direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf-Nutsvoorziening
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

Artikel 4 Bedrijf-Nutsvoorziening

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Functies

De voor ´Bedrijf-Nutsvoorziening´ aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen die zijn genoemd in Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 tot en met 3.1, met uitzondering van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 Wet Geluidhinder jo. artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer van de Wet Milieubeheer en met uitzondering van inrichtingen vallende onder artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; .

4.1.2 Bijbehorende voorzieningen

De voor ´Bedrijf-Nutsvoorziening´ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  • a. bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  • b. kantines en restauratieve voorzieningen;
  • c. parkeer- stallings- en verkeersvoorzieningen;
  • d. groenvoorzieningen,

voor zover behorende bij en ondersteunend aan de onder 4.1.1 genoemde functies.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels:

  • a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum bedragen;
  • c. de bouw- en/of goothoogte binnen het bouwvlak mag niet meer dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum bedragen;
  • d. het bouwen van ondergrondse bouwwerken is binnen het bouwvlak toegestaan.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 25 m;
  • c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen.
4.2.3 Parkeren
  • 1. Parkeren dient te geschieden op eigen terrein
  • 2. Bij de realisering van een bedrijf dient te worden voorzien in de noodzakelijke parkeervoorzieningen met inachtneming van de normen zoals opgenomen in de geldende gemeentelijke bouwverordening.
4.3 Ontheffing van de bouwregels
4.3.1 Ontheffingsmogelijkheden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met inachtneming van de procedureregels in artikel 23.1 en de ontheffingsvoorwaarden in artikel 4.3.1 ontheffing te verlenen van:

  • a. het bepaalde in 4.2.1 onder a voor bouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van entrees, overstekende daken, draagconstructies van de gebouwen, luifels, (draagconstructies van) reclame en hieraan gelijk te stellen voorzieningen;
  • b. het bepaalde in 4.2.3 ten aanzien van de aldaar gegeven grootte van een parkeerplaats, indien:
      • de specifieke situatie daartoe aanleiding geeft;
4.3.2 Ontheffingsvoorwaarden

De in artikel 4.3.1 genoemde ontheffingen kunnen slechts worden verleend, mits:

  • a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de bedrijfspresentatie, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is;
  • b. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast;
  • d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast;
  • e. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast;
  • f. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond;
  • g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.
4.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de procedureregels in 23.1nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken geen gebouw zijde ten behoeve van:
    • 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. de brandveiligheid;
    • 5. de milieusituatie;
    • 6. ruimtelijke,ecologische of landschappelijke inpassing;
    • 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
  • b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen ten behoeve van:
  • 1. de verkeersveiligheid;
  • 2. de brandveiligheid;
  • 3. de milieusituatie;
  • 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.