direct naar inhoud van Artikel 24 Leiding - Water
Plan: Buitengebied 2010, bestuurlijke lus
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0823.BPBGfase12010-VG03

Artikel 24 Leiding - Water

24.1 Bestemmingsomschrijving
24.1.1

De voor Leiding - water aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. een ondergrondse waterleiding ter plaatse van de aanduiding hartlijn leiding - water;
  • b. het beheer en onderhoud van de leiding;
  • c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding;

met de bij a. tot en met c. behorende:

  • d. beschermingszones met een breedte van 5 m aan weerszijden van de aanduiding hartlijn leiding -water;
  • e. voorzieningen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • f. (on)bebouwde gronden.
24.2 Bouwregels

24.2.1 In afwijking van het bepaalde in dit hoofdstuk van deze regels mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

24.3 Ontheffing van de bouwregels

24.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de procedureregels in artikel 37, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 24.2.1 en toestaan dat bouwwerken overeenkomstig dit hoofdstuk van deze ontheffing worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

24.4 Aanlegvergunning

24.4.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen;
  • c. het indrijven van voorwerpen;
  • d. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen.


24.4.2 Het in artikel 24.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. die het normale onderhoud betreffen;
  • b. waarvoor op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan reeds aanlegvergunning is verleend;
  • c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.


24.4.3 De in artikel 24.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding.

24.4.4 De in artikel 24.4.1 genoemde vergunning wordt niet eerder verleend dan nadat burgemeester en wethouders daarover een advies hebben ingewonnen bij de beheerder van de ondergrondse leiding.