatselijk verbreed dient te worden. Deze verbreding past niet binnen de in het huidige bestemmingsplan opgenomen wegprofielen.
De verbreding van de Burgemeester Bechtweg (Noordoost Tangent) wordt met een separate planologische procedure mogelijk gemaakt en maakt geen onderdeel uit van dit plan. De gevolgen van de toekomstige realisatie van de Noordoost Tangent zijn echter wel meegenomen en verantwoord in onderhavig bestemmingsplan.
Een gedeelte van het projectgebied is niet verwerkt in het bestemmingsplan Enschotsebaan. Dit gedeelte betreft het gebied ten westen van de Burgemeester Bechtweg (zie figuur 2.3 ).
In dit gedeelte dient onder meer de ontsluiting van het gebied Enschotsebaan op de Burgemeester Bechtweg gerealiseerd te worden. Daarnaast wordt voorzien in de aanleg van een groenzone en een terrein voor nutsvoorzieningen.
Voor dit gebied geldt momenteel het bestemmingsplan Buitengebied '94. In dit bestemmingsplan heeft het gebied de hoofdbestemming “Agrarische Hoofdstructuur”. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor (BRO, 1996):
De voorgestelde ontwikkelingen passen niet binnen deze bestemming.
In 2008 is door de ontwikkelende partijen een ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
Deze is vastgesteld en onherroepelijk geworden.
Door wijzigingen aan het plan was de vrijstelling ex Artikel 19 WRO niet geheel meer toereikend. Bovendien was meer flexibiliteit gewenst. Voorliggend bestemmingsplan is echter nog steeds grotendeels op de Artikel 19 procedure gestoeld. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan omvat een deel van deze Artikel 19 procedure WRO.