direct naar inhoud van Artikel 7 Centrum - 3
Plan: Kern Hilvarenbeek
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0798.KernHilvarenbeek-OH01

Artikel 7 Centrum - 3

7.1 Bestemmingsomschrijving

7.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving

De voor "Centrum - 3" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel;
  • b. dienstverlening;
  • c. maatschappelijke voorzieningen;
  • d. cultuur en ontspanning;
  • e. horeca en ondersteunende horeca;
  • f. kantoren;
  • g. wonen;

één en ander overeenkomstig de in 7.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.


en tevens voor:

  • h. (bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen;
  • i. bijzondere centrumdoeleinden;
  • j. erven en tuinen;
  • k. nutsvoorzieningen;
  • l. paden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groen en water;
  • m. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • n. overige bijbehorende voorzieningen;


met bijbehorende:

  • o. hoofdgebouwen;
  • p. onderbouwen;
  • q. aan- en uitbouwen;
  • r. bijgebouwen;
  • s. overkappingen;
  • t. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.1.2 Nadere detaillering van de bestemming

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 7.1.1:

a Detailhandel:

Per detailhandelvestiging geldt dat de winkelvloeroppervlakte niet meer dan 200 m² mag bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is.

b Dienstverlening:

De bruto-vloeroppervlakte van een bedrijf mag niet meer bedragen dan 200 m² of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is.

c Maatschappelijk

Maatschappelijke functies zijn toegestaan. Per maatschappelijke functie geldt dat de bruto-vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 200 m² of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is.

d Cultuur en ontspanning

Functies ten behoeve van cultuur en ontspanning zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van kleinschalige uitoefening van culturele activiteiten, zoals filmvoorstellingen, theatervoorstellingen, lezingen, exposities en cursussen, muziekschool, dans-/ balletschool en museum.

e Horeca

Voor horecabedrijven gelden de volgende bepalingen:

  • 1. Horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca'.
  • 2. Uitsluitend zijn horecabedrijven in categorie A, B, C, D toegestaan.
  • 3. In afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 is ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van centrum-1" uitsluitend een ijssalon toegestaan.
f Ondersteunende horeca

Horeca is toegestaan voorzover dit ondersteunend is aan de hoofdfunctie en ten dienste staat van de hoofdfunctie.

g Kantoor

Kantoren zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'.

h Begane grond

De functies anders dan wonen, zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond, met uitzondering van horeca met een overnachtingsmogelijkheid en bestaande functies op de verdieping.

i Wonen

Voor wonen geldt het volgende:

  • 1. Wonen is zowel op de verdieping als op de begane grond toegestaan.
  • 2. Per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, met dien verstande indien het bestaande aantal woningen meer bedraagt, dit bestaande aantal woningen als maximum geldt.
j Molenbiotoop

Voor zover de aanduiding “vrijwaringszone - molenbiotoop” (artikel 28.2) ) is opgenomen, zijn de gronden tevens aangewezen voor de bescherming van het zicht op de molen en vrije windtoegang.

7.2 Bouwregels

7.2.1 Gebouwen

Hoofdgebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen:

  • a. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
  • b. de diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 m bedragen;
  • c. de inhoud van een woning dient ten minste 350 m³ te bedragen;
  • d. de afstand van vrijstaande en twee-aan-een gebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 m te bedragen;
  • e. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • f. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
  • g. de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen;
  • h. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
  • i. op het bouwen van tot het hoofdgebouw behorende ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 26.4 van toepassing;
  • j. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 26.3;
  • k. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:

    goothoogte   bouwhoogte  
1   hoofdgebouwen   zie verbeelding   zie verbeelding;  
2   aan- en uitbouwen   3 m   5,5 m;  
3   bijgebouwen   3 m   5,5 m;  
4   overkappingen   -   3 m;  
5   erfafscheidingen voor de gevellijn   -   1 m  
6   erfafscheidingen achter de gevellijn   -   2 m  
7   overige bouwwerken geen gebouwen zijnde   -   3 m  

7.3 Afwijken van de bouwregels

7.3.1 Afwijking diepte

Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 7.2.1, onder b, en artikel 7.2.1, onder h, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen;
  • b. de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. het geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.

7.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens

Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 7.2.1, onder d, voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot het hoofdgebouw op het naastgelegen perceel ten minste 3 m dient te bedragen.

7.3.3 Afwijking inhoud woningen

Het bevoegd gezag is bevoegd, eventueel in samenhang met artikel 7.4.3, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 7.2.1, onder c, voor het bouwen van een woning met een geringere inhoud, met dien verstande dat de inhoud tenminste 200 m³ moet bedragen. Hierbij wordt voldaan aan het volgende:

  • a. de afwijking mag het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig aantasten; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.

7.4 Afwijken van de gebruiksregels

7.4.1 Afwijking aan huis verbonden bedrijf

Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 7.1.1, voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, mits:

  • a. het ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de erfbebouwing, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft;
  • b. het aan huis verbonden bedrijf voorkomt in de milieucategorie 1 of 2 in de Staat van Bedrijfsactiviteiten of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën;
  • c. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
  • d. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf;
  • e. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

7.4.2 Afwijking functie op verdieping

Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 7.1.2 onder h, voor de uitbreiding van deze voorzieningen op de verdieping, mits:

  • a. het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
  • b. is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
  • c. is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn;
  • d. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving;
    • 3. de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
    • 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

7.4.3 Omgevingsvergunning woningsplitsing

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1.2 onder i, teneinde woningsplitsing mogelijk te maken, mits:

  • a. de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd;
  • b. het aantal wooneenheden mag niet meer dan 2 bedragen;
  • c. de inhoud van een woning mag niet minder bedragen dan 200 m³;
  • d. het gemeentelijke woonprogramma in acht wordt genomen;
  • e. er wordt op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien;
  • f. aangetoond is dat er voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.

7.4.4 Omgevingsvergunning grotere winkels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1.2 onder a, teneinde nieuwe of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen toe te staan met een winkelvloeroppervlakte van meer dan 200 m², mits:

  • a. uit een distributieplanologisch onderzoek volgt dat de vestiging of uitbreiding niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur;
  • b. in de onmiddellijke omgeving van de detailhandelsvestiging kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

7.4.5 Omgevingsvergunning horeca

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1.2 onder e, teneinde ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied horeca', horecabedrijven categorie A, B, C, D toe te staan, mits:

  • a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
  • b. het horecabedrijf mag geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige opbouw vormen.
  • c. in de onmiddellijke omgeving zal moeten worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen;
  • d. de wijzigingsbevoegdheid mag er niet toe leiden dat een bouwperceel met een woonfunctie aan beide zijden wordt geflankeerd door bouwpercelen met een horecafunctie.