direct naar inhoud van Artikel 8 Bos
Plan: Bedrijventerrein Vossenberg 2008
Status: geconsolideerde versie
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2008013-f001

Artikel 8 Bos

8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Functies

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats;
  • b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de houtteelt/houtproductie;
  • c. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden;
  • d. verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen;
  • e. geluidwerende voorzieningen, zoals wallen en schermen;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. objecten voor beeldende kunst;
  • h. extensief recreatief medegebruik.
8.1.2 Aanduidingen

Ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie (dr)' zijn de voor ´Bos´ aangewezen gronden mede bestemd voor dagrecreatieve voorzieningen.

8.1.3 Bijbehorende voorzieningen

De voor ´Bos´ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  • a. geluidwerende voorzieningen waaronder wallen, schermen e.d.;
  • b. voet- en fietspaden en verhardingen;
  • c. ontsluitingswegen ter directe ontsluiting van aangrenzende percelen.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde in overeenstemming met deze bestemming worden opgericht.

8.2.2 Dagrecreatieve voorzieningen

Voor het bouwen van dagrecreatieve voorzieningen ter plaatse van de - indicatieve - aanduiding 'dagrecreatie (dr)' gelden de volgende regels:

  • a. bestaande dagrecreatieve voorzieningen, die zijn opgenomen op de bij dit bestemmingsplan gevoegde 'Lijst van dagrecreatieve voorzieningen' en als zodanig - indicatief - zijn aangeduid op de plankaart, mogen worden gehandhaafd;
  • b. nieuwbouw van dagrecreatieve voorzieningen is niet toegestaan, met dien verstande dat gehele of gedeeltelijke vernieuwing van een bestaande dagrecreatieve voorziening is toegestaan, mits:
  • 1. de situering niet wordt gewijzigd en
  • 2. de aard en functie van de dagrecreatieve voorziening niet worden gewijzigd en
  • 3. de bestaande bouwhoogte niet wordt vergroot en
  • 4. de bestaande oppervlakte niet wordt vergroot en
  • 5. de bestaande inhoud niet wordt vergroot.
8.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen geldt dat de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen.

8.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de procedureregels in 26.1nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmeting van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van:
    • 1. de verkeersveiligheid;
    • 2. de sociale veiligheid;
    • 3. de ruimtelijke en landschappelijke inpassing.
  • b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen.
8.4 Ontheffing van de bouwregels
8.4.1 Ontheffingsmogelijkheden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met inachtneming van de procedureregels in artikel 26.1 en met de ontheffingsvoorwaarden in 8.4.2 ontheffing te verlenen voor:

  • a. het bouwen van gebouwen ten dienste van onderhoud en beheer van het bos -geen woning zijnde- waarbij de oppervlakte niet meer dan 30 m² bedraagt en bouwhoogte niet meer dan 4 m bedraagt;
  • b. het bouwen van een brandtoren, indien deze uit een oogpunt van brandpreventie en/of brandbestrijding noodzakelijk of gewenst is, waarbij de hoogte niet meer dan 25 m mag bedragen;
  • c. het bouwen van bouwwerken van algemeen nut met dien verstande dat:
    • 1. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut 3,5 m bedraagt;
    • 2. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut 50 m² bedraagt.
8.4.2 Ontheffingsvoorwaarden

De in artikel 8.4.1 genoemde ontheffingen kunnen slechts worden verleend, mits:

  • a. de belangen van natuur en landschap niet in onevenredige mate worden geschaad;
  • b. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.
8.5 Specifieke gebruiksregels
8.5.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend:

  • a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nachtverblijf en/of voor bewoning;
  • e. het splitsen van een dagrecreatieve voorziening in twee of meer dagrecreatieve voorzieningen.
8.6 Aanlegvergunning
8.6.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;
  • b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld;
  • c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren;
  • d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;
  • e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;
  • f. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;
  • g. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m2 per perceel;
  • h. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos-hydrologisch waardevol gebied':
    • 1. het verzetten van meer dan 100 m3 grond of op een diepte van meer dan 0.60 m onder het maaiveld, één en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet;
    • 2. de aanleg van drainage, ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage;
    • 3. het verlagen van de waterstand, anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
    • 4. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een bouwwerk.
8.6.2 Uitzonderingen

Het verbod in lid 8.6.1 is niet van toepassing op niet voor werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op het normale onderhoud en beheer;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
8.6.3 Toelaatbaarheid

De in 8.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 8.1.1 genoemde waarden en/of functies. Alvorens te beslissen over het verlenen van een aanlegvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in bij het waterschap, voor zover de afweging mede betrekking heeft op hydrologisch waardevol gebied, en bij de gemeentelijke afdeling archeologie, voor zover de afweging mede betrekking heeft op cultuurhistorisch waardevol gebied.