direct naar inhoud van Artikel 16 Leiding-Gas (dubbelbestemming)
Plan: Buitengebied Zuidwest
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2008024-e001

Artikel 16 Leiding-Gas (dubbelbestemming)

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding-Gas (dubbelbestemming) aangewezen gronden zijn, naast de aldaar voorkomende onderliggende bestemming(en) (basisbestemmingen), tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (een) regionale aardgasleiding(en) met een diameter van 4 en/of 12 inch, inclusief een strook grond van 4 m aan weerszijden van de as van deze leiding.

16.2 Bouwregels
16.2.1 Algemeen

Voor het bouwen geldt dat in afwijking van hetgeen wordt bepaald door de onderliggende basisbestemming(en), binnen de weergegeven dubbelbestemming Leiding-Gas (dubbelbestemming) begrepen gronden uitsluitend bouwwerken mogen worden opgericht, die zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van de desbetreffende hoofdtransportleiding.

16.3 Ontheffing van de bouwregels
16.3.1 Ontheffingsmogelijkheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de procedureregels in 27.1 en de ontheffingsvoorwaarden in 16.3.2, ontheffing te verlenen van de bouwregels in 16.2 en dusdoende toe te staan dat bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende basisbestemmingen worden gebouwd.

16.3.2 Ontheffingsvoorwaarden

De in 16.3.1 genoemde ontheffing kan slechts worden verleend, indien:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;
  • b. vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
16.4 Aanlegvergunning
16.4.1 Verboden

Het is verboden op de voor de dubbelbestemming aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting of bomen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;
  • b. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;;
  • c. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;
  • d. het in de grond brengen van voorwerpen;
  • e. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
  • f. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  • g. diepploegen;
  • h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  • i. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
16.4.2 Uitzonderingen

Het in 16.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
16.4.3 Voorwaarden verlenen aanlegvergunning

De onder 16.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend, indien door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico┬┤s ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast. Dienaangaande vragen burgemeester en wethouders advies van de betreffende leidingbeheerder.